Donderdag 19/05/2022

van schurk tot bondgenoot en terug?

De triomfantelijke ontvangst van Lockerbieterrorist Abdel al-Megrahi kadert volgens buitenlandexperts in een charme-offensief rond de veertigste verjaardag van de Libische Revolutie. De controverse leest alvast als een zoveelste episode in een politieke carrière die grossiert in onvoorspelbare bokkensprongen.De vrijlating van al-Megrahi ontketende wereldwijd flink wat opschudding. Amerikaans president Obama noemde de beslissing “een vergissing”. Ook op de triomfantelijke ontvangst van de terminaal zieke al-Megrahi in zijn thuisland Libië werd met verontwaardiging gereageerd. Honderden Libiërs wachtten al-Megrahi op de luchthaven van hoofdstad Tripoli op, nadat de veroordeelde bommenlegger met een vliegtuig van kolonel Kadhafi zelf vanuit Schotland was overgevlogen. Kadhafi bedankte Brits premier Gordon Brown en zelfs Queen Elisabeth voor de vrijlating. Seif al-Islam Kadhafi, zoon van, omhelsde al-Megrahi uitbundig toen die uit het vliegtuig stapte, en zorgde prompt voor een diplomatieke rel door te verkondigen dat de vrijlating er kwam in ruil voor economische afspraken met Groot-Brittannië. Het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken ontkende alras en benadrukte dat de vrijlating louter een beslissing is van de Schotse regering. In een interview met de Britse radiozender Radio 4 verdedigde de Schotse premier Alex Salmond gisteren de vrijlating en zei dat de beslissing “enkel op juridische gronden is gebaseerd”. Ook Brits premier Brown werd in de vaderlandse pers verantwoording gevraagd nadat een iets te amicale brief van hem naar “Dear Muammar” uitlekte.Buitenlandexperts zien de vrijlating echter vooral als een succes voor het regime van Kadhafi. Op 1 september viert de Libische leider immers de veertigste verjaardag van de revolutie die hem aan de macht bracht. In die optiek wordt al-Megrahi als een welgekomen trofee voor Kadhafi’s bewind beschouwd. Ontpopt de excentrieke “Bedouin Byron” zich, na jaren van diplomatieke dooi, op die manier opnieuw tot abjecte paria van de wereld?

Islamitisch socialisme

Op 1 september 1969, volgende week exact 40 jaar geleden, pleegt Muanmar al-Kadhafi een vrijwel bloedeloze staatsgreep tegen de heersende Libische Koning Idris I. De toen pas 27-jarige Kadhafi werpt met zijn coup de monarchie omver en roept prompt de nieuwe Libische Arabische Republiek in het leven. Hoofdambitie van de jonge usurpator, steevast getooid in extravagante traditionele gewaden, is naar eigen zeggen uitgroeien tot “de Che Guevarra van zijn generatie”. Kadhafi, in 1942 geboren als jongste telg in een traditioneel landbouwersgezin, meet zichzelf de titel van “kolonel” aan en focust in zijn regime op welzijn, vrijheid en educatie. Tussen 1975 en 1977 lanceert Kadhafi, in navolging van Mao’s Rode Boekje, zijn Groene Boekje, waarin hij de krachtlijnen van zijn “islamitisch socialisme” uiteenzet. Kolonel Kadhafi wil de Libische republiek drastisch omvormen en introduceert daartoe het systeem van de jamahiriya, of “regering door de massa”. In theorie wordt het Noord-Afrikaanse land op die manier een “directe democratie”, waarin alle burgers via tal van lokale raden onmiddellijke inspraak in het bewind krijgen. In de praktijk komt de macht echter hoofdzakelijk in handen van Kadhafi en een gering gremium te liggen. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA bestempeld de “Broederlijke leider en Gids van de Revolutie”, een epoustouflante eretitel die Kadhafi zichzelf had aangemeten, als een regelrechte militaire dictator. Kadhafi doorspekt zijn regime met een flinke scheut pan-Arabisme en ontpopt zich tot een fervente pleitbezorger van de vereniging van alle Arabische staten in wat hij “De Verenigde Staten van Afrika” doopt. Grote inspiratie in Kadhafi’s buitenlandbeleid is dan ook Abdel Nasser, president van het naburige Egypte. De Libische leider bepleit ook vurig het pan-Islamisme, de unie van islamitische landen en volkeren.

Terreurfinancierder

Alle filosofische bespiegelingen ten spijt krijgt Kadhafi al snel heel wat tegenwind vanuit Westerse hoek. Vooral de Verenigde Staten menen dat de Libische leider zijn land wil omturnen tot een vrijhaven van anti-Westerse radicalen, waar elke “vrijheidsbeweging” wapens en financiële steun kan verkrijgen, op voorwaarde dat ze de strijd tegen het imperialisme hoog in het vaandel draagt. Kadhafi doet weinig om dat beeld te ontkrachten. Hij verleent financiële en militaire ondersteuning aan vrijheidsbewegingen in West-Afrika, meer bepaald Sierra Leone en Liberia, net als aan radicale moslimgroeperingen. In de loop van de jaren zeventig wordt Libië in verband gebracht met tal van terroristische activiteiten, zowel in Arabische als niet-Arabische landen. Niet alleen geeft Kadhafi onderdak aan de Oegandese dictator Idi Amin, hij wordt ook ontmaskerd als financierder van de Black September Movement. Die was in 1972 verantwoordelijk voor de bloedige aanslag op de Israelische delegatie tijdens de Olympische Spelen van Munchen. Libië wordt in die tijd ook beschuldigd van wapenlevering aan de Ierse afscheidingsbeweging IRA. Tevens een flinke doorn in het oog van zijn criticasters is Kadhafi's onverbloemde sympathie voor de Palestijnse Vrijheidsbeweging PLO. Hij verleent onder meer asiel aan de radicale Palestijn Abu Nidal, algemeen beschouwd als het meesterbrein achter de bloedige aanslagen op de luchthavens van Rome en Wenen in december 1985. De Libische leider wordt daarnaast verdacht van financiële steun aan Carlos de Jakhals, bij diens gijzeling van enkele Saoedi-Arabische en Iraanse ministers. Rond het midden van de jaren tachtig wordt Kolonel Kadhafi in het Westen bijgevolg algemeen beschouwd als de voornaamste financierder van het welig tierende internationale terrorisme.

Lockerbie

Ondanks zijn frontale aanval in zijn Groene Boekje op hun “grove imperialisme” zoekt Kadhafi in de jaren tachtig ook toenadering tot de toenmalige Sovjet-Unie. Met succes. Libië kwam als eerste land buiten het Sovjetblok in het bezit van de supersonische MiG-25 gevechtsvliegtuigen. Hoofdreden voor de toenadering tot de Sovjet-Unie is volgens analisten de steun van de VS aan Israël. “Kadhafi is geobsedeerd door het van de kaart vegen van Israël”, schrijft het toonaangevende Amerikaanse magazine Time in april 1986. “Hij is er van overtuigd dat enkel de VS zijn doel belemmert.” Met de VS lopen de spanningen in die periode bijzonder hoog op. Vooral Kadhafi’s steun aan de PLO, zijn sympathie voor het revolutionaire regime in Iran en zijn toenadering tot de aartsvijand in Moskou zorgen voor een Mexican standoff. In 1981 verklaren de VS de reispaspoorten voor Libië ongeldig, een jaar later kondigt Washington een embargo tegen de import van Libische olie af. Als klap op de vuurpijl noemt Reagan zijn Libische tegenhanger “de dolle hond van het Midden-Oosten”. De virulente vete tussen de VS en Libië culmineert in 1986 in de befaamde operatie El Dorado Canyon, waarbij Amerikaanse bommentapijten in Tripoli 45 Libische militairen en regeringsleden en 15 burgers doden. Een van de slachtoffers is Kadhafi’s adoptiedochter Hanna. De VS-aanslag is een vergelding voor Kadhafi’s aandeel in de bomaanslag op een Berlijnse discotheek kort daarvoor. Triest hoogtepunt in Kadhafi’s terreurcarrière is 21 december 1988. Op die dag ontploft boven het Schotse dorpje Lockerbie een Amerikaans Pan Am-vliegtuig. 259 passagiers en 11 Lockerbie-bewoners komen om. Oorzaak van het drama blijkt al gauw een bomaanslag, met de Libiër Abdel Basset al-Megrahi, op dat moment vermoedelijk in dienst van de Libische inlichtingendienst JSO, als hoofdverdachte. De link naar Kadhafi is snel gelegd. En ook al schreeuwt al-Megrahi tot op vandaag zijn onschuld uit, toch aanvaardt Kadhafi in 2003 “de verantwoordelijkheid voor de acties van zijn officials in het Lockerbiedrama” en betaalt hij simultaan bijna 19 miljard euro schadevergoeding aan de nabestaanden van de slachtoffers.

Radicale koerswijziging

Een markant manoeuvre dat exemplarisch is voor de radicale koerswijziging van Kadhafi aan het slot van de twintigste eeuw. In de loop van de jaren negentig heeft Libië nog te kampen met economische sancties en diplomatieke isolatie, voornamelijk door de VS en Groot-Brittannië. Op instigatie van de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela en gedwongen door geopolitieke en ideologische wijzigingen - de implosie van de Sovjet-Unie, de opkomst van het islamitisch extremisme - maakt Kadhafi echter gaandeweg een draai. In 1999 gaat hij akkoord met een proces tegen de Libische beklaagde in de zaak-Lockerbie. Twee jaar voor 9/11 belooft Kadhafi reeds zijn medewerking aan de strijd tegen Al-Qaeda. In 2004 betaalt hij een schadevergoeding voor Libiës aandeel in de Lockerbieaanslag en kondigt hij een opschorting van zijn fel gecontesteerde atoomprogramma aan. Toenmalig Brits premier Tony Blair doorbreekt in 2004 als eerste het Westerse embargo, twee jaar later volgen de VS zijn voorbeeld. Internationale sancties worden en masse opgeheven. In september 2008 brengt Condoleezza Rice als eerste Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken sinds 1953 een bezoek aan Tripoli. Ook Frans president Nicolas Sarkozy veegt de spons over het verleden, en na de vrijlating van Bulgaarse verpleegsters in juli 2007 start de Europese Commissie onderhandelingen over een akkoord dat Libië op weg moet helpen naar meer democratie en een vrije markteconomie. De vroegere pariastaat krijgt zelfs een zetel in de VN-Veiligheidsraad. In een opiniestuk in The New York Times pleit Kadhafi begin dit jaar warempel voor een model waarin Palestijnen en Israëliërs vreedzaam samenleven in één staat. Steevast vergezeld door een indrukwekkende vrouwelijke lijfwacht doet Kadhafi, vader van zeven zonen, de afgelopen jaren Westerse hoofdsteden als Brussel, Parijs en Rome aan.

Lucratieve handelsdeals

Na jaren van isolatie werd Kadhafi dus plots salonfähig. Hoofdreden hiervoor? Westerse realpolitik, maar vooral ook de gigantische olie- en gasvoorraden die Libië rijk is. De vroegere schurkenstaat herbergt immers de grootste oliereserve van Afrika. Niet toevallig gingen de Amerikaanse, Britse, Franse en Belgische politieke toenaderingen telkens gepaard met lucratieve handelsdeals. Sinds Westerse leiders Tripoli opnieuw frequenteren, zijn ook de internationale handelsmissies richting Libische hoofdstad explosief gestegen.Kadhafi, Afrika’s langst heersende leider, ambieerde met zijn radicale koerswijzigingen twee doelen. Primo: buitenlandse investeerders aantrekken om de slabakkende Libische economie opnieuw aan te zwengelen. Ondanks de enorme mogelijkheden heerst in het land immers flink wat armoede en is de haven- en wegeninfrastructuur gebrekkig. Secundo: Kadhafi’s eeuwige queeste naar een prominente plek op het politieke wereldtoneel. Begin dit jaar werd hij verkozen tot president van de Afrikaanse Unie; in september, naar aanleiding van de veertigste verjaardag van zijn Libische Revolutie, slaat hij zijn luxueuze bedoeïenentent op in New York. Daar wil hij zich, voor de allereerste keer, richten tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De toespraak moest het sluitstuk vormen van zijn rehabilitatieproces. Tenzij hij met de commotie rond al-Megrahi, en met zijn fel bekritiseerde bezoek aan Libiës voormalige kolonisator Italië in juni, alsnog zelf roet in het eten gooit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234