Vrijdag 03/12/2021

Van Severen maakt de cirkel rond

Wat heeft Portugal met Vlaanderen gemeen als het over vormgeving gaat? Niet veel op het eerste gezicht. De twee curatoren van de reistentoonstelling '100 jaar vormgeving in Vlaanderen' wisten wel op te delven dat de wereldberoemde dubbeldekbrug 'Luis I' over de Douro in Porto in 1881 werd geconstrueerd door de 'Société de Construction et des Ateliers de Willebroeck', naar een ontwerp van Théophile Seyrig. Een leuk 'brugje' om Porto met Vlaanderen te verbinden en een handig uitgangspunt voor een tentoonstelling rond vormgeving. Ook al omdat Porto, culturele hoofdstad in 2001, als thema 'Pontes para o Futura' ('Bridges to the Future') koos.

Momenteel loopt in het Museum voor Sierkunst en Vormgeving de try-out van de reistentoonstelling, een opdracht van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Een hele uitdaging als je weet dat de tentoonstelling na Porto ook nog naar Helsinki en andere steden reist.

Maar eerst Porto dus. Omdat de 'Luis I' in 1886 werd ingehuldigd, start de expositie ook ongeveer op het einde van de 19de eeuw. De volgende decennia worden opgedeeld in acht stijlperiodes. Unica en artisanale series worden daarbij zoveel mogelijk buiten beschouwing gelaten. Met haar 350 items wil de expositie ook geen allesomvattend overzicht geven, maar veeleer de sterke momenten uit onze designgeschiedenis belichten.

Inhoudelijk rammelt deze constructie een beetje. Zo wordt de scheidingslijn tussen industriële en artisanale productie niet altijd consequent aangehouden, terwijl ook 'Vlaanderen' en 'Vlaams' af en toe wel heel ruim worden opgevat - wat door de curatoren Moniek Bucquoye en Lieven Daenens ruiterlijk wordt toegegeven. Tot pakweg onmiddellijk na WOII is er op de tentoonstelling ook nauwelijks sprake van vormgeving, zeker niet op industriële schaal. Er zijn natuurlijk de stopcontacten, lampfittingen en overige ontwerpen van bakeliet, en op de grens tussen industriële en ambachtelijke productie de Cubex-keukens, maar daar houdt het zo'n beetje op.

In die optiek benadert de tentoonstelling de periode voor WO II als een historische aanzet. Op de try-out wordt ruim aandacht besteed aan deze voorgeschiedenis en dat levert naast de obligate stukken, wel enkele mooie verrassingen op. In de uiteindelijke reistentoonstelling zal de klemtoon meer op de hedendaagse productie komen te liggen. Deze boet nu wat in, ook al omdat de samenstellers redelijkerwijs aannemen dat het overgrote deel van de geïnteresseerde bezoekers vertrouwd is met wat in de voorbije jaren in Vlaanderen werd geproduceerd.

De samenstellers opteerden om voor elke stijlperiode tegelijkertijd een (industrieel) ontwerper en/of bedrijf in de kijker te zetten. Parallel is er een overzicht van grafische vormgeving. Dat is vooral bedoeld om de tijdsgeest te illustreren, maar toch wel bijzonder ontnuchterend als je merkt hoe (nog maar enkele decennia terug) onze firma's communiceerden rond vormgeving. Een derde lijn illustreert de evolutie in het woontextiel. Een vaak miskende discipline waarin Vlaamse ontwerpers en ondernemingen niet toevallig uitblinken. Veel stoffenontwerpen - vooral woontextiel en bedlinnen - verdwijnen nu rechtstreeks naar de Amerikaanse en Italiaanse markten zonder dat zij ooit bij ons te koop zijn.

Boeiend aan de tentoonstelling is hoe je de bedrijven, ontwerpers en producten ziet groeien en hoe de zaken steeds professioneler worden aangepakt. Op 'Vormgeving in Vlaanderen' zie je echt hoe moeilijk beide partijen het soms moeten hebben gehad om tot een professioneel, commercieel resultaat en succesvol product te komen. Te krappe financiële mogelijkheden, te kleine doelgroepen of afzetmarkten, te weinig ervaring met industriële processen, te weinig erkenning van de ontwerper... Het straalt van de producten af. Je kijkt met verwondering en ook wel bewondering naar al die pogingen, zoals de eerste bevlogen initiatieven van echte duizendpoten zoals Albert Van Huffel of Louis-Herman De Koninck, die vanaf de jaren dertig voor de firma Van De Ven de moduleerbare Cubex-keuken ontwerpt. Een zeldzaam commercieel succes.

Het keerpunt ligt eind de jaren vijftig, begin de jaren zestig, wanneer er vanuit de ondernemingen duidelijk een beweging op gang komt om een afzetmarkt te creëren. Het effect en het elan van een evenement zoals de wereldtentoonstelling Expo 58 komen op deze tentoonstelling zeker tot uiting, samen de pioniersrol van het voorbije Design Center. Ontwerpers komen eindelijk op de voorgrond, enkele fabrikanten gaan heel programmagericht werken.

De jaren vijftig worden op 'Vormgeving in Vlaanderen' opgebouwd rond de figuur van Willy Van Der Meeren, een jonge architect en innoverend meubelontwerper. Jean Vits, zaakvoerder van het metaalbedrijf Tubax te Vilvoorde haalt hem in huis en lanceert een serie non-conformistische, ongekunstelde meubels met heldere kleuren en klare lijnvoering. Perfect passend in de tijdsgeest, zoals de speelse en kleurrijke 'atoomstijl'.

Van Der Meeren is een van de ontwerpers die besluit zich toe te leggen op het 'sociaal meubel bestemd voor massadistributie'. Terwijl de grondstof vaak hout of multiplex met een laagje fineer is, komen ook staal, kunststoffen en glas opzetten. Vooral de plastics lenen zich uitstekend tot vormelijke en producttechnische experimenten.

Van dan af gaat het snel en wordt ook het aanbod breder en gediversifieerder. Naast meubelen worden nu reisbagage, verlichtingsarmaturen, woontextiel, huishoudtoestellen... aangepakt. Toch is het opvallend dat weinig van de pioniersbedrijven die intensief investeerden in vormgeving en de markt hebben opengebroken, hebben overleefd. Allicht omdat het allemaal te lokaal en te disparaat bleef.

De echte doorbraak van de Vlaamse vormgeving is er gekomen samen met de systematische aanpak en de internationalisering. Al bij al een recent gegeven, van de laatste tien, twintig jaar. Ook de samenwerking tussen vormgever en bedrijf krijgt in die periode een duidelijker vorm.

Vrijwel alle spelers op de internationale markt zijn op de tentoonstelling vertegenwoordigd. Waar de expositie start met enkele schaarse voorbeelden uit de eerste helft van vorige eeuw, is dit onderdeel haast een staalkaart van alles wat Vlaanderen op vormgevingsvlak betekent.

Als eindpunt is zowat de hele TM-collectie van Maarten Van Severen in de tentoonstelling opgenomen. Volgens de curatoren hoort deze meubelencollectie er vanzelfsprekend bij omdat Van Severen "Vlaanderen definitief op de internationale designkaart wist te zetten". Van Severen is ook het 'brugje' dat terug naar Porto leidt. In opdracht van het OMA te Rotterdam ontwerpt hij namelijk de binneninrichting en het meubilair voor het Casa da Musica (architect Rem Koolhaas) in Porto waarvan de opening is voorzien in 2002.

Hilde De Decker

'100 jaar Vormgeving in Vlaanderen, van Théophile Seyrig tot Maarten Van Severen' loopt nog tot 8 april in het Museum voor Sierkunst en Vormgeving, Jan Breydelstraat 5, 9000 Gent (09/267.99.99) en is alle dagen open van 10 tot 18 uur, behalve op maandag.

Voorts schenkt het nieuwste themanummer van het tijdschrift Vlaanderen aandacht aan 'Vormgeving in Vlaanderen-Aspecten van meubeldesign'. Het biedt een beeld van verschillende ontwerpers uit Vlaanderen binnen de sector van de meubelvormgeving. Professor Jacques De Visscher schreef een filosofische tekst over de mens als vormgever; architect Christian Kieckens belicht het oeuvre van meubelontwerper Pieter De Bruyne; Liesbeth Melis heeft het over de internationale faam van Maarten Van Severen; Johan Valcke gaat in op de werking en de taak van de afdeling Vormgeving van het VIZO (Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen); Lieven Daenens schetst de positie van het Gentse Museum van Sierkunst en Vormgeving, een plaats waar hedendaagse vormgeving een permanente plaats krijgt; Jan Boelen ten slotte wijst op de noodzaak van een directe link tussen ontwerpers en industrie. Een los exemplaar van Vlaanderen kost 350 frank (8,68 euro), een jaarabonnement (vijf nummers) kost 1.100 frank (27,27 euro). Storten voor een van de formules moet gebeuren op het rekeningnummer 467-9351391-96.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234