Donderdag 24/10/2019

Van terrorist tot levende legende

Zuid-Afrikaans vrijheidsicoon Nelson Mandela wordt vandaag 90 jaar

Londen, Rio de Janeiro en Johannesburg zijn maar enkele wereldsteden die vandaag feesten voor de negentigste verjaardag van de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar Nelson Mandela. Zijn leven stond in het teken van de onvermoeibare strijd voor democratie en tegen apartheid in zijn land. Daarbij schopte hij het van terrorist van wie het portret verboden was tot internationaal gerespecteerde levende legende.

Door Aernout Zevenbergen

Breekbaar. Kleine stapjes. Zilveren haar. Zijn glimlach. Een zwaai. Een zeldzaam voorkomen. Zijn laatste publieke voorkomen, eind juni, op een verjaardagsfeest van popgroepen in Londen. Door zijn vrouw Graça geholpen liep hij langzaam op het podium naar de microfoon. Als een popheld.

Nelson Mandela wordt vandaag negentig jaar. Feesten staan op stapel in onder andere Londen, Rio de Janeiro en Johannesburg. Een levende legende. Een icoon. Een engel. Bijna.

Tot begin deze maand stond de ex-president van Zuid-Afrika op een Amerikaanse lijst van terroristen voor wie toegang tot de Verenigde Staten verboden was. "Een beschamende fout", gaf minister Condoleeza Rice van Buitenlandse Zaken toe.

Van 'terrorist' naar een aardse engel. Hoe schopte Mandela het zo ver? En hoe kon zijn imago zo drastisch veranderen? Ligt de metamorfose, van het oude stempel dat hij decennialang droeg in het stempel van vandaag, aan de golven van de tijdgeest of juist aan de standvastigheid van zijn overtuiging?

Mandela legde al zijn kaarten op tafel in 1963, tijdens de roemruchte zaak waar hij terechtstond op verdenking van hoogverraad. Zijn veroordeling in deze Rivonia Hoogverraadzaak bracht hem naar Robbeneiland. Hij zou vastzitten tot februari 1990. In zijn toespraak vertelt Mandela hoe zijn wortels in de geschiedenis liggen, verankerd in de verhalen van de oudsten.

"In mijn jeugd in de Transkei", vertelde hij zijn rechters, "luisterde ik naar de verhalen die de ouderen van mijn volk vertelden over voorbije dagen. Daaronder waren de vertellingen over de oorlogen gevochten door onze voorouders om het vaderland te verdedigen. De namen van Dingane en Bambata, Hintsa en Makana, Squngthi en Dalasile, Moshoeshoe en Sekhukhuni, werden geprezen met de lof van de gehele Afrikaanse natie. Ik hoopte toen al dat mijn leven mij de mogelijkheid zou bieden om mijn volk te dienen en mijn eigen kleine bijdrage te leveren aan hun vrijheidsstrijd."

Het oprichten, zo legt verdachte Mandela uit, van een gewapende arm van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) was in de jaren zestig noodzakelijk geworden. Een halve eeuw van vreedzaam protest had alleen meer repressie opgeleverd. Alle vreedzame middelen om te protesteren tegen het blanke minderheidsregime waren verboden. Stakingen, demonstraties, niets wat het racistische gezag aan de kaak stelde, was nog toegestaan. Keiharde reacties van de veiligheidsdiensten volgden. "Alleen toen besloten wij geweld met geweld te vergelden."

Het is mede door deze uitspraak dat Zuid-Afrika en de internationale bondgenoten in de Koude Oorlog de ANC-leider Mandela als 'terrorist' betitelden. In het zwart-witdenken van de jaren zestig moest elke opponent van de 'liberale kapitalistische wereld' wel een communist zijn - een tussenweg bestond niet.

Mandela zelf heeft nooit affiniteit gehad met communisme. "Ik heb gedaan wat ik heb gedaan (...) wegens mijn ervaringen in Zuid-Afrika en mijn trots op mijn Afrikaanse achtergrond, en niet om wat een of andere buitenstaander gezegd zou hebben." Hij bouwde voort op een eeuwenoude Afrikaanse traditie van gedeelde verantwoordelijkheid en gemeenschapszin, ubuntu geheten. Een traditie die hij verloren zag gaan met de jacht op geld die in Zuid-Afrika in volle vaart was.

In de jaren zestig hoorden blanke Zuid-Afrikanen tot de rijkste mensen ter wereld. Met een bodem vol goud en diamanten leek aan de rijkdom geen einde te komen. Johannesburg, van oorsprong een nietsbetekenend gat, groeide in luttele decennia uit tot een miljoenenstad, die tegenwoordig naar schatting een derde van het hele Afrikaanse bruto nationaal product verdient.

De groei werd gevoed door goud en spotgoedkope zwarte arbeid aan wie werkgevers nagenoeg niets verplicht waren. Voor zwarten was in dit blanke paradijs geen plaats. Elke zwarte die zich op straat begaf, moest zijn vergunningen daarvoor laten zien in een pasje. Verzet daartegen werd keihard afgerekend.

"Toen sommigen van ons dit in mei en juni van 1961 bespraken, kon je niet ontkennen dat ons streven naar een niet-raciale staat langs de weg van vreedzaam protest niets had bereikt en dat onze aanhangers hun vertrouwen verloren in die route. Sommigen ontwikkelden hun eigen verstorende idee van terrorisme."

Door de onvrede te kanaliseren in een eigen beweging, onder leiding van het ANC, hoopten de leiders van de organisatie onnodig geweld beperkt te houden. Onrust onder de zwarte bevolking leidde al steeds meer tot onderling geweld. Er waren onder de meest extreme zwarten plannen om onschuldige blanke burgers te executeren. Het ANC vreesde bedolven te worden onder een golf van geweld, die het hele land in vuur en vlam zou zetten. Met slachtoffers onder alle bevolkingsgroepen.

De opzet van de gewapende arm, Umkhonto we Sizwe (Speer van de Natie), was om met gerichte aanvallen op de veiligheidsdiensten en op de infrastructuur de Zuid-Afrikaanse staat te verzwakken. Dergelijke aanvallen zouden de zwarte bevolking moeten tonen dat het ANC ondanks alle verbodsbepalingen nog steeds actief was. Tegelijkertijd moesten ze het minderheidsregime ondermijnen.

"Het is een strijd voor het recht te leven", sloot Mandela zijn toespraak af. "Gedurende mijn leven heb ik mij gewijd aan deze strijd van het Afrikaanse volk. Ik heb gevochten tegen blanke overheersing en ik heb gevochten tegen zwarte overheersing. Ik heb het ideaal gekoesterd van een democratische en vrije samenleving, waarin alle mensen in harmonie samenleven, met gelijke mogelijkheden. Dit is een ideaal waarvoor ik hoop te leven en dat ik hoop te bereiken. Maar als het noodzakelijk is, is het een ideaal waarvoor ik bereid ben te sterven."

Mandela verdween voor 27 jaar achter de tralies. Zijn foto werd verboden in Zuid-Afrika in een desperate poging om een van de leiders van de bevrijdingsbeweging ANC uit het geheugen te verbannen. Maar juist dergelijke maatregelen zouden zich tegen het apartheidsregime keren. En Mandela opstuwen tot legendarische hoogte.

Op het eiland ontpopte Mandela zich tot een vaderfiguur voor alle andere politieke gevangenen. Twijfel tonen was, zo schrijft zijn geautoriseerde biograaf Anthony Sampson, onmogelijk. Het zou de geestkracht ondermijnen - een gevaarlijke trend op een eiland waar gevangenen dagenlang moeten hakken in steengroeven, met te weinig kleren om zich 's nachts warm te houden en te weinig eten.

Met een sterk gerantsoeneerde briefwisseling naar zijn directe familie, is Mandela verstoken van alle communicatie met zijn kameraden. Nieuws lekt alleen binnen via nieuwe gevangenen, sommigen in hun vroege tienerjaren. Een enkele keer probeert het blanke gezag Mandela te verleiden tot onderhandelingen. Zo mag hij eens naar Kaapstad. Daar aangekomen ziet hij dat de straat van het kantoorgebouw waar hij ontvangen zou worden, verlaten is. Bekende signalen van een poging iemand uit een raam te gooien, een van de beproefde manieren van de politie om tegenstanders te vermoorden. Mandela weigert naar binnen te gaan.

Buiten het gezichtsveld van Mandela werkt het ANC internationaal aan zijn vrijlating door de publieke opinie te mobiliseren. Het gezicht van Nelson Mandela wordt, hoewel niet meer in eigen land beschikbaar, het symbool van de bevrijdingsstrijd. Eén foto vooral.

In de jaren tachtig voert het Westen de druk op Zuid-Afrika op, hoewel leiders als Maggie Thatcher van Groot-Brittannië resoluut over Mandela blijven spreken als een 'terrorist'. Een economische boycot raakt het Zuid-Afrikaanse bedrijfsleven in het hart. De kosten van de strijd tegen het ANC lopen inmiddels zo hoog op dat de staat moeite heeft het geld op te hoesten. Vooral onder leidinggevende Afrikaners groeit de weerstand tegen het eigen systeem. Een burgeroorlog lijkt uit te breken, die als een veenbrand alles kapot zou maken waar Afrikaners sinds 1652, in het voetspoor van de Nederlander Jan van Riebeeck, aan hadden gewerkt.

De blanke elite beseft dat ze alleen kan overleven door zijn eigen grootste vijand, de terrorist Mandela, vrij te laten. Met zijn gebalde vuist hoog geheven verlaat hij op 11 februari 1990 de gevangenis waar hij was voorbereid op zijn nieuwe rol als vredestichter en toekomstig president.

Uit zijn mond komen niets dan verzoenende woorden. Uit zijn daden als de eerste zwarte president blijkt niets van haat of weerzin tegen blanken. Mandela overwint de allerlaatste reserve onder de laatste blanken als hij, gestoken in het nationale tenue van het rugbyteam, als een tiener zo uitgelaten de overwinning viert. Het is 1995, één jaar na de afschaffing van de apartheid. Het ideaal waarvoor hij in 1963 zei bereid zijn te sterven, dient zich aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234