Donderdag 09/07/2020

AchtergrondKleding

Van pestsnavels tot griepsluiers: de geschiedenis van de ziektewerende kleding

Mondmaskers tegen de Spaanse griep, in 1918. Beeld ullstein bild via Getty Images

We voelen ons misschien modern met onze handgemaakte mondkapjes, maar de geschiedenis, van ziektewerende (en veroorzakende) kleding is lang. Een overzicht op zevenmijlslaarzen.

Over het verband tussen kleding en ziekte zijn boeken volgeschreven. Over de ongezonde, misvormende gevolgen van het inbinden van voeten en het afknellen van tailles met korsetten, bijvoorbeeld. En over het maanden achter elkaar dragen van soldatenuniformen die niet gewassen konden worden en dus vuige broeinesten werden van luizen en vlooien, ziektekoeriers bij uitstek. Of over de lange jurken met slepen uit het fin de siècle waarmee deftige dames straatvuil met zich mee sleurden. Een Brits medisch rapport uit 1900 telde na onderzoek van de zomen van een aantal lange rokken ‘grote kolonies bacteriën, waaronder die van tuberculose, tyfus, tetanus en influenza’.  Dan te bedenken dat die kolonies ook nog eens terechtkwamen in de krappe huizen van naaisters die een cape of baljurk in hun krappe sloppenhuisje boven op het bed van hun slapende kinderen legden om het aldaar te herstellen voor de vermogende opdrachtgeefster. 

Krijgt u al de kriebels?

Klassieke oudheid

Griekse kostuums. Vanaf links: 1. chiton 2. exomis 3./4. himation 5. chlamys 6. kinderjurk 7./8. vrouwenchiton 9. Dorische chiton 10. dubbele chiton.Beeld Getty

Zo lang als er mensen leven en geschiedenis schrijven, zo lang zijn er al epidemieën die we verspreiden en waartegen we ons proberen te weren. De oude Romeinen en Grieken hadden te maken met de Pest van Antoninus (165-180 AD, waarschijnlijk mazelen of pokken), en de Pest van Justinianus (541–549 AD, veroorzaakt door de pestbacterie Yersinia pestis die later ook de Zwarte Dood aanjoeg). De oorzaak van dit soort ellende werd bij gebrek aan kennis doorgaans gezocht in miasma, de verzamelnaam voor onwelriekende luchtjes afkomstig van rottende materie of meurende moerassen. Hoe ze zich die van het lijf hielden, blijft de vraag, antieke fresco's van mondkapjes zijn in elk geval niet gevonden. Wél geschriften van de arts Philistion van Locri, die al in de vierde eeuw voor Christus de oorzaak van ziekte zocht in de conditie van het lichaam. Extreme kou of hitte, en de overgang tussen die twee achtte hij gevaarlijk. Daarbij raadde hij aan om niet alleen neus en mond goed te laten ademen, maar het hele lichaam te laten luchten – wat natuurlijk prima gaat in lekker losse wollen of linnen chitons die toen in de mode waren. 

Middeleeuwen 

Kleren die besmet zijn met de Zwarte Dood worden verbrand, rond 1340. Illustratie uit de Alexanderroman uit de Bodleian Bibliotheek in Oxford. Beeld Getty Images

In de late middeleeuwen, de tijd dat de builenpest eenderde van de Europese bevolking om zeep hielp, bepaalden de overheden dat kleren van pestlijders in de oven verbrand moesten worden om verdere besmetting te voorkomen. Een 14de-eeuws manuscript van een Alexanderroman uit Oxford toont een illustratie van zes mannetjes die jakken en kappen verzamelen en in het vuur gooien om zo de Zwarte Dood de pas af te snijden. Vaak werd daarna het huis van de zieke uitgerookt en het beddengoed verbrand, waarmee ook de vlooien en luizen die voor overdracht hadden gezorgd gingen hemelen. Nadeel van het verbranden van kleren was dat doodgravers, die vaak bijbeunden door de kleding van de gestorvenen te verkopen, nu een belangrijke inkomensbron moesten missen.

Nieuwe tijd

Een 17de-eeuwse illustratie van een arts in beschermende kleding tegen de pest. Beeld Getty Images

Ook bij het voorkomen van verspreiding tijdens de 17de-eeuwse uitbraken speelde kleding een rol. Voor pestdokters uit die tijd was het gebruikelijk om behalve een allesverhullende mantel met hoed ook een snavelmasker te dragen. Het zou de arts beschermen tegen nog steeds gevreesde ‘miasma’ en zorgde tegelijkertijd voor afstand tot de patiënt. Wie toch te dicht in de buurt kwam, kon worden weggejaagd met de bijbehorende rietstok. De uitvinding van het snavelpak wordt toegeschreven aan de Franse arts Charles de Lorme, die onder meer aan het hof van Lodewijk de XIII diende. De Lorme beschreef een jas die behandeld werd met geparfumeerde was, een rijbroek die aan de laarzen vastzat, een hemd dat in de broek was gestopt en hoed en handschoenen van geitenleer. Het masker, zo schreef hij, was ongeveer 16 centimeter lang, gevormd als een vogelbek en gevuld met geneeskrachtige en zuiverende kruidenaftreksels. Op een 18de-eeuwse illustratie van ziekenvervoer in Florence ten tijde van een pestuitbraak aldaar zien de vrijwillige ambulancebroeders eruit als zwarte spoken door de doeken met kijkgaten die ze over hun hoofden dragen. Niet om besmetting tegen te gaan, wel om onherkenbaar te blijven. Goede werken dienden anoniem te worden verricht.

Ambulancebroeders in Florence met zwarte maskers op, rond 1754.Beeld Getty Images

Moderne tijd

De gravure van Moritz Gottlieb Saphir waarin hi jde draak steekt met alle adviezen tegen cholera.Beeld Getty

In het 19de-eeuwse West-Europa waren de bewoners minstens zo bang voor een andere besmettelijke ziekte: cholera. Toen nog niet duidelijk was dat de cholerabacterie door besmet water werd overgedragen, zongen er allerhande goedbedoelde aanbevelingen rond. Dat waren – in de lijn van chloor drinken tegen corona – zulke malle tips dat de satirische Oostenrijkse journalist Moritz Gottlieb Saphir er uitgebreid de draak mee stak. Zijn naam prijkt onder een Weense gravure van rond de 1830 met de titel Portrait einer Cholera-Präservativ-Frau, waarop een dame te zien is die zich angstvallig uitbundig heeft uitgedost. Wat ze allemaal draagt, beschreef Saphir nauwgezet: een flanellen choleraband tegen het afkoelen van de buik, een koperen borstlap, een korset van elastisch rubber, een riem van kleine steentjes, kruidenzakjes aan de benen. Overschoenen met kruiken, schapenboutmouwen vol doeken, een halsketting van zoutstenen en peperkorrels. Op het hoofd azijnflessen, chloorkalk en een kleine windmolen om de lucht te zuiveren. Aan de oren uien en knoflook, onder de kin een band van jeneverbessen en parfumflesjes. Dan nog een parasol met een jeneverbestak, kleine zakjes met chloorkalk en aan de bovenkant een noodbel. Het hondje is versierd met jenevertakken en in zijn bek draagt het een kruisstok met klisteerspuit. Om zijn nek een bord met de tekst : maar geen angst! 

Of cholera en de pest nog niet genoeg waren, waarden vanaf de middeleeuwen ook nog de pokken rond, die via hoesten en niezen werden verspreid. Lange rokken die over de smerige straten sleepten waren in dit geval dus niet de boosdoeners. Integendeel misschien, want het dragen van rokken kon besmetting met pokken juist voorkómen. Dat wil zeggen: lange, en vooral wíjde rokken, zoals die eeuwenlang gedragen werden door pronkzuchtige, rijke dames die door de omvang van hun crinolines wel op afstand van elkaar móésten blijven.

Vrouw in crinoline, rond 1860. Beeld Getty Images

Een onhygiënische boel bleef het desalniettemin tot ver in de Victoriaanse tijd. Toen Koningin Victoria’s lijfarts John Snow na jaren van vergeefs roeptoeteren eind 19de eeuw eindelijk voet aan de grond kreeg met de germ theory dat ziektes als cholera en builenpest niet door ‘miasma’ maar door bacteriën worden overgedragen, gingen de hygiëne en de volksgezondheid met sprongen vooruit. Vervuilde waterpompen werden vervangen, het filteren en koken van drinkwater werd ingevoerd, net als handen wassen en ontsmetten voorafgaand aan medisch handelen. In Duitsland maakte ondertussen ook reformarts en ‘hygiënist’ Gustav Jäger furore. In 1880 schreef hij in het Neuen deutschen Familienblatt het essay ‘Die Normalkleidung als Gesundheitsschutz’ waarin hij pleitte voor het dragen van ruwe, liefst wollen ongebleekte en ongeverfde kleding onderkleding ‘om de uitstoot van schadelijke lichaamsstoffen te bevorderen’ – een theorie die al eeuwen eerder door de Italiaan Aldobrandino van Siena was gepropageerd in zijn boek Le Régime du corps (omstreeks 1285). Jaegers nieuwe versie van deze ideeën sloeg zo aan dat de slimme Brit Lewis Tomalin in 1884 een Jaeger-kledingmerk lanceerde, dat nog steeds bestaat. Poolreiziger Ernest Shackleton overleefde extreme kou door de langen wollen Jaeger-onderbroeken en Britse soldaten zaten er in de Eerste Wereldoorlog mee in de loopgraven. In Nederland werd door de in 1899 opgerichte Vereniging voor Verbetering van Vrouwenkleding (V.v.V.v.V.) gepleit voor de idealen van de reformbeweging – een levenswijze die later alternatief of new age werd genoemd. Vrouwen zouden zich moeten bevrijden van knellende korsetten, verstikkende hoge kragen en lange ‘onhygiënische’ slepen. Reformkleding sloeg niet aan, en werd alleen door een klein clubje vooruitstrevende artistiekelingen gedragen. 

De jaren 1910

Een arts in beschermende kleding in 1912, tijdens een uitbraak van de pest in Mantsjoerije. Beeld Getty Images

In de jaren tien van de 20ste eeuw werd het menselijk lichaam in het verre oosten weer stevig ingepakt om ziekten buiten te houden. In 1912 brak de pest uit in Mantsjoerije, niet ten gevolge van overdracht via vlooien en ratten deze keer, maar rechtstreeks door Mongoolse marmotten. De oorzaak: een prijsstijging van marmottenvacht, dat als alternatief gold voor sabelbont. Onervaren, geldbeluste jagers doodden ook zieke dieren, die verstandiger pelsjagers liever links lieten liggen, en peuzelden na het villen ook maar meteen het marmottenokselvet op. Dat gold in China als een delicatesse, maar leidde tot een pestepidemie die zeven maanden huishield en 60.000 mensenlevens eisten. Om zich te wapenen tegen besmetting droegen artsen een soort astronautenpakken, met ingebouwde bril in de kap. De pest zwakte af, maar verdween niet: vorig jaar nog meldde The Washington Post dat een echtpaar uit de Mongoolse plaats Tsagaannuur was gestorven aan de pest na het eten van rauwe marmotingewanden.

Mondkapjes tegen de Spaanse griep in Groot-Brittannië in 1918. Beeld Getty Images

Toen in 1918 in Amerika, Europa en China de Spaanse griep uitbrak – zo genoemd omdat er alleen in Spanje vrij over werd bericht – werd het dragen van mondmaskers in veel Amerikaanse steden bij wet verplicht. Of dat veel zin had, is nog maar de vraag: de maskers waren klein en bedekten in een aantal gevallen de neus niet. Ook het materiaal zou niet voldoen. In oktober 1918 kopte de Seattle Daily Times: “Griepsluiers zijn de nieuwe mode: om ziekte tegen te houden dragen vrouwen uit Seattle fijnmazige weefsels met een randje van chiffon.” Ook het dragen van hoeden met een brede rand, die toen in de mode waren, voorkwam dat anderen te dichtbij kwamen.

Heden

En nu, ruim honderd jaar en vele epidemieën later, broeden knutselaars, kunstenaars en modeontwerpers op nieuwe manieren om in stijl afstand te kunnen bewaren. Geen modelabel zo klein of groot of het maakt wel blitse mondkapjes. De Italiaanse hoedenmaakster Veronica Toppino ontwierp social distance hoeden ter grootte van wagenwielen en denimmerk G-Star maakte een spijkertutu met een doorsnede van drie meter voor de dansfilm Safe Distance Ballet van Het Nationale Ballet. Maar het mooist zijn toch de hug gloves en cuddle curtains, zoals van de Brit Antony Cauvin uit Stratford-upon-Avon. Hij knutselde een soort douchegordijn met vier lange veeartsenhandschoenen waarin hij zijn geliefde grootmoeder na weken van langeafstandswuiven eindelijk weer kon knuffelen. 

Fashion victims

Meer lezen over mode en gezondheid? De Britse historicus  Carolyn Day schreef Consumptive Chic over modieuze tuberculosevoorzorgsmaatregelen, Susan Watkins van Cornell University (VS) schreef met Lucy Dunne Functional Clothing Design en Alison Matthews David van Ryerson University (VS) bracht Fashion Victims uit, over ‘gevaarlijke’ kleding. Een klassieker uit 1972: het doorwrochte Materials and Clothing in Health and Disease van Edward Tobias Renbourn en William Howard Rees.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234