Vrijdag 22/11/2019

Van oorlogsmisdadigers en burgemeesters

Het foeilelijke 'Fochplein' in het hart van Leuven, waar de Bondgenotenlaan uitmondt op de Grote Markt, zal eerlang niet alleen compleet gerenoveerd worden, maar krijgt ook een nieuwe naam. Tot daar aan toe, ware het niet dat Louis Tobback op de vorige gemeenteraad in de hem bekende verbale stijl maarschalk Foch een hemdje paste: "een massamoordenaar" klonk het, en "slachtpartijen tot meerdere eer en glorie van generaals zoals Foch". Besluit: "Voor dergelijke mensen heb ik geen greintje waardering".

Op zich zijn namen van straten en pleinen amper een issue waard en het belang van de invulling van het straatnaambord is van oneindig minder belang dan de kwaliteit van de stadsvernieuwing - en die is in Leuven onder Tobback meer dan uitstekend. Maar Tobback bezondigt zich aan een vorm van oneigenlijke hineininterpretierung. Alweer houdt hij rede en emotie niet gescheiden.

Uitputtingsslag

Wie de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog kent, weet natuurlijk waarop Tobback alludeert. In de modder van Ieper, de Somme en de Marne stierf a lost generation. Die soldaten stierven niet zomaar. Ze crepeerden, werden uiteen gereten, voelden hun longen verbranden in gasaanvallen, voelden hun ingewanden uit hun lijf gedreven worden door bajonetsteken of aan prikkeldraad.

In zijn akelig beklemmend meesterwerk Loopgravenoorlog 1914-1918 vat de Franse stripauteur Tardi de slachtoffers in apocalyptische termen: "Als alle Franse doden in rijen van vier defileerden op 14 juli, zou het minstens zes dagen en vijf nachten duren eer de laatste ons zijn lijkbleke gezicht toont." Ik maak er zelf een gewoonte van om, tijdens zomervakanties in Frankrijk, elke keer dat het kroost op een terras een cola of limonade wil drinken eerst even op zoek te gaan naar het oorlogsmonument. Zonder uitzondering ligt dat vlak bij de kerk. Of we in de zuidelijke Roussillon zijn, in Bretagne, Le Nord of de Loirestreek, altijd bevat die steen minstens tien, soms een kleine honderd namen uit '14-'18. Destijds 'offerde' elke gemeente, elk gehucht, elke vlek wel haar jongens op. Voor het Duitse oppercommando was dat trouwens een van de strategische doelstellingen. In Verdun wilde men "Frankrijk doen doodbloeden". Vandaar die schijnbare zinloze uitputtingsslag, die tienduizenden doden, dat macabere 'ossuaire' dat nog altijd de knekels en schedels bevat van ongeveer 150.000 restanten van Duitsers en Fransen.

De vraag is: zijn mannen als Foch daarom te blameren als oorlogsmisdadigers? De postuum zo belaagde Ferdinand Foch (1851-1929) had nochtans niet de reputatie de dwaaste of hardvochtigste in het Franse opperbevel te zijn. Uit zijn aforismen blijkt dat hij er soms flink naast zat (hij vond vliegtuigen "des jouets scientifiques intéressants", maar zonder "valeur militaire"), soms zat hij er pal op. De Vrede van Versailles? "Dit is geen vrede, hoogstens een wapenstilstand voor twintig jaar." Kort na de Eerste Wereldoorlog roemde men hem als "the most original and subtle mind in the French army". In zijn theoretische geschriften had hij gepleit voor de punctueel voorbereide en logistiek behoorlijk ondersteunde aanval.

En dat werd precies het drama voor de Eerste Wereldoorlog: de grondigheid. Het ging namelijk om de eerste grote oorlog uit de industriële tijd. Hier werd uitvergroot wat al in de bloederige gevechten als de Slag bij Gettysburg (1863) in de Amerikaanse Burgeroorlog duidelijk was geworden: hoe hoger de vuurkracht, hoe dieper de loopgraven, hoe bloediger het effect, hoe onvoorstelbaarder het aantal slachtoffers.

De industriële tijd was een era van geweldenaars. Ook in het gewone leven verbruikte men massaal veel steenkool. Massaal veel staal. Massaal veel stoom. Fabrieken stelden massaal veel arbeiders te werk. En de generaals, zowel aan de geallieerde als Duitse zijde, gebruikten massaal veel vuurkracht - duizenden kanonnen, miljoenen granaten, bij de voorbereidingen van hun offensieven. Voor hun laatste offensief naar Parijs sleepten de Duitsers monsterkanonnen aan als de beruchte dikke Bertha, met een bereik van 120 kilometer. Het psychologisch effect was verwoestend. Bij de beruchte aanval bij Mesen in 1917 ondermijnden de geallieerde troepen de Duitse loopgraven met de grootste massa explosieven tot dan toe gekend. Schansgraver Albert Martin van de 41st Signal Company, Royal Engineers, schreef: "Minutenlang schudde de aarde heen en weer. Het was een gebeurtenis die ik me voor zolang ik leef voor de geest zal blijven halen: de vreemde aanblik van mensen en dieren die zich verplaatsten in het halfduister, de drijvende rookwolken die door de schietende vuurtongen zo nu en dan uitkwamen. Het was alles bij elkaar een ontzagwekkend en prachtig zicht. Het was ongelofelijk en ging zelfs de verbeelding van een Edgar Allan Poe te boven."

Foch voerde tijdens de oorlog uit wat hij voordien neergeschreven had: een minutieus voorbereid plan. En precies dát bleek een ramp. Want hoe meer tijd men uittrok om extra materieel en mensen aan te slepen, hoe dieper de vijand zich ingroef. Hoe grondiger voorbereid het artillerievuur, hoe lastiger het terrein waarover de eigen troepen moesten oprukken, zo bleek 'achteraf'.

De industriële samenleving had namelijk wel vuurkracht te over, maar nog geen moderne communicatie. Die gebeurde nog per duif, met vlaggen, af en toe met een nog zeer kwetsbare telefoon. Generaals konden amper commanderen zodra de strijd bezig was, laat staan corrigeren.

'Misplaatste verwijten'

Foch heeft het allemaal meegemaakt. Het is zijn historische verdienste dat hij in de Eerste Slag bij de Marne, in 1914, de Duitse opmars is gestopt. Historici zijn het erover eens dat Foch er toen voor gezorgd heeft dat de Duitsers de oorlog nooit zouden kunnen winnen, ook al verloren ze pas vier jaar later. Pas later, door intens voorbereide en 'dus' faliekante offensieven in Artois en aan de Somme, vielen er tienduizenden doden. "Omdat" Foch dat wilde? "Omdat" hij maar alles deed voor een paar meter vooruitgang? Natuurlijk niet, want het strategische doel was telkens een échte doorbraak, kilometers terreinwinst. Generaals zoals Foch vochten met de wapens en de mensen die ze hadden, maar ze deden dat zonder de communicatie en de mobiliteit uit de Tweede Wereldoorlog. Maar was die strijd daarom minder afschuwelijk? Vielen bij de landing in Normandië alleen op Omaha Beach ook niet drieduizend doden in één dag? Waren de manschappen van de eerste aanvalsgolf niet binnen tien minuten allemaal dood of gewond? Faalde ook daar de ondersteunende artillerie niet? Maar maakt dat commanderend generaal Eisenhouwer tot een oorlogsmisdadiger of massamoordenaar?

Als de generaals van de Tweede Wereldoorlog op enige clementie kunnen rekenen, waarom die niet van de Eerste? Het was toch niet Foch die begon te experimenteren met chloor- of andere gasaanvallen?

De gezagsvolle historicus John Keegan heeft het in zijn standaardwerk over die te slechte reputatie van de generaals. Hij wijst erop hoe ze eerst helden werden - vandaar het Leuvense Fochplein. Maar later, door boeken zoals Am Westen nicht Neues, door films als Jean Renoirs La grande illusion of Stanley Kubricks Paths of Glory, werden ze afgebrand. Ze hadden ook alles tegen: "Het afgelegen kasteel, de elegante entourage, de glimmende automobielen, de escorterende cavalerie, de zware diners (...) generaal Haigs dagelijkse therapeutische rit op met zand bestrooide wegen, opdat zijn paard niet kon slippen", dat stond in schril contrast met de natte loopgraven, de koude hap, de luizen, de ziektes, de kwetsuren, de risico's, de ratten, de afschuwelijke doodsangst in de loopgraven.

Maar afgezien van een Haig, die de Britse troepen bij Ieper commandeerde en écht een harteloos man was, waren die generaals hun zaak toegewijd, hun land, en ook hun manschappen. Keegan: "De meeste verwijten aan de generaals van de Eerste Wereldoorlog - vooral onbekwaamheid en onbegrip - kunnen daarom als misplaatst beschouwd worden."

Een generaal is geen soldaat: dat geldt overal. Ook een toppoliticus weet dat hij op de kieslijst niet opgevorderd zal worden voor een strijdplaats. Dat offer, dat risico, die schrik is voor een lagere in rang. Voor 'de partijsoldaat'.

Of Foch vereeuwigd moet blijven in straten of pleinen, is een open vraag. Dat hij verwijderd móét worden, afgevoerd als een massamoordenaar, is niet alleen hem onrecht aandoen, maar ook al die Franse soldaten die onder zijn commando vochten en sneuvelden, en zo uiteindelijk de integriteit van hun grondgebied vrijwaarden en het internationale recht herstelden.

En voorts kan ondergetekende best leven met 'Sofie Schollplein', zoals Groen! in Leuven voorstelde als reactie op Tobbacks voornemen. Maar Fochplein mag ook.

Dat Foch verwijderd móét worden, afgevoerd als een massamoordenaar, is hem onrecht aandoen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234