Woensdag 28/10/2020

Seksueel misbruik

"Van tien tot zestien plus, jongens maar ook meisjes: er is niet één soort minderjarige seksuele misbruiker"

Psychologen Ninke Duquet en Charlotte De Pourcq werken met kinderen en jongeren beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik bij het Brusselse gespecialiseerde centrum I.T.E.R.Beeld Tim Dirven

Nu blijkt dat meer minderjarigen verdacht zijn van seksueel misbruik dan gedacht, rijst de vraag wie die minderjarige pleger is. "Er is niet één klassiek profiel", zeggen twee experts. "Maar bij allemaal zien we dat therapie veel effect heeft en de kans op hervallen minimaal is."

Een meisje van veertien dat babysit bij de kinderen van de buren maar in de problemen komt wanneer het buurjongetje van acht aan zijn ouders vertelt dat de babysit geregeld aan zijn intieme delen frunnikt. Een vijftienjarige die zich sociaal afsluit en een klasgenootje online afperst om naaktbeelden te delen. Een jongen van zeventien met een autismespectrumstoornis die zijn nichtje misbruikt en niet ziet wat het probleem is.

Het zijn maar een paar voorbeelden van wie de minderjarige pleger van seksueel grensoverschrijdend gedrag kan zijn. Hij (of zij) is zeker niet altijd die puberende viespeuk die in donkere steegjes klasgenotes aanvalt. Aan dat type denken we al snel als we in de krant lezen ‘Jaarlijks 1.800 minderjarigen verdacht van seksueel misbruik’.

Maar de realiteit is veel meer geschakeerd, leggen de psychologen Ninke Duquet en Charlotte De Pourcq uit. Zij werken dagelijks met deze jongeren in het Brusselse centrum I.T.E.R, dat gespecialiseerde behandeling voor
seksueel grensoverschrijdend gedrag biedt.

Sexting en betastingen

Wat opvalt, is hoezeer de persoonlijkheden en achtergronden uiteenlopen. “De leeftijden variëren van jonger dan twaalf tot zestien-plus. Ook komen deze kinderen en jongeren uit alle sociale klassen. Eén overeenkomst is misschien dat er weinig allochtone kinderen en jongeren bij zitten”, zegt Duquet.

Over de feiten zegt ze: “Het gaat vaak over sexting en ‘sextortion’, waarbij ze online de ander onder druk zetten om zich naakt te tonen of expliciete beelden door te sturen. Doet het slachtoffer dat niet, dan dreigt de dader ermee eerdere naaktfoto’s van hem of haar vrij te geven.”

In veel andere verhalen is er sprake van seksuele aanrakingen tegen de zin van de ander. “Verkrachting, met penetratie, komt ook voor, maar we zien het minder dan dat online misbruik en de verregaande betastingen”, zegt Duquet.

Het gaat natuurlijk niet om onschuldig seksueel geëxperimenteer. Voor een verhaal tot bij I.T.E.R. komt, is uitgeklaard dat er wel degelijk sprake is van een slachtoffer en van gedrag waarbij het kind of de jongere duidelijk de seksuele grens van de ander overtrad. En slechts een
 zeer kleine minderheid ontkent die feiten tegenover de psychologen. “Wij houden ons ook niet bezig met de juridische waarheid, maar met voorkomen dat het nog eens gebeurt.”

Mythes doorprikken

En dat kan enkel door in kaart te brengen wat de factoren zijn die aanleiding gaven tot het misbruik. Die lopen uiteen van, onder andere, ontwikkelingsstoornissen zoals autisme, ADHD of hechtingsproblemen, traumatische ervaringen, psychologische en sociale problemen in het gezin, zwakke sociale vaardigheden, stress, geen besef hebben van grenzen, antisociaal gedrag en psychopathie, een verstandelijke handicap. Sommigen hebben weinig andere psychische problemen, anderen dragen een zware rugzak mee.

Duquet en De Pourcq vinden het belangrijk om daarover mythes te doorprikken. Meestal zijn het jongens, maar het zijn zeker soms ook meisjes, bijvoorbeeld. De Pourcq: “Doorgaans zitten zij in een zorgende situatie, zoals meisjes die voor hun jongere broers en zusjes zorgen of die babysitten. Die verhalen komen minder aan het licht, omdat we van meisjes minder aannemen dat ze seksueel misbruik plegen en omdat de jongens die slachtoffer zijn vaak niet durven te getuigen, uit angst voor een aanslag op hun imago als sterke jongen.”

Een andere mythe is dat het om veeleer slimme, doortrapte daders gaat. “Er is ook een groep met een verstandelijke beperking die net daardoor geen rekening houdt met de grenzen van de ander”, zegt De Pourcq. “Ook jongeren die erg geïsoleerd zijn en, bijvoorbeeld door autisme, met een sociale handicap zitten, kunnen dader worden, omdat ze niet inzien dat aandringen bij een meisje dat ze naaktbeelden stuurt of verdraagt dat je aan haar borsten zit niet kan.”

Attitudes, grenzen en empathie

De taaiste mythe is dat deze jongeren ‘gedoemd’ zijn tot een leven als seksueel delinquent. Dat blijkt niet te kloppen. Duquet: “Het herval in seksueel misbruik is minimaal, tussen 3 en 11 procent. Wel verschuift het soms naar ander problematisch gedrag. Maar meer dan bij volwassenen zien we dat we kinderen en jongeren nog erg kunnen bijsturen. Ze zijn nog onaf, en dat is hier een voordeel.”

Voor de manier waarop dat kan, bestaat niet één recept, net omdat de profielen zo verschillen. “Met de impulsieve dader die het heeft over ‘onweerstaanbare dwang’, bijvoorbeeld bij veel stress of na een relatiebreuk, gaan we zoeken naar manieren waarop hij die impulsen kan remmen en blokkeren. Wat kalmeert? Wat leidt af? Wie kan hij altijd bellen op een riskant moment?”, zegt De Pourcq. 

“Wanneer iemand meent dat ‘meisjes het altijd leuk vinden’ als hij aan hen zit, werken we rond attitudes, grenzen en empathie. Dat is ook iets wat we bij iemand met autisme doen. Bij een jongere in een instelling die zich daar of op school vooral aan andere kinderen vergrijpt omdat hij zeer weinig privacy heeft voor normaal seksueel geëxperimenteer, gaan we ook na hoe die context kan verbeteren. We werken op maat om in dat ene specifieke verhaal herval te voorkomen, en meestal lukt dat.” 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234