Maandag 06/12/2021

Van zondaar tot heilige

Jarenlang werd in het Belgisch filmmilieu gesproken over een verfilming van het leven van pater Damiaan. Na een tijdje bleken er zelfs twee producties op stapel te staan, die steeds grootser leken te worden naarmate er meer geruchten de ronde over deden. Hoofdacteur David Wenham en scenarist John Briley over de versie van Paul Cox, die als eerste de eindstreep haalde.

Ludo Wijnen

Priesterkenner Stijn Coninx stond op het punt om Robin Williams in een soutane te hijsen maar telkens opnieuw liep zijn project vertragingen op. Productiehuis ERA Films was hem uiteindelijk te snel af, met een naar Belgische normen groot budget en klinkende namen op de affiche. De eigenzinnige Paul Cox nam de regie voor zijn rekening en kon voor enkele bijrollen een beroep doen op acteurs als Peter O'Toole, Derek Jacobi, Kris Kristofferson en Sam Neill. Tussen die internationale vedetten herinnert de aanwezigheid van Michael Pas, Dirk Roofthooft en Thom Hoffman ons eraan dat dit een Belgisch-Nederlandse coproductie is. De film wordt echter gedragen door iemand die minder bekend is in onze contreien: de Australiër David Wenham, die de titelrol voor zijn rekening neemt. In een gesprek, dat door middel van een videoconference op touw werd gezet, vertelt hij ons vanuit Sydney dat hij zich een beetje een buitenstaander voelde: "Ik was mij ervan bewust dat dit misschien wel de bekendste Belg aller tijden was, die nu door een Australiër gespeeld zou worden. Ik voelde dan ook een zekere verantwoordelijkheid ten opzichte van het Belgisch publiek om een zo goed mogelijke vertolking neer te zetten. Ik heb mij zeer grondig voorbereid, niet alleen door het lezen van massa's boeken maar ook door ter plaatse te gaan kijken in Hawaï. Als het aan mij had gelegen, was ik liefst nog eens langsgeweest in de geboortestreek van Damiaan (Tremelo, waar de pater in 1840 geboren werd als Jozef Deveuster, LW), maar tijdgebrek verhinderde dat. In de korte voorbereidingsperiode diende ik mij evenzeer te bekwamen in enkele technische vaardigheden zoals paardrijden, het zingen van een Latijnse mis en het spreken met een Vlaams accent."

Dat de film niet weet te overtuigen kan in elk geval niet op rekening van de getalenteerde Wenham geschreven worden. Hij liet onlangs nog van zich spreken door zijn prestatie in de gitzwarte prent The Boys van regisseur Rowan Woods. "Het personage dat ik daarin vertolk, Brett Sprague, is inderdaad een heel ander extreem van de menselijke natuur. Mijn vader beschreef mijn laatste twee rollen als het evolueren van zondaar tot heilige (lacht). Brett Sprague was een weerzinwekkend, maar ook complex personage. Uiteindelijk komt de acteertechniek die je gebruikt voor een groot stuk steeds op hetzelfde neer, maar elke rol vraagt een eigen, specifieke aanpak. Damiaan is psychologisch veel eenvoudiger maar de invloed die hij uitgeoefend heeft, is onvoorstelbaar. Hij was het levend bewijs dat één druppel in de oceaan wel degelijk een verschil kan maken."

De karaktervastheid van Damiaan zou naar voren kunnen worden geschoven als een gedeeltelijke verklaring voor de teleurstellende kijkervaring. Heel even wordt een moment van zwakte gesuggereerd als de knappe Malulani, rol van Keanu Kapuni-Szasz, zijn schamele hut betreedt. Zelfs Jezus toonde meer menselijkheid toen hij in de hof van Olijven aan zijn vader vroeg: "Waarom ik, er zijn nog zoveel anderen?"

Het geloof speelde een grote rol in de opvoeding van Wenham: "Ik groeide op als de jongste zoon in een zeer streng katholiek gezin met zeven kinderen. Het katholicisme kende ik dus zeer goed. Ik ben lange tijd misdienaar geweest in mijn parochie. Daardoor ken ik ook de kerkelijke hiërarchie waar Damiaan last mee krijgt. Zonder me al te ver in dat debat te willen mengen denk ik dat de strenge hiërarchische structuren in de kerk nog steeds problemen opleveren die dringend opgelost moeten worden. Damiaan was overigens niet geïnteresseerd in pennenlikkers, macht of autoriteit. Hij wou gewoon mensen in nood helpen."

Een personage dat wel in macht en autoriteit geïnteresseerd lijkt te zijn, is de geestelijke Leonor Fousnel, met geniepige oogjes vertolkt door Derek Jacobi. Deze provinciaal had het lastig met de populariteit en oecumenische ingesteldheid van Damiaan en werkte hem op allerlei manieren tegen. Ook eerste minister Gibson, rol van Sam Neill, ziet Damiaan met lede ogen de abominabele omstandigheden op Molokaï in de pers bekendmaken. Een weerkerend thema in de film is het gevecht van Damiaan om verplegende zusters op het eiland te kunnen verwelkomen, die uiteindelijk zullen verschijnen onder aanvoering van moeder Marianne, gespeeld door Alice Krige.

Ondertussen richt de aandacht zich vooral op de verwikkelingen in Kalaupapa, het schiereiland van Molokaï waar de melaatsen in quarantaine geplaatst werden om te sterven. Oorspronkelijk geldt er het recht van de sterkste en die heet op dat moment Clayton Strawn. Deze slavenhandelaar, gespeeld door Cox-ancien Chris Haywood, staat buiten en boven de wet, die slechts twee keer per maand opdaagt in de vorm van opzichter Rudolph Meyer, rol van Kris Kristofferson. Geleidelijk aan weet Damiaan het leven en werken op Molokaï in goede banen te leiden.

De verhaallijn levert aldus weinig verrassingen op, de film kabbelt rustig voort. Die makheid wordt doorbroken door enkele visueel voortreffelijke scènes zoals de redding van de leprozen die tijdens een storm gewoon overboord gegooid werden voor de kust van Kalaupapa. Voor het overige blijft het kijkplezier zeer beperkt, om niet te zeggen afwezig. Het bloedeloze schouwspel heeft slechts weinig gemeen met de geïnspireerde durf die uitging van sommige eerdere films van Paul Cox. Misschien was hij niet de juiste persoon om dit epos te verfilmen, misschien heeft het te maken met het laatste woord dat scenarist John Briley, die ook de scenario's voor Gandhi en Cry Freedom schreef, opeiste. Die liet tijdens een interview in Brussel duidelijk verstaan dat hij als coproducent zijn stempel op Damiaan heeft weten te drukken. "Je krijgt als scenarist zelden de film te zien die je in je hoofd hebt. Toch sluit deze versie vrij dicht aan bij de beelden die ik in mijn hoofd had. In Hollywood-producties ben je echt een pen for hire en kun je verwachten dat je werk totaal hersneden en bewerkt zal worden. Na enkele slechte ervaringen, zoals Pope Joan in 1972, werk ik liever voor onafhankelijke producties. Als coproducent, zoals hier het geval was, ben je bovendien aanwezig in de montagekamer, waar de laatste beslissingen genomen worden. De discussies die we daar met Paul Cox hadden zijn inmiddels genoeg bekend, maar het was zeker geen eenrichtingsverkeer. Nu eens waren we het met hem oneens, dan had de monteur weer een ander idee. Film is en blijft een collectieve inspanning en een dure vorm van kunst. Ik schrijf ook romans, waarin ik helemaal vrij ben om mijn ideeën uit te werken. Maar film blijft oneindig veel meer impact hebben, het is het medium van deze tijd. En schrijvers zijn nu eenmaal grote egotrippers, ik wil een zo groot mogelijke impact hebben met hetgeen dat ik doe. Daarom zal ik altijd wel met films bezig blijven."

Een belangrijke bron van inspiratie voor deze film vormde een bezoek aan de locatie waar gedraaid zou worden: "De visuele kracht van die plaats is ongezien, het is een zeer deprimerende omgeving waar de wind voortdurend lijkt te waaien. Daarbij moet je je dan verschrikkelijke gebeurtenissen voorstellen die zich tegen die achtergrond afspeelden: mensen die er kwamen om te sterven, terwijl het recht van de sterkste gehanteerd werd om het eten te verdelen. Robert Louis Stevenson (schrijver van onder meer Schateiland en Dr Jeckyll en Mr Hyde, LW) bezocht deze plek ook en hij schreef: 'Als Dante dit gezien had, zou hij nog er een verdieping in de hel bij hebben gecreëerd.' Dat gegeven zit verwerkt in het scenario en de film, maar het komt misschien niet genoeg tot uiting. Het was afschuwelijker dan het wordt voorgesteld en dat vermindert volgens mij enigszins de prestatie van Damiaan. Hij kwam binnen in een barbaarse maatschappij van zieken en stervenden en creëerde een geordende maatschappij. Als je niet toont hoe verschrikkelijk het was, begrijp je niet volledig wat hij bereikt heeft." Voor het grote publiek, waar deze film ondubbelzinnig op mikt, zullen de beelden van enkele melaatsen al ruim voldoende zijn om een gevoel van walging op te roepen. De film valt aldus een beetje tussen de twee stoelen van arthouse en mainstream. Af en toe gewaagd, maar nooit echt geslaagd.

TITEL: Damiaan. REGIE: Paul Cox. SCENARIO: John Briley. FOTOGRAFIE: Nino Martinetti. MUZIEK: Wim Mertens. PRODUCTIE: Tharsi Vanhuysse en Grietje Lammertyn. VERTOLKING: David Wenham, Kate Ceberano, Chris Haywood, Thom Hoffman, Derek Jacobi, Keanu Kapuni-Szasz, Alice Krige, Kris Kristofferson, Sam Neil, Peter O'Toole, Dirk Roofthooft, e.a. België-Nederland, 1999, kleur, 112 min. Gedistribueerd door Kinepolis Film Distribution.

David Wenham en Peter O'Toole in 'Damiaan'. (Foto RV)(Foto RV)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234