Woensdag 28/09/2022

Van Goghs verf houdt infrarood tegen

Met moderne snufjes moet je bij Vincent Van Gogh niet komen aandragen. Hij legde zijn verf er zo dik op dat er voor infrarood geen doorkomen aan is.

De aanleiding voor het technische onderzoek is de uitgebreide catalogus die het Amsterdamse Van Gogh Museum maakt van alle Van Goghs die het bezit. De lijvige catalogus zal uiteindelijk acht boekdelen beslaan. Tot nog toe kwamen de tekeningen aan bod, nu is men aanbeland bij het eerste van drie delen over de schilderijen van Vincent Van Gogh (1853-1890). Het behandelt zijn beginjaren in Nederland (1880-1885). Uit deze periode bleven meer dan 200 schilderijen bewaard. Het museum heeft daarvan 44 werken, onder meer De aardappeleters (1885), dat als Van Goghs eerste volwaardige schilderij geldt.

Voor de catalogus ondergingen al deze werken een technisch onderzoek, waarbij onder meer naar een ondertekening werd gezocht. In zijn Hollandse periode schreef Van Gogh dat hij zijn ondertekening meteen met het penseel maakte, in navolging van de oude meesters die hun schilderij begonnen en eindigden met het penseel: "Zij vulden niet in". Ondanks deze bewering zijn met het blote oog hier en daar sporen van potlood, houtskool en krijt zichtbaar.

Maar de infraroodreflectografie leverde hierover amper nieuwe gegevens op: het infrarood geraakte gewoon niet door Van Goghs verflagen en kon dus geen lijnen van een voorstelling op een witte grond reflecteren. De oorzaak is Van Goghs zeer pasteuze manier van schilderen. Bovendien gebruikte hij de eerste jaren vaker donkere kleuren. Zo gaf hij in De aardappeleters de aanvankelijk te licht uitgevallen boerenkoppen de kleur van "een goed stoffigen aardappel, ongeschild natuurlijk".

De catalogus geeft bij elk schilderij bladzijdenlange, hoofdzakelijk technische (maar niettemin bevattelijke) informatie, onder meer over de doeksoort, het kleurgebruik, de restauratiegeschiedenis, en de relatie tot de schetsen en voorstudies. Soms is een röntgenfoto opgenomen, die toont hoe Van Gogh bepaalde delen heeft overschilderd. Zo blijkt onder De hut (1885) een schaapherder met zijn kudde te zitten.

De volgende twee catalogusdelen over de schilderijen verschijnen de komende jaren en behandelen respectievelijk de periode in Antwerpen en Parijs (1885-1888) en de periode in Arles, Saint-Rémy en Auvers (1888-1890). De resterende vijf catalogusdelen besteden aandacht aan de tekeningen en schetsen; hiervan zijn al twee delen uit.

Met 200 schilderijen en 500 tekeningen bezit het Van Gogh Museum 's werelds grootste Van Gogh-collectie. Dat is vooral te danken aan de verzamelwoede van kunsthandelaar Theo Van Gogh (1857-1891), Vincents broer. Theo's zoon gaf de enorme collectie in permanente bruikleen aan de Nederlandse overheid toen die er een museum voor beloofde te bouwen. Het in 1973 geopende Van Gogh Museum telt nu ruim een miljoen bezoekers per jaar.

In de bestandscatalogus worden alleen de Van Goghs opgenomen. Daarnaast beschikt het museum over heel wat werk van voorlopers, tijdgenoten en navolgers van Van Gogh, onder meer van Monet en Gauguin. Onlangs verwierf het museum nog een topstuk van Kees van Dongen. (RP)

Vincent Van Gogh. Schilderijen. Nederlandse Periode 1881-1885 is uitgegeven bij V+K Publishing/Inmerc, telt 251 bladzijden, kost 87,50 gulden (1.575 frank of 39,04 euro) en is verkrijgbaar in het Van Gogh Museum en in de boekhandel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234