Donderdag 02/02/2023

Van het westelijk front veel nieuws

Vandaag is het exact honderd jaar geleden dat het Duitse leger België binnenviel om via die weg Frankrijk aan te vallen. De daarop-volgende vier jaar vulden krantenredacties hun voorpagina's met oorlogsberichten, maar zonder de soldaten zelf aan het woord te laten. Dus schreven die dan maar zelf hun kranten.

"Aangezien we een (vrij smerige) drukpers op de kop hebben kunnen tikken, hebben we besloten een krant te maken." Dat is de opening van de allereerste editie van The Wipers Times, gedateerd op zaterdag 12 februari 1916.

The Wipers Times, een woordspeling op Ypres (Ieper), is wellicht een van de bekendste frontkranten: geschreven voor en door soldaten aan het front. Vorig jaar nog zond BBC2 een film uit met onder anderen Ben Chaplin en Michael Palin over het verhaal achter de beroemde Britse oorlogskrant.

Frontkranten gaven soldaten de stem die ze in 'gewone' kranten niet kregen. "Traditionele nieuwsmedia konden zelden waarheidsgetrouwe verslagen brengen over het leven aan het front, omdat journalisten daar niet mochten komen", zegt Koenraad Du Pont van KU Leuven Campus Brussel en onderzoeker bij het Brussels Center for Journalism Studies (BCJS). "Reportages over het harde leven in de loopgraven zouden te fel contrasteren met de heldenverhalen die het thuisfront altijd te lezen kreeg. De natie was bereid de oorlog voort te zetten, en die vastberadenheid mocht vooral niet ondermijnd worden met ontluisterende artikels."

Humor

Zodra de frontlijnen min of meer gestabiliseerd waren, zagen de eerste frontkrantjes het levenslicht. Vanaf 1915 groeiden ze uit tot een fenomeen, en begon het bij alsmaar meer legereenheden te kriebelen om er zelf een op te richten.

Naar schatting circuleerden zo'n 400 titels in het Franse leger, terwijl voor Duitsland ongeveer 110 kranten bekend zijn. Bij de Britten en hun Dominionlegers (Australië, Canada, Nieuw-Zeeland...) zouden er 107 kranten zijn verschenen, hun Italiaanse collega's redigeerden minstens een vijftigtal titels. Maar ook Oostenrijk-Hongarije en de Verenigde Staten hadden hun eigen frontkranten.

Redactieleden waren meestal gewone soldaten die een goede opleiding hadden genoten of die hadden gewerkt in de culturele of artistieke sector. "Die soldaten wilden een dimensie van hun leven reactiveren die hen bij het begin van de oorlog ontnomen was", aldus Du Pont. "Ze konden niet meer deelnemen aan het culturele leven van hun vaderland, dus zetten ze hun vooroorlogse culturele activiteiten voort aan het front."

Het schrijven en (vooral) het publiceren vond meestal plaats achter de frontlinie, eerder dan in de loopgraven zelf. Maar militaire wetten bleven ook in deze culturele bezigheden van kracht. Zo was rechtstreekse kritiek op het leger en de oversten ten strengste verboden. De censuur varieerde van land tot land en ging van zelfcontrole tot interventie van de legertop.

De soldaten ventileerden hun frontfrustraties dan maar met een stevige dosis humor. Komische gedichtjes, satirische spotprenten en valse advertenties vloeiden uit vele pennen. Zo was het niet ongewoon om percelen niemandsland of de frontlijn zelf te koop aan te bieden - "Met een prachtig uitzicht over de historische stad Ieper!" (die op dat moment meer weg had van een ruïne vol brokstukken en puin).

Schrijven en tekenen werd op die manier ook een vorm van psychologische bescherming: de humor in de artikels was, ondanks de bittere ondertoon, goed voor het moreel en bevorderde de samenhorigheid. Du Pont: "Frontkranten stonden vol insider-jokes en verwijzingen naar ervaringen in de loopgraven die alleen soldaten konden begrijpen of herkennen." Dat sterke eenheidsgevoel zorgde voor een mentale boost en bood weerstand tegen het immer sluimerende defaitisme.

Frontkranten verschenen vaak erg onregelmatig. Zowel voor gestencilde als gedrukte titels waren papier en inkt erg duur, en kranten verschenen pas als er voldoende financiële middelen waren. De meeste redacties zagen zich dan ook genoodzaakt een kleine bijdrage aan hun abonnees te vragen. "Maar er waren ook spontane weldoeners en gratis edities", vult Du Pont aan. "Frontkrantjes waren soms verbazend rudimentair: met carbonpapier gekopieerde velletjes die men verspreidde of ergens ophing, zodat iedereen ze meteen kon lezen."

Strijdvaardigheid

Niet zelden bereikten soldatenkranten ook het thuisfront, dat op die manier nieuws kreeg van vrienden en familieleden. Voor de militairen was die doorgave een manier om te reageren tegen het valse en verbloemde heldenbeeld dat de gevestigde kranten traditiegetrouw van hen gaven.

Franse frontkranten vonden zelfs hun weg naar traditionele kranten, commerciële uitgevers en het Maison de la Presse, het propagandabureau van de Franse regering. Over het algemeen werd de humoristische toon van de frontkranten door het thuisfront geïnterpreteerd als een teken van strijdvaardigheid.

De ene frontkrant was al populairder dan de andere. De grootste Britse krant, de 7th Manchester Sentry, haalde een oplage van 26.000 exemplaren, maar dat lot was niet elke publicatie beschoren. Du Pont: "Kortstondige en weinig succesvolle initiatieven waren er in overvloed. Er waren verschillende factoren om rekening mee te houden: de kostprijs, de kans op overlijden van een redactielid in de loopgraven, reorganisaties van de legerstructuur... Een krant bleef niet gemakkelijk overeind."

Het einde van de oorlog in 1918 luidde meteen ook het einde in van de soldatenkranten. Al tijdens de oorlog werden inventarissen gemaakt. Tegenwoordig zijn enkele collecties te bewonderen in onder andere de Cambridge University Library en de Bibliothèque Nationale de France. Het is alvast een mooiere bestemming dan die van andere frontkranten: zelfs bij de meest succesvolle titels was het namelijk niet ondenkbeeldig dat ze vroeg of laat een nieuw leven kregen als isolatie of... toiletpapier.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234