Zaterdag 16/01/2021

Van nature rechts?

Wie jong is projecteert zich in de wereld; wie ouder wordt, merkt dat hij steeds minder wereld tot zijn beschikking heeft

Over 'ouder worden' kan men de laatste tijd flink wat lezen; er zijn speciale tijdschriften voor vijftigplussers verschenen, waarin artikelen over het voorkomen van hart- en vaatziekten en over het leven mét hart- en vaatziekten afgedrukt staan naast fleurige portretten van vijftig- en zestigjarigen die nog steeds de honderd meter onder de vijftien seconden lopen, die fietsen, wandelen, op dansles zitten, en al dan niet met looprek, hun dagen maar niet zat worden, om het eens bijbels te zeggen. Voor iemand op middelbare leeftijd schetsen die bladen een weinig aantrekkelijk perspectief. Dat men van zijn veertigste tot vijftigste nog wat aan sport doet om een laatste protest aan te tekenen tegen het verval, dat menigeen (vooral mannen) in die leeftijdscategorie voor de zoveelste keer in een mensenleven nog maar weer eens terugvalt in puberale neigingen - denk aan Manchild van de BBC - het zij de middelbaren (het zij mij) vergeven. Maar de gedachte dat ik ook na mijn vijftigste nog een Tour de France moet rijden, of dan toch ten minste zou moeten wíllen rijden, dat ik, al dan niet met behulp van vitaminecomplexen en antigriepspuitjes, finaal vitaal moet willen zijn - het leidt tot een letale vermoeidheid op voorhand. Men mag niet defaitistisch worden, maar al die inspanning haalt ook niets uit. Ons nationale fietsenrek Guy Verhofstadt heeft ondanks fanatiek pedaleren nu toch ook hartklachten. Al die fitheid blijkt op den duur levensgevaarlijk te zijn.

Anderzijds, het perspectief dat de Oostenrijkse essayist Jean Améry ooit schetste in zijn boekje Über das Altern (over het ouder worden, uit 1968) is ook maar weinig aantrekkelijk. Hij voorspelt bijvoorbeeld dat er een dag komt waarop men in de spiegel kijkt en zich met schrik om het hart afvraagt: wie in godsnaam is dát? Het doorgroefde, grauwe, wie weet zelfs plotsklaps gevlekte gelaat dat je daar aanstaart lijkt in niets meer op het beeld dat je van jezelf hebt, een beeld dat behoort bij een bepaalde leeftijd tussen jong en oud in. Wie oud wordt, wordt zichzelf vreemd, stelt Améry, en dat is nog maar het begin. Want in het verlengde daarvan wordt ook de wereld vreemd. Wie jong is projecteert zich in de wereld; wie ouder wordt, merkt dat hij steeds minder wereld tot zijn beschikking heeft. Steeds minder wereld, steeds meer aandacht opeisend lichaam. Totdat er op een fatale dag die men zelf niet meer meemaakt geen wereld meer over is en men volledig lichaam is geworden. De rest van de wereld noemt dat dan onbarmhartig, maar terecht: een lijk.

Améry, die men onmogelijk een zonnig karakter kon toedichten, beschrijft een en ander als onontkoombaar - niet als visie, maar als feit - en na lezing van zijn boekje heeft men dan ook dringend behoefte aan enig zelfbedrog. Men wil de hoeveelheid wereld die men nog tot zijn beschikking heeft met grote passen nameten, om tot geen andere conclusie te komen dan dat het allemaal nog dik meevalt. Ook dat kan voor de gezondheid fatale gevolgen hebben, want de schrik slaat je om het hart. Daarbij gaat het nog niet eens om wat men zelf nog aan (adem)ruimte meent te hebben, maar om de ruimte die de rest van de veranderde wereld je nog laat.

Zo bevreemdt het mij zeer dat de VLD een jongerenafdeling heeft (waarbij ik vergeet dat een aantal kopstukken ongeveer van mijn leeftijd is). Dat er in Keulen duizenden en duizenden snotneuzen een aftands en affreus instituut als de paus stonden te bejubelen. Dat homoseksualiteit voor sommigen, wie weet zelfs voor velen blijkbaar nog een issue is. Dat vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen. Dat de alternatieven voor de geregelde vormen van samenleven die geregelde vormen inmiddels niet hebben verdrongen maar integendeel vooral lijken na te bootsen (een samenlevingscontract is een huwelijk zonder bruiloft). Dat mijn generatiegenoten zo verschrikkelijk beginnen te lijken op de ouders die ze, samen met mij, ooit verketterden. Dat bezit, geld, carrière, voor velen zo belangrijk is geworden dat men met het grootste gemak vroegere principes terzijde schuift. Dat mensen van mijn generatie zo verdomde rechts geworden zijn, terwijl de nieuwe generatie me bepaald niet links lijkt, maar eerder pragmatisch (wat weinig hoop biedt op een andere, laat staan een betere wereld).

De grootste schrik is dat dit precies het soort klap is van een oudere meneer die meent dat het vroeger allemaal beter was. Of dat dit soort overwegingen een soort Simon Vinkenoog van je maken: een geheel verkreukeld, kromgetrokken heerschap met puberpraat en een Peter Pan-complex. 'Papa is blijven steken in de sixties', zoals een lied uit ik meen eind jaren zeventig het verwoordde.

Men kan nu geheel fatalistisch worden en napraten wat filosofen al enige tijd beweren: dat onze identiteit geenszins ons eigenste eigendom is, maar door de traditie, de cultuur, wordt samengesteld. Dat, met andere woorden, mijn vooruitstrevendheid een kwestie van tijdgeest is geweest, of erger nog: een modeverschijnsel. Want dat mijn linksigheid niet per se door de puberteit werd gestuurd, bewijzen immers de huidige pragmatische pubers.

Misschien is linksheid een aberratie en is de mens van nature rechts, of dan toch behoudend? Mensen houden niet van verandering, zo leert ook mijn ervaring. Ik vertoef immers zelf graag in die wereld waarin de emancipatie van de vrouw gelijke tred houdt met die van de man en er enkel nog, overigens altijd noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd hoeven te worden; in een wereld waarin mijn homoseksuele vrienden zonder vrees hand in hand met hun geliefden door welke wijk van welke stad of welk dorp dan ook kunnen lopen; een wereld die beseft dat ecologie en economie niet aan elkaar tegengesteld zijn; een wereld die niet gelooft in het hiernamaals, maar hoogstens in het verhaal daarover, zoals Jonathan Safran Foer het in Extreem luid & ongelooflijk dichtbij zo mooi omschrijft; kortom: ik koester mij in wat meer en meer een fictie lijkt te zijn op dezelfde manier als de ouder wordende mens in de spiegel een beeld van zichzelf ziet dat als zodanig al niet meer overeenkomt met wat anderen zien. Van iemand die de wereld wilde veranderen, veranderde ikzelf in iemand die een wereld wil behouden, daarin gesteund door nog slechts enkele generatiegenoten met dezelfde behoudende instelling als ik.

Eén troost: voor zover er mij nog wereld gelaten is om mijzelf in te projecteren, zal ik de mij toebemeten ruimte gebruiken om op mijn beurt - want het gebeurde al veel vaker - als neo-oerconservatief mijn versie van de Bezwaren Tegen De Geest Der Tijd kenbaar te maken. Dat men in bejaardentehuizen de borst alvast nat maakt.

Marc Reugebrink

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234