Dinsdag 18/05/2021

aanslagen Parijs

Van zoekende jongeling tot moorddadig terrorist

De 20-jarige Bilal Hadfi blies zich op 13 november op tijdens de aanslagen in Parijs. Beeld AFP
De 20-jarige Bilal Hadfi blies zich op 13 november op tijdens de aanslagen in Parijs.Beeld AFP

De daders van de aanslagen in Parijs hebben met elkaar gemeen dat ze bijna sneller dan het licht radicaliseerden. Waarom stortten zij zich in het geweld en waarom hield niemand hen op tijd tegen?

Vorige week was het lerares Sara Staccino, de klastitularis van Bilal Hadfi, die deze bijna onbegrijpelijke metamorfose tijdens een tv-interview trachtte te vatten. Staccino vertelde dat Hadfi na de aanslagen van Charlie Hebdo heel snel radicaliseerde. Ze kreeg geen vat meer op haar leerling, haar noodsignalen bleven onbeantwoord. Maar nooit had ze verwacht dat Hadfi zichzelf amper tien maanden later aan het Stade de France zou opblazen.

Johan Leman, antropoloog en voorzitter van het Regionaal Integratiecentrum Foyer in Molenbeek, bestudeerde een twintigtal gevallen van radicalisering en kwam tot de conclusie dat de IS-ideologie nog het meest op die van een sekte lijkt. "Wat wel opvalt is dat het bijna altijd om jongeren ging die zich niet goed in hun vel voelden in de Belgische samenleving."

Imaginaire wereld

Iets wat ook islamoloog Stijn Aerts, adjunct-directeur van het Nederlands-Vlaams Instituut in Caïro, beaamt. "Er spelen duidelijk sociaal-economische factoren mee: ervaringen van discriminatie, ongelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, (kans-)armoede. Natuurlijk weten we dat lang niet alle Syrië-strijders uit een concentratieschool komen of werkloos zijn. Maar dit is geen reden om problemen in die hoek niet aan te pakken. De sleutel zit hem wellicht in een perceptie van discriminatie, een gevoel van vervreemding van de rest van de samenleving."

De eerste fase van radicalisering is behoorlijk soft en kan nog omgekeerd worden, zegt Leman. "Radicaliseren is een proces waar we tijdens onze adolescentie allemaal zijn doorgegaan. Jongeren zijn op zoek naar hun identiteit en kijken op naar rocksterren, Che Guevara of de islam. Ze zoeken de grenzen van het debat op, genieten van een provocatie en stellen de zaken graag radicaal voor. Op dat moment is er nog geen reden tot paniek. Op voorwaarde natuurlijk dat de ouders en onderwijzers die jonge persoon niet negeren. Een goede leraar gaat het gesprek aan, komt met argumenten en trekt het debat open. Op die manier begint een leerling zijn of haar radicalisering te relativeren."

Stijn Aerts maakt dezelfde analyse en heeft het over mogelijke psychologische factoren. "Soms wordt een verklaring gezocht in bijvoorbeeld de zoektocht naar self-significance. Men redeneert dat terrorisme ingegeven kan zijn door een grote behoefte aan erkenning bij vrienden of familie."

Maar wat als er in die eerste fase niet wordt opgetreden? Dan kan het behoorlijk fout lopen, zegt Leman. "Ik bestudeerde een aantal heel concrete gevallen van jongeren die zich 's avonds en 's nachts samen terugtrokken om op radicale websites te surfen. Vaak kwamen extremistische predikers zich ermee bemoeien waardoor er niet enkel een soort radicaal opbod ontstond maar waardoor die jongeren zich steeds meer van hun vrienden en familie begonnen te isoleren. Dit is vaak de fase waarin het echt misloopt."

Deze internetisolering is een van de triggermomenten in het radicaliseringsproces. Moslimjongeren beginnen zich steeds meer op te sluiten in een virtuele, imaginaire wereld die nog maar weinig met de islam te maken heeft. De websites die ze bezoeken hebben niet tot doel om hen in te leiden tot een religie, de finaliteit van deze media is jongeren zover krijgen dat ze toetreden tot Islamitische Staat of een andere gewapende groepering.

Stijn Aerts. Beeld Yann Bertrand
Stijn Aerts.Beeld Yann Bertrand

Een element dat je op de jihadwebsites keer op keer tegenkomt is dat van de Takfir-praktijk, een salafistisch criterium dat het onderscheid maakt tussen goede gelovigen en de kufar, de ongelovigen en andersgelovigen. In zijn meest extreme intepretatie geldt de Takfir-praktijk als een morele en religieuze plicht om kufar met wapens te bestrijden. Het zou een van de belangrijke verklaringen zijn voor het feit dat terreurdaders hun slachtoffers niet meer als volwaardige mensen beschouwen.

Leman: "Onder invloed van een bepaalde salafistische school begin je alles zwart-wit te zien. 'Wij zijn de goeden en de rest is het kwade.' Is dit geen verklaring voor het proces waarbij aan het eind sommige Syrië-strijders zo ver kunnen gaan dat ze om het even welke andersgezinde als ontmenselijkt object kunnen afslachten?"

Aerts: "Er is een jihadi-salafistische ideologie die geweld tegen anderen niet alleen legitimeert, maar als religieuze plicht en ticket naar de hemel voorstelt. Deze ideologie wordt met wisselend succes gepropageerd door bepaalde groeperingen, zoals Daesh (Islamitische Staat, KOV). Deze ideologie verschilt ook fundamenteel van alle andere islambelevingen, ook de meer conservatieve."

Onder invloed van jihadistische websites en radicale predikers worden jonge radicalen zelfs tegen hun eigen imams en familie opgezet. En op dat moment doet zich een kantelmoment voor dat misschien nog wel het meest ingrijpend is voor een radicaliserende moslimjongeling: een breuk met de moeder.

Leman: "Ook bij moslims wordt de moeder-zoonrelatie met zeer positieve emotionaliteit beladen. Een breuk met de moeder kun je dan ook beschouwen als de finale fase van zelfisolement. Op dat moment heeft geen enkel redelijk persoon nog vat op de jongeling."

De breuk met de familie en de moeder doet zich vaak voor wanneer de betrokkene al aan het IS-front in Syrië of Irak strijdt. Leman: "En dan krijg je natuurlijk de radicalisering van de oorlog en de gewapende strijd. De Syrië-ganger begint mensen te doden en steeds meer als een oorlogsmachine te denken."

Aerts: "Om tot een volledige verklaring te komen, moet je alle vernoemde factoren samennemen. Wie zich niet thuisvoelt in de samenleving, geen psychologische belemmeringen heeft om geweld te plegen, en geweld als oplossing ziet voor de echte of gepercipieerde problemen, is het meest geneigd om ook effectief geweld te plegen. Dat is ook waar de jihadistische propagandisten op inzetten: ze bieden een verklaring voor problemen, en schuiven de gewelddadige jihad als oplossing naar voren. Het in zich opnemen van deze ideologie is een kantelpunt. Eenmaal dat is gebeurd, is iemand veel minder vatbaar voor deradicaliseringspogingen - die komen toch maar van ongelovigen. Reden genoeg dus om volop in te zetten op preventie."

Johan Leman. Beeld Bas Bogaerts
Johan Leman.Beeld Bas Bogaerts

Goed en kwaad

Een van de hamvragen die inzake preventie dan ook gesteld moet worden, is of België niet jarenlang te tolerant geweest is voor salafisten die de wereld indelen in goede religieuzen en ongelovige kufar.
Leman: "Als ik aan auto-kritiek moet doen, zou ik inderdaad zeggen dat we de salafisten te veel ruimte hebben gegeven. Ik heb geen wetenschappelijke cijfers maar ga ervan uit dat twee derde van hen pacifistisch is, maar een derde agressief militant is en op zijn minst sympathiseert met de gewapende jihad.

"De basisfilosofie van het salafisme, waarbij je de wereld opdeelt in goed en kwaad, zit niet goed. We moeten naar een cultuur waarbij alle godsdiensten en levensbeschouwingen aan hun volgelingen duidelijk maken dat er ook bij 'de anderen' waarden zitten en dat geen enkele levenshouding het monopolie heeft op de ultieme redelijkheid."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234