Maandag 18/11/2019

Van 'Libération', verlos ons heer !

Parijs is de mooiste stad van de wereld. Daar ben ik zogoed als zeker van, al moet ik ootmoedig bekennen dat ik nog nooit in Eeklo ben geweest. Parijs is ook de eerste stad die ik echt leerde kennen, na mijn thuisstad, en wanneer ik in een beetje nostalgische modus ben, wil ik wel eens terugdenken aan die ontdekkingstochten door de lichtstad, begin jaren zestig, aan de hand van mijn vader.

Hij was beroepshalve douanebeambte, vaak aan boord van de treinen die Brussel met de Franse hoofdstad verbonden, en het gebeurde wel eens dat hij zijn jongste zoon meenaam op zo'n tocht, die dan voor hem iets minder 'werk' werd.

Soms stopte de reis al in het grensdorp Aulnoye, waar Franse collega's van hem zijn job overnamen en wij in een plaatselijke bistro terechtkwamen om er te wachten op de volgende trein naar huis. Dat duurde soms wel even. Hoe lang weet ik niet meer precies, maar toch lang genoeg om mijn pa in staat te stellen drie glazen Picon Vin Blanc te drinken en mijzelf evenveel stuks limonade van het merk Orangina, rechtstreeks uit van die malle peervormige flesjes die je even moest schudden voor gebruik.

We spoorden soms gewoon naar Aulnoye na de schooluren en zelfs dan waren we weer voor het donker thuis. Ik hield van die escapades omdat ik in die tijd nog in de illusie leefde dat het leven spannend is wanneer je maar genoeg beweegt.

Eén keer is zo'n trip mij slecht bekomen. Ik had 's anderendaags les van een heel vervelende leraar aardrijkskunde en toen die tijdens de les vroeg: "Wie is er al ooit in Frankrijk geweest?", stak ik enthousiast mijn vinger op en zei: "Ik, meneer. Gisterenavond nog."

"Didden, gij zijt een leugenaar", zei de leraar toen en ik moest de rest van het lesuur in een houten prullenmand gaan staan met een bordje in de hand waarop 'Leugenaar' geschreven stond.

Ik heb toen even overwogen die docent zijn keel over te snijden maar mijn zakmes zat in mijn stofjas en die hing aan een kapstok aan de andere kant van de klas, onder een blinde kaart waar ik moeiteloos de Tigris en de Eufraat had kunnen aanwijzen, indien mij dat gevraagd zou worden, maar in plaats daarvan klonk dat fatale: 'Wie is er al ooit in Frankrijk geweest?'

Ik dus, en sinds die avond in Aulnoye nog vele keren.

U mag mij trouwens gerust een francofiel noemen, zolang u maar niet op mijn blauwe suède schoenen trapt of mij aanspreekt met 'Bart Van Loo'.

Van die eerste trips naar Parijs herinner ik mij weinig, behalve de beekjes van vers water die de riolen van die wonderlijke stad proper hielden, de autobussen waar achteraan een balkonnetje zat waar ik absoluut op wilde gaan staan om zo euforisch langs de boulevards te glijden, with the warm wind in my hair.

Ik ruik ook nog het zagemeel op de vloer van de cafés, en ik zie de mannen nog in hun bebloede werkschorten die in de buurt van de Hallen een kwart van een koe op hun schouders torsten en gezwind naar de snijtafels brachten.

Ook het café vlak bij de Notre Dame herinner ik me nog, waar mijn vader en ik zouden gaan lunchen maar waar zijn bijeengescharrelde francs maar net genoeg bleken om voor hem twee spiegeleieren te bekostigen en voor mij een koppel saucisses de Francfort met wat lauwe friet erbij.

Net zoals ik mij herinner hoe ik vele jaren later - 1973, schat ik - op een dag het goede idee had binnen te stappen in bar La Palette, aan de Rue de Seine, en op datzelfde moment besliste dat deze plek mijn stamcafé zou worden in Parijs. En dat is ze vandaag nog. De jongelui achter de toog zijn de zonen van de mensen die ik veertig jaar geleden leerde kennen, het bier is er nog duurder dan vroeger en het verdomd kleine wc'tje is nog altijd even ergerlijk als in de tijd toen Picasso en Sartre er gebruik van maakten. Toch kan ik niet door Parijs lopen zonder even bij La Palette aan de toog te gaan hangen of, beter nog, in de gezellige achterzaal op een lederen banquette plaats te nemen , en daar naargelang het uur van de dag un petit noir of een glas mâcon te drinken en intussen wat in de Libération te bladeren, een krant die mij nauw aan het hart ligt.

Of beter: lag.

Want ik denk niet dat ik die ooit zo geestige Parijse krant , met het hart en de hersenen absoluut op de juiste plaats, nog veel zal lezen. Niet alleen omdat, samen met de vroegere hoofdredacteur en medestichter Serge July, de rebelse spirit van die gazette allang en helemaal verdwenen is, maar ook omdat ik mij bij lectuur ervan vandaag vrijwel voortdurend erger aan de bijdragen van hun correspondent in Brussel. Die man heet Jean Quatremer en is een beunhaas van de eerste categorie en ook een nerd van het zuiverste water, maar - en dat is erger - hij is vooral iemand die zoals de meeste correspondenten in Brussel werkelijk geen halve moer begrijpt van deze stad en nog veel minder van het geweldige land dat er omheen gebouwd ligt.

In een van zijn laatste opstellen sabelt hij alles wat los en vast zit in Brussel genadeloos neer. En dat is een eindeloze stoet clichés. "Brussel is vuil en lelijk en het enige wat er eigenlijk deugt is dat je er om het uur een trein naar Parijs kunt nemen." Vous voyez le genre. En het ergste van al is dat onze media daar nog een stuk in meegaan. Alsof Brussel de enige stad zou zijn waar in de wat mindere buurten al eens een zakje vuil op de stoep kan blijven staan.

Ik heb even overwogen mijn stofjas van de haak te halen en te kijken of mijn zakmes daar nog in zat, maar toen heb ik het enige bedacht wat je in zo'n geval van hovaardige domheid kunt bedenken: "Pauvre con."

Geef mij dan maar Leonardo DiCaprio, een man van stand die onlangs vanuit Cannes en via Café Corsari liet weten hoeveel hij wel van Brussel hield. "Mooie stad", zei hij. "Mooie architectuur. Lekker eten." "Net Parijs", zei hij ook.

Toevallig een stad waar ik graag correspondent zou worden.

Ik installeer mijn bureau dan wel in een verloren hoek van bar La Palette. U bent allemaal welkom. Tenzij u Quatremer heet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234