Zondag 22/09/2019

Hockey

Van zo ver komen de Red Lions: “Er was geen budget voor een hotel, dus sliepen we in een tent”

De Red Lions vieren hun overwinning van de wereldbeker in het Indiase Bhubaneswar. Beeld Photo News

Dik tien jaar geleden sliep de nationale hockeyploeg tijdens interlands op een camping en betaalde iedere speler zelf voor zijn trainingspak. Vandaag zijn de Red Lions de beste hockeyspelers ter wereld. Het verhaal van de wereldtitel is dat van hoe succes in de sport perfect maakbaar is.

Het was februari en heet in Kuala Lumpur, broeiend heet. Ex-international Manu Leroy herinnert zich nog levendig hoe de temperaturen er tijdens het WK van 2002 opliepen tot wel 40 graden. “En wij speelden daar in van die gewone katoenen T-shirtjes. Onvoorstelbaar. Compleet doorweekt waren we.” We zullen hem op zijn woord moeten geloven, want beelden van dat WK in Maleisië heeft ook u wellicht nooit gezien. De pers was er niet aanwezig, dat België er veertiende werd haalde amper de kortkolom van de nationale kranten. 

Het is de tijd dat het hockey in ons land – zoals Leroy het vandaag omschrijft – nog valt samen te vatten in twee woorden: totaal amateuristisch. “Voor het EK in Leipzig in 2005 speelden we twee oefenmatchen tegen Nederland. Alleen was er geen budget voor de overnachtingen, dus lagen wij met het voltallige team op veldbedjes in zo’n gigantische tent op een camping even buiten Amsterdam.” De gewezen doelman van de nationale hockeyploeg lacht er nu hartelijk mee. “Maar toen was dat een pijnlijke affaire. Temeer omdat de Nederlanders in hetzelfde hotel als de nationale voetbalploeg logeerden. Vijf sterren, zwembad, alles erop en eraan. ‘En jullie?’, vroegen ze. Xavier Reckinger, die destijds in Nederland speelde, heeft toen gelogen dat we in een klein hotelletje in de buurt zaten.”

Het is de tijd dat de troetelnaam Red Lions nog bedacht moet worden. Het is ook de tijd dat spelers zelf nog moeten instaan voor hun uitrusting. “Ik herinner me nog goed dat we op een gegeven moment allemaal 50 euro hebben gelegd. Om voor iedereen hetzelfde trainingspak te kopen zodat we er ook op training en op toernooien een beetje uniform uitzagen.” Na het EK in Leipzig houdt Leroy de nationale ploeg jaren voor bekeken: het is niet te combineren met zijn clubcarrière en de voltijdse job die hij inmiddels heeft. Maar voor de Olympische Spelen in Londen in 2012 keert hij terug. “Duwen ze me daar meteen een pakketje in handen met complete uitrusting. Ik was bij wijze van spreken al op zoek naar mijn portemonnee, bleek dat dat intussen standaard was.”

Be Gold

In enkele jaren tijd is het Belgische hockey ingrijpend veranderd. Aan de basis van die metamorfose ligt Marc Coudron. In 2005 wordt hij voorzitter van de hockeybond. Coudron is dan nog maar net een jaartje gestopt als speler en als recordinternational is hij een icoon in de hockeywereld. Bovendien beschikt hij over een stevig stel hersens, is hij welbespraakt en extreem ambitieus. “Ik zag gewoon geen enkele reden waarom wij geen topland zouden worden”, blikt hij een dag na de historische overwinning van zijn jongens dertien jaar terug in de tijd.

Wie Coudron op dat moment een naïef geloof in roze olifanten toedicht, ziet niet wat hij ziet. Het clubhockey in België staat al op een behoorlijk niveau en ondanks de amateuristische omkadering doet de nationale ploeg het internationaal niet slecht. In 1995 en 1999 is België vierde geworden op het EK. In 2005 in Leipzig opnieuw. Op het WK wordt België al eens elfde en een keer veertiende. 

“Ik was ervan overtuigd dat het een kwestie van mentaliteit, visie en middelen was. Heb je dat, dan is alles mogelijk. Dus startte ik met de juiste mensen om me heen te verzamelen. Als ik één verdienste heb aan het succes vandaag, dan is het dat. Ik ben nooit bang geweest om mezelf te omringen met uiterst competente mensen.” 

Coudron neemt onder meer Bert Wentink onder de arm als coach, een Nederlander die eveneens gelooft in het potentieel van de Belgen. Samen tekenen ze een structuur uit. Een heel simpele structuur, zegt Coudron, waarbij de spelers centraal staan. “Alles staat in functie van hen. Zij moeten de beste coach hebben, de beste medische begeleiding, de beste psycholoog enzovoort.” Daarnaast is er Be Gold, het opleidingstraject voor jonge spelers tussen 14 en 21 jaar. De grote talenten worden verzameld in de nationale ploeg, spelen internationale toernooien, worden professioneel begeleid en de bedoeling is dat ieder jaar minsten één à twee spelers doorstoten naar de eerste ploeg. 

Het klinkt zo simpel als het groot is en toch is het uiterst effectief, zegt Coudron. “Het helpt ook dat de Vlaamse en Waalse federatie heel goed samenwerken met de hockeybond. We zitten allemaal onder één dak, de lijnen zijn uiterst kort en er is hoegenaamd geen rivaliteit. Heeft de ene een goed idee, dan neemt de andere dat gewoon over.”

Keeper Vanasch Vincent (r.) probeert het schot van Seve van Ass (l.) tegen te houden. Beeld Photo News

Ambitie en visie is één ding, middelen een heel ander. Vandaag wordt het hockey ondersteund door de Nationale Loterij, het BOIC, Sport Vlaanderen, de Waalse tegenhanger Adeps. Maar die staan midden jaren 2000 niet te springen om over de brug te komen. Dat België zich weet te plaatsen voor Spelen van Peking in 2008 zorgt voor een kentering. De prestaties van de jeugdploegen, met Europese titels in 2009, 2011 en 2012 zorgen voor een nieuwe boost. Na de verloren EK-finale van 2013 in Boom is de trein definitief vertrokken.

Ook de sponsors staan intussen in de rij en dat is niet uitsluitend te danken aan de sportieve prestaties van de mannen op het veld. “Het hockey heeft heel goed begrepen dat innovatie in de sport op alle vlakken belangrijk is. Ook in de marketing”, zegt sporteconoom Wim Lagae van de KU Leuven. “Ze hebben als een van de eersten ingezet op duurzaamheid. Ik herinner me dat de cateringstandjes op het EK in Boom gezonde voeding serveerden, bijvoorbeeld. Zulke dingen zijn belangrijk voor sponsors vandaag, die kijken naar welke investering past bij hun merk.”

Daarnaast is het publiek dat hockey aantrekt ook bijzonder interessant, wijst Lagae aan. “Dat is voorlopig toch nog steeds de hogere middenklasse. Mensen die wel wat geld te spenderen hebben, dat zien sponsors natuurlijk graag. Wat ook mooi meegenomen is: de democratisering die is ingezet de afgelopen jaren, zal wellicht nog toenemen. (Van ongeveer 15.000 leden in 2005 groeide het hockey tot 50.000 leden vandaag. Verschillende clubs lasten al een ledenstop in, AVB) Voor sponsors maakt dat de sport alleen maar aantrekkelijker.”

In 2017 weet de Belgische hockeybond zo Belfius aan zich te binden. De bank tekent meteen tot 2024. Dat Coudron, hockeyvoorzitter na zijn uren en bankier tijdens, voor Belfius werkt is daar ongetwijfeld niet vreemd aan. Dat Telenet de uitzendrechten van de hockey-interlands koopt, is dat evenmin. Manu Leroy, de ex-international van in het begin van dit verhaal, was er jarenlang verantwoordelijk voor de sportrechten. “Uiteraard heb ik gepleit om die rechten binnen te halen”, zegt hij. “Maar het is niet louter dankzij mij dat het gelukt is. De hockeybond heeft er zwaar voor gebikkeld.” 

Die connecties zijn exemplarisch voor het hockey, zegt Lagae. “Als geen ander weet het hockey de sport via zijn eigen kanalen op de kaart te zetten. Ze hebben de netwerken, ze hebben de mensen. Dit is niet alleen een mooi sportief verhaal, het is ook een prachtig sportmanagementverhaal. Binnen de sportmarketing geldt het hockey zeker als best practice.” 

Ferrari

Niet dat de spelers er zelf veel rijker van worden. Een international verdient bij zijn club en de nationale ploeg samen gemiddeld zo’n 3.500 euro bruto per maand. Het is een fractie van wat Kevin De Bruyne per uur verdient. De WK-premie van 100.000 euro moeten ze verdelen onder twintig man. 

Op hun lauweren rusten na hun carrière zit er dus niet in. En ook op korte termijn staat dat niet op de planning, zegt Coudron. “Als onze wereldtitel iets bewijst, dan wel dat succes maakbaar is. Niet alleen in het hockey, je ziet dat ook in andere sporten. Heb je de ambitie, de visie en de middelen, dan is alles mogelijk. Kijk naar Nina Derwael, naar het vrouwenteam in het basket, naar de Borlées, de Rode Duivels. De sleutel tot succes is nooit tevreden zijn”, hamert Coudron erin. 

“Vandaag mag dat eventjes, maar dat mag niet te lang duren. In 2010 heb ik aangekondigd dat we ooit een olympische medaille zouden pakken. Dat realiseerden we in 2016. Na die zilveren plak in Rio heb ik de doelen bijgesteld. Voor 2024 wilde ik Europees kampioen, wereldkampioen en olympisch kampioen zijn. Sommigen vonden dat te zot voor woorden, maar één op de drie is nu al binnen.”

Shane McLeod, de huidige Belgische bondscoach, weet maar al te goed dat de blik van zijn werkgever al op Tokio 2020 en zeker op het EK van volgende zomer in eigen land staat. “Zo gaat dat”, lachte hij zondag voor de camera’s van Sporza. “Als je een fiets hebt, wil je een auto. Heb je een auto, dan wil je een Ferrari.” Om dan bloedserieus te vervolgen: “We zullen ons uiterste best doen om het onderste uit de kan te halen. Nu gaan we even genieten, maar straks stellen we alweer nieuwe doelen. En ja, het zullen grote doelen worden.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234