Dinsdag 07/02/2023

Van het podium naar de pen

Mark Billingham debuteerde twee jaar gelden met Slaapdood, een verrassende en vooral spannende politieroman met een intrigerend hoofdpersonage, de Londense inspecteur Tom Thorne. Een slimme plot, een frisse kijk op het politiegenre, een held die het moeilijk heeft met het leven en zich dan maar vastbijt in zijn werk: het was meteen duidelijk dat de jonge Engelsman - getrouwd, vader van twee kinderen en, altijd een leuk detail, in zijn vrije tijd stand-up comedian - op weg was naar de top. Met zijn tweede thriller, Dubbelmoord, bewees Billingham dat hij geen eendagsvlieg was, en met zijn nieuwste, Wraakhotel, toont hij dat hij een serie kan schrijven - Tom Thorne is opnieuw van de partij - zonder in herhaling te vallen. Wat niet vanzelfsprekend is.

Mark Billingham

Wraakhotel

Oorspronkelijke titel: Lazy Bones

Vertaald door Ingrid Mersel

Uitgeverij M, Amsterdam, 319 p., 16,95 euro.

In Wraakhotel wordt Tom Thorne geconfronteerd met een reeks moorden waarvan de slachtoffers één ding gemeen hebben. Stuk voor stuk zijn het mannen die net een gevangenisstraf wegens verkrachting hebben uitgezeten. Het wordt een moeilijk onderzoek, niet alleen omdat de politie over geen aanwijzingen beschikt maar ook omdat Thorne weinig medewerking krijgt van zijn omgeving en collega's: waarom moeite doen om een moordenaar te pakken die toch alleen maar uitschot opruimt?

Mark Billingham: "Om die vraag was het mij te doen. De afgelopen jaren zie je dat als in Engeland beruchte misdadigers in vrijheid worden gesteld dat regelmatig leidt tot uitbarstingen van volkswoede. De pers jaagt ze op, er komen relletjes, huizen worden in brand gestoken, allemaal nogal angstaanjagend. Met dat gegeven wilde ik iets doen. Tom Thorne wordt in zijn werk gedreven door zijn relatie met de slachtoffers, hij wil hun recht laten geschieden. In deze zaak is dat anders. De slachtoffers zijn stuk voor stuk verwerpelijke kerels, verkrachters die niet van plan zijn hun leven te beteren. Je zou dus kunnen zeggen dat hun moordenaar de maatschappij een dienst bewijst. Thorne is het daar niet helemaal mee eens, maar het houdt hem bezig. Zijn twijfels en de dubbelzinnigheid die heel de zaak omgeeft, zijn de motor van het verhaal."

Dit is uw derde boek met een seriemoordenaar. Wordt het een specialiteit?

"Helemaal niet. Iemand die meer dan één slachtoffer maakt, is toch nog geen seriemoordenaar? Als je die definitie gebruikt, schreef Agatha Christie ook over seriemoordenaars. Nee, zoals ik het zie, is dat een apart genre, dat door mensen als Thomas Harris populair is gemaakt. Eerlijk gezegd is het mijn ding niet, al die geniale doders die een spelletje van kat en muis spelen met de politie. Het is nonsens, dat soort moordenaar bestaat gewoon niet. Ik vind mijn boeken helemaal niet in dat genre thuishoren. In mijn vierde, dat net af is, ga ik trouwens een heel andere richting uit."

Is het opnieuw een thriller met Tom Thorne?

"Ja, maar daarna laat ik hem een poosje rusten. Het is altijd de bedoeling geweest om van de Thorne-boeken een reeks te maken maar ik vind dat het nu tijd wordt om iets nieuws te proberen. De beste manier om de kwaliteit van een reeks hoog te houden, is door af en toe iets anders te schrijven. Voor elke auteur die erin slaagt een reeks boeiend en fris te houden, heb je er vijf die dat niet kunnen. In die val wil ik niet trappen, het mag vooral geen sleur worden. Anderzijds ben ik nog lang niet uitgekeken op Tom Thorne. Er valt nog heel veel over hem te ontdekken. Dat doe ik zelf ook, want ik leer over het personage, over zijn achtergrond, zijn karakter, terwijl ik over hem schrijf."

Bent u niet bang dat uw lezers ontgoocheld zullen zijn als Thorne er opeens niet bij is?

"Daar pieker ik wel eens over, ja. Na drie of vier boeken heb je bepaalde verwachtingen geschapen en de lezers willen dat je die inlost. Maar ik vind dat ik het toch moet doen, ondanks het risico en het feit dat ik helemaal nog niet weet wat het zal worden. Ik kan alleen maar hopen dat als het mij interesseert het de lezers ook zal aanspreken. Ik schrijf voor mezelf en ik schrijf wat ik wil, maar er is een soort derde oog dat meeleest en rekening houdt met wat de lezers denken."

Is dat voortdurend incalculeren van de reactie van de lezer typisch voor het schrijven in een genre?

"Ik denk dat elke goede schrijver het moet doen. Wat heet trouwens een genre? Goede crime kan alles wat literatuur kan, met een echt verhaal als extraatje. Bij veel literaire schrijvers zoek je tevergeefs naar een verhaal, naar menselijke relaties, ze zijn te sterk in beslag genomen door hun zielenroerselen en door het spel van de taal. Goede crime verenigt het beste van twee werelden, net zoals een opera toneel en muziek verenigt. Je krijgt een totaalpakket. Slechte crime is natuurlijk een andere zaak, dat is verschrikkelijk."

Voelt u zich wat miskend door de literatuur?

"Ik heb er geen probleem mee, wat nog niet betekent dat ik het leuk vind dat het genre zo gemakkelijk als minderwaardig wordt afgedaan. James Lee Burke is een van de beste prozaïsten van het moment, maar omdat hij detectives schrijft, zal hij nooit, ik zeg maar wat, de Pulitzer Prize winnen. Bij ons, in Engeland, is het elk jaar opnieuw ruzie als de kandidaten voor de Booker Prize bekend worden gemaakt. Ian Rankin, Ruth Rendell, P.D. James zijn fantastische schrijvers, maar ze zullen er nooit bij zijn. Het is zuiver snobisme. Daar zijn wij natuurlijk beroemd om."

In de Verenigde Staten begint het onderscheid te vervagen.

"Dat is waar, maar het is een andere wereld. Als je in Amerika een boekwinkel binnenstapt, geloof je je ogen niet. Wij denken dat ze in Amerika veel misdaadschrijvers hebben, maar wat wij er hier van merken, is slechts het topje van de ijsberg. Als je in de VS naar de crime-afdeling van een boekhandel gaat, val je van de ene verbazing in de andere. Ze hebben tientallen subgenres, keukencrime, kattencrime, hondencrime, historische crime, katten-in-de-keuken-crime. Het is waanzinnig. Probeer als simpele Brit maar eens vaste voet te krijgen op die markt! Ik ga binnenkort tien dagen naar Amerika om promotie te maken voor mijn boeken, maar het is te weinig. Eigenlijk zou je er een paar maanden voor moeten uittrekken. En dan nog..."

U hebt daarnet de naam Rankin laten vallen. Ziet u hem als een concurrent?

"Als een voorbeeld. En niet alleen omdat hij de best verkopende Britse misdaadauteur is. Hij heeft veel meer boeken geschreven dan ik - ik denk dat hij op zijn achttiende begonnen is - en zijn personage heeft zich op een ronduit knappe manier ontwikkeld. Ik ben een fan. Ik zou graag zo goed zijn als hij. We hebben natuurlijk punten van overeenkomst, maar dat kan niet anders. Er is zo'n lange traditie van misdaadschrijvers... je loopt onvermijdelijk in de schaduw van een ander. Rankin is trouwens een van die weinige auteurs die erin geslaagd zijn een reeks op topniveau te houden."

In Rankins boeken is de stad Edinburgh bijna een volwaardig personage. Bij u is het Londen.

"Dat is een van de dingen die we gemeen hebben, ja. Het heeft mij altijd verbaasd dat Londen heel zelden als decor voor een misdaadroman wordt opgevoerd. Daar probeer ik iets aan te veranderen. Er zijn in Londen zoveel plaatsen die verband houden met echte misdaden. Een voorbeeld: in Spitalfields heb je een pub, de Six Bells, waar volgens de legende Jack The Ripper kwam drinken. Of dat waar is, weet ik niet, maar zijn slachtoffers kwamen er vast en zeker. Daar kun je nu gaan zitten, met een Ripper-T-shirt aan, en naar de strippers kijken. Die ironie heb je in Londen overal.

"Of neem Oxford Street, de grootste en afschuwelijkste winkelstraat van heel de stad. Vroeger was die de laatste weg die misdadigers aflegden als ze naar hun executie werden gebracht, van de gevangenis van Newgate naar de galg in Tybourne. Halfweg was er een pub waar ze een laatste borrel mochten drinken. De grap daarbij was dat ze wel zouden betalen als ze terugkwamen. En daar komt in het Engels de uitdrukking 'one for the road' vandaan. Ik begin trouwens meer en meer belangstelling te krijgen voor het misdaadverleden van Londen. Thorne doet dat ook, dat merk je in de boeken."

Een van de sterkste punten van die boeken zijn de plots. Is het hard werken, een plot verzinnen?

"Normaal begin ik met een beeld, een scène - in het geval van Wraakhotel is dat de zelfmoord waarmee het verhaal opent. Ik had verscheidene elementen: een brief, want daar begin ik elk boek mee, dat is een soort naamkaartje, een telefoon die rinkelt op de plaats van de misdaad, en het idee dat de slachtoffers niet bepaald sympathiek zouden zijn. De eigenlijke plot is meer een kwestie van vallen en opstaan: je wilt ergens naartoe, loopt op een muur en probeert een manier te vinden om er voorbij te geraken. En zo blijft dat maar doorgaan. Achteraf kan het heel slim lijken, maar in werkelijkheid ben je gewoon aan het knoeien tot het lukt."

Blijft u optreden als stand-up comedian?

"Ik doe het nog altijd met veel plezier, maar wel minder dan vroeger. Het is iets totaal anders dan schrijven, maar het helpt me wel als ik ergens moet voorlezen of spreken. Ik begin met tien minuten grappen, en je ziet de mensen dan schrikken: die schrijver is een komiek! Als ik daarna voorlees, kies ik met opzet een heel duistere passage, die dan door het contrast met de humor dubbel zo goed werkt. Maar voor het overige hou ik die twee dingen gescheiden. Ik wil geen verwarring scheppen."

En als u zou moeten kiezen?

"Schrijven. Daar zou ik geen moment over na moeten denken. Ik ben vijftien jaar komiek geweest, heb me goed geamuseerd en heb er goed mijn brood mee verdiend, maar schrijver worden, misdaadschrijver worden, is altijd mijn droom geweest. Ik heb het geprobeerd, het is me gelukt. Het is moeilijk, het is hard werken, het is beangstigend, want je wilt dat elk boek beter is dan het vorige, je moet jezelf elke keer opnieuw bewijzen. Maar ik zou het voor geen geld willen missen. Grappen vertellen, de mensen aan het lachen brengen en applaus krijgen, geeft een enorme kick. Maar schrijven is beter. Veel beter."

Bart Holsters

'Achteraf kan een plot heel slim lijken, maar in werkelijkheid ben je gewoon aan het knoeien tot het lukt'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234