Vrijdag 15/10/2021

Van muzentempel tot glazen huis

Als Het Toneelhuis, het resultaat van de fusie tussen KNS en Blauwe Maandag Compagnie, dit weekend de deuren opent, is dat de zoveelste ingrijpende verandering in het 164-jarige bestaan van de Antwerpse Bourla. Ooit was de schouwburg een operabastion voor de bourgeoisie, later een baken van het repertoiretoneel, voortaan 'een vrijplaats waar de gemeenschap zich door middel van dialectiek over het leven bezint', zoals Luc Perceval het omschrijft. Een gesprek met Bourla-kenner Mon De Leenheir over een geesteskind dat nog maar weinig met zijn vader te maken heeft.

Wilfried Eetezonne

Het verhaal van de Bourla begint niet met de opening ervan in 1834, maar veel vroeger, bij de aalmoezeniers die in 1661 opera's opvoerden in een pand aan de Antwerpse Grote Markt. Opera werd ook hier snel populair bij de aristocratie, zodat werd uitgeweken naar de Tapissiershal, waar later de Bourla zou komen. De eerste hal brandde af in 1746 en een nieuwe werd gauw te klein, zodat men rond 1800 plannen begon te smeden voor een Grand Théâtre. "De Bourla is nog gebouwd op die oude fundamenten," weet Mon De Leenheir, die als hoofdelektricien, hoofdmachinist en hoofdinspecteur van de stadsschouwburgen sinds 1959 nauw betrokken is bij het Antwerpse theaterleven. In 1993 werd hij dankzij zijn kennis van de Bourla technisch coördinator van de restauratiewerken. "Maar niet overal werd op de fundamenten gebouwd. De voorgevel van het theater was bijvoorbeeld deels op losse grond gebouwd, zodat hij bij de restauratie verstevigd moest worden."

De plannen voor het nieuwe theater sleepten aan, tot Pierre Bruno Bourla in 1819 tot stadsarchitect werd aangesteld. Geboren in 1783 in Parijs en afkomstig uit een geslacht van architecten, studeerde hij het vak bij Charles Percier, architect onder Napoleon. Als stadsarchitect bracht hij Antwerpen in contact met het neoclassicisme. Niet alleen voerde hij werken uit aan de kathedraal en het stadhuis, hij was ook verantwoordelijk voor het rechttrekken van de Schelde, de ontwikkeling van de havenbuurt het Eilandje, de orangerie in de Kruidtuin, de saneringen van de ruien en de uitbreiding van de Academie. Zijn levenswerk werd evenwel de Bourla.

De beslissing om een nieuw theater op te richten werd uiteindelijk goedgekeurd op 14 mei 1827. Bourla kreeg de opdracht om de plannen uit te tekenen. Samen met burgemeester Van Ertborn reisde hij door Frankrijk om verschillende theaters te bezoeken. De mosterd haalde hij ten slotte dichter bij huis. In Doornik had een neef van hem, Bruno Renard, net een concertzaal gebouwd, ook met een ronde voorgevel. Op 23 mei 1828 legt Bourla zijn plannen voor, die al snel juichend worden goedgekeurd. "...dat men door het voltoyen van dit plan, zich zal mogen vleien van een der schoonste monumenten van het land te hebben," stelde de stedelijke commissie. Vooral de ronde voorgevel met doorgang voor koetsen, zodat de bezoekers konden uitstappen zonder last te hebben van de regen, was vernieuwend. Bourla koos voor een théâtre à l'italienne, met een typische halfronde zaalvorm, galerijen en loges die goed zichtbaar waren. Zien en gezien worden waren noodzakelijk voor een geslaagd avondje uit.

Op het dak van het gebouw plaatste hij Apollo met zijn negen muzen en ook de borstbeelden van belangrijke toondichters en schrijvers zijn nog origineel. Met de inrichting van de zaal heeft hij zich niet beziggehouden, die wordt op naam geschreven van het duo Philastre en Cambon, die ook het indrukwekkende theatermechanisme uittekenden, met zijn lieren, katrollen, windassen en touwwerk om de decors en speciale effecten te laten werken. Op het plafond kwam een schildering van différents jeux d'enfants en coloris en de manteau werd versierd met kleurrijke guirlandes, laurierkransen en rozen. "Bourla was in de eerste plaats een ingenieur," vertelt De Leenheir. "Hij bouwde voor de degelijkheid, niet voor de schoonheid. De zaal was vergeleken met nu vrij sober. Er werden vooral groene, rode, witte en uiteraard gouden kleuren gebruikt. Van die zaal is niets bewaard gebleven. We hebben alleen nog twee groen beschilderde deurtjes en het mechanisme. De ronde helft van de foyer met de plafondschildering van de dierenriem is ook nog origineel," gaat de Leenheir verder. "Vreemd is dat ook hier aandacht werd besteed aan de akoestiek. Door de koepel corresponderen bepaalde tafels als het ware met elkaar. Het is perfect mogelijk om aan de ene kant van de zaal te horen wat iemand aan de andere kant fluistert."

Op 1 september 1834 opende het theater met een voorstelling van La Dame Blanche en de ouverture van La Muette de Portici. Het burgerlijke Franse operahuis werd het symbool van een oplevende stad in een nieuwe staat. Later deed Bourla nog kleine aanpassingen. "Maar de zaal zoals we ze nu kennen kwam tot stand na de verbouwing, in 1865, van Pieter Dens, Bourla's opvolger. De franskiljons wilden de zaalcapaciteit uitbreiden. Zodoende kwamen er alles samen tweeduizend zitplaatsen."

Het neoclassicisme van Bourla was snel uit de tijd. Er werd gekozen voor een Second Empire-stijl in navolging van de Parijse opera met rode pluche en vergulde krulletjes. De tweede grote verbouwing kwam er in 1904, toen architect Alexis van Mechelen de zijgevels met telkens drie meter verbreedde tot wat ze nu zijn. "Ook de kuipvorm moet van die tijd dateren. Want we vonden bij de uitgravingen een betonnen constructie en beton bestond niet voor 1904. Waarom Van Mechelen voor een kuip koos is me altijd een raadsel gebleven. Om akoestische redenen is het zinloos, want de kuip wordt gevuld met mensen die de akoestiek absorberen." Of het beruchte 'zwarte gat' dan ook uit die tijd stamt? "Dat is allemaal overdreven," snuift De Leenheir. "Er zijn plaatsen op de achtste, negende en tiende rij waar de akoestiek inderdaad minder goed is, maar daar ging altijd het artistieke team zitten."

Vanaf begin deze eeuw ging het slechter met de Franse opera. Onder impuls van Peter Benoît trok de pas opgerichte Vlaamsche Opera steeds meer mensen. In 1934 werd het Théâtre Royal Français opgeheven en nam de KNS er haar intrek. Hoewel de Bourla in 1938 beschermd werd, zou dat lang geen garantie zijn voor de toekomst. Zo kostte in het Expo-jaar 1958 een bioscoopbrand het leven aan honderden mensen. "Plots moest alles volgens de letter van de wet en werden alle theaters onveilig verklaard. Ook de Bourla moest voor de nodige aanpassingen twee jaar dicht. Toen zijn de problemen begonnen." In 1960 breekt de stad de Huurschouwburg aan de Kipdorpbrug af met het oog op een nieuwe, moderne schouwburg. "In de Bourla werd nog nauwelijks geïnvesteerd. Als er een wieltje van een katrol vervangen moest worden, kregen we te horen: 'Niet zeuren, binnenkort heb je een nieuw theater.'" In 1968 verklaart een schepen in een interview dat er "geen twijfel kon bestaan over de afbraak van de oude KNS". In 1980 moet het KNS-gezelschap om 'veiligheidsredenen' afscheid nemen van de Bourla. Voortaan speelt het gezelschap in de nieuwe Stadsschouwburg aan het huidige Theaterplein.

"Tijdens de sluiting had ik nog mijn kantoor in de Bourla. Ik was de enige die er regelmatig kwam. Dankzij burgemeester Bob Cools hadden we gedaan gekregen dat het gebouw verwarmd bleef om verkrotting tegen te gaan. Maar in de praktijk werd er wegens bezuinigingen vaak niet verwarmd," zucht De Leenheir. "Gelukkig heeft het theater nooit ratten gehad, dat zou nefast geweest zijn."

Nochtans bestonden er al snel nieuwe plannen voor het bouwvallige theater. "Ze wilden er een casino van maken. Stel je voor. Met een verdieping ter hoogte van het tweede balkon. Ook het Ballet van Vlaanderen had er een oogje op laten vallen, maar wilde dan weer het originele podium uitbreken. Gelukkig werd Antwerpen in 1988 tot culturele hoofdstad uitgeroepen." Onder impuls van Bob Cools en Eric Antonis begonnen in 1991 de restauratiewerken. Als binnenkort de laatste stellage wordt weggenomen, zal er alles samen voor 800 miljoen frank in het gebouw geïnvesteerd zijn. Het theater werd verbouwd tot een receptief theater, wat verklaart waarom er geen kantoren en ateliers meer zijn. "Mijn hoed af voor de architecten De Winter en Van Hunsel," glundert De Leenheir. "Want de restauratie verliep zeer moeilijk. Er was zoveel aan de Bourla veranderd dat de plannen nooit met elkaar overeenstemden. Als men ergens begon te graven, wist men nooit wat men mocht verwachten." Sinds 26 maart 1993 speelde de KNS opnieuw in de Bourla, tot in mei vorig jaar de fusie met de BMCie werd aangekondigd. Morgen wordt die fusie een feit. Sceptici beweren dat de plannen van het Toneelhuis te ambitieus zijn. "Ik gun het hen absoluut," besluit De Leenheir. "Maar alles is inderdaad erg nipt gepland. Als er iets misloopt - een onnozele griepepidemie in het gezelschap is al voldoende - ligt het op zijn gat. Laten we hopen dat het lukt, zodat niemand nog een reden heeft om ons de Bourla af te pakken."

Voor de opening van Het Toneelhuis en de Cultuurmarkt vinden er dit weekend tal van activiteiten plaats in en om de Bourla. Vanaf september zijn er elke zaterdag om 14 uur rondleidingen in de Bourla. Reserveren is aan te raden (tel. 03/231.07.50 of 03/234.21.40). Bronnen: De Bourla Schouwburg, 1993, Lannoo / Marina Deweer; 'Beter dan ooit Bourla' in De Scène, januari 1992.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234