Maandag 28/11/2022

AchtergrondKunstensector

Van vier naar twaalf jaar: waarom de renovatie van het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten zo extreem lang duurde

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Het vernieuwde Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA) is een wonder. Dat het volgende week, na een sluiting van twaalf jaar heropent, is dat eigenlijk evenzeer. ‘De Vlaamse overheid heeft de competentie niet om zulke grote bouwwerken te plannen en te coördineren.’

Bruno Struys en Ewoud Ceulemans

“Er zijn verschillende momenten geweest dat we er niet meer in geloofden”, bekent Dikkie Scipio van het Nederlandse KAAN Architecten, dat het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) onder handen nam. “Twintig jaar geleden, toen we deze opdracht binnenhaalden, was ik een jonge architect. Ik wist niet dat dit zo groot en zo complex ging worden. Maar gelukkig ben ik vrij vasthoudend. Ik ben de enige die er van bij het begin tot het einde bij betrokken was.”

De opening van het KMSKA vindt plaats op 24 september, bijna twaalf jaar nadat het museum de deuren heef gesloten. De stad Antwerpen gaf het museum zo’n 250.000 euro voor een openingsfestival en 2ManyDJ’s hebben alvast toegezegd. Dat er wat te vieren valt, daarover is iedereen het eens: zowel in de politiek als de cultuursector lijkt iedereen laaiend enthousiast over het eindresultaat. “Er wordt een nieuwe architecturale ijkmaat gezet, op een internationaal niveau”, zegt Bart De Baere, directeur van het M HKA.

Niet alleen werd het oorspronkelijke gebouw volledig gerestaureerd, er is ook een nieuw museum geïntegreerd in de binnentuinen van het 19de-eeuwse gebouw. Zo is het museum met een derde uitgebreid, tot zo’n 21.000 vierkante meter. “Het vernieuwde KMSKA zal een fantastisch museum zijn, daar ben ik zeker van”, stelt Bart Caron, voormalig Vlaams Parlementslid voor Groen en tussen 1999 en 2004 kabinetschef van toenmalig cultuurminister Bert Anciaux (Spirit). “Maar hoe het er is gekomen, is geen toonbeeld van deugdelijk beleid.”

Het KMSKA opende voor het eerst de deuren in 1890, na zes jaar bouwen. De renovatie heeft bijna dubbel zo lang geduurd. De kiem ervan ligt in het masterplan van de Vlaamse bouwmeester, ondertussen 19 jaar geleden. Toen de werken in 2010 eindelijk begonnen, ging het kabinet van toenmalig cultuurminister Joke Schauvliege (cd&v) voor een feestelijke opening nog voor het einde van de legislatuur in 2014. Liep dat even anders.

Geen kantoorgebouw

Uiteindelijk zal het Jan Jambon (N-VA) zijn die als Vlaams minister-president en minister van Cultuur op 24 september het lintje mag doorknippen. Hij is de vierde cultuurminister met het KMSKA-dossier op zijn bureau. Na Anciaux (het masterplan) en Schauvliege (start van de bouw) was het de beurt aan Open Vld’er Sven Gatz. Toen hij aantrad werd de openingsdatum nog in 2015 ingepland – al een jaar later dan aanvankelijk voorspeld, maar ook die datum werd keer op keer uitgesteld. Eerst naar 2018, dan naar 2019 – tot het museum zelf weigerde om nog een datum voorop te stellen.

“Toen ik aankwam in 2017 werd me gezegd dat de opening twee jaar later zou plaatsvinden”, vertelt Carmen Willems, algemeen directeur van het KMSKA. “Maar ik heb eerder bij een bouwonderneming gewerkt, en bij het Gallo-Romeins Museum, dat ook is gerenoveerd, en ik zag meteen dat die prognose compleet onrealistisch was. Ik heb dat ook zo tegen de minister gezegd.”

null Beeld Debby Termonia
Beeld Debby Termonia

Het leidde tot kritische vragen van de oppositie in het parlement, waarop Gatz opvallend openhartig antwoordde. “Wij zijn in feite niet uitgerust om werven van deze omvang vanuit Cultuur te begeleiden. Concreet doet het Fonds Culturele Infrastructuur zijn uiterste best, maar het is maar uitgerust om niet al te complexe werven te begeleiden, tot 10 of 15 miljoen euro”, zei Gatz toen in de commissie Cultuur. “Eenmaal het daarboven gaat, wordt het moeilijk. Het is ook niet zo dat wij in de Vlaamse overheid voldoende mensen hebben om dergelijke complexe werven museaal te begeleiden. Dit is iets anders dan een kantoorgebouw zetten.”

Ook de oppositie én de sector zijn het met de toenmalige minister eens, een zeldzaamheid. “Het verhaal van het KMSKA is een voorbeeld van hoe de Vlaamse overheid de competentie niet heeft om grote bouwwerken te plannen en te coördineren”, stelt Caron. “Er is in Vlaanderen niet veel ervaring”, zegt M HKA-directeur Bart De Baere. “Terwijl we voor de bouw van theaterzalen of cultuurcentra al 20 of 40 jaar top zijn in Vlaanderen, komen we op het vlak van musea nog maar net uit de 19de eeuw.”

Ooit zetelde de directeur van het KMSKA in de Bizot-groep, samen met directeurs van de belangrijkste musea ter wereld. “Denk aan het Louvre en Centre Pompidou in Parijs, het Metropolitan en MoMA in New York, het Prado en Reina Sofía in Madrid, of de Londense musea”, duidt De Baere. “Vandaag is de enige Belgische vertegenwoordiger de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) in Brussel, een federale instelling.”

Het KMSKA was vroeger voor Vlaanderen hét belangrijkste museum buiten Brussel, met een collectie op Europees topniveau. Wie in de omstreken van Antwerpen opgroeide, kon niet ontsnappen aan schoolbezoeken aan de Rubenszaal of de Ensor-collectie, overigens de grootste ter wereld. “Als negenjarige zag ik daar schilders zoals Van Eyck, Snyders, Ensor en Permeke, en dat zorgde ervoor dat ik nu doe wat ik doe”, zegt SMAK-directeur Philippe Van Cauteren. “Dat een hele generatie kinderen en jongeren niet in contact is geweest met die fantastische collectie en dat statige gebouw, is ronduit te betreuren.”

Saucissering

Met bijna twaalf jaar op de teller duurden de werken uiteindelijk drie keer langer dan gepland. In de sector wordt meestal vergoelijkend verwezen naar de eveneens aanslepende verbouwingen van het Rijksmuseum in Amsterdam, maar daar ging het om tien jaar en twee keer langer dan verwacht. Bovendien zijn in het geval van het KMSKA de verbouwingen niet gedwarsboomd door de impact van buurtcomités en andere drukkingsgroepen. Wel door een schromelijke onderschatting van de omvang van de verbouwingen.

“Tegenslagen zijn bij zo’n groot project niet abnormaal,” zegt Carmen Willems, “maar er doken regelmatig onverwachte dingen op. Er moest tien keer meer asbest verwijderd worden dan was voorzien. Wat we wel wisten: een aantal collectiestukken konden het museum niet verlaten. Daarom was de bouw van een intern depot als eerste nodig.”

Nog voor de werken waren begonnen, beslist Schauvliege om de heraanleg van de tuin, de restauratie van de gevel en de nieuwe kantoren om budgettaire redenen uit de plannen te halen. Later werden die er weer ingeschoven. “De kantoren hebben uiteindelijk het meest gedrukt op de uiteindelijke planning,” stelt Willems, “maar het was nodig dat die werden vernieuwd. Aanvankelijk zou dat pas na de heropening gebeuren, maar je kunt niet beginnen boren en zagen in een museum dat al open is. En betere kantoren waren nodig. Voordien werkten veel mensen in beperkt toegankelijke zolders.”

null Beeld Debby Termonia
Beeld Debby Termonia

“Het is merkwaardig”, vertelt architecte Scipio. “Men maakt een masterplan voor het hele gebouw én de tuinen. En dan maken mensen die geen architect zijn, er plakjes van. Je kan perfect het masterplan in fases aanpakken, maar nu werden bijvoorbeeld de gevel en het gebouw zelf opgedeeld in verschillende projecten. Bij welke van die twee projecten hoort de dakgoot dan?”

Ondertussen stapelden de vertragingen zich op. En hoe langer men een werf laat duren, hoe meer de noden van de sector ook veranderen. De oude De Keyzerzaal begon plots af te steken ten opzichte van de nieuwe zalen – en dus werd er besloten om ook die onder handen te nemen. “Het was werfje na werfje, telkens weer iets nieuws dat erbij kwam”, zegt een voormalige regeringsbron. “Waarom hebben we nooit de moed gehad om dat er van bij het begin bij te nemen? De saucissering was te veel.”

De oorzaak daarvoor ligt dieper, zo klinkt het, bij een gebrek aan expertise en ambitie. “Aan het begin was er enkel een cri de coeur van de toenmalige museumdirecteur die wilde uitbreiden en naar de toekomst wilde kijken. Verder was er helemaal niets. Er was eigenlijk geen motivatie bij de overheid, de juiste budgetten waren niet vrijgemaakt. Stapje voor stapje is de volledige omvang van het project duidelijk geworden, en zijn de juiste budgetten gevonden”, herinnert Scipio zich. “Ik denk dat het Vlaams is om niet meteen het volledige budget vrij te maken, om de lat niet te hoog te leggen”, klinkt het vanuit politieke hoek.

Glazen plafond

Onder Anciaux was het geraamde budget 49,5 miljoen euro. Schauvliege bracht dat terug tot 44 miljoen. In het museumveld wist men dat dat nooit genoeg zou zijn. “Er was in Vlaanderen, voorafgaand aan het KSMKA, een glazen plafond als het op het budget voor infrastructuur aankomt: dat lag op 50 miljoen euro. Maar internationaal gaat het al snel over 200 of 300 miljoen voor zo’n museum”, zegt De Baere (M HKA). “Maar hier denken ze: met 50 miljoen zijn we vertrokken, en dan zien we wel. En cours de route voegt men kosten in die men eigenlijk van bij het begin had kunnen voorzien.”

Het budget liep op – eerst naar 70 miljoen, dan naar 90 miljoen, uiteindelijk klokt het af op zo’n 107 miljoen euro. Nieuwe budgetten zoeken was nooit het pijnpunt: eenmaal de werken bezig zijn, is het politiek gezien niet al te moeilijk om fondsen te vinden. Zo werd in 2018 nog drie miljoen euro aan reclame-inkomsten van de VRT naar het KMSKA doorgeschoven.

Toch is de eindsom van 107 miljoen euro voor een museum van 21.000 vierkante meter peanuts, zegt iedereen. Vergelijken met andere musea is moeilijk: Brussel trekt 125 miljoen euro uit voor het museum Kanal, maar dat is een Citroën-garage die moet worden omgebouwd. Boijmans Van Beuningen, in Rotterdam, is momenteel gesloten voor een renovatie die op 223 miljoen euro wordt geraamd. “Het is een lastige boodschap in economisch moeilijke tijden, maar als een overheid het zo vaak heeft over de uitstraling van de collecties, dan zouden we niet over 107 miljoen moeten spreken”, zegt Van Cauteren (SMAK). “Als we kijken naar het rendement van een museum dan is dat belachelijk laag.”

Onderzoekers aan de Universiteit van Antwerpen berekenden de economische impact van het veel kleinere modemuseum. In de vijf maanden na de heropening had het MoMu een directe en indirecte economische impact tussen 3,6 en 7,3 miljoen euro. Het KMSKA 12 jaar sluiten komt dus ook met een hoge opportuniteitskost.

“We zijn een van de goedkoopste musea van West-Europa,” stelt Willems, “en toch is het topkwaliteit.” Scipio beaamt dat: “Het gaat om minder dan een derde van wat de renovatie van het Rijksmuseum in Amsterdam heeft gekost; dat ging om een bedrag van 360 miljoen. Terwijl ik niet vind dat het KMSKA het kleine zusje van het Rijksmuseum is. De collecties zijn evenwaardig, en het gebouw is maar ietsje kleiner.”

Onderbemand

De uitdaging ligt nu elders: het museum uitbaten. Tijdens de sluiting passeerden nog twee directeurs de revue. Van 2014 tot 2020 was er de Nederlandse Bruegel-expert Manfred Sellink algemeen directeur, die bij de geplande opening in 2019 een expo rond Bruegel zou cureren, maar door de oplopende vertragingen besloot dat hij niet de juiste man op de juiste plaats was. In het najaar van 2021 werd Jacqueline Grandjean, voor een luttele 100 dagen, artistiek directeur.

null Beeld Debby Termonia
Beeld Debby Termonia

Nu het museum eindelijk opent, zal dat zonder artistiek directeur zijn. “Zo laat in het traject een nieuwe artistiek directeur aan boord halen, bleek geen haalbare kaart”, zegt algemeen directeur Carmen Willems. “En ik voel me voldoende gesterkt door ons fantastisch team, al vind ik dat we nog altijd onderbemand zijn. Elke versterking is welkom.”

Tijdens de sluiting werd het personeelsbestand van zo’n 120 mensen teruggebracht naar 55. Inmiddels is het weer opgeschaald naar zo’n 100 werknemers, zegt Willems. “Dat is op het scherp van de snee. Het is heel weinig met soortgelijke musea in het buitenland. Het KMSKA is op dat vlak een toonbeeld van efficiëntie.”

Willems mikt dit najaar nog op zo’n 150.000 bezoekers; volgend jaar moeten dat er 250.000 zijn. “We zullen tevreden zijn als een breed, gevarieerd publiek de passie en verwondering voelt waarvoor we hier hebben gewerkt.” De beschikbare ruimte is met meer dan een derde uitgebreid, maar dat betekent dat ook het exploitatiebudget naar boven moet. Ook dat heeft de politiek aanvankelijk onderschat.

Toen het museum dicht was en het personeel werd teruggedrongen, werd de jaarlijkse werkingssubsidie afgetopt op 5 miljoen euro. Intussen voorziet Vlaanderen meer dan 8,5 miljoen euro per jaar. De personeelskosten alleen bedragen al 6 miljoen. Voor dit openingsjaar zal het werkingsbudget uitzonderlijk in totaal 11,5 miljoen euro bedragen, volgens het kabinet-Jambon, maar ook in het Ensor-jaar, in 2024, mag het museum op extra middelen rekenen.

De rest van het budget moet het museum dichtfietsen met langdurige partnerschappen met ondernemers, en met eigen inkomsten uit de ticketverkoop, de horeca en de museumwinkel. Willems hoopt een jaarlijkse omzet van zo’n 15 miljoen euro te draaien. “Al wie straks naar het vernieuwde museum gaat, zal zeggen: dit was het wachten waard”, zegt Vlaams minister-president en cultuurminister Jan Jambon (N-VA). “Het ziet er echt wel fantastisch uit. Waarom al die inspanningen? Eenvoudig: dit is dé topcollectie van Vlaanderen, waarmee we ons internationaal op de kaart zetten. Voor dit museum komen toeristen van over de hele wereld naar Vlaanderen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234