Zaterdag 19/10/2019

Van speels tot helder uitgepuurd

Dit najaar kronkelt en spat het zo hevig in de poëzievijver, dat ik niet veel uren aan de kant nodig heb om sterke gedichten op te vissen. Tot de top behoren de nieuwe bundels van Bart Meuleman, Paul Claus en Roland Jooris. Wat een genot aan de rand van de vijver.

Door Paul Demets

Heel wat 'jongere' dichters laten van zich horen. Jan Lauwereyns is neuropsycholoog. Ook zijn poëzie is een vorm van onderzoek. In Vloeistof en welvaart (De Bezige Bij) gaat het over stilstand en beweging en hoe die twee met elkaar verweven kunnen zijn. Dit is een bundel waarmee je bezig kunt blijven, van een dichter die toont hoe de taal altijd ontsnapt: 'De woorden blijven ontembaar.'

Ilja Leonard Pfeijffer, de dichter met de meest volslanke poëzie van de 'jonge' generatie, trekt nog maar amper een klein decennium door het poëzielandschap, maar zijn werk is nu al niet meer weg te denken. De man van vele manieren (De Arbeiderspers) is zijn verzameld werk tot nu toe, niet met mate te verorberen.

Hagar Peeters maakte aanvankelijk naam als performer. Die invloed merk je nog in de klankkleur van haar werk. Een lamento, een dramatische monoloog: je hoort het haar zeggen. In Loper van licht (De Bezige Bij) sluit zij zich aan bij de traditie van Charles Baudelaire, Walt Whitman en Fernando Pessoa. Uitdagend stelt ze voor met deze grote mannen mee op stap te gaan. Speels neemt ze het daarmee op voor het vrouwelijke in de literatuur: 'Laat mij deze vuile broek aantrekken/ en jullie achterna komen, stelletje schooiers.'

Alfred Schaffer schrijft ontregelende poëzie die je verplicht om je zekerheden overboord te gooien. De ruimte achter de werkelijkheid zien we deze keer in Kooi (De Bezige Bij), waarin hij ons de dwangbuis van het sonnet laat voelen, met prozagedichten als tegengewicht.

Erwin Mortier staat altijd met één voet in het verleden. Handig om in het heden niet te struikelen, zoals wij al te gemakkelijk doen, tot vermaak van velen. Met de vijl gaat hij de taal te lijf en maakt er glanzende gedichten van, over plaatsen, mensen en momenten. Goed dat we de poëzie van Erwin Mortier hebben, om de diepte te zien en toch niet te vallen. Dat kan nu met zijn voorlopig verzamelde gedichten in Voor de stad en de wereld (De Bezige Bij).

Geert Buelens brengt met Europa, Europa! (Manteau) een complete studie over de dichters van de Eerste Wereldoorlog en voegt er in één moeite de bloemlezing Het lijf in slijk geplant (Manteau) aan toe. Eindelijk eens een literatuurwetenschapper die de moed heeft om de bewegingen in de poëziegeschiedenis in een perspectief te plaatsen dat de context van ons taalgebied overstijgt.

Piet Gerbrandy is een dichter die de verwijzingen naar de klassieken niet schuwt. In zijn nieuwe bundel Vriendinnen (Contact) bezingt Gerbrandy niet zonder wellust en weerbarstigheid zijn liefde voor vrouwen uit de klassieke tijd en meteen ook voor alle vrouwen van alle tijden.

Nachoem M. Wijnberg maakt van poëzie lezen een bevreemdende en net daarom zo fascinerende ervaring. Zijn gedichten zijn tegelijk abstract door de formulering en persoonlijk door de onderliggende thematiek. In een eenvoudige opeenvolging van zinnen in Het leven van (Contact) wordt de lezer het schimmenrijk van het al dan niet biografische binnengeleid.

Vergankelijkheid

Ed Leeflang moet ongeveer de beste natuurdichter en de lyricus met het grootste menselijke mededogen uit ons taalgebied zijn. Geen wonder dat zijn fascinatie voor het hier en nu een besef van vergankelijkheid met zich meedraagt. Dat zal niet anders zijn in zijn postume bundel Gaandeweg (De Arbeiderspers).

Vier jaar na zijn ongeval neemt Rutger Kopland de draad weer op en laat hij ons met vertraagde blik kijken naar De ruimte tussen ons en wat wij waarnemen in kaart gebracht (Van Oorschot).

Van Leonard Nolens' bundel Bres, waarin hij de lezer meeneemt in een genereus 'wij' zijn we nog maar net bekomen, of hij schuift ons al de nieuwe bundel Woestijnkunde (Querido) toe, waarin de noodzaak van het formuleren van een bestaan weer lyrisch en mededelend duidelijk gemaakt wordt.

Leo Vroman, geboren in 1915, moet zowat de oudste nog levende dichter uit ons taalgebied zijn. Als bioloog geniet hij wereldfaam, omdat er een natuurwet in verband met het bloed naar hem genoemd werd: het Vromaneffect. In Zwelgen wij denkend rond (De Bezige Bij), een bundeling van poëzie, brieven en gesprekken, spat de fascinatie van Vroman en de zoveel jongere Jan Lauwereyns voor waarneming, taal, maar net zo goed voor het kleine en het banale op.

Ook in Eigenlijk heb je alles al, de nieuwe bundel van Huub Beurskens (Meulenhoff), duikt Leo Vroman op. Beurskens laat hem enkele strofen afsluiten. Zo wendbaar zijn de taal en de thematiek van Beurskens, dat hij zich dat gerust kan permitteren.

Wrang

Bart Meuleman verblijdt ons zeer aangenaam met de wrange bundel omdat ik ziek werd (Querido). In eenvoudige taal lezen we over de nadelen van een overbewustzijn. Meuleman kokhalst vaak van deze wereld en hij verbergt dat niet ('moet dit leven dan geheel en al zichzelf verkwikken,/ liefste?'). Maar er spreekt ook een groot verlangen naar schoonheid uit deze bundel.

Woordmagie

Een taalkenner die het verleden, in zijn geval dan de literatuurgeschiedenis en de mythologie, nooit uit het oog verliest, is Paul Claes. De woordmagie, waarin hij tradities, talen en beelden elkaar laat weerspiegelen, vinden we in De zonen van de zon, zijn verzamelde gedichten (De Bezige Bij). En Claes is ongetwijfeld de uitverkoren gids om ons langs zijn favoriete Nederlandse en Vlaamse gedichten te leiden in Lyriek van de lage landen (De Bezige Bij).

Essentieel

Roland Jooris, de fijnslijper bij uitstek in de poëzie van ons taalgebied, verzet zich met ingehouden adem heftig tegen de onvolmaaktheid en de vergankelijkheid van het bestaan, dat tot helderheid noopt. De contouren van het verstrijken (Querido) is niet minder dan een essentiële bundel om de dag mee door te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234