Dinsdag 10/12/2019

Franse kiesstrijd

Van Evry tot Grigny: Franse kiescampagne houdt geen rekening meer met achtergestelde voorsteden

Kinderen spelen op het plein voor het stadhuis van Evry. Op de gevel staan de woorden: Evry solidaire. Tous debout face au terrorisme! Beeld Eric de Mildt

Toen een politieagent met een matrak de jonge Theo mishandelde, ten noordoosten van Parijs, zag het er even naar uit dat de banlieue opnieuw een verkiezingsthema zou worden. 'Neen,' zegt Omar beslist, 'dat zijn we niet langer.' Of hoe ook de voorsteden steeds vaker een gewoon stuk Frankrijk zijn: weifelend tussen opgeven en de handen uit de mouwen steken.

Met zijn 54.000 inwoners, van wie bijna de helft nog geen 25 is, mag Evry zich de jongste stad van Frankrijk noemen. Het is ook een erg nieuwe stad. Waar vandaag de kathedraal en het stadhuis staan, werden in de late jaren 60 nog bieten geoogst. Het vroegere boerendorp is een van de vijf villes nouvelles die destijds rondom Parijs uit de grond schoten.

Hoewel van de utopische visie van toen weinig terechtgekomen is, is Evry, waar PS'er Manuel Valls burgemeester was voor hij premier werd, en waar een fors deel van de kiezers zijn richtsnoer volgt door straks voor Emmanuel Macron te stemmen, niet het probleemgebied waar de banlieue te vaak voor doorgaat.

Een hele middag winkelen

De stad bezit een universiteit met 15.000 studenten, die genetica als uithangbord heeft en waarrond zich start-ups vestigden. In het shoppingcenter Evry 2, een halfuur van Parijs met de RER, kun je een hele middag winkelen. Elders in de stad, het moet gezegd, floreren vooralsnog kebab- en gsm-commercie.

In la Fabrik', een blitz jeugdcentrum, ontmoeten we Khalissa, Paul en Florent, jonge twintigers die hier hun vrijwillige burgerdienst doen en teens en twins begeleiden bij hun plannen. Willen ze een vereniging oprichten? Een foodtruckbedrijfje of eentje dat met videogames werkt? La Fabrik', een door de gemeente ingericht co-workingkantoor dat ruggensteun biedt, wijst de weg.

Terwijl Khalissa over de planning van de opleidingen gaat – in een zaal naast ons gaat het vandaag over drugs en gezondheid – stelt Paul jongeren met de theater- en muziekwereld in verbinding. Bij Florent kloppen ze aan met vragen over pril ondernemerschap. Sinds la Fabrik' een jaar geleden de deuren opende, kwamen al tweeduizend geprikkelde jonge burgers over de vloer.

“Je merkt hoe de banlieue het stigma stilaan afwerpt”, verzekert Paul. “De wisselwerking met Parijs wordt steviger, het voornemen om hoofdstad en rand tot één Grand Paris om te bouwen, dringt door. En dat is maar goed ook.”

De kathedraal opnieuw, want toen Evry aan de aarde ontsproot kreeg de voorstad er voor dezelfde prijs een bisschopszetel bij. Het gebouw, van de hand van de Zwitserse architect Mario Botta, ziet eruit als een bakstenen cilinder met schuin afhellend dak waarop een kruin van bomen groeit. Als symbool van het innovatieve elan dat de overheid Evry in de jaren 90 probeerde in te blazen mist de kerk haar effect niet.

Ernaast, minder rijzig maar even hedendaags, pronkt het stadhuis. Op de gevel staan de woorden: Evry solidaire. Tous debout face au terrorisme! Pal ernaast hangt een grote foto met daarop Nelson Mandela. “Merci Madiba!” Even verderop ligt het Plein van de Anjerrevolutie, een verwijzing naar 25 april 1974, toen ook Portugal – Evry telt een aanzienlijke Portugese gemeenschap – het juk van het fascisme afwierp.

Emancipatorische slogans

De Evryens houden niet alleen vast aan de verheffende kracht van emancipatorische slogans, maar net zo goed aan het beveiligende gevoel van camera's, want we tellen er best veel.

“Hier, in het centrum, is het heel rustig”, zeggen Immaculée en Valentine, tienermeisjes die met de peuters van hun respectieve grote zussen aan de wandel zijn. De kinderen spelen in de lentezon en pletsen in de fonteinen op het Mensenrechtenplein. “De buitenwijken? Hmmm.” Gegiechel, gelach en ingehouden gêne. “Daar heb je bendes, hé. Maar zo gevaarlijk zijn ze niet. Niet zoals in Grigny.”

Vier kilometer verderop. Grigny, meer bepaald La Grande Borne, is een cité met een kwalijke naam omdat Amedy Coulibaly er opgroeide. Coulibaly had mee de hand in de terreurdaden tegen Charlie Hebdo en de Hyper Cacher, in januari 2015.

Toen De Morgen vorig jaar als jurylid optrad voor Inter'Class, een journalistiek concours voor leerlingen uit de voorsteden, kreeg de inzending van het Collège Jean Villar, hier in La Grande Borne, onze hoogste score.

De jongeren, die tien maanden lang begeleid werden door radiozender France Inter, hadden een no-nonsensereportage in elkaar getimmerd over hun woonwijk, de architecturale dreef van toen en de gestokte droom van nu.

Bintou, Mamadou, Mathis, Emmanuelle en de andere Bintou van de klas bogen zich met name over de bouw van hun stad, die vijftig jaar geleden niet eens bestond. In tien jaar tijd werd dit dorp van duizend zielen dertig keer groter, met dertigduizend Grignois van heel diverse komaf.

In jeugd­centrum la Fabrik’ doen jonge twintigers hun vrijwillige burgerdienst. Ze begeleiden er jongeren bij hun toekomst­plannen. Beeld Eric de Mildt

Bintou en haar maats gingen op zoek naar mensen die het dorp van vroeger nog gekend hadden. “Toen was het beter dan nu”, herinnerden de ooggetuigen zich vlakaf. “Met minder Arabieren.” En toch, zeiden de leerlingen: “Dit is onze cité, onze arme en verwaarloosde cité, dit is waar wij thuis zijn.”

In hun bijdrage hadden ze het over de slangvormige, niet te hoge flatgebouwen van architect Emile Aillaud, over het kleurengebruik en de mozaïeken, over blokkennamen als de Ellips, de Vogel, het Gras, de Spiegel en de Halve maan, over allerlei beloften ook waarmee arbeidersgezinnen hierheen gelokt werden: kindvriendelijkheid vooral, want hier, op dit eiland van rust in een kraal van wegen, zou het jonge volkje koning worden.

We hadden Bintou en haar medeleerlingen graag opnieuw ontmoet; de paasvakantie blijkt ook hier een spelbreker; Jean Villar is potdicht en La Grande Borne leeg. Het is Omar Dawson die ons zijn verhaal doet, oud-leerling en Anglo-Algerijn die sinds kort, zegt hij opgelucht, een Frans paspoort bezit, “want de brexit maakt het moeilijker”.

Alicia Keys

We trekken naar een Turks café, een kilometer verderop. Ook Omar – rode polo, donkere jekker, vrome baard – werkt met jongeren. Niet alleen uit Grigny, maar uit het hele Grand Paris. Grignywood, zijn op burgerschap gestoelde organisatie die hen teksten doet schrijven en rap leert maken, gaat straks in Brazilië aan de slag, in Senegal ook en Tanzania.

Om potentiële pupillen warm te maken hebben Omar en zijn collega's de site mairedemaville.com gelanceerd. “Alleen via de sociale media kun je nog bij ze binnenkomen. We moedigen jongens en meisjes aan om in de huid van hun burgemeester te kruipen en zingend te verbeelden wat er in hun stad beter kan.”

Ook Omar Dawson belegt concoursen, zij het dat hij niet met Idool of Star'ac verward wil worden. Zijn jongeren moeten weten waar Grignywood, een heldere verwijzing naar Hollywood, voor staat: een clip opnemen in de VS? Het kan, met dank aan zangeres Alicia Keys. Maar voor blingbling en snoepreisjes zijn ze aan het foute adres. “Dat ze eerst eens naar Parijs gaan, want denk maar niet dat iedereen in La Grande Borne er geweest is!”

“De meeste tieners en prille twintigers zijn op direct profijt gericht, ze zijn tuk op selfies en al bij al heel individualistisch”, zegt Omar. “En dat religieuze radicaliseren? Hm, moet je toch maar met een korrel zout nemen, het blijven enkelingen. De meeste jochies hangen in trappenhuizen rond, spelen op hun smartphone en roken de shisha. Sommigen hebben un peu de prison achter de rug. Wie hier alsnog naar Syrië vertrokken is, een fenomeen van de jongste jaren, deed het uit hang naar heroïek, uit verkeerd begrepen idealisme.”

Omar is 36 en is als technisch projectleider aan de slag. Met Grignywood, vrijwilligerswerk, is hij in 2003 al begonnen. “Dat was na de presidentsverkiezingen van 2002, toen vader Le Pen tegen de peilingen in de tweede ronde haalde en Frankrijk in schok verkeerde, ikzelf ook. Jongeren moesten koste wat het kost weer bij de samenleving betrokken worden, vonden we.”

Vandaag, vijftien jaar later, voelt de republiek, meer zelfs dan toen, de hete adem van het extreemrechtse FN weer in de nek. Het verwondert Omar niets: de partijpolitiek heeft weinig ondernomen om het geloof van de burgers op te krikken, zegt hij.

Neem alleen Grigny al, dat door de communist Philippe Rio wordt bestuurd. Niet dat Omar per se de vuile was wil buitenhangen, maar zijn woorden schieten raak. “Kijk naar die Coulibaly. Na zijn terreurdaad kwam La Grande Borne heel erg in het vizier en ging het alleen maar over Grigny. Hij kwam niet eens uit Grigny, maar van de andere kant van de wijk, die op het grondgebied van Viry-Châtillon ligt!”

We fronsen de wenkbrauwen. Doet het ertoe? “Ja, want de politiek is schijnheilig, in de banlieue al evengoed als elders. Een gemeente die erin slaagt het slachtoffer uit te hangen en zich voor te doen als een probleembuurt, rijft makkelijker subsidies binnen. Geloof me vrij, jongeren die auto's in de fik steken, brengen geld in de kas. Officieel schreeuwen lokale autoriteiten moord en brand omdat hun bewoners gestigmatiseerd worden, in realiteit komen ze zo sneller aan fondsen. In gemeenten die nauwelijks belastingen kunnen heffen omdat de bewoners te arm zijn, is geld uit Parijs vaak de enige bron van inkomsten. Wordt het vervolgens goed besteed? Neen, fictieve baantjes vind je niet alleen bij Fillon.”

Omar merkt het aan de jongeren en hun ouders: alleen politici die mooie woorden verkopen, slaan aan. “Mij niet gelaten, maar dan moeten we de beste praters verkiezen en verwordt politiek tot een pleitwedstrijd. Welke plaats krijgen burgerschap en transparantie dan? Rechten en plichten?”

Snoeiharde taal

Hielenlikkerij is een snelweg naar cliëntelisme; machtspolitici houden hun kiezers liever dom want alleen zo blijven ze trouw. Snoeiharde taal, maar het is wat Omar op het terrein geleerd heeft. Voor Grignywood, dat een kritisch discours hanteert, doet hij liever een beroep op sponsors uit de privésector. “Frankrijk mist Anglo-Saksisch pragmatisme”, zegt de Engelsman in hem.

De verkiezingen komen eraan, maar ook in La Grande Borne staat het animo op een laag peil. “De banlieue is geen thema meer”, zegt Omar. “Al jaren mobiliseren we jongeren op issues als ecologie, de relatie met de politie, solidariteit tussen de generaties of de besteding van overheidsgeld. Dat is op zich goed, maar als er nooit wat verandert, als ingrepen hoofdzakelijk kosmetisch blijven, haken mensen af.”

Een paradoxale vorm van afhaken is voortstuderen en buiten de wijk gaan trouwen, vertelt Omar. Uit zijn tijd op Jean Villar is lang niet iedereen in La Grande Borne gebleven. Ook nu de leerlingen met vakantie zijn, ademt de meanderende cité verlatenheid. De fotograaf maakt een beeld van onze gastheer, die alweer verder moet en afscheid neemt.

Niets aan de hand, Grigny oogt bemoedigend banaal. Tot plots, als een donderslag in slow motion, groepjes jongens opdoemen die op hommeles uit lijken. Langer blijven, zonder ingewijden, is geen optie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234