Dinsdag 29/11/2022

Van God los of het nieuwe atheïsme

Geloof is voor Harris alleen maar 'blind' geloof. 'Gelovig' is synoniem met 'gek' of 'psychotisch'

Sam Harris huldigt radicale antireligieuze stelling

Van God los. De gevaren van de religie en de toekomst van de rede van Sam Harris stond in de VS meer dan dertig weken in de bestsellerlijsten en was de inzet van hevige discussies. Het boek is een fel, met retorische gloed en vaart geschreven pleidooi tegen religie. Of het intellectueel ook op alle fronten standhoudt, is echter een andere vraag. Door Erwin Jans

Naar eigen zeggen begon Sam Harris aan zijn boek te schrijven de ochtend na de aanslagen van 9/11. Sinds de vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden, heeft zich in Amerika en in Europa een nieuwe expliciete en militante godsdienstkritiek ontwikkeld. In de eerste plaats gericht tegen het islamisme, de radicale en vaak gewelddadige variant van de islam, maar ook tegen de islam zelf, die gezien wordt als een obstakel voor een vreedzame en humane samenleving. Daarnaast richt de godsdienstkritiek zich tegen de vooral in de VS talrijk aanwezige en machtige christelijke kerken. Uiteindelijk wordt de religie als zodanig aangevallen en verworpen. De titels liegen er niet om. Het boek Atheologie van de Franse essayist Michael Onfray is een mooi voorbeeld van dit 'nieuwe atheïsme'. Dichter bij ons kunnen de namen van Nederlandse essayisten als Paul Cliteur, Afshin Elian en Ayaan Hirsi Ali vermeld worden. Zij zijn de woordvoerders van een militant atheïsme dat de religie als een van de grootste bedreigingen van onze samenleving beschouwt. Ook vanuit wetenschappelijke hoek werd de voorbije jaren zwaar kritiek geleverd op de religie. Zo schreef onder meer de bekende evolutiebioloog Richard Dawkins The God Delusion (God als misvatting) en de filosoof Daniel C. Dennett, gespecialiseerd in evolutiebiologie en cognitieve wetenschappen, Breaking the Spell: Religion as Natural Phenomenon. Met Harris delen al deze schrijvers de apocalyptische toon die spreekt uit hun geschriften.

Voor een goed begrip moet Harris' betoog gelezen worden binnen de specifieke Amerikaanse context, waarin conservatief en religieus rechts voor een groot deel de politieke agenda bepalen. Wat dat betreft, roeit Harris' boek duidelijk tegen de stroom op.

Ontnuchterend zijn de voorbeelden die Harris geeft van de impact van de religie op Amerikaanse overheidsbeslissingen. Harris stelt dat bepaalde religieus geïnspireerde wetten gedrag verbieden dat geen enkele schade veroorzaakt (zoals wetten tegen homoseksualiteit en sodomie), en dat andere religieus gemotiveerde wetten of beslissingen dan weer ontzettend veel lijden veroorzaken (het stoppen van de financiering van geboorteplanning in de derde wereld, het tegenhouden van stamcelonderzoek). Presidenten als Reagan en vader & zoon Bush worden omringd door uiterst conservatieve raadgevers en veel van hun politieke beslissingen worden op basis van religieuze argumenten genomen. Harris duikt eveneens in de geschiedenis van het christendom en komt boven water met een niet erg fraaie lijst van wandaden: antisemitisme, heksen- en kettervervolgingen, inquisitie, intolerantie, martelingen, godsdienstoorlogen, censuur,... Met de islam is het zoniet nog triester gesteld. Harris citeert pagina's lang oproepen tot geweld tegen anders- of niet-gelovigen uit de Koran: "Het is alsof een poort in de tijd is geopend en er veertiende-eeuwse hordes onze wereld binnenstromen."

"Wat is het verschil tussen iemand die denkt dat God hem zal belonen met 72 maagden als hij een stel joodse tieners vermoordt en iemand die meent dat de wezens van Alpha Centauri hem via zijn haardroger boodschappen over de wereldvrede doorstralen?", zo vraagt Harris zich bijna retorisch af.

Harris heeft natuurlijk gelijk wanneer hij stelt dat in naam van de religie de meest verschrikkelijke dingen zijn gebeurd en dat de religie, wil ze een rol spelen in de moderne samenleving, in dialoog moet met kritiek en wetenschappelijke analyse. Maar tegelijk gaat Harris een aantal keren ernstig uit de bocht. Harris minimaliseert de rol die economische, sociale en politieke factoren spelen in de grote conflicten en ziet de religie als voornaamste misdadiger. Hij verliest eveneens uit het oog dat een aantal van de grootste misdadigers tegen de mensheid uit de twintigste eeuw - Hitler, Stalin, Pol Pot - niet geruggesteund werden door een religieuze, maar door een seculiere ideologie. Een van de grote tekortkomingen van zijn analyse is dat hij godsdienst zogoed als volledig gelijkschakelt met de fundamentalistische variant ervan en dus met terrorisme en geweld. Gematigde of traditionele gelovigen zijn volgens hem even schuldig aan wat er in naam van de religie aan verschrikkelijks gebeurt. Harris gaat zelfs nog een stap verder: "We zullen zien dat het religieuze extremisme niet het grootste probleem is voor de beschaving, maar het grotere geheel van culturele en intellectuele tegemoetkomingen die we aan het geloof zelf hebben gedaan." We moeten niet alleen strijden tegen de uitwassen van het religieuze extremisme, we moeten zelfs afstand doen van iedere tolerantie en ieder respect voor degenen die geloven tout court. Harris haalt hier de fundamenten van een leefbare samenleving onderuit. Hij maakt meteen ook brandhout van ieder cultuurrelativisme. Hij pleit daarentegen voor een "asymmetrische ethiek": "als je vijand geen scrupules heeft, dan worden je eigen scrupules een extra wapen in zijn hand". De consequentie daarvan is dat 'martelingen' en 'collateral damage' nog een hele tijd onvermijdelijk deel zullen uitmaken van de strijd tegen het terrorisme. Er zijn geen simpele antwoorden, maar het is een wel zeer slappe ethische koord die Harris hier probeert te bewandelen.

Geloof is voor Harris alleen maar 'blind' geloof. 'Gelovig' is synoniem met 'gek' of 'psychotisch'. "Omdat de meeste godsdiensten geen mechanisme bieden waarmee de kernpunten van geloof geëvalueerd en bijgestuurd kunnen worden, moet elke nieuwe generatie wel het bijgeloof en de tribale haat van haar voorganger ervaren", aldus Harris. Haast ongemerkt verschuift 'geloof' naar 'bijgeloof' en zelfs naar 'tribale haat'. Net als de fundamentalisten gaat Harris ervan uit dat je de heilige boeken alleen maar op een letterlijke manier kunt lezen. Harris wordt duidelijk niet gestoord door enige kennis van de traditionele noch van de moderne theologie. Religie wordt als primitief, archaïsch, obscurantistisch, irrationeel, monolithisch gedrag afgedaan: "De meeste religies doen niet meer dan een stel oeroude voortbrengselen van onwetendheid en waanzin heilig verklaren en aan ons doorgeven alsof het fundamentele waarheden zijn." Religie is niet alleen slecht voor de samenleving, godsdienst is het geïncarneerde Kwaad zelf. Het is geen toeval dat zich in de retoriek van Harris wetenschappelijke en religieuze metaforen vermengen: "Het licht in onze wereld wordt in toenemende mate verduisterd door zulke epistemologische zwarte gaten."

Sam Harris is filosoof en neuroloog. Hij zweert bij de rede en de wetenschap. Wat niet bewezen kan worden, is per definitie irrationeel en absurd. De gelijkschakeling van rationaliteit en wetenschappelijke bewijsbaarheid is nog een zwakke plek in het betoog van Harris. Redelijkheid is geen alleenrecht van het wetenschappelijk discours. Rede en geloof op een extreme manier tegen elkaar uitspelen is niet alleen maatschappelijk onvruchtbaar, het is intellectueel onjuist. Er is geen geloof dat niet doordrongen is van een bepaalde rationaliteit en geen enkel wetenschappelijk denken dat niet zijn onbewezen geloofspunten heeft. Ook het idee dat een godsdienst los staat van het geheel van de samenleving en dus zonder meer vervangen zou kunnen worden door een ander gedachtegoed, is absurd. Geloof en samenleving zijn vervlochten, veranderen voortdurend en veranderen elkaar. Een balans opmaken van het geloof is een balans opmaken van het menselijk tekort: religie heeft mensen en samenlevingen boven zichzelf doen uitstijgen, en op andere momenten het allerlaagste naar boven gehaald. Wat dat betreft, staat geloof op hetzelfde niveau als ons technisch kunnen, dat een directe afgeleide is van onze rationaliteit. De technologische ontwikkeling heeft de aarde wellicht dichter bij een catastrofe gebracht dan het geloof ooit kan doen. Misschien kan alleen een bepaald spiritueel besef van de aarde als 'schepping', als 'sacraal', als 'gift', 'als gave en opgave' de instrumentalisering van onze leefwereld tegengaan?

In het laatste hoofdstuk van zijn boek haalt Harris bepaalde aspecten van de religie via een achterdeur toch weer binnen. Hij beseft natuurlijk goed dat het wetenschappelijke discours weliswaar veel kan uitleggen, maar dat we voor zingeving aangewezen zijn op andere bronnen. De wetenschap heeft ons weinig te zeggen over lijden, eenzaamheid en dood. Harris verwerpt de traditionele godsdiensten, maar houdt wel een pleidooi voor het boeddhisme en de meditatietechnieken die de mens helpen om zijn zelfgevoel te overstijgen en deel uit te maken van iets groters. Die mystieke ervaring is voor Harris wetenschappelijk bewijsbaar en toegankelijk voor iedereen die zich erop toelegt. De mystieke kern zit ook in de traditionele godsdiensten, maar is door de dogmatisering en de institutionalisering tenietgedaan. Hier heeft Harris ongetwijfeld een punt.

Het is de felheid die Harris' betoog onderuithaalt en dus alleen maar geschikt maakt voor gelijkgestemden die met veel genoegen kunnen grasduinen in zijn antireligieuze retoriek. Als het zo is dat de religie op het politieke en sociale toneel aan een ernstige comeback toe is - en daar ziet het wel naar uit, al zijn de verschillen tussen Amerika en Europa groot - dan staat de moderne seculiere samenleving voor een zeer moeizame en delicate dialoog. Een boek als dat van Sam Harris, met zijn vele kritische verdiensten en terechte waarschuwingen, lijkt van die dialoog bij voorbaat echter al een uitzichtloze stellingenoorlog te maken.

Net als de fundamentalisten gaat Harris ervan uit dat je de heilige boeken alleen maar op een letterlijke manier kunt lezen

Sam Harris

Van God los. De gevaren van religie en de toekomst van de rede

Oorspronkelijke titel: The End of Faith

Vertaald door Meile Snijders

De Arbeiderspers, Amsterdam, 351 p., 23,95 euro.

Sam Harris

Brief aan een christelijke natie

Oorspronkelijke titel: Letter to a christian nation

Vertaald door Frans van Zetten

De Arbeiderspers, Amsterdam, 96 p., 9,90 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234