Dinsdag 18/02/2020

Van mossel tot walvis

Als Jacques Cousteau nog had geleefd, dan had hij zonder twijfel de Census of Marine Life (COML) verslonden. Dankzij die studie is voor het eerst alle leven onder water dat gekend is, in kaart gebracht. Driehonderdzestig wetenschappers vonden 230.000 soorten levende wezens in onze zeeën.

Dankzij de nieuwe Census of Marine Life kennen we 230.000 soorten levende wezens in onze zeeën

De wetenschappers trekken tevens aan de alarmbel

en beweren dat geen enkele zee

zo fel bedreigd wordt als de Middellandse Zee: ‘De nieuwe inventaris komt geen dag te vroeg.’

In het beroemde boek Twintigduizend mijlen onder zee van Jules Verne gaat professor Pierre Aronnax op zoek naar een angstaanjagend zeemonster. Uiteindelijk blijkt dat de onderzeeër Nemo, maar 140 jaar na de publicatie van de klassieker duiken er foto’s op van een nog veel schrikbarender monster dan Verne ooit had durven dromen: de Grammatostomias flagellibarba, beter bekend als de dragonfish of drakenvis, een beest dat meer dan 1.500 meter onder water leeft in donkere grotten en er uitziet als het huisdier van de duivel, met tanden op zijn tong. Nu, echt bang moet u er niet van zijn. De drakenvis wordt niet groter dan een banaan.

De vis is een van de 230.000 soorten levende wezens onder water die in kaart zijn gebracht in de Census of Marine Life (COML), een studie waar 360 wetenschappers aan meegewerkt hebben. Het is de grootste en meest ambitieuze poging ooit om een antwoord te krijgen op een vraag die zowel Jules Verne als Jacques Cousteau zich al stelden: hoeveel levende wezens zijn er in onze zeeën?

De studie spoorde naar álles: van op het strand tot op het diepste punt in de diepste oceaan. En van mossel tot walvis. In 25 regio’s werd gezocht, van de zuidpool tot de noordpool.

Uit de resultaten blijkt dat één op vijf van het totale aantal levende wezens onder water schaaldieren zijn, zoals krabben en kreeften. Voeg daar vissen en weekdieren aan toe en je hebt de helft van alle leven in zee. De dieren die vaak gebruikt worden in campagnes waarin gewezen worden op de bedreigingen voor het leven in zee - dolfijnen, schildpadden, walvissen, zeeleeuwen - zijn goed voor amper 2 procent.

Dat betekent niet dat alles tiptop in orde is met het leven onder water. Zoals op land tal van diersoorten zijn uitgestorven of bedreigd door de impact van de mens, zo gebeurt hetzelfde onder water. “In elke regio die we onderzochten vonden we wel een verhaal van een bepaald soort vissen of schaaldieren waarvan nu nog 5 à 10 procent te vinden is van het aantal dat er ooit geweest moet zijn”, zegt Mark Costello van de universiteit van Auckland in Nieuw-Zeeland in de Britse krant The Guardian.

De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn overbevissing en de schade die visnetten aan de bodem van onze zeeën toebrengen. “Vaak wordt de zeebodem door sleepnetten zo door elkaar gewoeld dat schelpen die er groeien, uitsterven”, legt Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee uit aan De Morgen. “De bodem van de Noordzee zag er honderd jaar geleden wellicht helemaal anders uit dan nu.”

Een andere bedreiging voor de biodiversiteit zijn de invasieve soorten: dieren die normaal niet voorkomen in de streek, maar door de mens ingevoerd worden. “Meestal reizen ze onbewust mee in het ballastwater van het schip”, aldus Jan Seys. Toch heeft dat soms ook zijn voordelen, aldus Seys: “De oesters die we hier eten zijn ook een invasieve soort, die bewust ingevoerd werd uit Japan toen het voortbestaan van onze oesters bedreigd werd.” Vaak doen ze echter meer kwaad dan goed. De dieren hebben geen natuurlijke vijanden in hun nieuwe omgeving en kunnen dus welig tieren, waardoor het dier onder hen in de voedselketen uitsterft.

Een andere reden is de verzuring van de zee. “Door de toename van het koolzuurgas in de atmosfeer verzuurt ook het zeewater. Vooral voor dieren die een skelet uit kalk moeten opbouwen is dit een probleem”, zegt Seys. Daarbovenop komt de stijging van de temperatuur van het zeewater. “Gemiddeld gebeurde dat met een tiende van een graad in de laatste vijftig jaar. Maar in de Noordzee gaat dat tien keer zo snel, omdat het zo’n ondiepe zee is. Dieren in de zee zijn dat niet gewoon."

De Middellandse Zee is er volgens het onderzoek het ergst aan toe. Afgesloten zeeën zijn het meest bedreigd, omdat afval en chemische stoffen er niet weg kunnen. Bovendien is er vaak een grote bevolkingsdichtheid aan de kust, die op zich ook heel wat vervuiling genereert. De Middellandse Zee heeft van alle onderzochte gebieden ook het meest last van invasieve soorten. Die komen vaak uit de Rode Zee via het Suezkanaal.

Dankzij de COML hebben wetenschappers nu een wapen in handen om druk uit te oefenen op politici, zowel internationaal als lokaal. “De studie komt geen dag te vroeg”, zegt Patricia Miloslavich van de Universidad Simon Bolivar in Venezuela aan The Guardian. “We kunnen hiermee vragen aan overheden om snel krachtige beslissingen te nemen in regio’s waar de bedreigingen erg groot zijn.”

Het onderzoek mag dan al gigantisch zijn, de oeroude vraag over het leven onder water is nog lang niet beantwoord. Wetenschappers gaan ervan uit dat ze tot nu ongeveer 70 procent van het totale aantal vissoorten ontdekt hebben, maar dat er voor elke soort van leven onder water die al in kaart is gebracht nog zeker vier andere bestaan die nog niet bekend zjn. “Voor heel wat soorten is ook nog geen naam en weten we nog totaal niet met hoeveel ze zijn”, aldus Nancy Knowlton van The Smithsonian Institution in Washington, dat het project leidde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234