Maandag 08/03/2021

Van identiteit geen staatszaak maken

"De eenzijdige nadruk op Vlaanderen als enige of dominante schaal van representatie en legitimatie moet plaats maken voor meerschalig denken en handelen", schrijft De Vooruitgroep, een informele groep van academici, kunstenaars en publicisten.

De 11 juliviering belooft dit jaar een speciaal tintje te krijgen door de abdicatie van Koning Albert maar vooral omdat het de laatste viering is voor de verkiezingen waarin de toekomst van Vlaanderen en België centraal zullen staan. De voortrekkers van het Vlaamse staatsproject zullen de gelegenheid wellicht aangrijpen om de Vlaamse identiteit weer centraal te stellen.

Het nationalisme heeft inderdaad een feitelijk monopolie op 'identiteit' als politiek thema. Andere dan nationalistische partijen stellen daar bijna niets tegenover, en gaan er zelfs in mee. Toch zijn andere benaderingen wel degelijk mogelijk en die beïnvloeden het maatschappelijk debat, niet enkel wat de toekomst van België betreft.

De dominante visie legt de nadruk op territoriale banden. Dat mensen zich verbonden voelen met hun eigen stad, streek of taalgemeenschap is op zich een natuurlijk gegeven dat niet bestreden hoeft te worden.

Daarnaast zijn er echter vele andere vormen van verbondenheid, zoals geloofsovertuigingen, politieke voorkeuren, klasse of beroepsgroep en levensstijlen. De nationalistische invulling van identiteit kent aan de territoriale verbondenheid, en wel met één enkel territorium - het Vlaamse - absolute prioriteit toe. De 'volksband' gaat de andere identiteitsaspecten overheersen. Het is de natie die identiteit geeft aan haar leden, eerder dan dat ze zelf het product van individuele identiteiten zou zijn.

Zo dringt de nationalistische visie een identiteitsprofiel en een daarmee samenhangende waardehiërarchie op. Ze gebruikt deze vervolgens als politiek instrument, zowel naar buiten als naar binnen. Naar de buitenwereld toe geldt het als criterium van onderscheid voor eigen Vlaamse staatsstructuren. Naar binnen is het een element van disciplinering. In beide gevallen grijpt het eenzijdig in op de natuurlijke meervoudigheid die de kern uitmaakt van identiteitsbeleving.

Het gebruik als criterium van onderscheid naar buiten leidt ertoe dat Vlaanderen en België als tegengestelde entiteiten worden voorgesteld.
Dat is onterecht. Zoals iemand zich Gentenaar en Vlaming kan voelen, zo kan men zich ook Vlaming en Belg voelen en zich dus in meerdere of mindere mate met beide (en nog andere) gebieden verbonden voelen. Dat is precies wat veel mensen doen. De nationalistische visie kan met zulke dubbele verbondenheden moeilijk omgaan. Wie zich met België blijft identificeren heeft dan onvoldoende identiteitsbesef en moet tot meer Vlaams bewustzijn worden opgevoed. De wil tot verovering van een eigen staat wordt daarmee zelf onderdeel van de Vlaamse identiteit, waardoor een cirkelredenering ontstaat.

Deze opstelling is onaanvaardbaar, omdat ze mensen dwingt te kiezen tussen loyauteiten op verschillende schalen ten voordele van één enkele dominante schaal. We moeten aanvaarden dat er verschillend gedacht kan worden over het Vlaamse staatsproject en dat dit los staat van het al dan niet erkennen of miskennen van Vlaamse identiteit. Het automatisch verband tussen identiteit en natievorming moet dus afgewezen worden. Wie niet akkoord gaat met een Vlaamse staat, geeft eenvoudigweg een andere antwoord op de vraag naar wenselijkheid. Het Vlaamse staatsproject is daarmee geen kwestie meer van identiteit maar wordt een afweging van kosten en baten, waarover verschillend gedacht kan worden. Daarover moet het debat wél gaan.

De heersende identiteitsopvatting dient ook binnen de eigen 'gemeenschap' politieke doelen, en wel als middel tot conformering. De nadruk op gemeenschappelijkheid zorgt voor een groepsdruk, waardoor interne belangenconflicten onderbelicht raken. Dat zijn bijvoorbeeld tegenstellingen zoals tussen links en rechts, genderverschillen of interne onderscheidingen zoals tussen stad en platteland of tussen centrum en periferie.

Het gevolg is bijvoorbeeld dat de politieke strijd niet zoals in andere landen georganiseerd wordt op de as links - rechts binnen de eigen samenleving, maar op de Noord-Zuidas, als een conflict tussen een rechts, neoliberaal Vlaanderen en een links, socialistisch Wallonië. Dat doet onrecht aan het pluralisme in beide landsdelen!

Het Vlaamse identiteitsdiscours legt vanouds de nadruk op de eenheid van taal en cultuur. Dat werkt dan weer disciplinerend op de diversiteit binnen onze samenleving. Vele mensen met een andere culturele achtergrond, bijvoorbeeld een Turkse of Marokkaanse, willen mee vormgeven aan onze samenleving, maar willen daarom nog niet de banden met hun land van herkomst doorknippen. Ze blijven bijvoorbeeld ook Turks spreken, behouden voedings- en andere culturele gewoontes en vaak ook hun religie. De nationalistische identiteitsvisie heeft moeite met die dubbele vormen van verbondenheid, zoals ze ook moeite heeft met mensen die zich Vlaming én Belg voelen. Vreemde cultuurelementen worden gezien als 'in strijd' met het Vlaamse karakter. Geen toeval dus dat deze strekking zo sterk de nadruk legt op eenzijdige assimilatie, waarbij van mensen met een vreemde achtergrond wordt verwacht dat ze de dominante taal en cultuur zonder meer overnemen.

In deze visie moet het beleid niet alleen concrete diversiteitsproblemen oplossen, maar is diversiteit zélf het probleem, omdat ze de facto de Vlaamse aard en identiteit bedreigt. Deze eenzijdigheid staat een open dialoog in de weg, en daarmee ook nieuwe, inclusieve vormen van solidariteit en een breder gemeenschapsgevoel.

Hetzelfde monocultureel denken verklaart ook de ambivalente houding tegenover het multiculturele Brussel. Het is een illusie om burgerschap te willen enten op een gemeenschappelijke culturele identiteit, omdat die in de globaliserende en superdiverse samenleving van vandaag eenvoudigweg niet meer bestaat.

De eenzijdige nadruk op Vlaanderen als enige of dominante schaal van representatie en legitimatie moet volgens de Vooruitgroep plaats maken voor meerschalig denken en handelen. Daarbij past een meerschalige identiteit die recht doet aan de maatschappij zoals ze is en aan de werkelijke sociale verbanden die mensen aangaan. Deze visie laat hen meer ruimte om zelf invulling te geven aan hun identiteitsbeleving, zonder politieke bevoogding.

De dominante retoriek tracht onze identiteitsbeleving te sturen in de richting van een welbepaald profiel. Sturing op identiteit betekent bijna vanzelf miskenning van identiteit. Wie zich aan een profiel moet conformeren, kan letterlijk niet meer zichzelf zijn. Daarmee ontstaat een tegenstrijdige dynamiek: hoe meer er politiek over identiteit wordt gesproken, hoe meer uniformering we krijgen. Het resultaat is niet meer, maar juist minder identiteit.

Ondertekenaars: Johan Van Hoorde, Jan Blommaert (UTilburg), Chris Kesteloot (KULeuven), Eric Corijn (VUB), Anja Van Rompaey (ULB) Robrecht Vanderbeeken (VUB), Rik Pinxten (UGent), Eric Goeman (Attac, Democratie 2000); Paul Pataer, Linus Vanhellemont (Università Milano- Bicocca), Pascal Debruyne (Ugent), Ico Maly (Kif Kif), Dominique Willaert (Victoria Deluxe), Koen Dille (Masereelfonds) Francine Mestrum (Global Social Justice), Lieven De Cauter (KULeuven), Herman De Ley (Ugent), Karim Zahidi (UA), Aleidis Devillé (Thomas More), Monika Triest, Sarah Bracke (KULeuven), Anne Grauwels (HOGent, UPJB), Ida Dequeecker (VOK, BOEH).

Zie: www.vooruitgroep.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234