Zondag 03/07/2022

Van onlineforum naar massamoord

lGripsrud beschrijft de overeenkomsten tussen de aanslagen in Oklahoma en Noorwegen.

Zoals de meeste andere West-Europese landen heeft Noorwegen een aanzienlijke moslimbevolking, die vooral in de hoofdstad Oslo groot en opvallend is. Noorwegen staat internationaal bekend voor zijn diplomatieke, economische en andere inspanningen voor vrede en sociale rechtvaardigheid in de wereld, maar heeft in het recente verleden deelgenomen aan de door VN gesanctioneerde oorlogen in Afghanistan en Libië. Verscheidene Noorse kranten hebben de Deense karikaturen van de Profeet overgenomen. En in oktober 1993 werd de Noorse uitgever van Salman Rushdies roman De duivelsverzen voor zijn woning in Oslo beschoten en ernstig gewond door een mislukte moordenaar die nooit geïdentificeerd of opgepakt is.

Er zijn dus redenen waarom Aftenposten, de toonaangevende Noorse kwaliteitskrant, in zijn editie van zaterdag 23 juli een hele reeks commentaren publiceerde die uitgingen van de veronderstelling van de vorige avond, dat de gruwelijke aanslagen op regeringsgebouwen in het centrum van Oslo en op weerloze jongeren in een jeugdkamp van de socialistische partij door islamitische terroristen waren gepleegd.

Maar toen in de namiddag van 22 juli de beelden op de televisie verschenen, zei ik tegen de mensen die bij me waren dat dit best het werk kon zijn van een enkele rechtse gek. Ik was waarschijnlijk niet de enige die er zo over dacht: veel mensen herinneren zich dat de enige concreet gerealiseerde politiek gemotiveerde terroristische daden in Noorwegen, met uitzondering van de aanslag op Rushdies uitgever, allemaal het werk waren van rechtse fanatici. Neonazi's staken maoïstische boekhandels in brand en probeerden er een met dynamiet op te blazen, een neonazi gooide een bom naar een maoïstische optocht op 1 mei en verwondde minstens één deelnemer ernstig.

Vooruitgangspartij

Het extreemrechtse milieu in Noorwegen is niet bijzonder groot of invloedrijk. Wat het vandaag de dag vooral bijzonder maakt - en dat geldt waarschijnlijk ook voor zijn tegenhangers in andere Europese landen - is dat het meer en meer moeite ondervindt om zich te onderscheiden van de diverse vormen van conservatieve en rechtse, populistische bewegingen die het in de afgelopen tien tot vijftien jaar overal in Europa goed doen in de verkiezingen.

De man van 32 die nu geïdentificeerd is als de dader van de ergste misdaad die Noorwegen ooit in vredestijd heeft gekend, was in het verleden lid van de rechtse, populistische Vooruitgangspartij (die met haar uitspraken tegen immigratie en haar tegenstrijdige combinatie van steun voor de welvaartsstaat en verzet tegen belastingen vaak meer dan twintig procent van de stemmen krijgt). Hij was goed belezen, een vrijmetselaar en naar eigen zeggen een conservatieve christen. Maar dergelijke mensen zijn niet noodzakelijk massamoordenaars. Wat heeft een rechtse, nationalistische, anti-islamitische, fundamentalistische christen in een spectaculaire koelbloedige moordenaar veranderd?

Als media- en communicatieonderzoeker met een bijzondere belangstelling voor de notie van de openbare sfeer, denk ik dat de verklaring waarschijnlijk niet uitsluitend psychologisch is. Ze houdt ook verband met de structuren en de processen van de publieke communicatie.

De verdachte, die bekend heeft, besloot vier jaar geleden om uit de Vooruitgangspartij en dus ook uit het normale politieke leven te stappen. Sindsdien is hij erg actief geweest op het internet. Net als de jihadisten die hem zo bang maken en die hij zo erg haat, werd hij geradicaliseerd door zijn actieve deelname aan allerlei internetforums. Ongeveer drie uur voor de bom ontplofte, publiceerde hij op het web een lang manuscript dat een oorlogsverklaring aan de multiculturalisten en de 'cultuurmarxisten' motiveert.

Sprong naar geweld

De sprong van agressieve taal naar echt geweld werd blijkbaar vergemakkelijkt door het bestaan van een internationale rechtse beweging die rond een aantal websites is gegroeid en het op de islam en de immigratie heeft gemunt. De kans is groot dat deze gemeenschap het wereldbeeld van de dader heeft gevoed en extra argumenten en energie voor concrete daden heeft geleverd. Op dezelfde manier kan men veronderstellen dat in de Verenigde Staten de militiebeweging en de aanverwante extreemrechtse, christelijk-fundamentalistische groeperingen - de voorlopers van de huidige Tea Party - Timothy McVeigh hebben beïnvloed voor hij in april 1995 een overheidsgebouw in Oklahoma opblies.

De agressieve taal van deze groepen doet sommige individuen gemakkelijker de stap zetten naar echte agressie en echt geweld. Het internet is een zegen gebleken voor zowel de radicale islam als de radicale anti-islam. Het maakt immers een debat mogelijk binnen een webgemeenschap die immuun is voor tegenstrijdige feiten en meningen, zodat de extreemste versie van de ideeën van de gemeenschap het pleit wint. In zijn boek Republic.com noemt Cass Sunstein, een Amerikaanse professor in de rechten, dit verschijnsel 'cyberbalkanisering'. De dystopie van Sunstein zal zich nooit in haar geheel voltrekken, maar het ziet ernaar uit dat de rol van het internet als voedingsbodem voor het extremisme verder onderzoek verdient.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234