Zaterdag 16/01/2021

Van prentenboek tot adolescentenroman

Zaterdag worden naar jaarlijkse gewoonte de Gouden Uilen voor Fictie en Jeugdliteratuur uitgereikt. Recensente Belle Kuijken wikt en weegt de vijf genomineerde kinder- en jeugdboeken. Maar we laten ook jonge lezers zelf aan het woord.

Bart Moeyaert, Gerda Dendooven en Filip Bral

Luna van de boom

Pantalone, 36 p.

Karlijn Stoffels

Rattenvanger

Querido, vanaf 14 jaar, 137 p., 458 frank

Harm de Jonge

Vleugels voor Jorre

Van Goor, vanaf 10 jaar, 112 p., 505 frank

Harrie Geelen

Het boek van Jan

Querido, 570 frank

Ed Franck

Mijn zus draagt een heuvel op haar rug

Averbode, vanaf 10 jaar, 80 p., 495 frank

De jury van de Gouden Uil voor Jeugdliteratuur kon weliswaar kiezen uit een enorm aanbod aan kinderboeken - zo'n 150 - maar kwam tot de bevinding dat het percentage pulp ('kwispelstaartend proza') ook enorm was. Daardoor kon de jury nauwelijks vijftien boeken selecteren die de moeite waard waren voor de longlist. In de laatste ronde blijven uiteindelijk nog vijf zeer lezenswaardige boeken over. De winnaar van de Gouden Uil zal een sterk werk zijn, maar het zal niet symbool staan voor het doorsnee kinder- of jeugdboek in Vlaanderen en Nederland.

Een van die vijf nominaties is Luna van de boom, een Slowaaks sprookje dat 'anders verteld' is door Bart Moeyaert en onovertroffen geïllustreerd door Gerda Dendooven. Moeyaert behoudt de typische ingrediënten van een ouderwets sprookje. Het komt u wellicht ook bekend voor: de koning heeft drie zonen die allemaal op hun beurt een bijna onuitvoerbare opdracht moeten volbrengen. Koningszonen zijn daar altijd te dom of te kortzichtig voor, en dat is ook hier het geval: ze bouwen een feestje en zijn te dronken om nog in actie te komen. Illustratrice Gerda Dendooven stak de oudste zonen in een rolkraagtrui en gaf ze een dommige uitdrukking. Van de jongste zoon wordt het minste verwacht, maar hij schopt het het verst. En dat door zijn deugdzame karakter en een pure levensfilosofie. De jonge prins wordt beloond maar heeft aan het goud dat hij eraan overhoudt geen boodschap. Hij is gestraft met liefdesverdriet. Hij heeft de mooie Luna van de boom ontmoet en zal haar koste wat het kost terugvinden.

Heel erg bijzonder zijn enkele details in het verhaal: de jonge prins leent van drie duivels wat oude spullen waarmee hij zich onzichtbaar kan maken en door tijd en ruimte kan reizen. Een prins die heult met de duivel? Beetje onvoorspelbaar is dat en dat bezorgt dit sprookje - hoewel volgens een klassiek stramien van herhaling, beloning en moraalles - een uitschuivertje. De jonge prins is ook iets opstandiger dan zijn collega's bij Grimm of Andersen.

Er zijn kamers in dit sprookje, de koning zet wel eens een raam open om naar buiten te kijken. Jonge mannen zuipen en vertellen flauwe grappen. Op zijn zoektocht naar Luna gaat de jongste prins op een bankje zitten en krabt hij in z'n haar. Allemaal knipoogjes naar de bestaande wereld. Heel subtiel aangebrachte veranderingen die niet in echte sprookjes thuishoren. De prinsen zijn een beetje meer gewone jongens, de koning een beetje een rijke papa. Maar ook niet te veel. Luna van de boom blijft een ode aan het klassieke sprookje, aan het voorspelbaar vertelseltje met een boodschap, om diep in de kussens en bij kaarslicht te lezen.

Bij Luna van de boom hoort ook een cd, waarop Bart Moeyaert het verhaal vertelt op prachtige sfeervolle muziek van Filip Bral. Bovendien is het ook nog eens een theaterproductie waar een film bij hoorde. Knap multimediaal werk. Het is ook het eerste boek van de kleine, nieuwe uitgeverij Pantalone.

Eén adolescentenroman is er geselecteerd voor de Gouden Uil, Rattenvanger van de Nederlandse Karlijn Stoffels. Dat is een heel terechte keuze. Gezien het onderwerp had Rattenvanger nochtans evengoed een zoveelste probleemboek voor jongeren kunnen zijn, waarbij het jonge lezerspubliek wat 'bijgebracht' wordt.

Het hoofdpersonage is 14 en wordt door een tien jaar oudere jongeman 'geholpen' sneller door haar puberteit heen te lopen. Hij misbruikt haar, maar zij laat zich misbruiken. Ze raakt aan hem verslaafd, hij op een vreemde manier aan haar verslingerd. Ze walgt van hem, geniet niet van de seks die overigens alleen van zijn kant komt (ze blijft er roerloos bij liggen), maar kan het niet weerstaan telkens weer bij hem aan te kloppen. Stoffels creëert een vreemde, bijzondere spanning tussen twee mensen. Een ongezonde relatie waarbij geen van beiden de slechterik is. Het gedrag van het jonge meisje is te verklaren door de situatie thuis: vader is afwezig, moeder is psychisch gestoord, heeft een gat in haar hand en het is de dochter die het huishouden bereddert en de brokken opveegt. Ze is keihard voor zichzelf en anderen. Cynisme bij een 14-jarige en de (sociale) gevolgen ervan, maar zonder dat de schrijfster ook maar één enkele poging doet medelijden op te wekken. Eén minpunt: het boek eindigt met een avontuurlijke noot, een heuse achtervolging en afrekening, wat in schril contrast staat met de rest. Want tot dat moment kan het wel eens spannend worden, maar om een heel andere, prikkelender reden.

Karlijn Stoffels (°1947) is geen nieuwkomer, maar geniet toch nog maar sinds enkele jaren enige bekendheid. Mosje en Reizele en Stiefland vielen eerder al in de prijzen. In Rattenvanger is haar stijl subliem. Stoffels schetst een levensechte tiener: onvoorspelbaar, allesbehalve doorsnee, streng voor zichzelf en met een heel aparte persoonlijkheid.

De Nederlandse illustrator Harrie Geelen maakte al twee filosofisch getinte prentenboeken over Jan. Het derde heet Het boek van Jan en gaat over het schrijven van een boek. Dat gaat niet vanzelf. Vanaf de eerste pagina krijgt het prentenboek al een filosofische inslag: "Jan schreef: Alle mensen heten Ik. Hij dacht na. En toen schreef hij: Ik ook."

Elke pagina ziet er hetzelfde uit: een groot vierkant schilderijtje onder vijf, zes regels tekst. Dit is een boek voor lezers vanaf een jaar of zeven, die hun eerste stappen in de grote wereld van het boek net gezet hebben. Op de prenten zie je telkens Jan aan het werk, of is zijn fantasie aan het werk. Hij mijmert over het bestaan, over leren schrijven, over poezen, boeken én het buurmeisje. Dat meisje verschijnt eerst hier en daar bijna toevallig in de hoek van de prent, en in de hoeken van Jans gedachten, maar stilaan gaat ze een hoofdrol spelen. Harrie Geelen steekt er hier en daar gefingeerde kindertekeningen tussen, wat een bijzonder grappig effect oplevert.

Harrie Geelen levert prachtwerk af. Dat verbaast niemand nog. Hij tekent al jaren de prenten bij het werk van z'n echtgenote Imme Dros, maakte onvergetelijke schilderijtjes bij Beestenboel, verzamelde verhalen en gedichtjes van Annie M.G. Schmidt. De illustrator die ook gaat schrijven? Dat is niet nieuw. Bij ons wagen Gerda Dendooven, Klaas Verplancke en André Sollie zich ook aan teksten, en eigenlijk is dat heel begrijpelijk. Zo vormen tekst en illustratie vanzelf een geheel. De jury heeft met de nominatie van Het boek van Jan duidelijk aangegeven dat Geelen evenveel waard is als schrijver. Want het ligt niet voor de hand dat een prentenboek in aanmerking komt voor een literaire prijs.

Hoe komt het toch dat er altijd opnieuw boeken verschijnen waarin kinderen willen vliegen? Harm de Jonge deed er nog een bij: Vleugels voor Jorre, een kinderboek voor lezers vanaf een jaar of 10.

Moeder Floor beweert dat haar zoon Jorre niet gek is. Dat is nu net de clou, hij is zo zot als een achterdeur. Jorre is geboren met een enorm hoofd en een lichaam dat klein blijft. Hij is superbegaafd, maar worstelt met een 'zoem' in z'n hoofd die kan leiden tot hysterische uitbarstingen. Hij is gepassioneerd door twee dingen: vliegen en z'n buurmeisje Bonnie. Bonnie is groot en mooi maar lijdt aan een zenuwtril. Samen zijn ze zoiets als een Siamese tweeling, ze kunnen niet zonder elkaar. Jorres moeder, Floor, blijft geloven in de goede afloop van alle vliegexperimenten, maar natuurlijk gaat het mis. Dat voelt elke lezer van ver aankomen, maar echt bedreigend is het gevaar niet. Want de figuren in Vleugels voor Jorre zijn stuk voor stuk poppen of karikaturale stripfiguren, nooit worden ze mensen van vlees en bloed. Wellicht is dat ook niet de bedoeling van de auteur, en op zich is z'n stijl vernieuwend en fris. Qua absurditeit doet het zelfs een beetje denken aan Joke van Leeuwen, maar wel veel minder goed. Het eerste deel is op het vervelende af, je voelt je niet thuis in die getekende vreemde wereld, maar naar het einde toe boeit het boekje wel meer. Al bij al is het een fascinerend werk, dat wel, maar het overtuigde mij niet. Ik stoorde me aan de vele Hollandse woorden ('Schorriemorrie', 'goeie grutten', 'meidje', 'poepkwakje',...) hoewel ingebed in typisch Nederlandse smakelijke dialogen.

Het tweede Vlaamse genomineerde werk is van Ed Franck. Mijn zus draagt een heuvel op haar rug is een boekje dat sommigen ongelooflijk bekoort en anderen vrij onverschillig laat. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat het boek een nominatie verdient, al was het maar wegens het knappe experiment, ben ik er niet over de hele lijn door geboeid geraakt.

Mijn zus draagt een heuvel op haar rug is een pakkend, schrijnend verhaal over een meisje met een bochel, verteld in de ik-persoon door haar jongere broertje. Zijn aparte manier van observeren bepaalt de stijl van het hele boek. Hij probeert bijvoorbeeld hardnekkig de vreemde gedragingen van z'n zusje te begrijpen. Hij is een nogal onhandige trooster, met als gevolg dat hij er, ondanks alle goede bedoelingen, volledig naast zit. Hij zoekt genegenheid bij z'n geliefde zusje, maar zij veracht zichzelf zo dat ze erg gemeen reageert op die toenaderingspoging. Allemaal heel aandoenlijk en echt aangrijpend, zeker omdat je voelt dat alles afstevent op een verschrikkelijk einde.

Toch heb ik het gevoel dat de sobere stijl afbreuk doet aan het verhaal. De kleine verteller is nog jong en je zou kunnen zeggen dat zijn 'simpele', ongecomplexeerde manier van kijken naar de dingen de stijl bepaalt. Als Ed Franck werkelijk heeft geprobeerd door de ogen van een jongen te kijken dan vind ik het allesbehalve geloofwaardig, en zo heb ik het ook niet begrepen. Nee, de uiterst gestileerde taal is te dood voor zo'n gevoelig verhaal. Nu en dan stoort de opeenvolging van korte zinnetjes met steeds dezelfde woordvolgorde. De twintig korte hoofdstukjes vertellen allemaal een andere gebeurtenis, een ander soort confrontatie met de zus. Te vaak hanteert Ed Franck een te strakke stijl: heel wat van die hoofdstukjes krijgen aan het begin een steeds identieke aanhef.

Maar net als Harm de Jonge is Ed Franck meesterlijk in kleine scènes. Daarom, en omdat het boek je soms echt wel rillingen bezorgt, lijkt het me een grote kanshebber te zijn voor de Gouden Uil. Maar mijn favoriet is het niet.

Belle Kuijken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234