Donderdag 22/04/2021

Van waterval naar druppel

Toneelgezelschap De Tijd bevalt deze week van een flinke drieling: Berckmans, Wittgenstein en Benjamin Adorno. In ’t Arsenaal tonen Lucas Vandervost (52) en Jurgen Delnaet (38) drie aansluitende voorstellingen over de machteloosheid van de enkeling. Over zijn gevecht binnen de taal: met de energie, de logica en de complexiteit als enige strijdwapens.

Wittgenstein en Berckmans brachten jullie al eens eerder, zij het in een andere vorm.

Jurgen Delnaet: “Naast reguliere reisproducties maakt De Tijd ook labovoorstellingen: de zogenaamde M2-projecten. Daarin worden op korte tijd stukken geschreven, gerepeteerd en getoond aan een publiek. Vorig jaar maakte ik zo’n stuk, gebaseerd op Ontbijt in het vilbeluik van J.M.H. Berckmans, toen nog met een tekst van Dario Fo als tegengewicht. Daaruit groeide de behoefte om met Berckmans verder te gaan. Het fascineert mij, hoe hij al schrijvend zin probeerde te vinden. Hoe hij zich met de taal uit alle macht verdedigde tegen de uitzichtloosheid van het leven. Op één onvindbare dichtbundel na, las ik heel zijn oeuvre. Zo sprokkelde ik een toneeltekst bijeen die, eerder dan een samenraapsel, een nieuwe Berckmans is geworden. Ik toon het publiek waarom zijn werk mij iets doet.”

Lucas Vandervost: “In het geval van Wittgenstein gaat het niet alleen over de taal zelf, maar ook om een doorgedreven analyse. Hij dwingt de taal in een logica om misverstanden te vermijden. Je moet weten dat Wittgenstein na een gebroken liefdesrelatie in dienst is gegaan bij het leger en zelfs in de vuurlinie heeft gestaan. Hij schreef zijn logisch-filosofisch traktaat in krijgsgevangenschap na de Eerste Wereldoorlog. Ik probeer hem niet te begrijpen, het straffe is: telkens ik Wittgenstein lees, heb ik het gevoel dat hij mij begrijpt. Tegenover zijn zoektocht naar duidelijkheid plaatste ik tijdsgenoten van hem die juist de onduidelijkheid opzochten. James Joyce, Virginia Woolf, Marcel Proust, Paul van Ostaijen, schrijvers die met hun taal buiten de lijntjes van de logica gingen kleuren. Deze voorstelling gaat over die clash, het levert net zoals bij Berckmans een demonstratie van constante machteloosheid op.”

Wat voegen Walter Benjamin en Theodor Adorno daar nog aan toe?

Vandervost: “We waren met Berckmans en Wittgenstein beiden bezig in dezelfde ruimte: elk in een hoek, eenzaam studerend en repeterend.”

Delnaet: “Plots merkten we dat die twee voorstellingen over hetzelfde gingen. We dachten: ‘Waarom komen we mekaar niet tegen onderweg?’ Zo is de briefwisseling tussen Benjamin en Adorno een derde, bindend uitgangspunt geworden. Ook bij dit duo voel je de onmacht, bij hen zit die in hun omgang met de complexiteit van de taal.”

Vandervost: “Die correspondentie is bijna niet te lezen, toch wilden we dat riskeren. Deze twee cultuurpessimisten beschrijven de culturele bewegingen ten tijde van het naziregime. Het is bangelijk te lezen dat hun geschriften eigenlijk meer over vandaag gaan dan over toen.”

‘Niet te lezen’ zeg je, hoe maak je zo’n materiaal verteerbaar voor een theaterpubliek?

Delnaet: “Wij maken geen hap-slik-wegtoneel, zoveel is zeker. Theater mag meer zijn dan louter entertainment. We nodigen het publiek uit om een eindje mee te gaan. Als de toeschouwer zich laat raken en daardoor even - al is het maar voor de duur van een voorstelling - anders gaat denken, dan hebben wij ons vak goed gedaan.”

Vandervost: “Al is dit materiaal in oorsprong niet bepaald lichtvoetig, wij tonen onze zoektocht naar transparantie. Je zal drie keer acteurs zien die de confrontatie met deze auteurs ook niet gemakkelijk vinden, maar ze daarom niet uit de weg gaan. We proberen speels om te gaan met complexiteit, zonder de clown uit te hangen. De humor ligt net in dat geknoei, maar verglijdt nergens tot vermaak. Deze stukken lijken als een donkere olievlek op de vrolijke zee van populistisch theater te liggen, maar het vermoeden dat dit zware kost zou zijn heeft meer de lichtheid van al de rest te maken. Wat trouwens niet wil zeggen dat je acteur of theaterkenner moet zijn om van deze stukken te kunnen genieten.”

Op sommige plekken spelen jullie de drie voorstellingen op één avond.

Delnaet: “Eigenlijk zou je deze stukken altijd na elkaar moeten zien, jammer genoeg is dat omwille van de opgetelde duur van voorstellingen, pauze en decorwissels enkel in weekends mogelijk.”

Vandervost: “We spelen de drie stukken op hetzelfde vloertje van vier op vier. Dat vormelijk verband is voor ons ook belangrijk. We vertrekken vanuit de beperking, eigenlijk spelen we met ‘niks’. Op dat ene vloertje voltrekt zich een evolutie in de taal in drie stappen. Van het energieke geraas van de waterval over versmallende stroompjes naar de ijzingwekkende verstilling van de druppel.”

Delnaet: “Hoewel je een verschuiving gewaarwordt in de vorm, blijft er een constante in de inhoud van deze schrijvers. Beide uitersten zijn extreem en pijnlijk: je weet dat de druppel in gevangenissen vaak als ergste marteltuig wordt gebruikt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234