Zondag 28/11/2021

Van nature ongelijk

Controversiële sociobiologische essays van Marcel Roele

door Griet Vandermassen

Marcel Roele

Contact, Amsterdam/Antwerpen, 208 p., 700 frank.

In 1983 viel Margaret Mead (1901-1978), een van de meest geciteerde antropologen van de twintigste eeuw, voorgoed van haar voetstuk. Haar studies, waarin zij het bestaan van een universele menselijke natuur ontkende, bleken onwetenschappelijke utopieën over de maakbare mens, slechts losjes op de werkelijkheid gebaseerd. Zo beschreef ze in haar bestseller Coming of Age in Samoa (1928) het volledige ontbreken van stress, puberteitsproblemen, seksuele jaloezie, verkrachting en geweld op deze Oceanische eilandengroep. Na veertig jaar onderzoek ontmythologiseerde de antropoloog Derek Freeman Samoa als een zeer autoritaire, hiërarchische en patriarchale maatschappij met een hoog criminaliteits- en verkrachtingscijfer. Mead had zich allerlei sterke verhalen op de mouw laten spelden door een paar Samoaanse pubermeisjes.

Het geval-Mead staat niet alleen. De Nederlandse sociobioloog Marcel Roele gaat in De mietjesmaatschappij. Over politiek incorrecte feiten uitgebreid in op de neiging van onze maatschappij om de rol van de biologie in het menselijk handelen krampachtig te ontkennen. De dogmatische opvatting dat sociale ongelijkheid tussen individuen en groepen uitsluitend verklaard mag worden uit culturele en niet uit biologische factoren staat echter haaks op goede wetenschap. Franz Boas, de vader van de culturele antropologie en leermeester van Mead, had uit ideologische motieven onderzoek naar de biologische basis van menselijk gedrag taboe verklaard. Zijn antropologie, zo klonk het, zou de mens bevrijden, dit in tegenstelling tot de biologische studie van onze soort. De boasianen stelden dat cultuur de psyche vormt, dat menselijke universalia niet bestaan en dat onze natuur oneindig kneedbaar is. Hun wetenschappelijke en hun politieke visie waren onverbrekelijk met elkaar verbonden: de afwijzing van de christelijke seksuele moraal, het westerse waardenstelsel en het kapitalisme stuurde hun bevindingen. Hun wetenschappelijk niveau was abominabel, en vanaf de jaren zestig werd hun collectieve falen steeds duidelijker.

In onze maatschappij, stelt Roele, bestaat een sterke neiging om het morele uitgangspunt dat iedereen gelijke kansen en rechten verdient te verwarren met politiek correct denken. Een niet dogmatisch ingestelde wetenschapper die de mogelijke rol van biologische factoren betrekt in onderzoek naar sociale ongelijkheid krijgt onmiddellijk de beschuldiging van racisme en seksisme naar het hoofd geslingerd. Het constateren van biologische ongelijkheid is echter iets heel anders dan een oproep tot maatschappelijke discriminatie. Integendeel, meent Roele, als de ongelijkheid van rassen en seksen geen vluchtig cultureel verschijnsel is maar een blijvend biologisch, is het precies het politiek correcte ideaal van evenredige vertegenwoordiging van seksen en rassen in alle sectoren van de samenleving dat leidt tot geïnstitutionaliseerde discriminatie.

Neem de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de top van de wetenschap. Mannen blijken vaker bereid zich op een monomane manier in hun vakgebied te verdiepen, waardoor ze meer presteren dan hun vrouwelijke collega's. Bovendien zijn er veel meer mannen met een zeer hoog IQ dan vrouwen (evenals mannen met een zeer lage intelligentie - vrouwen zijn meer rond het gemiddelde gegroepeerd). Een evenredige vertegenwoordiging van vrouwelijke wetenschappers aan de universiteiten kan wellicht alleen ten koste van een algehele verlaging van het academische niveau.

Als u dit een aanstootgevende vaststelling vindt, zult u waarschijnlijk nog wel meer verontwaardigde kreten slaken bij de lectuur van dit boek. Een darwinistische mensvisie als die van Roele gaat nu eenmaal niet uit van wensdenken maar van wetenschappelijke bevindingen, en die klinken ons niet altijd even aangenaam in de oren. Het feit dat sommige gegevens, zoals verschillen in IQ en andere capaciteiten tussen rassen en seksen, zich lenen voor politiek misbruik maakt van de auteur echter nog geen reactionair. Zijn bedoeling is juist om ons tot een beter begrip van het menselijk gedrag te brengen.

Toch doen Roeles interpretaties soms wat voortvarend aan; over sommige zaken is het wetenschappelijk debat immers nog volop aan de gang. Stof tot discussie genoeg dus in dit boek. De auteur analyseert onder andere onze grotere evolutionaire overeenkomst met de agressieve chimpansee dan met de vreedzame bonobo, de universaliteit en spontaniteit van mannelijk groepsgeweld, onze natuurlijke neiging tot zelfzucht, het belang van raszuiverheid in het joodse geloof en het ontbreken van enig verband tussen geloof en altruïsme.

De hoge erfelijkheid van persoonlijkheid en IQ beschreef evolutiebioloog Matt Ridley ook al in Genoom (zie DMB van 5 april jl.), maar Roele gaat veel dieper in op de verschillen in IQ tussen (van hogere naar lagere intelligentie) joden, Aziaten, blanken en zwarten - verschillen die, ondanks talloze pogingen, tot nu toe geen sluitende socioculturele verklaring vonden. Hij werpt ook een positiever licht op de geschiedenis van de intelligentietest en de eugenetica dan Ridley - eugenetica, besef je, is een term die niet alleen fascistische ladingen dekt. Hij ontmaskert de paleontoloog Stephen Jay Gould in diens De mens gemeten (1996; The Mismeasure of Man, 1981), een geschiedenis van de intelligentietest, als een demagoog die moderne intelligentieonderzoekers als even racistisch en incompetent voorstelt als hun verre voorgangers. Goulds ontkenning van genetische invloed op menselijk gedrag is in dit boek wel vaker een mikpunt van kritiek. Maar alleen een slecht of moedwillig verstaander schakelt een genetische basis voor gedrag gelijk met genetisch determinisme, zoals Roele duidelijk maakt in het hoofdstuk over klonering. Een kloon van Hitler kan zich net zo goed verdienstelijk maken als directeur van de Anne Frank Stichting. Talent is sterk erfelijk, politieke overtuiging is dat niet.

In het titelhoofdstuk van De mietjesmaatschappij maakt de auteur helaas een onwetenschappelijke uitglijer die het controversiële gehalte van het boek nog verhoogt. Vele onderzoeken wijzen uit dat het gefeminiseerde onderwijssysteem de specifieke talenten van jongens onderbenut. Wellicht terecht meent Roele dat de vrouwenemancipatorische slinger is doorgeslagen, waardoor bepaalde mannelijke vaardigheden te weinig waardering krijgen. Maar zijn aanklacht dat dit leidt tot een 'mietjesmaatschappij' waarin mannen in het huishouden "de rol van paljas" moeten spelen, zijn impliciete onderwaardering van vrouwelijke waarden en eigenschappen en zijn neoliberale instelling ("opvoedkundigen helpen de economie niet vooruit") doen dit hoofdstuk qua wetenschappelijke ernst volledig uit de toon vallen. Inderdaad, alle belangrijke uitvindingen staan op naam van mannen. Als het aan vrouwen had gelegen leefden we misschien, zoals Roele beweert, nog in het Stenen Tijdperk. Maar als het aan mannen had gelegen hadden we elkaar al lang naar Jurassische tijden teruggebombardeerd. Een flinke portie ideologie is hier naar binnen geslopen. Ze werpt een smet op een voor de rest zeer aan te raden boek.

Roele gaat niet uit van wensdenken maar van wetenschappelijke bevindingen, en die klinken ons niet altijd even aangenaam in de oren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234