Zaterdag 08/08/2020

Van het ganzenbord geveegd

'Ik deed ze allemaal. Bij Appel dresseer je de verf in één beweging. Dalí is lastiger, dan neem je een dun penseeltje. Ik was mijn eigen leermeester. Ik was mijn eigen God'

Ben Haveman / Foto WIM RUIGROKde memoires van kunstvervalser geert jan jansen

Hij was de God van zijn eigen universum. 'Meestervervalser' Geert Jan Jansen schreef in gevangenschap zijn memoires. Gijzelaar van de Franse justitie, berooid, maar verbitterd, nee. 'Wat ik gedaan heb, is helemaal niet erg. In het begin dacht ik wel: nou doe ik iets wat niet mag. Maar een boef vond ik mezelf niet. Wie aan mij verdiend heeft, blijft buiten schot. Wat me achteraf zo ergert, is: ik ben niet rijker geworden van mijn jarenlange inspanningen.'

De auto hapert, op de helft van het beton thuis ontbreekt vloerbedekking, zijn boeken staan in sinaasappeldozen, de wc-bril bungelt erbij, hij heeft niks dan schulden, maar verder gaat alles goed. Hij is beroemd. Hij is berucht.

"Kleineringsdrift, daar zijn ze in dit land goed in", gromt Geert Jan Jansen, terwijl zijn bejaarde Mercedes voor de zoveelste keer afslaat, en een droge hoestbui aangeeft dat het ook buiten de motorkap niet pluis is. "In Nederland wordt alles gekleineerd, maar over de grens word je als een vedette behandeld. Echt als een grote vedette, hoor. Dat vond ik ook wel eens wat overdreven."

Zijn vriendin, later: "De kunstspecialist van de Duitse politie uit Stuttgart wilde gezellig een glaasje wijn met ons drinken. Zo'n bewondering had hij voor wat Geert Jan kon! Grote bewondering. Hij vond hem heus geen crimineel."

Geert Jan Jansen, kunstvervalser. Vooruit: meestervervalser. Dat trompetterden alle kranten. Maar ja, als zodanig stond Van Meegeren indertijd ook te boek en als Jansen ooit één ellendig prutswerk onder ogen heeft gehad, dan was het wel de vervalsing van Vermeers Emmaüsgangers. Oké, gevleid was Jansen de vakman na zijn ontmaskering zeker toen de Duitse politie-expert hem diens visitekaartje gaf. "Of ik alsjeblieft een keer wou bellen! Ook de Duitse officier van justitie was heel vriendelijk. Die wilde echt afscheid van ons nemen."

Dat de Franse politie hem de titel 'de grootste vervalser van de eeuw' verschafte (waarna de gevangenis van Orléans hem voor een halfjaar verwelkomde), streelt Jansens ego, maar wat koopt hij daar nou voor in zijn eengezinswoning? Zijn Mercedes is drie keer het klokje rond geweest, hij is berooid als een oorlogsvluchteling en kan geen deurwaarder meer zien. "Schrijf dus maar: Jansen woont in een uithoek van het noorden des lands."

Een uithoek met een hard dialect en veel leegstand in nieuwbouwwijken. Storm geselt het soms kniehoge onkruid in tuintje voor, tuintje achter.

Jansen (1944) hoest zijn hoest bij kruidenthee. Heimwee naar twee Franse kastelen, waar hij zich jarenlang schuilhield voor justitie. Naar bloemen en planten die je hier niet aantreft. Zelfs naar bajesklanten die "iets ergs" hadden gedaan. "Aardige mensen vaak, die in een vlaag van verstandsverbijstering hun hele leven hebben verpest." Nee, niet de lijfwacht van Mitterrand die de minnaar van zijn vrouw neerschoot, in brand stak en verdronk, en nu als big shot 10 procent uit de opbrengst toucheert van door gevangenen gevouwen enveloppen, "de klootzak".

"In de gevangenis dacht ik: het is ook te idioot om los te lopen; ik ben geen crimineel! Wat ik gedaan heb, is helemaal niet zo erg. De kunsthandel heeft veel geld aan mijn werk verdiend en die lui blijven heerlijk buiten schot. En wat heb ik nou helemaal gedaan? Mooie schilderijen gemaakt met de handtekening van een ander eronder, maar niet van echt te onderscheiden. Je kunt me vergelijken met een uitvoerend musicus die geheel volgens de partituur van een componist aan de gang gaat."

Op grote schaal meesterwerken nagemaakt, (voor het ontbijt Chagall-tekeningen, later op de ochtend wat stevige Appels en 's middags een paar Picasso's toe), Jansen zal het niet loochenen - al heeft hij zelfs na mishandeling door zijn Franse ondervragers nooit een officiële bekentenis afgelegd; aan bekennen heeft hij een broertje dood. "Wat me achteraf zo ergert, is: ik ben niet rijker geworden van mijn jarenlange inspanningen."

En nu? Stommelend door zijn opslagplaats toont Jansen een verpakkingsontwerp voor ontbijtkoek, vervaardigd op verzoek van Wieger Ketellapper. Geldnood, wat moet je. Te artistiek, oordeelde de opdrachtgever. Afgekeurd. "Het moest op Corneille lijken, maar ook weer niet te veel. Ze kunnen de pot op. Ik heb het niet overgedaan, terwijl ik die 1.000 gulden goed kan gebruiken. Ik zit flink op zwart zaad. Misschien gaat mijn boek een beetje lopen."

Een amusant boek, bij vlagen. In Magenta, avonturen van een meestervervalser (karmozijntint magenta maakt kleuren dieper), uitgegeven bij Prometheus, verhaalt Jansen hoe zijn eerste Appel-gouache voor 2.600 gulden werd geveild. "Zo'n gouache is het driedubbele waard", hoorde Jansen de koper nog verrukt uitroepen. Een kenner! Wordt dan ook in het boek genoemd: architect Aldo van E. We moeten de vervalser op zijn woord geloven: Van E(yck) is even niet bereikbaar. Maar dat de kunsthandel qua verkoop van vervalsingen "pakken boter op het hoofd heeft" (Jansen), kan de Amsterdamse recherche volmondig beamen.

Kunsthandelaar Jan Juffermans uit Utrecht reageert gebeten: "Zodra vervalsers gepakt worden, roepen ze dat de hele kunsthandel niet deugt. Ik vind Jansen trouwens een matige klungelaar, helemaal geen meestervervalser."

Hoe word je vervalser? Eigenlijk door meneer pastoor. Had meneer pastoor aan Jansens jeugdvriendje Boudewijn maar geen nieuwe fiets moeten beloven. Een fiets voor Boudewijn op voorwaarde dat die het askruisje op z'n voorhoofd tot Pasen intact zou houden. Een onmogelijke opgave; Geert Jan zou daarom wel een kruisje namaken. Met houtskool. Maar meneer pastoor houdt geen woord en Geert Jan krijgt van een woedende Boudewijn een steen naar zijn kop. Een mensenleven later toont hij een vaag litteken. "Bij Jansen is de signatuur van God altijd blijven staan. Als dat geen symboliek is."

De God van ingenieurszoon Geert Jan was protestants, in het roomse Waalre. "Wie ruzie had met meneer pastoor of de burgemeester kon net als de onderduikers in de oorlog terecht bij mijn vader, die in de gemeenteraad zat. Hij nam mij mee naar tentoonstellingen en zo ben ik ansichtkaarten met reproducties gaan verzamelen, zelfportretten van Rembrandt. Daar zaten lacunes in en ik probeerde toen al Rembrandt te tekenen zoals hij er naar mijn gevoel tussentijds uitzag. Heel klungelig. In Frankrijk heb ik later mijn eigen portret in de trant van Rembrandt gemaakt, en die varianten liggen nog ergens op een politiebureau."

Hij overwoog ook een serie zelfportretten, Jansen à la Picasso. "Steekt toch niks kwaads in?" Jansen wil niet verhelen dat aanverwante scheppingen "grote bedragen" opleverden: wanneer de HH experts er weer eens waren ingetuind. Op school vertikte hij huiswerk te maken, maar een onvoltooide studie kunstgeschiedenis in Amsterdam wierp vrucht af. Van dodelijk verlegen student ("ik mompelde maar wat") tot verzamelaar. Galeriehouder. Toen kwam de vondst.

"Ik was hebzuchtig. Op het Waterlooplein kon je voor een paar tientjes al interessante dingen vinden. Anonieme naïeven. Ik verkocht ze weer als ik geld nodig had, zij het met tegenzin. Zo ben ik per ongeluk in kunst gaan handelen. Inkopen, daar was ik goed in, maar verkopen kostte me abnormaal veel moeite. Daardoor kwam ik altijd geld tekort. Nou waren posters van tentoonstellingen destijds nog in de marge met tekst van een galerie of museum bedrukt. Als je de tekst eraf knipte, en er was toevallig een litho op gedrukt, dan was het een simpel foefje om daar de handtekening van de kunstenaar onder te zetten."

Bevreesd voor ontmaskering? Hij reageert verbaasd. Welnee, want zo'n kunstenaar liet van de ontwerpposter toch een serie van honderd gesigneerde drukken maken, épreuves d'artiste! Een duivelse ingeving, dus? Hij grijnslacht door hoestsalvo's heen. "Ik zag bij collega-handelaren ook dingen hangen waarvan ik zeker wist dat ze niet klopten. Galeriehouders zullen het niet leuk vinden, wat ik nou vertel. Daarom zullen ze niet accepteren dat ik terugga in die handel. Jansen? Besmet, jongen!

"Je wordt dan geboycot, hé. Iedereen zal zeggen: wat je bij Jansen koopt, dat deugt niet. Iedereen is ervan overtuigd dat alle echte schilderijen die ik op bonafide veilingen heb ingekocht, nep zijn. Er wordt in de kunsthandel toch al zo geroddeld over collega's. Ze proberen elkaar altijd af te branden. Dat gebeurt zeker met mij, zodra ik zou pogen weer een winkeltje te beginnen."

Mooie schilderijen had hij. Helemaal gek van Sal Meijer. En jaren twintig, Bergense school. Vergeten schilders toen, met het armoe-realisme uit de crisistijd. "Na de oorlog was ik de eerste die hen opzocht. Voor 500, 600 gulden kon je de prachtigste doeken meenemen. Ik vond het leuk om daar exposities van te organiseren." Begonnen in Eindhoven, maar een heksentoer om een paar stuivers te vangen voor het magisch realisme van Willink, "terwijl diezelfde schilderijen nu een paar ton waard zijn". Met vrouw en kind naar Amsterdam. Leuke galerie, klanten ho maar.

"Deurwaarders en lichtafsluiters stonden op de stoep. Ik las over de windhandel in Cobra-werk, daar had ik toen nog de pest aan, aan Cobra. Ik zag wel dat mijn collega-handelaren op grote schaal rommelden. Namen? Als ik er een zou noemen, dan noem ik er honderd niet. Maar mijn winkel was clean. Posters met een namaaksignering liet ik ingelijst op de veiling zetten."

Jansen als Dr. Jekyll en Mr. Hyde van de kunsthandel? "In het begin dacht ik wel: nou doe ik iets wat niet mag. Maar een boef vond ik mezelf niet. Ik dacht: ik moet niet ontdekt worden. Mooi dat Appel echtheidscertificaten gaf aan dingen die ik had gemaakt. Hij deed dat trouwens ook wel eens ongezien. Ik heb een Warhol-signatuur voltooid waar Andy bij stond. Ja, daar is een getuige van, maar die kan ik niet noemen. Ik deed ze allemaal. Bij Appel dresseer je de verf in één beweging. Dalí is lastiger, dan neem je een dun penseeltje. Ik was mijn eigen leermeester. Ik was mijn eigen God."

Behalve boenwas of schoensmeer als klassiek middel tegen vergeling van de vernislaag, hielp Het Toeval een handje. Een lifter die over een drukkerijtje in een bollenschuur beschikt. Stof dat na een storm onder de pannenlatten vandaan neerdaalt op natte drukken en "een magnifiek effect tegen glimmen oplevert". Een gouache die perfect wordt nadat de poes tegen het karton heeft gepiest. Of kwam dat door bier dat bij het verjagen van het beest uit het glas van de kunstenaar gutste? Foutje: Jansen gebruikt dan iets te veel spiritus om het luchtje weg te werken.

Bij het veilinghuis komt het bedrog uit. Als "droom" beschrijft Jansen in zijn boek de achtervolging door drie directeuren van het huis Mak van Waay. Droom? "Zolang mijn zaak niet gesloten is, kan ik nog niet alles prijsgeven", reageert Jansen gemelijk. "Er is vier jaar voorbijgegaan sinds mijn arrestatie. Volgens de Nederlandse wet is de zaak allang verjaard, maar in Frankrijk verjaart nooit iets. Op het kantoor bij de rechter van onderzoek hangen grote kalenders met data. Vóór zo'n datum moet hij een briefje schrijven. Laat hij per ongeluk een zaak verjaren, dan is dat slecht voor zijn carrière."

Buiten schot blijft in elk geval Jansens sales promotor Henk Ernste, in het boek beschreven als een oplichter die het met de Franse justitie op een akkoordje zou hebben gegooid. "Ik had nog wat geld van Henk te goed, dus ik zei tegen hem: ga jij maar boodschappen voor me doen. Hij kwam steeds terug met: sorry, verkoop mislukt, schilderij weg, noodsituatie, geef maar gauw een nieuw schilderij."

En dan was er Adriaan Venema. Kunsthandelaar. Omnipotent publicist met speciale belangstelling voor 'foute' kunsthandelaren in WO II. Vooral bekend van zijn publiekelijk aangekondigde zelfmoord in 1993. "Toen de kranten in 1988 begonnen te schrijven dat Venema als financier achter de valse Appels zat, bleek dat hij me bij justitie had verraden om zijn eigen straatje schoon te vegen. Terwijl hij véél geld aan mij heeft verdiend. Door privé-gedoe had ik mijn woonplaats Edam even verruild voor Parijs. Venema woonde drie straten verderop. Hij stuurde de pers en de politie op m'n dak."

"Adriaan was heel dubbel. In alles. Hij maakte net zo makkelijk een uitstapje van vrouw naar man als hij voor mijn ogen klanten uit mijn galerie wegkaapte. In Parijs dacht ik: ik laat me niet voor zijn karretje spannen."

Met zijn nieuwe huisgenote Ellen duikt Jansen onder op een landgoed bij Moulins. Venema zal hij jaren later ontmoeten na een tussentijds tandartsbezoek in Amsterdam. "Hij had een heel dikke kop gekregen. Net een Michelinmannetje. Meneer was hoogst verbaasd dat justitie me na vijf jaar nog niet had opgespoord. Ik zei: en jij bent nog niet van me af.

"Onderweg naar Frankrijk kreeg ik in Luxemburg een Nederlandse krant onder ogen waarin stond dat hij zelfmoord had gepleegd. Daar ben ik lang ziek van geweest.

"In Frankrijk gingen de zaken goed. Ik schilderde het hele alfabet van deze eeuw af. Nou moet je op een veiling nooit aankomen met: ik heb een Matisse ontdekt op de zolder van mijn oma. Dat hebben ze vaker gehoord. Dus zeg je: zou u dit werkje eens willen bekijken? Dan roepen ze: aha meneer, dat is een bijzondere Matisse die u daar hebt."

Nooit heeft Jansen "champagne drinkend in Rolls-Royces rondgereden". Nimmer geld over de balk gegooid. (Wel andermans geld, ofwel: via een truc frequent KLM gevlogen op rekening van een platenmaatschappij - "maar daar aten ze er geen plak kaas minder om".) Zeker, flinke bedragen getoucheerd, "maar vooral kapitalen uitgegeven aan boeken, lijstenmakers, materialen. Ik ben niet iemand die een huishoudboekje bijhoudt, maar ik denk dat er elke maand 10.000 gulden aan kosten waren. Geld raakt ook snel weer op, hé." Hij staart mistroostig naar het kale beton.

Nee jongen, met een aftands dieseltje rommelmarkten afstruinen op oude papiersoorten! Kilometers omrijden voor een bepaald type gummetje! Een veelomvattende organisatie, het leven van een vervalser gaat niet over rozen.

Met een huurschuld vertrokken de Jansens naar château La Chaux onder Poitiers, honderd kilometer verderop. Met stille trom. Plus zeven vrachtwagens vol spullen. "Dan is het schrijversleven stukken simpeler. Ik word maar schrijver. Een schrijver hoeft niet zoveel mee te sjouwen."

En niet op z'n hoede te zijn. Een schrijffout in een certificaat wekt argwaan van een veilinghuis in München. Het spoor leidt naar Frankrijk. "Ik had een ingewikkeld systeem van adressen. Ik kreeg er post, maar was niet te traceren. Ik was abonnee van een boodschappendienst die ook secretaresse voor je speelt. Door geldgebrek veranderde ik dat systeem niet tijdig. Dat heeft me de das omgedaan."

Op het politiebureau vroegen ze of hij een dokter nodig had. "De dokter is nodig om vast te stellen of de hoeveelheid politiegeweld overeenstemt met de ernst van het delict waarvan de arrestant verdacht wordt. Er lag iemand in het ziekenhuis wiens gezicht aan lappen hing omdat ze op hem hebben staan springen. Hij werd verdacht van moord, terwijl alle mensen in zijn bedrijf getuigden dat hij de moord onmogelijk kon hebben gepleegd omdat hij op dat tijdstip werkte."

Zijn vriendin Ellen kreeg vijf maanden voorarrest; ze zou immers wel medeplichtig zijn. "Kom ik uit Parijs, hebben ze je huis leeggehaald, je vrouw zit in de gevangenis en er is geen lijst gemaakt van in beslag genomen spullen. Ze hebben de deur open laten staan en de tv gebeld. Daarna hebben dagjesmensen alles gestolen wat niet in beslag genomen was. Het geld dat nog over was, is door de advocaat ingepikt die wilde dat ik een Picasso voor hem maakte. Er zijn familieleden die hypotheken op hun huis hebben genomen om onze advocaat te kunnen betalen.

"Ik heb niks meer. Ik zit 50.000 gulden in de min. En ik ben nog steeds niet veroordeeld. Mocht er een schilderij opduiken waarvan iemand zegt: dat zal Jansen wel zijn, dan begint het onderzoek van voren af aan en word ik weer opgesloten. Leuk land. In de cel ontmoette ik een directeur van Texaco die twee brutale liftsters uit de auto had gezet. Ze hadden wel eens in zijn zwembad gezwommen. Wordt hij na anderhalf jaar van aanranding bij het zwembad beschuldigd. Uit wraak. "Die meiden spraken elkaar tegen, en met moeite heeft hij kunnen achterhalen dat hij op die bewuste datum op zakenreis was in Amerika. De man heeft nog een maand gezeten, moest een grote borgsom betalen en zich vervolgens twee keer per week melden. Zo ging dat ook met mij. Ik heb negen maanden in een hotelletje gezeten op eigen kosten, want ik mocht het land niet uit. Je krijgt je paspoort niet terug, dus dan ben je in Frankrijk minder dan een hond. Je kan je niet inschrijven voor werk. Ellen hielp een oude dame, zo hadden we een beetje geld. Nu moet ik me nog elke drie maanden in Orléans melden. Zo niet, dan kom ik op de opsporingslijst te staan en mag Nederland me uitleveren.

"Van Meegeren heeft één jaar cel gehad. Hadden ze mij een jaar gegeven, dan was ik van alles af. Ik heb geen zin om de rest van mijn leven een gevangene van de Franse justitie te zijn, tot er ooit een proces komt. Ik ben stout geweest, ja. Maar ik denk dat mijn kinderen trots op me zijn. En Franse politiemannen zijn onze fans geworden. Een van die lui was voor onderzoek in Amsterdam, waar hij mensen tassen zag dragen met 'Jan Jansen' erop. Er zaten schoenen van de schoenenkoning in, wist hij veel. Hij heeft zo'n tas trots meegenomen naar Orléans.

"Ik heb geen idee hoeveel ik heb verdiend. Ik verkocht eens een gouache voor 6.000 gulden, en met pijn en moeite kreeg ik de helft. In termijnen. De rest werd uitbetaald in wajangpoppen. Wajangpoppen! Diezelfde gouache is later voor 86.000 gulden verkocht.

"Mijn werk hangt overal, de klanten zijn kennelijk tevreden. Ik wat minder. Ik zit aan de grond. Het is allemaal voor niets geweest", sprak hij monter. "Je hoort mij absoluut niet klagen hoor. Geklaag is mij vreemd. Het leven is ganzenborden en nou zit ik even in de put."

© de Volkskrant

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234