Dinsdag 19/01/2021

Van verdriet dat nooit voorbijgaat

De ochtend van 14 maart vergeet niemand ooit. Zeker Dina niet, ze werd die dag 92. Net toen het radionieuws meldde dat in Zwitserland 28 mensen stierven. Dina kromp ineen. Niet omdat haar verjaardag een droeve dag werd. Wel omdat al die mensen ook een beetje haar kinderen waren. Zoals van iedereen die ooit iemand verloor. Rouw komt altijd terug. Verdriet kent echt geen verleden tijd.

Over hoe zwaar de dood is, scheef Heinz Kahlau dit: "Als de mens een moeder had / die hem opneemt aan het einde, / zoals een moeder hem weggaf / aan het begin, / hoe licht zou de dood zijn." Waarmee de Duitse dichter in vijf regels zeer goed vatte wat een mens niet kan vatten. En dat, alle woorden ten spijt, niks troost: het is niet de bedoeling dat een kind sterft. Het mag niet dat een moeder aan het graf moet staan. Dat ze afscheid moet nemen van haar kind.

Vandaag in Lommel-Kolonie en morgen in Heverlee gebeurt dat wel. Ook in Aarschot en in Brasschaat zal afscheid genomen worden van buschauffeurs en begeleiders. Later in Leuven nog van leerkrachten. Gisteren nam Lommel al afscheid van een secretaresse die mee was in St-Luc. En al die plechtigheden, momenten, serene bijeenkomsten komen na een week van al dat verdriet.

Een week waarin nabestaanden in een verschrikkelijk roes terechtkwamen: naar Zwitserland, bang en wenend, de hoop verbrijzeld, identificeren toch maar, een bloem of een boodschap in de tunnel, de terugkeer en dan de organisatie. Kijk, een cliché: je wordt geleefd. En nog één: het is maar goed dat zoveel geregeld moet worden. Dat verhelpt het piekeren en het denken. Dat zal, ongetwijfeld. Maar wat het niet verhelpt, is wat vanavond in Lommel-Kolonie en morgenavond in Heverlee gevoeld zal worden: je kind is weg. Voor altijd. En dat je daar alleen mee zit.

Toen de radio vorige woensdag de woorden Lommel en Heverlee de wereld instuurde, kregen ongetwijfeld alle ouders van kinderen in Lommel en Heverlee sms'jes binnen. Om te koesteren: "Heverlee? Tes filles vont bien?", medeleven kent geen taal- of cultuurgrenzen, zei massapsycholoog Jaap van Ginneken maandag in deze krant. Iets later: "Zeg ons dat ze niet in de bus van Heverlee zit." Dan: "Met Jullie meisjes alles toch oké?"

Voor de poort van de Sint-Lambertusschool werden geruststellende berichtjes teruggestuurd, een menselijk en dus begrijpelijk gevoel, maar ook wrang: aan de andere kant van die poort werd buiten het zicht gehuild. Door mensen die die sms'jes niet konden versturen: hun dochter of hun zoon waren wel dood. Het helpt de mens in de journalist om dan aan de kant te staan. Niks te vragen. Hooguit een krabbel in een boekje. Wat als je wél aan die andere kant had moeten staan? Aan de krant durf je dan niet denken.

Stel dat? Dan krijg je dit: het online rouwregister dat die Sint-Lambertusschool die dag nog opende (en zondag afsloot) stroomde vol met 20.089 boodschappen. Je kunt ze vandaag nog lezen en na de eersten kun je als buitenstaander beter stoppen. Eén: het zijn zulke warme berichten voor die rouwende mensen, maar níét voor jou. En twee: je weet dat bij de 20.079 volgende één woord altijd zal terugkeren en dat is 'sterkte'. Soms met uitroepteken. Welgemeende en goedbedoelde 'sterkte'. Want andere woorden schieten tekort en woorden zijn ook maar woorden. Ze bieden amper troost. Waarmee ze niet te relativeren zijn. Nog erger dan woorden zouden geen woorden zijn. Geen medeleven. Stel je dat maar eens voor.

"Alles kwam terug." Wie iemand kent die iemand verloor, hoorde het vorige week zeker. "Ons ma is onder de voet", klonk het door de telefoon. "Alles kwam terug." Waarbij 'alles' stond voor dat verdriet om het eigen kind. Lang geleden gestorven nochtans hoor. Niet eens een kind-kind meer. Volwassen geworden. Maar gestorven bij een ongeluk, de natuurlijke volgorde door elkaar gegooid. Maar twee regels van Erwin Mortier die dat gevoel vatten: "Eeuwig moeder / Eeuwig aan haar graf."

Altijd afwezig

Ongetwijfeld voelde Dina dat woensdagmorgen ook. Ze is weduwe en veel langer geleden overleed een van haar kindjes. Dat gebeurde in een tijd dat van rouw zelfs geen sprake mocht zijn. Het meisje werd begraven, vlug, de begrafenisondernemer zei toen nog: "Neem je leven maar snel weer op." Wat zei zij daar later over?"Vorig jaar zou ze vijftig geworden zijn. Ze is nog altijd de afwezige." Een dag. Een week. Een jaar. Vijftig jaar dus ook. "Ze is nog altijd de afwezige." Die dood gaat nooit voorbij, dat verdriet evenmin. "Alles kwam terug."

Als het om rouw gaat, is de verleden tijd bijgevolg ongepast. Neen, niet dat je bij Dina, of Jan, of Francine (noem ze maar) sinds de dood van hun kind of man of vrouw of broer of zus, altijd ontvangen wordt in een rouwkapel. Wel koffie en gebak, geen eeuwige koffietafel. Maar rouw blijft en als dat ongeloof opwekt, dan bevestigen recente cijfers van Tele-Onthaal dat. Amper twee weken terug maakte de dienst cijfers bekend van drie maanden onderzoek naar waarom mensen Tele-Onthaal belden of chatten. In liefst 45 procent van de gevallen, wilden mensen praten over het verlies van iemand die ze al meer dan een jaar hadden verloren.

Zei Tele-Onthaal: "Bij een pril verlies kunnen mensen terecht bij hun omgeving. Maar na een tijd geeft die toch aan dat het stilaan voorbij mag zijn. Of ze vragen niet meer hoe het gaat. Omdat ze het vergeten zijn, het niet durven of er ongemakkelijk van worden."

Een weduwe zei daarover ooit dit: "Mensen verstaan het niet. Alleen wie zelf in de situatie zit, weet wat het is. En dan nog is het moeilijk. (...) Na een aantal jaren gaan ze er automatisch van uit dat het verdriet voorbij is. Terwijl het iets is wat je blijft meedragen, dat een deel van je identiteit is geworden."

Hoe lang gunnen we mensen rouw? Zeker tot vandaag. En dus deze week. Ongetwijfeld ook nog een paar weken. Maar als het laatste kaartje met 'sterkte' in het mandje gelegd, is misschien dat toch een aandachtspunt: tijd. Op rouw en verwerking valt zo moeilijk een termijn te plakken. Twaalf gesprekken met twaalf weduwen leverde ooit twaalf verschillende verhalen op. Ouders, broers, zussen, echtgenoten of achtentwintig slachtoffers uit Zwitserland zullen ooit achtentwintig andere verhalen vertellen. Of beter: een veelvoud van achtentwintig. Moeder is anders dan vader. Broer anders dan zus. Iemand kan volgende maand de bladzijde omdraaien. Er zijn mensen die dat nooit kunnen.

Een vergeten kerkhof in Asciano, gemeente in Toscane, leerde dat in 2008. Een stoffige weg, een lang vergeten kerkhofje ernaast, hooguit dertig graven waarvan het jongste uit 1978 dateerde. En bij het graf van Dario Duranti, volato al cielo il 5 agosto 1930 a soli 2 anni, stonden bloemen. Italiaans kan makkelijk zijn, de bloemen stonden bij het grafje van jongen van 2 die in 1930 gestorven was. Verdriet ebt weg, leegte blijft? Oh neen: verdriet kan ook blijven.

Tijd geven dus. Maar tijd kan ook makkelijk zijn, als er gezwegen wordt. We laten ze maar. Denken dat je ze maar beter met rust laat, kan een vals gevoel van rust geven. Alleen zitten we, uitgerekend omdat het weer snel moet vooruitgaan, in een maatschappij die niet alleen geen tijd meer geeft maar die ook niet meer kan of wil luisteren.

Een vriendin die meer dan tien jaar geleden haar man verloor, zei dat later treffend: "Mensen zijn bezorgd hoor en vragen altijd hoe het gaat. Dan gaat het er vijf minuten en dan is ook dat weer gepasseerd. Langer duurt het nooit." Omdat zij dat niet willen? Wellicht omdat wij niet weten dat ze het wél willen. Een interview van vier uur met diezelfde vriendin, toch al twintig jaar echt een bekende, opende de oren: verhalen van een leed dat je nooit vermoedde. Vragen waren zelfs niet nodig. Het kwam eruit. Hoe klef het moge klinken: luisteren helpt wel eens beter dan praten of raad geven.

Dat dit land gechoqueerd was door wat er vorige woensdag gebeurde, is logisch. 28 doden, 22 kinderen, straks twee klassen met al die lege plaatsen. Tekenaar Brecht Evens illustreerde dat lege gevoel bijzonder gepast op de voorpagina van deze krant, vorige vrijdag. Maar in dat getal zit meteen ook een gevaar. Want we leven allemaal mee met die 28 families, maar wat als er maar één kindje was gestorven? Wat dan? Zou het verdriet van die ene familie minder groot geweest zijn? In geen geval. Of de fietser die zondagavond in Rijkevorsel door een auto in de gracht werd gereden en vier uur later op diezelfde plek dood werd aangetroffen.

Eén lege plek aan een keukentafel: ook dat is veel verdriet. En het gaat nooit meer weg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234