Maandag 02/08/2021

Van Motown naar Geen Hoop-town: het trieste verval van een ooit blinkende stad

Autokerkhof

Detroit

De crisis in de automobielindustrie herschept de eens zo trotse Motor City in een economisch en sociaal rampgebied. General Motors, Ford en Chrysler waren het afgelopen decennium al goed voor het verlies van tienduizenden jobs, maar het water staat de Grote Drie nu echt aan de lippen. De stad verzuipt mee. Door Stephen Foley

Het is hetzelfde, vreemde gevoel dat je overvalt bij de grote ruïnes van Centraal Amerika of het oude Europa, de piramides van Teotihuacan in Mexico of het labyrint van straatjes in het Turkse Efeze. Het gevoel dat een bloeiende samenleving, een drukke nijverheid, niet vernietigd hoeft te worden om in een ruïne te veranderen. Gewoon achterlaten volstaat.

Tussen het verbrijzelde glas van zovele ramen, tussen het stof en het afval en tussen het onkruid en de bomen die door het gebroken beton groeien, vind je nog weinig herinneringen aan hoe het hier ooit was: de plek waar de Packard Motor Company aan de lopende band luxewagens produceerde voor een wereld die geobsedeerd was door auto's. Detroit was dé autostad, waar meer dan driekwart van de wagens in de wereld werd gefabriceerd.

Het werd vijftig jaar geleden achtergelaten en toch staat het er nog: veertien hectare rottende geschiedenis, steeds nieuwe lagen graffiti en een paar vreemde, gedumpte spullen. Duizenden schoenen? Een boot? In 's hemelsnaam, waarom?

Dan zijn er nog de echo's van de productiebanden, van een bedrijf dat de Great Depression overleefde en zich bij elkaar pakte om Amerika bij te staan in de Tweede Wereldoorlog. Enorme magazijnen vol auto's. Een paar letters kleven nog op de ramen van de kantoorgebouwen op de eerste verdieping, maar te weinig om uit te maken wie daar vroeger zat. Wc-brillen op de grond waar vroegen de damestoiletten waren. Het metalen traliewerk dat ooit de plafondtegels bij elkaar hield, is doorgeroest en hangt nu in stukken en brokken te bengelen als trossen stalactieten. De koperen bedrading is al lang geleden van de muren geplunderd. Buiten liggen door een fijn laagje sneeuw bedekte stapels puin op wat ooit de belangrijkste werf van het bedrijf was. Het is koud in Detroit.

Van de Packardfabriek, ooit hoogdravend Motor City Industrial Park geheten, blijft enkel nog 'Mo or City In u tr Park' over. De fabriek ligt op amper vijf minuutjes van hartje Detroit, als het al niet zelf het centrum is. Deze moderne ruïnes waren twee generaties lang een fascinerende erfenis, terwijl de ene golf van ontslagen na de andere de auto-industrie in Detroit decimeerde. Sinds de hoogdagen in de jaren vijftig verliet meer dan de helft van de inwoners de stad. Op zijn top woonden er 1,8 miljoen mensen, nu nog slechts 916.000.

Eigenlijk is het ook helemaal niet nodig om de verloederde gebouwen af te breken: nergens zie je enige drukte op straat, van het centrum tot aan de voorsteden, enkel percelen grond die te koop staan. Zelfs het befaamde muzieklabel Motown Records, dat in 1959 werd opgericht, ging in de jaren zeventig uit de stad weg.

Bedelen om geld

De Packardfabriek wordt ongetwijfeld achtervolgd door schimmen uit het verleden, maar wordt nu ook opgejaagd door crisissen die voor de deur staan.

Detroit is weer een bezette stad. Niet alleen bezet door de onpersoonlijke, nietsontziende krachten van de wereldwijde kredietcrisis. Volgens de bewoners ook door de rest van het land, dat decennia lang geconfronteerd is met de troosteloze beelden van Detroit en dat het niet meer ziet zitten om hulp te bieden, zelfs niet op de plekken waar dat het meest nodig is.

De bazen van de drie grote autoconstructeurs die het hart uitmaken van de economie in Detroit stonden gisteren op Capitol Hill te bedelen om geld. General Motors, Ford en Chrysler waren het afgelopen decennium al goed voor het verlies van tienduizenden jobs. Het was de laatste fase van een onvermijdelijke inkrimping van de industrie die Detroit tot de Motor City maakte. Automatiseringsprocessen en de toegenoemen concurrentie van het buitenland, dat eerst auto's leerde maken en daarna zelfs betere auto's ging produceren dan Detroit, luidden elke keer een nieuwe recessieperiode in. De laatste jaren waren het vooral de hoge olieprijzen die de vraag naar de benzineslurpers van de Big Three deden krimpen.

Nu is er iets ergers aan de hand. De kredietcrisis heeft de leningen bevroren waarmee potentiële kopers nieuwe auto's aanschaffen. De verkoopcijfers van de Grote Drie zijn daardoor in één jaar met 33 tot 45 procent gezakt. Zelfs een gezonde industrietak zou het moeilijk hebben zich daaraan aan te passen. De autoconstructeurs verliezen nu zoveel geld dat ze het zich niet eens kunnen veroorloven dure mensen met gouden handdrukken aan de deur te zetten, waardoor ze weer kostenrendabel kunnnen worden. Nu de kredietmarkt stil ligt, zijn er zelfs geen leningen meer verkrijgbaar om deze periode te overbruggen.

Nog nooit zo erg

"Ik woon al dertig jaar in Detroit, maar zo erg als nu is het nog nooit geweest", zegt Robert Mutean. "We hadden gedacht dat ons land loyaler zou zijn." Mutean snuistert met een lijstje in de hand in de cadeaushop op Ford Field. Dit is de thuisbasis van het American footballteam van Bill Ford Junior, CEO van de gelijknamige autoconstructeur. De Detroit Lions zitten halverwege het seizoen dringend verlegen om punten. Zonder een spoedige winstpartij dreigen ze een metafoor te worden voor de stad.

Robert Mutean (36) mag dan wel geen deel uitmaken van het leger van 240.000 mensen die de auto-industrie in zijn stad tewerkstelt, met zijn job bij een expeditiebedrijf dat auto's uit de fabrieken rijdt en voorraden aanvult, is hij wel een van de honderdduizenden werknemers bij de toelevaranciers van de Big Three. Volgens een recente studie van het Centre for Automotive Research staan maar liefst drie miljoen banen op de tocht als de drie autoconstructeurs over de kop gaan en de effecten daarvan in de hele VS - en in de economieën die afhankelijk zijn van de auto-industrie in het bijzonder - voelbaar worden.

In een nagelsalon tegenover het glimmende hoofdkwartier van General Motors drukt Christine Passerini haar onrust uit. Haar volledige cliënteel is op een of andere manier verbonden aan de auto-industrie. Voor de 'groenen' aan de Westkust, die zich verzetten tegen het federale reddingsplan voor Detroit, heeft ze geen goed woord over. "In Californië zeggen ze dat ze ons dood willen. Dood! Maar ze vergeten dat wij hun staat door de auto-industrie net draaiende houden." Passerini verwijst naar bevoorraders en verdelers die in de hele VS actief zijn. "En ze hebben net de Los Angeles Motor Show gehad."

"Ik neem het de Amerikaanse bedrijven kwalijk dat ze hun jobs naar het buitenland exporteren", zegt Robert Mutean in de cadeaushop. "De mensen die de autoconstructeurs hebben moeten laten gaan zijn de mensen die anders geld zouden hebben gehad om hun producten te kopen. Vanaf nu is het alleen maar een neerwaartse cyclus. Wat verwacht je ook wanneer je 30 tot 40 procent van je werkvolk op straat zet?"

Allereerste lopende band

De vooruitgang van Ford was destijds te danken aan diezelfde spiraal, die juist in opwaartse richting werd gestimuleerd toen stichter Henry Ford het loon van zijn werknemers in 1914 verdubbelde naar een tot dan toe ongeziene vijf dollar per uur. Dat lokte heel wat geschoolde werknemers uit de hele VS naar Detroit, waardoor de massaproductie van de Ford-T op gang kwam en ook de gewone consument die auto kon gaan kopen.

Het was in Highland Park, een stad in de stad op zo'n zes kilometer van hartje Detroit, dat Ford destijds een fabriek neerpootte met 's werelds eerste lopende band voor auto's. Deze fabriek is intussen al lang gesloten, evenals het oude hoofdkwartier van Chrysler net om de hoek, met het reusachtige logo boven de ingang. Het ooit zo fiere Highland Park is nu leeggebloed, 30 procent van de mensen in de wijk zijn werkloos, nieuwe winkels en ondernemingen zijn op de vingers van één hand te tellen.

De kredietcrisis heeft Detroit een nog troostelozer aanblik gegeven. Het was allang een stad met opvallend veel verkrotte huizen. De bewoners vluchtten jaren geleden naar een betere toekomst, en de laatste maanden joeg de huizencrisis nog eens tienduizenden mensen uit hun woning omdat ze hun maandelijkse afbetaling niet meer konden ophoesten.

De misdaad regeert

Op een bitter koude maandagavond wagen zich maar een handvol wijkbewoners naar een bijeenkomst in het gemeentehuis van Highland Park om er hun grootste bezorgdheid uit te spreken: de elke dag stijgende criminaliteit. De burgemeester van Highland Park, Hubert Yopp's, geeft hen advies: "Als je naar huis rijdt, bel vooraf om te zeggen wanneer je precies aankomt, zodat een van je huisgenoten de deur snel kan openmaken. En als je gaat winkelen, verplaats je auto regelmatig. Je wagen lang op dezelfde plek laten staan is gevaarlijk."

De misdaad regeert in de straten van Highland Park. Maar die misdaad bestrijden kost veel geld, te veel voor een leeggelopen wijk: "Als 5.000 mensen uit een wijk wegtrekken, dan verliezen we 6 miljoen dollar aan inkomsten uit belastingen", aldus Chris Woodard, gemeenteraadslid, "De parken onderhouden, de sneeuw ruimen in de winter, het kost allemaal geld. Deze wijk zit financieel aan de grond."

De vraag is hoeveel andere buurten, vandaag nog ademend en zelfs af en toe oplevend, zullen eindigen als Highland Park?

Eergisteren visten de Grote Drie in Washington DC naar staatshulp met het argument dat hun autofabrieken even cruciaal zijn voor het Amerikaanse volk en 's lands economie als de banken in Wall Street. En die hielp de overheid wel.

Maar zelfs als de Drie van Detroit hun automerken kunnen laten overleven en hun afdelingen kunnen openhouden, dan nog zal Detroit een verwrongen stad blijven. Want een straat verder staat er alweer een ander gebouw leeg, een vaal bord zegt 'Arlan's Discount Store'. Zelfde scenario even verder, nu vermeldt een overwoekerd bord 'USA Food Center'. En aan de overkant een reeks gebouwen, half weggerot en ingestort, waar zelfs geen borden meer hangen. Het moeten winkels geweest zijn, en restaurants, en cafés voor de duizenden die hier ooit werkten.

© The Independent

Automatisering en concurrentie van het buitenland, dat na verloop van tijd betere auto's ging produceren dan Detroit, luidden elke keer een nieuwe recessieperiode in

De misdaad regeert in de straten van Highland Park, waar ooit de eerste fabriek van Ford met een lopende band werd neergepoot. Maar die misdaad bestrijden kost te veel voor een leeggelopen wijk

n Van de Packardfabriek, ooit hoogdravend Motor City Industrial Park geheten, blijft enkel nog 'Mo or City In u tr Park' over

n Stamvader Henry Ford van het roemruchte autobedrijf tussen de allereerste Quadracycle uit 1896 (r.), en de tienmiljoenste T-Ford die toen net van de band gelopen was.

n De assemblagelijn van een van de twee Fordfabrieken in Wayne, een stadje vlak buiten Detroit. In 2007 werd hier door het moederbedrijf nog een kleine 100 miljoen euro geïnvesteerd met het oog op de productie van de nieuwe Focus.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234