Donderdag 21/01/2021

Van Zuregemtot Zoetegem

Acht maanden toerde Filip Rogiers door Vlaanderen en bracht daar om de andere dag verslag van uit in de rubriek 'Buurtpatrouille'. Overal zette hij een roze bril op, om ook in het verlies de winst te zien. Veel bezinksel bleef evenwel zeuren in zijn hoofd. Dat mag er nu eens uit. 'Vlamingen hebben overal en altijd te veel fantasie en te weinig verbeelding. De stad heeft haar legenden, het dorp zijn mythen. En die zijn, zoals de praat aan de toog, beperkt.' Zeven onaffe, onvolkse lessen uit een 15.000 kilometer lange tocht van Oostende tot in Lanaken.

Filip Rogiers / Foto Filip Claus

'Meneer Palomar probeert nu zijn observatiegebied te beperken; als hij een vierkant in gedachten houdt van ongeveer tien meter strand bij tien meter zee, kan hij een inventaris opmaken van alle golfbewegingen die zich daar met verschillende frequentie herhalen binnen een gegeven tijdsspanne.'

WANT HET NIEUWS IS HET NIEUWS NIET

Er is die scène uit Bowling for Columbine, van Michael Moore, die meer zegt over journalistiek dan een boekenplank vol vaklectuur. Op een strook van 10 meter voor een schoolpoort in een Amerikaans slaapstadje verdringen zich tien cameraploegen. Ankermannen en -vrouwen nemen hun vierkante meter in, zoals op de stoep voor het Witte Huis. Hier is een drama gebeurd, onmiskenbaar. Hier ligt nieuws te rapen. In deze school heeft een kind van zes jaar een leeftijdsgenootje neergeschoten. Een nieuwsflash duurt gemiddeld 15 seconden. Elk mensenleven een veelvoud daarvan. Zelfs in je eigen familie, straat, dorp, wijk of stad heb je een leven nodig om een centimeter dichter bij de ware toedracht van de feiten te komen. Michael Moore loopt een blokje om. En nadert daar quasi-achteloos de waarheid over het leven in dit Amerikaanse slaapstadje.

Wat is correcte journalistiek? Evident, als iets zich afspeelt in Zuregem, moet je het niet over Zoetegem hebben. En als er drie schoten gelost werden, zijn dat er geen vijf. Maar verder? Wat is nieuws? Er zijn feitelijke gebeurtenissen: een bom die ontploft, een verkiezingsuitslag, een straat die wordt opgebroken in het kader van stads- of dorpsvernieuwing, een politicus die een brief verstuurt waarin hij zegt dat hij 'iets voor de mensen doet'. En verder is er vooral geschiedenis. Die komt niet, zoals de feiten, met schokken. Die golft. Het is moeilijk om dat van dag tot dag te registreren. Je kunt er niet vooraf een afspraak voor regelen. Zoek, en je vindt niet.

Een gesprek in Vlaanderen:

- "U bent van de krant? Is er iets gebeurd in het dorp? Een brand? Dat zal een vergissing zijn, meneer. U moet waarschijnlijk een straat verder zijn. Daar woont die meneer die vorige week in Jambers is geweest."

- "Nee meneer, daar moet ik níét zijn."

Zoek een omweg, blijf praten. Over wat mensen doen of niet doen. Dan blijkt dat ze allemaal in het nieuws hebben gezeten. In de statistieken van de veranderende samenleving. Nergens leerde ik meer over Vlaanderen anno 2003 dan op plaatsen waar 'niets' gebeurde. Tachtig krantenstukjes daarover geschreven, zonder nieuws. Golfjes. Impressies. Soms met een al te losse pols.

DE TOOG IS NIET HET HELE VOLK

Brief van lezer P.V.H., Antwerpen: "Ik kom ook wel eens onder de mensen. Op café dus. En dat we altijd moeten luisteren, en niet hooghartig moeten zijn, en met de mensen moeten praten. Ik probeer dat. Maar ik maak toch andere dingen mee dan jij. Scène 1: dat het geen toeval is van Freya Van den Bossche, en van Maya Detiège, en van Hilde Claes, en van Bruno Tobback. En als ik dan voorzichtig iets zeg over Marijke Dillen willen ze op mijn smoel slaan. Gelukkig had ik mijn hond bij. Scène 2: en dat ze die 'neger' met zijn horloges in zijn gezicht spuwen, en dat ik probeer tussen te komen, en dat ik ook op mijn muil krijg. Ik had mijn hond toen níét bij. (...) Ik word daar triestig van. En ik doe mijn best hoor, ik ga met die mensen in discussie. Maar jouw empathie gaat me te ver. Waar eindigt empathie en waar begint verzet?"

Lezer heeft gelijk, ook als hij ongelijk heeft. Wie golfjes samenleving wil registreren, gaat het best niet (te veel) op café.

Vergeet de mythe van de straatjournalistiek, vergeet vooral de wijsheid van de toog. "Wat u vertelt op De zevende dag moet direct worden begrepen door de man aan de toog", zo leren mediatrainers aan politici die hun smoel niet mee hebben en - help! ik moet op televisie! - door hun partijvoorzitters naar een 'Koken met Bracke & Crabbé'-cursus worden gestuurd.

Communicatieconsulenten lullen over de man aan de toog, voor een honorarium waarmee meer dan één vat per avond kan worden gestoken. 'Buurtpatrouille' heeft de kroeg vermeden. Wie één toog in Vlaanderen heeft gezien, zag ze allemaal. De tooghanger is een gekloond soort Vlaming. En de kijk op mens en wereld is navenant eng, de waaier van gespreksonderwerpen een spel met eendere kaarten. Kluivers troef.

Vergeet de representativiteit van de meningen die door de bodem van het bierglas komen. De enige interessante kroegen in Vlaanderen zijn de bruine. En die zijn, door de toenemende Vlaamse ziekte die tavernitis heet, met uitsterven bedreigd. Zoals Café Den Egalitée in Rijkevorsel. Waar schrijver Leo Pleysier verzuchtte: "Ik kan ze niet meer zien of lezen, al die programma's die ons willen doen geloven dat de stem van de toog de megafoon is van de samenleving, het leven gelijk het leven is. Het doet mij denken aan die journalisten die in Soedan tijdens de rit van de luchthaven naar hun hotel een praatje slaan met de taxichauffeur, en dan denken dat ze het land hebben gezien."

De jongste jaren heeft nog een andere, meer georganiseerde variant van tunnelvisie toegeslagen in Vlaanderen. Geen gehucht, geen bedrijf, geen vereniging of school zo klein, of het heeft tegenwoordig allemaal een 'woordvoerder'.

Kom je in Gent, wijk Moscou. Daar is een knooppunt van de spoorwegen. Sla je een praatje met spoorwegarbeider André. Welgeteld een uur later krijg je een telefoontje van de persdienst van de NMBS, Brussel. Dat ik voor alle informatie terechtkan op de website! Dat ik schriftelijke toestemming moet hebben om te vragen aan André hoe het met hem gaat.

Zoek een omweg, begin over het weer desnoods.

Vlaanderen is vergeven van het mediatiek 'professionalisme' dat de waarheid verder zoek maakt dan ooit. Tot in Zoetegem toe (of was het Zuregem?) wil men de pers 'ter wille' zijn. Een echte pest is dat. Al die praatjesmakers die zich op hun vierkante meter spin doctor wanen. Ach, de media - wij dus - hebben ze ook zo gekweekt natuurlijk. Boer Charles heeft allang een woordvoerder, een agent.

Antwerps burgemeester Patrick Janssens kondigde deze week in Knack aan dat er in de administratie van zijn stad een "eenheid 'marketing en communicatie'" zal worden opgericht. Journalisten én lezers, let op uw zaak. Politici willen in Vlaanderen 2003 zozeer gezellig bevonden worden dat er een dictaat van smileys dreigt.

Hallo, Steve, lees je dit mee? Ik mag u tutoyeren toch? Het staat zo in uw stijlboek. Wel, Steve: er is een verschil tussen optimistisch en constructief realisme enerzijds, en beate blindheid anderzijds. Als je het echt goed voorhebt met 'de mensen', belazer ze dan niet. Zelfde les voor lezer Guy V., Gent, tweede verblijf: Brussel, Wetstraat 16.

De vuist van de censuur dient zich in deze vrije en blije wereld elke dag een beetje meer aan in een fluwelen handschoen. Het heet vandaag onschuldig: pr.

Beste collega's van de Raad voor de Journalistiek, leest ook u mee? Het recht op vrije nieuwsgaring wordt dag na dag een beetje meer beknot in dit land. Niet door grote, zichtbare feiten, wel ter hoogte van elke Dorpsstraat in dit land. Sluipend, zoals dat met golfjes en geschiedenis gaat.

ODE AAN DE NUTTIGEN

Mens: zoogdier, bestaande uit 75 procent water en verder veel bot en kraakbeen, 1,73 vierkante meter huid en een handvol grijze cellen. Neigt soms naar een eigen mening. Ook in Vlaanderen tiens.

Als je niet beter zou weten en je bekijkt het vanuit de Wetstraat maar ook vanuit menig gemeente- of stadhuis, dan lijkt de bevolking beperkt tot enkele statistische categorieën. Zij die iets hebben op de bank, en zij die dat niet hebben. Zij die doorgeleerd hebben, zij die dat niet hebben gedaan. Zij die lid zijn van partij of ziekenfonds, zij die zonder stand zijn. Wist u trouwens dat, toen Steve Stevaert in 1999 en stoemelings de Vlaamse regering inrolde, een van zijn eerste eisen was om bevoegd te mogen zijn voor alles wat in Vlaanderen met statistieken en dus bevolkingsgegevens te maken had? Een feit.

Voor een politicus is de man in de straat een goede burger als hij voor hem of haar stemt. A la limite. Doet hij dat niet, dan is het een zure burger, een klager. Of een intellectueel.

Er zijn in Vlaanderen evenwel heel veel Vlamingen die in geen van die categorische fuiken zitten. Er is nogal wat kritische massa in Vlaanderen. Mensen die vanuit hun straat of wijk heel wat werk verzetten om - en cynici slaan nu het best de volgende paragraaf over - de wereld een beetje beter te maken. En ze zijn daar verre van naïef in, zonder dat het iets met scholing te maken heeft. Ze zijn echt wel in staat om daarbij verder te kijken dan de eigen achtertuin. Ze weten dat het kijk- en luistergeld niet is afgeschaft op het moment dat de afschaffing wordt aangekondigd. Ze voelen het als gemeente of stad hen raadpleegt over een dossier als de beslissing eigenlijk al genomen is. Ze vinden dat de lokale journalistiek te dicht bij de plaatselijke belangen en hun pr-machines staat. En de nationale media te ver van hun straat, hun beleving, de ware toedracht. Want kan het ook anders? Nooit zal de dagjestoerist de Noordzee kennen zoals de garnaalvisser. Ook zo gemengd staan ze tegenover de politiek. Ze zijn niet a- of antipolitiek, maar ze hebben wel veel inzicht in en ook wel begrip, zij het meewarig, voor de beperkingen van de politiek, hoe het nu eenmaal noodwendig werkt in gemeente- en stadhuis. Gekleurd, verkaveld.

Soms past de lokale politiek zich daaraan aan. In Leopoldsburg bijvoorbeeld. Niet dat de politici dan meelopers worden, integendeel. Ze staan er mee in de voorhoede van een veranderende democratie. Klinkt zwaar, maar het is gewoon dag aan dag werken, zich naar best vermogen nuttig maken. Links en rechts wat bijschaven, de besluitvorming iets participatiever maken, en daardoor ook representatiever.

Fijn Vlaanderen is dat om in te wonen, om burger in te zijn. In zo'n Vlaanderen zit je gráág in de statistieken.

DRUMMEN VOOR EEN PLEKJE ONDER DE ZON

En toch, alles welbeschouwd, hoezeer de ettelijke actiecomités en actieve burgers in Vlaanderen ook gelijk mogen hebben, ze botsen op muren. Ruwweg 70 procent van de actiecomités is in Vlaanderen bezig met ruimte.

Gesprek in Vlaanderen:

- "In Zuregem schakelen ze over op biologische landbouw. Er wordt daar een groot complex neergezet. Voor de paprikateelt."

- "Eindelijk, biologisch."

- "Maar wel zonder bouwvergunning. Dan moet je weten dat dit het bedrijf is van de burgemeester van Zoetegem, die in zijn eigen gemeente niet aan een vergunning geraakt. Maar in Zuregem steekt het niet zo nauw."

- "Hier gooien ze mooie herenhuizen tegen de vlakte voor appartementen."

- "Dat is spijtig."

- "Dat is goed, zoveel mensen hebben nood aan een woonst. Waar zoudt gij ze steken?"

- "In Zuregem tiens."

- "Daar zijn de liberalen aan de macht. En die pleiten voor het behoud van het volkse karakter van het dorp. En dus geven ze daar geen vergunning om huizen van negentienhonderd-stillekes tegen de vlakte te gooien."

- "Daar zijn wij voor."

- "Maar ook tegen eigenlijk."

Van Aarschot tot in Zarlardinge en van Brugge tot Vloesberg, aan de taalgrens. Wij willen wonen, en we hebben gelijk. Wij willen boeren, en we hebben gelijk. Wij willen uitbreiden en jobs creëren, en wij hebben gelijk. Wij willen een extra dok voor de haven, en wij hebben gelijk. Wij willen bidden in Opgrimbie, en wij hebben gelijk. Wij willen een boom, kleine leeuwenklauw, fluitenkruid, wondklaver, zandraket, bosklit, bevers in de Dijle en jachtvelden voor de vleermuizen, en wij hebben gelijk. Wij willen allemaal in de krant, en wij hebben gelijk. Maar zelfs al maak je de democratie iets participatiever, Vlaanderen blijft 13.522 vierkante kilometer klein.

'Hoe dan ook, meneer Palomar verliest de moed niet en hij gelooft telkens dat hij erin geslaagd is alles te zien wat hij kon zien vanuit zijn observatiepunt, maar dan doet zich steeds weer iets voor waar hij geen rekening mee had gehouden. Als hij niet zo ongeduldig was geweest om een volledig en definitief resultaat met dit kijkwerk te behalen, dan zou het kijken naar de golven een zeer ontspannende oefening voor hem zijn en zou het hem kunnen redden van zenuwcrises, hartaanvallen en maagzweren. En misschien zou het de sleutel kunnen zijn tot de beheersing van de complexe structuur van de wereld, door haar terug te brengen tot het meest simpele principe.'

HET DORP IS DE STAD IN HET KLEIN

In 1978, het Jaar van het Dorp, had elk dorp behalve een kerk en enige cafés een beenhouwer en een bakker. Voor méér moest je in de stad zijn, of langs de provinciale expreswegen. Voor meubelspeciaalzaken en auto-occasies, voor anoniem wonen ook. Sindsdien is in Vlaanderen geruisloos elk dorp een beetje stad geworden. Kapsalon Noëlla en Marion heten nu 'beauty centers'. Elk dorp heeft zijn Chinees, pizzeria en pita- of shoarmabar. De slager, die nog altijd hetzelfde gehakt verkoopt als in 1978 (minder goed zelfs, industriëler), spreekt een gevelschilder aan, die zich tegenwoordig 'decorateur' noemt, en laat 'Delicatessen' of 'Traiteur' op zijn vitrine schilderen. De lokale drukker noemt zichzelf 'Publiciteitsbureau, Voor Al Uw Promoties En Reclame', al drukt hij nog altijd voor 90 procent dezelfde aankondigingen van geboorte, huwelijk en dood. En appartementen maken vandaag net zozeer deel uit van het dorps- als het stadslandschap.

Die evolutie is niet slecht als ze meer comfort brengt voor mensen die de gezondheid of de middelen missen om mobiel te zijn. Het is wel kwalijk als het is om de kluit te bedriegen, om stadsprijzen te vragen. Het is niet slecht als het ook iets meer stedelijke 'waarden' naar het dorp brengt. Cultuur en politiek. Vroeger moesten minder gegoeden rond de kerktoren hun schande in stilte dragen. Nu heeft elk dorp zijn actieplan voor kansarmen. Elk dorp ook zijn schepen van Ontwikkelingssamenwerking. Elk dorp zijn cultuurcentrum waar de plaatselijke Toneelmaatschappij Excelsior niet langer uitsluitend Tien kleine negers van Agatha Christie opvoert, maar ook Dario Fo. En waar behalve de lokale Big Bill ook Raymond en wereldmuziek de revue passeren. Nu begint het in elk gemeentehuis door te dringen dat mondigheid van de burger geen stedelijk 'probleem' alleen is. En dat het, zoals in de stad, ook in het dorp een 'uitdaging' kan zijn.

ZENUWCRISES, HARTAANVALLEN EN MAAGZWEREN

Ook de onveiligheid is gedemocratiseerd in Vlaanderen. Of dan toch het gevoel. En het wantrouwen, de ongastvrijheid. Waar nieuwe bewoners in de wijk komen of waar een oud gebouw een nieuwe bestemming krijgt, regeert achter vele gordijnen de angst of gewoon de balorigheid. Overal in Vlaanderen zien veel burgers het einde van het avondland opdoemen. "Het wordt nooit meer zoals vroeger." Vlamingen hebben overal en altijd te veel fantasie en te weinig verbeelding. De stad heeft haar legenden, het dorp zijn mythen. En die zijn, zoals de praat aan de toog, beperkt. Iedereen heeft van horen zeggen dat in het leegstaande huis aan de rand van dorp of steenweg een sekte komt. Of een bordeel. Het grootst is de vrees voor het onbekende, de vrees voor verlies op die plekken waar het goed het schamelst is. De tuintjes met kaboutertjes. En al een geluk dat je geen gepigmenteerde huid hebt of je had zo een politiecombi achter je aan. Vlamingen zijn honden soms, ze grommen hun territorium bij elkaar.

Er is een Vlaanderen, groter dan zijn 13.522 vierkante kilometer en zijn ruim vier miljoen stemgerechtigde kiezers, dat voor het Vlaams Blok gemaakt lijkt. Al is het omgekeerde misschien juister: het Vlaams Blok heeft dit Vlaanderen naar zijn eigen beeltenis gemaakt. Vanuit de politieke catacomben. Want het is daar dat die Vlamingen in hun dagelijkse beleving ook zitten: náást de politiek, náást de media. Allemaal zitten ze ernaast. Alleman malcontent.

Er is een Vlaanderen dat elke dag gaat werken, immer in de weer is met verplaatsing. En daar zeer ongelukkig van wordt. Er is een Vlaanderen dat van huis naar markt of winkel wandelt of fietst en dan verder de dag doorkomt zoals de vorige en de volgende. En daar zeer ongelukkig van wordt. Er is een Vlaanderen dat geen aandelen heeft. En daar zeer ongelukkig van wordt. Er is een Vlaanderen dat aandelen van Lernout & Hauspie in een kalfsleren portefeuille had. En daar zeer ongelukkig van werd.

Het is geen toeval dat er overal in Vlaanderen verenigingen zonder winstoogmerk het licht zien met namen als 'Centrum voor Levensbeschouwing en Zingeving' of 'Centrum voor Levenskunst, Ontspanning en Therapie'. Maar wie er tijd voor heeft, loopt zo'n vzw voorbij. Wie er geen tijd voor heeft, ook. En wie zo'n vzw begint, wordt op het einde van de volgende maand - als de facturen binnenkomen - ongelukkig van de lege stoelen in de stemmig ingerichte bezinningsruimte. Iedereen rijp voor de zelfhulpgroep uiteindelijk.

DE LIEFDE DAARGELATEN

Achtentwintigduizend scheidingen per jaar in Vlaanderen. Het gros daarvan in steden en aan de kust. Henri-Pierre, gewezen fregatkapitein in Oostende en zelf gescheiden, zei daarover: "In één generatie is de mentaliteit veranderd. De grote kentering was 1968. Toen zijn de mensen anders gaan leven. (...) Vroeger werd er te snel getrouwd. Nu trouwen velen toch nog, nadat ze jaren hebben samengeleefd. Dat is steviger."

Henri-Pierre mocht dat wel willen. Ook in Oostende ontmoette ik ervaringsdeskundige Ilona. De zestig voorbij, afkomstig uit Liverpool. Hoe zij neuriede: "All you need is love. It's eààsy". En hoe ze toen naar haar compagnon keek, en siste: "No, it is not of course".

Notities na een gesprek in Vlaanderen met een meisje van vijftig. Een BOM. "Het verschil tussen eerste en latere relaties? De relatie met de taal wordt losser. Je leert makkelijker te zeggen: 'Ik hou van jou'. Wat je ook zegt, je weet: de hemel valt niet naar beneden, de hemel breekt niet paradijselijk open. Er is geen filmmuziek bij. Je kunt dat afscheid van de romantiek noemen. Of erger. Word je oneerlijker op den duur? Niet noodzakelijk. Wel integendeel. Eerlijkheid is hoogmoed. Wie zegt: 'En nu ben ik eerlijk', bedoelt eigenlijk: 'Ik heb de waarheid in pacht'. Zo verdacht is dat als al die politici die hun zinnen beginnen met: 'Ik stel vast', zoals Jan Blommaert terecht opmerkte. Eerlijk duurt nooit lang. Want de golven en het strand, zo ziet meneer Palomar, zijn voortdurend in beweging. En elke dag kunnen dezelfde woorden iets anders betekenen. Zoals het water altijd hetzelfde is, maar toch altijd anders door het licht dat erin speelt.

Je neemt enige letters en je maakt er woorden mee. Je neemt enige woorden en je maakt er zinnen mee. Je zegt: 'Ik loop nog snel even naar de beenhouwer, pardon, naar de delicatessenzaak om de hoek.' Je kon ook zeggen: 'Ik zie je graag.' Of: 'Misschien zie ik je minder graag dan vroeger.' Het zijn dezelfde ademstoten, het is niets. Je moet eerst heel veel het een en het ander gezegd (of gedacht) hebben, om te weten wat woorden waard zijn."

De Vlamingen, het is een soms wel, soms niet samenwonend collectief. Een naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, want het is altijd de buur die is begonnen. Er is meer officieel institutioneel Vlaanderen dankzij de staatshervorming, 14.568 gestileerde leeuwtjes op de gevel van het Vlaams Huis in Hasselt (zie foto voorpagina), maar toch vormen we met z'n allen minder een verzameling.

Zo verandert dit land. Niet op de avond van de verkiezingen, maar in golfjes. Er wordt anders gewerkt, anders samengeleefd. Er wordt meer gedacht. Soms leidt dat tot iets meer gekanker, verzuring. Soms tot iets mooi, mooiers. De zuilen zijn weg, de Vlaamse samenleving doet aan celdeling. Ieder zijn eigen dromen en demonen, ieder zijn eigen waarheid.

Zet alle statistieken op een rijtje. Verzamel alle 'rauwe' informatie en eigenlijk weet je niets. Ach, de krant. Ze is en blijft, zoals collega Bernard Dewulf het hier onlangs schreef, de 'kroniek van onze dagelijkse schade'. De liefde daargelaten. Ik zet mijn tocht voort. Op zoek naar Zoetegem. Ik ben mijn eigen persdienst. Bent u nog mee?

'Je zou alleen je geduld niet mogen verliezen, iets wat weldra gebeurt. Meneer Palomar verwijdert zich langs het strand, even gespannen als hij gekomen was en nog minder zeker van alles.'

Citaten uit het boek 'Palomar', van Italo Calvino (verschenen bij uitgeverij Atlas, in de reeks 'De twintigste eeuw')

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234