Vrijdag 03/12/2021

Van varkensvlees maakt men geen kalfsworsten

Het heet dat het nu wetenschappelijk is bewezen dat het gemeentelijk, het provinciaal onderwijs en het gemeenschapsonderwijs, ceteris paribus, duurder zijn dan het vrij onderwijs. Is dat ook zo? Vlaanderen heeft nood aan een onafhankelijke wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, die doorzichtigheid en continuïteit in het beleid moet brengen, vindt Marc Despontin.

Op vraag van de minister van Onderwijs Vanderpoorten verrichtte het consultancybureau Deloitte & Touche een studie over 'Inkomsten en uitgaven van scholen in Vlaanderen. Kwantificering van de objectiveerbare verschillen'. Die moest tegemoetkomen aan de terechte vraag van de Vlaamse bevolking waarom er verschillen zijn tussen de subsidiëring van het officiële onderwijs (in het bijzonder het gemeenschapsonderwijs) en het vrije net.

Ik zal de laatste zijn om consultant Deloitte & Touche aan te vallen: zij zijn er niet verantwoordelijk voor dat hoogstwaarschijnlijk een slecht lastenboek werd opgesteld, een ad-hoccommissie op het verloop van de studie moest toezien en dat daarenboven in openbare aanbestedingen de zogenaamde concurrentieregels van toepassing zijn (kostprijs boven kwaliteit).

Over dat laatste heb ikzelf lang geleden mijn conclusies al getrokken: alhoewel bedoeld om de transparantie te verzekeren, is het duidelijk dat openbare aanbestedingen tussen de consultants-gegadigden meestal tot onderlinge afspraken leiden en, wat nog erger is, hen meestal verplichten meer tijd te besteden aan het aanbestedingsdossier dan aan de studie zelf. Het zij zo, ainsi soit-il.

Wat ook de oorzaak moge zijn, de studie-Deloitte & Touche beantwoordt uiteraard niet de vraag die de Vlaamse bevolking zich stelt: zijn er redenen waarom het gemeenschapsonderwijs per leerling meer wordt gesubsidieerd dan het vrije net?

Ook bij het Vlaams Parlement bestond enige twijfel over de kwaliteit van de studie. Daarom werden twee van mijn eminente collega's verzocht in het Vlaams Parlement een standpunt in te nemen. Jammer genoeg werd daaraan in de media te weinig aandacht besteed. Collega Hans Waege van de Universiteit Gent gaf een vlijmscherpe kritiek, die collega Jaak Billiet van de KU Leuven volledig bijtrad. Het spreekt vanzelf dat anderen, waaronder ik, nog andere kritieken hadden kunnen toevoegen.

Wat dat studiebureau ertoe heeft aangezet een studie neer te leggen waarop elke eerstejaarsstudent aan een echte universiteit zou falen, is mij een raadsel. Het is daarenboven niet de hoofdzaak.

Ondanks de volkomen terechte opmerkingen van mijn collega's stel ik vast dat de méthode Coué in beleids- en onderwijskringen uitermate werkt. Ik verklaar deze methode met een citaat uit La maîtrise de soi-même par l'autosuggestion consciente: "Autosuggestie is inderdaad een instrument waarmee we worden geboren. Het is een instrument - beter nog, een ongelooflijke kracht - dat, onberekenbaar, tot de beste of de slechtste resultaten kan leiden."

Alhoewel mijn eminente collega's in het Vlaams Parlement de studie-Deloitte & Touche methodologisch terecht hebben gekelderd, lees ik op verschillende plaatsen dat nu wetenschappelijk is bewezen dat het gemeentelijk, het provinciaal onderwijs en het gemeenschapsonderwijs, ceteris paribus, duurder zijn dan het vrij onderwijs. Het is duidelijk ook de uitgangsstelling van de rondetafelconferentie over het onderwijs die de minister heeft ingeluid. Mevrouw de minister, garbage in, garbage out, ook in de statistiek. Van varkensvlees maakt men geen kalfsworsten.

Het is bedroevend voor de wetenschap te moeten vaststellen dat zogenaamde studies, waarover een consensus bestaat dat ze niet aan de wetenschappelijke vereisten voldoen, als basis zullen dienen van beleidsbeslissingen die de fundamenten van onze maatschappij zullen bepalen. De toekomst van de enige grondstof waarover Vlaanderen beschikt - onze jongeren - wordt bepaald door studies die de toets van de wetenschap niet kunnen doorstaan.

Het valt mij op hoe schril het contrast met Nederland is. Lange tijd geleden had ik het genoegen om door de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid als expert uitgenodigd te worden. Ik had toen al ervaring met het Vlaamse bestel en was dan ook bijzonder verwonderd dat mijn Nederlandse collega's beweerden via die raad enige invloed op het regeringsbeleid te hebben. En ja, toch hebben ze mij overtuigd.

Wordt het geen tijd dat we ook in Vlaanderen zo'n raad oprichten? Laat ons eerlijk zijn. Het spreekt vanzelf dat, op allerlei bestuursniveaus - niet enkel in Vlaanderen - wordt gepoogd om het beleid door onafhankelijker advies te laten begeleiden. Kan dat echter lukken door het oprichten van allerlei ad-hoccommissies, stuurgroepen, en dergelijke? Noch de opdrachtgever, zij het de politieke, zij het de administratieve, noch de consultant hebben er belang bij die tijdelijke commissies, stuurgroepen en dergelijke te bemannen met personen die te kritisch zouden kunnen staan tegenover de voorgestelde plannen, waarin zij oprecht en daadwerkelijk geloven. Zo werd ook de studie 'Inkomsten en uitgaven van scholen in Vlaanderen' van een stuurgroep voorzien, maar met welk resultaat?

Vlaanderen heeft beslist een objectiever - dus ook wetenschappelijker - beleid te voeren. Vlaanderen heeft nood aan een onafhankelijke wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, die doorzichtigheid en continuïteit in het beleid moet brengen. De twee afgevaardigden van een der betrokken politieke partijen, die niet kunnen ontkennen in het huidige onderwijsdebat centraal te staan, plaatsten hun handtekening onder het politiek akkoord van 18 juni 1998 over de herziening van het bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs.

Dat akkoord stelde dat: "De financiële controle wordt eenvormig voor alle netten en wordt uitgeoefend door een college van accountants dat wordt aangeduid door de Vlaamse regering." Dat werd echter nooit uitgevoerd en zou, meer dan waarschijnlijk, door een wetenschappelijke raad aan de minister zijn opgemerkt.

Indien in 1998 een eenvormige boekhouding was ingesteld, was het huidige onwetenschappelijk debat overbodig geweest. Te veel historische en maatschappelijke verschillen verklaren waarom de kostprijs per leerling van school tot school (zowel over de onderwijsnetten heen, maar waarschijnlijk nog meer binnen elk onderwijsnet) verschilt. Dat kan niet vervangen worden door een op vrijwillige basis bekomen statistiek, waarbij eenieder uitmaakt of het voor zichzelf beter uitkomt al dan niet te antwoorden.

Is trouwens, mevrouw de minister, niet precies hetzelfde aan de gang wat de financiering van de universiteiten betreft? Vergis ik mij dat de toenmalige minister van Onderwijs Luc Van den Bossche in het parlement had beloofd een commissie op te richten om de financiering van de universiteiten ernstig te bestuderen, dat zijn opvolger Baldewijns die heeft opgericht, en dat het ondertussen, na twee vergaderingen, een tweetal jaar geleden is dat die commissie nog is samengekomen? Zal men tegen 2006 vaststellen dat de tijd ontbrak om die aangelegenheid ernstig te bestuderen?

Ondertussen lachen de schooldirecties die geweigerd hebben aan de studie-Deloitte & Touche deel te nemen in hun vuistje. Zou het echt toeval zijn dat het antwoordpercentage vanuit de verschillende netten sterk verschilt? Het ontgaat de huidige beleidsvoerders duidelijk dat het in de statistiek belangrijker is te weten waarom sommigen niet antwoorden dan de antwoorden te registreren. Een wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid had daarop zeker gewezen. Zijn er objectiveerbare verschillen tussen de onderwijsnetten - of beter nog - tussen scholen? Ja. Zij dienen echter door ernstig wetenschappelijk onderzoek te worden ondersteund. De methodes daartoe bestaan.

Het is echter misschien politiek handiger de méthode Coué toe te passen, waarbij opnieuw op onwetenschappelijke basis een politiek akkoord zal worden gesloten. Wedden dat dat politieke akkoord binnen enkele jaren dan weer in vraag zal worden gesteld?

Marc Despontin is voorzitter van de Hoge Raad voor de Statistiek en gewezen vice-rector onderzoek van de VUB

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234