Maandag 28/11/2022

‘Vanbinnen stormt het altijd’

elfs tijdens de zomer heeft Koen De Graeve het druk. Drie weken lang speelt hij vijf avonden per week Blue-Remembered Hills van Dennis Potter voor de Zomer van Antwerpen. Een sterke voorstelling van De Roovers, waarin ook hij nog maar eens laat zien wat voor een getalenteerd acteur hij is. En op zijn vrije maandagavond zakt hij voor Zeno af naar de Schelde, de plek bij uitstek die hij associeert met tot rust komen. Hij is wat later, want hij moest schuilen voor een heftige regenbui. Ik zie hem van ver aankomen. De glimlach breed, de zonnebril flashy. Hij heeft er zin in. Zoals in bijna alles wat hij in het leven doet.

Koen De Graeve: “Ik vind water enorm rustgevend. Dat is de eeuwigheid die passeert. Iets wat alles een beetje in perspectief plaatst. Ik kom regelmatig naar de Schelde, en ik heb hier al in heel uiteenlopende gevoelstoestanden gestaan. Vrolijk ijsjes etend met onze drie dochters, lekker wandelend met Ariane (van Vliet, ook een actrice, GO), al ruim tien jaar mijn vriendin. Maar ook in de diepste ellende.

“De sterkste herinneringen aan deze plek voeren mij terug naar mijn jaren op Studio Herman Teirlinck. Drie jaar lang ben ik toen verliefd geweest op het lief van een hele goeie vriend van mij. Ik keek door zijn ogen naar haar, en ik was verkocht. Op een bepaald moment heb ik het hem opgebiecht. Een mens zou verontwaardiging verwachten, of erger (lacht), maar hij reageerde indrukwekkend genereus: ‘Tja, ik kan dat begrijpen, niets aan te doen hé.’ En toen is het allemaal begonnen. Zij wist wat ik voor haar voelde, zij kwam ook ontzettend goed overeen met mij. Ik wou mijn vriendschap met hem niet kwijt. Het resultaat: jaren van hunkering en twijfel, hoop en wanhoop, angst en miserie. Zij twee zijn al die tijd samengebleven, maar ik heb met haar ook mijn momenten gehad. En één keer zijn we zelfs met zijn drieën op reis gegaan. Zij samen in één tent, ik in de tent naast hen. Op het einde liep ik gewoon krom van al die ingehouden emotie en geilheid. Vreselijk was dat. Zoveel liefde voelen en die niet mogen geven, dat is verschroeiend. Soms liep ik rondjes op mijn kot, tranen met tuiten huilend, een hele avond lang. Ik ging er echt aan kapot.

“En als de bom weer eens barstte, dan kwam ik naar de Schelde. Ik herinner mij bijvoorbeeld die keer toen ik haar een afscheidsbrief had geschreven. Heel pathetisch, maar op dat moment wel ontzettend oprecht: over wie hij en zij waren, wat ik voor haar voelde en dacht dat wij met zijn tweeën konden zijn. Maar dat ik begreep dat ze altijd voor hem zou kiezen. Ik heb die brief in haar bus gestopt en ik ben naar hier gekomen, exact naar deze plek. Zij wist dat ze me hier kon vinden en ze kwam mij achterna. Ze was bang dat ik zelfmoord zou plegen.”

Heb je dat ooit overwogen?

“Flirtend met het jonge Werthergevoel heb ik in mijn ouderlijk huis weleens met de radio boven het bad gezeten. Maar ik zou het nooit gedaan hebben. Ik hield er wel van om even op te gaan in dat grootse gevoel. Daarom ben ik acteur geworden. (lacht) Nee, toen mijn vader riep dat ik naar beneden moest komen omdat het eten klaar was, heb ik de radio keurig teruggezet. En klaar.”

En hoe is het dan afgelopen, dat verhaal met dat meisje?

“Die ene keer bij het water is er uiteindelijk geen afscheid genomen. Het was gewoon een rondje in de boksmatch. Zo zijn er tientallen confrontaties geweest, en elke keer gingen we door. Weer wat nieuwe hoop, nog een keertje proberen. Ik kon haar niet loslaten. En dan, opeens, van het ene moment op het andere, was het echt genoeg geweest. Ik kon niet meer, ik was kapot. Ik ben naar haar toegegaan en ik heb gezegd dat ik er klaar mee was. Ze voelde dat het menens was, die keer. Twee weken later is ze terug naar haar land verhuisd, het was geen Belgische. En nog een tijdje later was het ook uit tussen haar en die vriend. Hij en ik zijn tot op vandaag nog altijd maten.”

En jij, daarna?

“Ik had het toen wel even gehad met de liefde. Vijf jaar lang heb ik genoten van het vrije leven. Plastischer uitgedrukt: ik heb rondgepoept. (lacht) Het ging mij louter om de verovering, ik gaf alles wat ik had en dan was het heerlijk als het lukte. Ik ben altijd eerlijk geweest tegen die meisjes. Tot er eentje kwam die zei: als ’t maar voor één keer is, hoef je niet binnen te komen. En ik kreeg ondertussen ook wel weer zin in een gerichte vorm van genegenheid. Met dat meisje ben ik twee jaar samen geweest. Maar uiteindelijk bleken we toch niet voor elkaar gemaakt. En toen kwam Ariane. Met haar is het al tien jaar totaal top. Nu ja, een gezin met drie kinderen, dat is natuurlijk ook keihard werken, maar ik vind het super om met haar te leven.”

Wat voor een vrouw is Ariane?

“Het is een toppertje. Een supersterke vrouw. Heel open en echt. Zeer geestig ook, we lachen ontzettend veel samen. Ze is onverzettelijk en geweldig gevoelig, een tedere vrouw met een ongelooflijk rechtvaardigheidsgevoel. We komen in ontzettend veel dingen overeen, we waren niet voor niets al jarenlang vrienden voor we een koppel werden. Verder is het ook nog een zeer geile, blonde stoot, da’s meegenomen. (lacht) En die heb ik gewoon keihard aan de haak geslagen. Niet te geloven.

“Ik denk dat wij veel geluk hebben met onze relatie. Wij kunnen totaal onszelf zijn bij elkaar. We slagen erin om te evolueren zonder elkaar kwijt te spelen. En het blijft spannend. Het zou waanzin zijn om te zeggen: wij zijn voor elkaar geboren, bij Ariane blijven tot het einde van mijn leven is mijn levensdoel. Je weet nooit wat er gebeurt. Maar het leven met zijn tweeën gaat ons wel verdomd gemakkelijk af. Een mens komt in zijn leven zoveel andere vrouwen tegen, en nog nooit heb ik er eentje leren kennen waarvan ik dacht: een leven met jou zou beter zijn. Hoerenchance is dat. Chance die veel van mijn vrienden niet hebben. Maar ook daar gaan zij goed mee om: ze zien de realiteit onder ogen en ze ondernemen iets. Als het nodig was, zou ik dat ook doen.”

Je leeft bewust aan een hoog tempo.

“Ja, dat vind ik heerlijk. In de auto springen, spotje gaan inspreken, onderweg telefoontjes plegen, naar de repetitie rijden, ondertussen nog wat eten kopen, dan thuis voor mijn vrouwen koken, ’s avonds nog op stap... Die intensiteit wil ik, en ik vind het zwaar kicken dat ik dat nog altijd kan volhouden. Sommigen duiden mij die brede en grote goesting zeer ten kwade. Reclame doen, bijvoorbeeld, dat mag nog altijd niet van sommige artiesten. Maar ik beleef er echt plezier aan. Je ontmoet mensen uit de businesswereld en je komt te weten hoe zij denken, hoe ze vinden dat hun product vertaald moet worden. En ik mag mijn bijdrage leveren. Zeer prettig. Je doet je ding, je vertrekt met de cash in de pocket, en dan op naar het theater en lekker aan kunst doen. Da’s toch een rijk, swingend leven?”

Als er iets is wat bijna alle artiesten gemeen hebben, dan is het wel hun grote drang naar vrijheid. Betaal je daar soms ook de rekening voor?

“Ik denk dat echt grote kunstenaars totaal en rigoureus voor hun kunst gaan, omdat ze dat toch het allerbelangrijkste vinden. Maar dat kan ik niet. Ik geef me echt voor elk project, maar ik moet óók heel regelmatig checken hoe het op het thuisfront zit. Dat kan en wil ik niet anders.”

Heeft het vaderschap dat teweeggebracht? Heeft dat jou veranderd?

“Ja. Als je kinderen krijgt, brengt dat ook een diepe vorm van verantwoordelijkheid met zich mee. Niet dat die mij heel erg belemmert in mijn doen en laten. Maar als ik nu wegga tot een gat in de nacht, aanvaard ik wel dat ik evengoed om zeven uur op moet. Ik ben ook kwetsbaarder geworden, want je bent zo kwetsbaar als zij zijn. En tegelijk heb ik ontdekt dat er een kolerieke man in mij zit. Soms ben ik echt doodmoe, en vroeger crashte ik dan lekker in de zetel. Maar het hotel kinderen blijft altijd doordraaien, dus ga je maar door. Tot de grens echt bereikt is, en dan ben ik een vulkaan die ontploft. Het duurt nooit lang, en ik ben er achteraf oprecht ongelukkig over. Dan put ik mij uit om het goed te maken tegenover de kinderen. Dat kost soms wat moeite, maar uiteindelijk zwichten ze wel weer. Ze kennen dat ondertussen van mij.”

Zijn er nog kanten van jezelf waar je wat tegen moet vechten?

“Als ik van iets overtuigd ben, kan ik enorm doordrammen. Ik blijf maar insisteren, in de hoop dat ik anderen kan overtuigen van mijn gelijk. Dat kan een kracht zijn, maar als ik in een repetitiekot zit met andere keikoppen, is dat soms gewoon bloedirritant, besef ik. Maar al bij al leef ik in grote vrede met mezelf. Dat heb ik altijd gehad, een soort rust van: het komt wel goed met mij. Ik heb me eigenlijk nooit kunnen voorstellen dat er een versie van het leven mogelijk was die mij had kunnen frustreren, tenzij ik natuurlijk geveld zou worden door een ernstige ziekte ofzo. Daar heeft geen mens enig verweer tegen.”

Toen je toegelaten werd tot Studio Herman Teirlinck kon je je niet voorstellen dat je ook een acteur kon worden die vaak zonder werk zou zitten?

“Nee, ik ben daar nooit bang voor geweest. Het is misschien gruwelijk om te zeggen voor de onrustige kunstenaar die ik geacht word te zijn, maar ik ben eigenlijk echt tevreden. Ik probeer het zo te regelen dat elke dag een goeie dag is. Dat vraagt wel wat werk, maar dat gaat mij behoorlijk goed af.

“Die overtuiging heeft niet alleen met zelfvertrouwen te maken, maar ook met attitude, denk ik. Stel: over twee jaar word ik niet meer gevraagd voor films, wel, dat zou mij totaal niet kunnen schelen. Ik was voordien al waar ik wilde zijn.”

Maar dat zijn toch twee verschillende dingen: leven zonder iets dat je tot dan toe ook nooit hebt gekend, of iets hebben dat je wordt afgenomen en daarna verder moeten.

“Da’s waar. Pas op, ik vind filmen zeer fijn, en ik ben dankzij film al geweldige mensen tegen het lijf gelopen. Maar toch denk ik echt dat ik ook zonder zou kunnen. Ik ben een speler. En dat kan ik ook zijn in het theater. De status en de aandacht die tv en film met zich meebrengen, dat is toch oninvulbaar. Te groot en te abstract om er zelf iets mee te kunnen. Dat doet mij dus ook niets. Echt niet. Ik heb meer dan eens gezegd dat al die prijzen mij in wezen gestolen konden worden. Vrienden van mij vonden dat naar pedanterie ruiken, maar het is écht zo. De grote beloning zit ’m in de kansen die ik krijg om mee te doen met mooie projecten. En een bos bloemen en een feestelijke avond, da’s leuk, maar ik ben ook een beetje gegeneerd dat iemand als ik - een speler die voor het grote publiek nog maar net komt piepen - zo bejubeld wordt.

“Ach, ik ben even the new kid in town, dat kan ik geweldig relativeren. Ik zal ongelooflijk content zijn als ik tot op mijn oude dag mag blijven zoeken naar de beste manier om een verhaal te vertellen. En zelfs als dat niet zou lukken, dan komt er wel weer wat anders.”

Kun je je voorstellen dat je nog een fundamentele bocht maakt in dit leven?

“Ik mijmer daar weleens over. Wat als het noodlot toeslaat en door een ramp - een verkeersongeval of zoiets - wordt mij alles afgenomen wat ik heb, wat zou ik dan doen? Ik denk dat ik dan zou proberen om mij in te schrijven aan een Amerikaanse universiteit, om daar assistent te worden van een natuurkundige bolleboos. Een leven in functie van het ontrafelen van de mysteries in dit leven, dat lijkt me nog wel wat.

“Ik ben erg gefascineerd door natuurkunde. Ik lees er vaak boeken over. Wist je bijvoorbeeld dat wij maar een fractie van onze hersenen gebruiken? Hoe komt dat, en hoe zouden we dat percentage kunnen verhogen? Zulke vragen boeien mij mateloos. In die mate zelfs dat ik er volgend seizoen een stuk over ga schrijven voor de Kakkewieten. Ik heb het bizarre gevoel dat ik dat kan. Na zoveel toneelstukken te hebben uitgebeend tot op het bot, wil ik het zelf eens proberen. Ik ga er twee maanden voor uittrekken, en ik wil dat het echt steengoed wordt.”

Om nog even terug te komen op al die lof, is het soms niet wat lullig tegenover je vrienden-collega’s dat jij degene bent die alle media-aandacht krijgt als jullie samen iets maken? Dat jij degene bent die moet kiezen tussen te veel aanbiedingen, terwijl andere goeie acteurs soms maanden geen werk hebben?

“Ik heb ontzettend goeie vrienden, en wij lachen daar hartelijk om. Zij weten ook hoe de media werken. Soms staan er fouten in de kranten, dat is wel vervelend. Toen we bijvoorbeeld in juni met Lazarus in première gingen met Oblomow, schreven ze her en der: ‘Koen De Graeve en kompanen doen na vier jaar weer eens iets’, terwijl dat gezelschap zonder mij al jaren fijne projecten maakt. Tegelijk zijn zij de eersten om er een lolletje van te maken. Ze hebben bijvoorbeeld pontificaal op de posters van Oblomow gezet: ‘met de beste acteur van Vlaanderen’. Da’s een manier om het gegeven én onszelf te tackelen.”

Die zelfhumor pleit wel voor jou, vind ik.

“Het was niet mijn idee. Toen een van de gasten dat tijdens een repetitie opperde, heb ik er hartelijk om gelachen. Bleek een paar weken later dat ze dat écht op de affiche wilden. Ik heb daar mee in mijn maag gezeten. Opeens word je een merknaampje, en dat ging voor mij even voorbij de mop. Maar zij vonden het zo geestig, dat ik het ook niet wilde tegenhouden.”

Dus helemaal ongevoelig ben je er toch ook niet voor?

“Ik probeer er allemaal zo weinig mogelijk over na te denken, echt waar. Natuurlijk is het top om gewaardeerd te worden, dat vervult je van kop tot teen. Maar vroeger apprecieerden ze mij ook. En vroeger kwamen er ook al wildvreemden op mij afgestapt, na een theatervoorstelling dan, om te zeggen dat ik iets voor hen had betekend. Maar ik doe mijn best, meer niet. En de magie is het samengaan van het spel van de acteurs en het stuk en het scènebeeld en de chemie van die avond. Als ik al een kracht heb als acteur zit ’m dat in hoe gemakkelijk ik het er allemaal doe uitzien, denk ik. Tenminste, dat hoor ik vaak van mensen. En dat klopt misschien wel. Als mijn motor eenmaal is aangeslagen, gaat het allemaal redelijk vanzelf.”

En hoe ga jij om met mislukkingen?

“Ik kan er niet tegen, en daarom aanvaard ik ze ook niet. Over mijn lijk, die houding. In theater blijf ik zoeken, desnoods tijdens de tournee, ik zie altijd nog wel een mogelijkheid om er toch iets van te maken, dat is sterker dan mijzelf. Bovendien zijn mislukkingen in de kunsten altijd relatief. Je creëert iets, en elke toeschouwer maakt zijn eigen verhaal. Het gebeurt dat je zelf niet blij bent met een stuk, en dat een deel van het publiek het toch mooi vindt.

“Natuurlijk is het niet prettig om op tournee te gaan met een voorstelling waar je zelf niet tevreden over bent. Soms blijkt het materiaal gewoon echt niet sterk genoeg, soms raak je de weg kwijt. Dat is keihard. Dan is het enige wat je nog overeind kan houden dat je als groep samenklit.”

Ik stel me voor dat dat tegelijk de charme én de kloterij is van het beroep: je bent altijd afhankelijk van de groep.

“Voor mij is dat de absolute drijfveer. Ik functioneer het best met mensen om mij heen. Alleen dan kan ik mij helemaal gelukkig voelen. Ik ben altijd omringd en omarmd geweest. Vroeger al, we waren thuis met zes kinderen. En ik blijf dat opzoeken. Ariane is nu een weekje weg met onze dochters, en dan betrap ik mezelf erop dat ik me eigenlijk niet kan ontspannen. Ik zet de televisie op om even naar de koers te kijken, en dan merk ik opeens dat ik na een kwartier nog altijd gewoon rechtsta in de woonkamer. Zo erg is het. (lacht)”

En hoe functioneer jij in groep?

“Ik ben de humeurchecker. Ik zie snel hoe mensen zich voelen en als er een probleem is, dan wil ik dat mee oplossen. Het moet altijd fijn zijn in de groep. Nog erger dan een productie die mislukt, is een bende acteurs waar het slecht mee gaat. Ik kan niet tegen mensen die teren op conflict, maar om ervoor te zorgen dat we met zijn allen weer op het juiste spoor raken, is er geen discussie die ik uit de weg wil gaan. Irritatie en wrevel laten smeulen en sudderen tot alles onmogelijk wordt? Not on my watch. Ik denk dus wel dat ik een echte leider ben. Vroeger ook al. Als de lessen ontregeld moesten worden, stond ik op de eerste rij. Ook al omdat ik een heel impulsieve jongen ben, denk ik.”

Ben je eerder nuchter of emotioneel?

“Er zit iets in de genen van de De Graeves: als het heet wordt onder onze voeten, dan veranderen wij in de meest koelbloedige, rationele wezens. Dat is handig. Wij kunnen allemaal goed met stresserende of lastige situaties omgaan. Verder ben ik heel gevoelig en weekhartig, denk ik. Maar zelfs als er dingen keihard binnenkomen, kan ik me daar ook vrij snel weer overheen zetten.

“Ik ben al bij al een vrij stabiel mens. Da’s ook makkelijker als je niets hebt om je over te beklagen. Ik leef gewoon ontzettend graag. Ik ben van dichtbij geconfronteerd geweest met de dood, en sindsdien besef ik des te meer hoe easy dit leven is, hier, voor ons, in dit deel van de wereld waar we alles hebben. En natuurlijk is het een lastige gedachte dat er een dag komt waarop we alles moeten afgeven. Maar de enige remedie is je totaal onthechten, en zo kan en wil ik niet leven. Ik hecht mij aan alles. Dan doet het maar verschrikkelijk veel pijn als ik ooit op een bewuste manier uit dit leven moet stappen.

“Ik wil bovenal intensiteit. Bij mij stormt het altijd vanbinnen. Ik kan dagen, weken, maandenlang surfen op al die grote golven van energie die in mij zitten. Tegelijk kan ik ook de dagen voorbij laten gaan en totaal relaxen. Maar beide opties zijn intens. Dat is toch de sleutel, vind ik. Meer dan vrolijk of triest. Kijk naar de extreme momenten in dit leven, daar zit vaak die dubbelheid in van vreugde en lijden. Neem de geboorte van mijn kinderen. Een ongelooflijke ervaring vol grote blijdschap. Maar tegelijk was ik zeer content dat ik het niet moest doen. Hoe de dames daarvoor moeten afzien... En onvoorstelbaar, nadien zijn ze bereid om het allemaal nog een keer te doen, en nog eens. Of een ander voorbeeld: de dood van mijn moeder. Dat was niet alleen verschrikkelijk pijnlijk, maar ook bevrijdend. Ze is gestorven na jarenlang keihard te hebben gevochten tegen kanker. Ze was op, ze kon echt niet meer. En toen zei ze: het is goed. Ze heeft opgegeven met ongelooflijk veel goesting, omdat ze blij was dat ze mocht stoppen. Begrijp je?”

En de machteloosheid die inherent is aan dit leven, heb je daar last van?

“Die voel ik toch scherp aan. Ook op kleine schaal. Dat je in de file staat en denkt: nu zouden jullie eens moeten weten hoe hard ik op die plek moet zijn. En als je toch iemand rechts ziet voorbijrijden, zin hebben om zo’n auto met twee vingers op te tillen en weer tussen de andere te plaatsen. Tegelijk bedenk ik dan: misschien moet die persoon ook heel hard ergens zijn.

“Maar verder vecht ik zoveel mogelijk tegen de machteloosheid. Ik geef mij niet graag gewonnen. En ik streef altijd naar het beste. Dat is onontkoombaar frustrerend, dat weet ik. Ik zou zo graag de supersnaar-theorie helemaal snappen. En ik zou doodgraag vijf seconden sneller kunnen lopen dan Usain Bolt, en ik zou graag een seksgod zijn en ik zou graag alles kunnen doen wat in mij opkomt. Maar dat is dan weer het zalige aan ons beroep. Soms kan ik op een scène gewoon doen alsof dat ook zo is. Waarschijnlijk ben ik vooral daarom acteur geworden. (lacht)”

Een zomer lang gaat Zeno mensen opzoeken in hun ‘zomernest’. Een plek waar ze ontsnappen aan de waan van de dag, waar ze nest maken in de zomer. Vandaag deel 4: Koen De Graeve aan ‘zijn’ Schelde

Koen de graeve aan de Schelde

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234