Donderdag 24/06/2021

AnalyseVenezuela

Van oliereus tot olieramp: Venezuela is herleid tot een plakkerige puinhoop

Cabimas was ooit een echte oliestad maar ligt er nu verloederd bij. Overal in Venezuela komen olieresten bovendrijven door slecht onderhouden infrastructuur.  Beeld NYT
Cabimas was ooit een echte oliestad maar ligt er nu verloederd bij. Overal in Venezuela komen olieresten bovendrijven door slecht onderhouden infrastructuur.Beeld NYT

De olie-industrie in Venezuela was ooit gigantisch. Een eeuw lang bepaalde ze het land en de internationale energiemarkt. Nu ligt de productie zo goed als stil, een gevolg van stuitend wanbeheer en Amerikaanse sancties. Wat overblijft, is een economie op apegapen en een ecologisch kerkhof.

Voor het eerst in een eeuw tijd wordt op boorplatformen in Venezuela niet meer naar olie gezocht. Bronnen waar ooit de grootste hoeveelheden ruwe olie opborrelden, liggen er verlaten bij of stuwen hooguit nog wat vlammen in de lucht die deprimerende oliestadjes in een oranje gloed dompelen. Raffinaderijen die de olie bewerkten voor export zijn verworden tot roestige geraamten waaruit ruwe olie lekt die de kustlijn zwart kleurt en het water bedekt met een vettig laagje.

“De dagen van Venezuela als oliestaat zijn voorbij”, zegt Risa Grais-Targow, analist bij de Eurasia Group, een consultancybedrijf voor politieke risicoanalyse.

Tien jaar geleden was Venezuela nog de grootste olieproducent van Latijns-Amerika. Elk jaar kwam ongeveer 90 miljard dollar (77 miljard euro) aan olieontvangsten binnen. Eind dit jaar zal dat teruggevallen zijn tot 2,3 miljard (een kleine 2 miljard euro). Dat is minder dan het totale bedrag dat Venezolaanse migranten die het land vanwege de economische verwoesting ontvlucht zijn, zullen opsturen naar hun familie, rekende de Venezolaanse econome Pilar Navarro uit.

De productie bevindt zich op het laagste peil in bijna een eeuw. Door sancties zijn de meeste oliemaatschappijen gestopt met boren of het aankopen van Venezolaanse olie – en dat stroompje kan snel opdrogen, waarschuwen analisten. “Zonder boren, zonder dienstverlenende bedrijven en zonder geld is het zelfs moeilijk om het huidige productieniveau te handhaven”, zegt David Voght, hoofd van IPD Latin America, een olieconsultancyfirma. “Als de politieke situatie in het land niet verandert, kan dit op nul komen.”

Door de teloorgang van de olie-industrie is een land dat tien jaar geleden nog rivaliseerde met de Verenigde Staten op het vlak van regionale invloed, nog slechts een schim van zichzelf. Ook aan de nationale cultuur gestoeld op olie komt een einde. Vroeger garandeerde olie een schier eindeloze geldstroom, die zich vertaalde in monumentale openbare werken, genereuze studiebeurzen, opzichtige winkeluitjes in Miami.

Nu leidt de benzineschaarste al weken tot dagelijks protest in de meeste Venezolaanse staten. In de hoofdstad Caracas kunnen sporadische brandstofleveringen vanuit Iran, betaald met de nog resterende goudvoorraden van het land, soms een paar weken de schijn van normaliteit ophouden. Maar op het platteland lappen bewoners de geldende coronalockdown aan hun laars om wegen te blokkeren en de confrontatie met de politie aan te gaan, om hun wanhopige roep om een minimum aan brandstof om te overleven kracht bij te zetten.

Van brandstof tot vergif

In de oliesteden van Venezuela vergiftigt de kleverige, ruwe olie die ooit banen en sociale mobiliteit bracht nu de buurten waar de mensen wonen. Zoals in Cabimas, een noordwestelijke stad aan het meer van Maracaibo die ooit het centrum vormde van de rijke olieproductie in de streek. Ruwe olie sijpelt uit opgegeven onderwaterbronnen en pijpleidingen en zet zich vast op de krabben die voormalige oliearbeiders met zwartgeblakerde handen uit het meer vissen.

Als het regent, borrelt olie die in het rioleringssysteem verzeild is geraakt op door mangaten en afvoerroosters. Ze dendert samen met het regenwater door de straten, laat vegen achter op de huizen en bezoedelt de stad met haar gasreuk. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze onderkomen stad nog geen tien jaar geleden een van de rijkste in Venezuela was.

Tijdens de wonderjaren voorzag staatsoliemaatschappij PDVSA (Petróleos de Venezuela) de bewoners van oliesteden zoals Cabimas royaal van voordelen, zoals gratis eten, zomerkampen en kerstgeschenken. Ze bouwde ziekenhuizen en scholen. Om de eindjes aan elkaar te knopen zijn de tienduizenden ex-werknemers van de failliete maatschappij nu aangewezen op de opbrengst van oud ijzer door de ontmanteling van olie-infrastructuur en de verkoop van hun overalls met het opvallende logo.

“Vroeger waren we koningen, want we woonden op de kusten van PDVSA”, zegt Alexander Rodríguez, een visser uit Cabimas. “Nu zijn we verdoemd.”

President Nicolás Maduro. Sinds de VS hem vorig jaar beschuldigden van verkiezingsfraude en zware sancties oplegden, is de oliesector helemaal gekelderd. Beeld AFP
President Nicolás Maduro. Sinds de VS hem vorig jaar beschuldigden van verkiezingsfraude en zware sancties oplegden, is de oliesector helemaal gekelderd.Beeld AFP

De verenigingslokalen van PDVSA, waar de mensen bijeenkwamen om whisky te drinken, tennis te spelen en films te kijken, liggen in puin – zoals veel dingen in de stad besmeerd met vettige, zwarte olieresten. “Er zijn geen banen, er is geen benzine, maar de olie is overal”, zegt Francisco Barrios, een bakker.

Venezuela was de typische oliestaat, maar daar blijft door de teloorgang van de olie-industrie niets meer van over. Toen in 1914 grote reserves werden aangeboord nabij het meer van Maracaibo, kwamen Amerikaanse oliearbeiders in drommen het land binnen. Ze bouwden mee aan Venezolaanse steden en introduceerden de liefde voor honkbal, whisky en diesel slurpende auto’s in het land, waardoor Venezuela voor altijd wegdreef van zijn Zuid-Amerikaanse buurlanden.

‘Uitwerpselen van de duivel’

Als drijvende kracht achter de oprichting van de Organisatie voor Olie-exporterende Landen (OPEC) in 1960 hielp Venezuela de Arabische landen hun olierijkdom in eigen handen te nemen, waardoor de wereldwijde energiemarkt en de geopolitieke orde voor vele tientallen jaren in een plooi kwamen te liggen.

Zelfs in die voorspoedige dagen waarschuwde een vooraanstaande Venezolaanse olieminister, Juan Pablo Pérez Alfonzo, dat de plotse olierijkdom ook schaduwkanten had: ze kon leiden tot grote schulden en de vernietiging van traditionele industrieën. “Het zijn de uitwerpselen van de duivel”, waren beroemde woorden van Pérez Alfonzo.

In de jaren daarop belandde Venezuela, ook al stroomde het oliegeld binnen, op een achtbaan van wederkerende schulden en financiële crisissen. De olie-inkomsten veranderden ook niets aan de corruptie en de ongelijkheid, en toen een voormalige paracommando, Hugo Chávez, in de jaren 90 een revolutie beloofde die de olierijkdom zou kanaliseren naar de arme meerderheid van de bevolking, resoneerde dat enorm in het land.

Snel nadat hij in 1998 verkozen werd, schakelde Chávez het gerespecteerde staatsoliebedrijf in voor zijn radicale hervormingsprogramma. Hij ontsloeg bijna 20.000 oliewerkers, nationaliseerde buitenlandse oliebedrijven en stond toe dat bondgenoten van hem met olie-inkomsten aan de haal gingen.

Vorig jaar kelderde de geplaagde sector, toen de Verenigde Staten de opvolger en protegé van Chávez, president Nicolás Maduro, beschuldigden van verkiezingsfraude en zware sancties oplegden om hem van de macht te verdrijven.

Al snel verbraken oliepartners, banken en klanten de banden met Venezuela. De productie daalde spectaculair, nog drastischer dan de Iraakse na de beide Golfoorlogen en de Iraanse na de Islamitische Revolutie. De sancties dwongen de laatste resterende Amerikaanse oliebedrijven ertoe te stoppen met boren. Misschien verlaten ze in december definitief het land, als de regering-Trump een einde maakt aan hun uitzonderingsstatus voor de sancties.

Maduro’s Russische en Chinese partners vullen die leemte niet in, verminderen zelf de productie en zetten de oliehandel op een lager pitje.

De oppositie in Venezuela, die het vorig jaar met steun uit het Westen opnam tegen Maduro, maakt zich sterk dat ze de olie-industrie kan heropbouwen als ze aan de macht komt, door de Amerikaanse sancties op te heffen en investeerders aantrekkelijke voorwaarden te bieden. Toch betwijfelen analisten of de Venezolaanse olie-industrie de mate van investeringen kan aantrekken die nodig is voor een volledig herstel. De oliewinning is bijzonder vervuilend en duur, en dat in een tijd van stabiliserende vraag in de wereld, lage prijzen en toenemende milieubezorgdheid.

Om het verlies aan inkomsten te compenseren, wendt president Maduro zich tot illegale goudwinning en drugshandel om aan de macht te blijven, stelt de Amerikaanse overheid.

Een gezin in Tucacas, vlak bij de grootste raffinaderijen. Bewoners verwarmen hun huizen met her en der gesprokkeld brandhout. Beeld NYT
Een gezin in Tucacas, vlak bij de grootste raffinaderijen. Bewoners verwarmen hun huizen met her en der gesprokkeld brandhout.Beeld NYT

Bodem bereikt

Doordat de inkomsten uit olie grotendeels wegvallen, is de Venezolaanse economie herleid tot de omvang van die van de Democratische Republiek Congo, een land dat al sinds zijn onafhankelijkheid in 1960 geteisterd wordt door burgeroorlog. Maar door de transitie is Maduro er wel in geslaagd de steun van het leger te behouden en de Amerikaanse sancties te doorstaan, zegt analist Risa Grais-Targow. De kosten van die economische krimp komen terecht op de rug van de Venezolaanse bevolking, zegt ze.

Meer dan vijf miljoen Venezolanen, of een op de zes inwoners, zijn het land sinds 2015 ontvlucht, waardoor volgens de Verenigde Naties een van de grootste vluchtelingencrisissen in de wereld is ontstaan. Venezuela heeft Haïti dit jaar voorbijgestoken als het land met de hoogste armoedegraad in Latijns-Amerika, stelt een recente studie van de drie belangrijkste Venezolaanse universiteiten.

In de buurt van de gigantische raffinaderijen aan de kust gaan inwoners op zoek naar brandhout. Ze trekken hun visnetten te voet voort, want hun boten zitten zonder diesel. In hun keukens is het gas om te koken al lang op.

“Als we de bodem al niet bereikt hebben, dan hebben toch nog maar een paar centimeters te gaan”, zegt José Giron, die vroeger toeristen rondleidde in de kuststad Tucacas, niet ver van de drie grootste raffinaderijen vandaan.

PDVSA blijft een minimale productie in stand houden door te verzaken aan het elementaire onderhoud van het materiaal, tegen een enorme ecologische prijs. De Caribische kust van het land, ooit een bron van nationale trots met zijn turkoois water en sneeuwwitte stranden, moest dit jaar al minstens vier grote olielekken doorstaan – nooit eerder waren er zo veel, zeggen Venezolaanse biologen.

Door het brandstoftekort en de coronapandemie komen sowieso al geen toeristen meer naar de stranden van Tucacas. De olievervuiling doet ook de vissen verdwijnen waarvan velen afhankelijk zijn om te overleven. “Die olielekken zijn het ultieme affront voor de mensen”, zegt Luis Vargas, die zeevruchten verkocht aan toeristen.

De oprukkende olievlekken zijn ook een plaag voor Cabimas. Inwoners vissen op opgepompte binnenbanden op het meer van Maracaibo en gaan in de vervallen olie-infrastructuur op zoek naar restjes diesel. Drie mensen kwamen vorige maand om het leven toen een lekkende dieselpijpleiding ontplofte.

Generaties lang riepen inwoners van Cabimas uit dat ze de trotste kampioenen van de Venezolaanse olie waren. Nu noemen ook zij het ‘de uitwerpselen van de duivel’.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234