Zondag 04/12/2022

Van een vuil boek tot een literaire sensatie

Bladeren door het literaire najaarDeze week: Fictie

Nederlands proza

Voor de liefhebbers van Nederlands proza ligt een aartsdrukke herfst in het verschiet. De drie auteurs die de komende weken de dans zullen leiden zijn ongetwijfeld Dimitri Verhulst, Arnon Grunberg en Erwin Mortier. Hebben we zo meteen ook drie genomineerden voor de Gouden Uil beet of mag Mortier inbinden na zijn decimering van de nieuwbakken en omstreden jury? Door Dirk Leyman

@kaderkop:Hoogvliegers & blikvangers

De gedisciplineerde werklust van A.F.Th. Van der Heijden tart ieders verbeelding en resulteert de laatste tijd vooral in werk op de kortere afstand. Na zijn Mulischnovelle MIM en de fraaie hommage aan Jean-Paul Franssens Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen levert hij in oktober een verhalenbundel af met de intrigerende titel Gentse lente (Querido).

Op 10 oktober ligt Contrapunt van Anna Enquist in de winkelrekken, nadat het boek deze week al in Duitsland in primeur verscheen. Contrapunt (De Arbeiderspers) vertelt over een vrouw die de Goldbergvariaties van Bach instudeert om zo haar verdriet in toom te houden, na het verlies van haar dochter.

Na Knielen op een bed violen en zijn bekroning met de AKO Literatuurprijs, kreeg de al lang aan de weg timmerende Jan Siebelink in Nederland de status van megasellerauteur. In september is het dus alle hens aan dek voor zijn nieuwe roman Suezkade (De Bezige Bij), over zijn ervaringen als leraar aan een middelbare school.

Een andere AKO-laureaat Hans Münstermann heeft eveneens een nieuwe roman klaar: Land zonder Sarah, een boek dat heen en weer schakelt tussen 1940 en het begin van de eenentwintigste eeuw, "een achtbaan door de tijd vol dreigende sociale onrust" en "liefde en hartstocht" (Nieuw Amsterdam).

Libris Literatuurprijslaureaat 2006 K. Schippers keert na Waar was je nou (Querido) op zijn beurt terug met de roman Een hoedenwinkel, over een hoedenverkoopster die vaststelt dat de woorden kunnen verdwijnen.

Steile verwachtingen mag Tommy Wieringa tegemoetzien met Caesarion (De Bezige Bij), de opvolger van zijn wervelende doorbraakroman Joe Speedboot. In Caesarion vertelt hotelbarpianist Ludwig Unger tijdens drie nachten zijn levensverhaal aan een vrouw. Onze landgenoot Jan van Loy streek in 2006 een Gouden Uilnominatie op voor Alfa Amerika, een boek met vier antihelden waarin feit en fictie door elkaar wemelden. Met De heining (Nieuw Amsterdam) betreedt hij opnieuw de gevarenzone van de hedendaagse kleinburgerlijke angst.

Christiaan Weijts, die met de stalkersroman Art. 285b een droomdebuut maakte vol stilistische fiorituren, begeeft zich voor zijn nieuwe roman in Venetiaans vaarwater. Weijts heeft zichtbaar een zwak voor het Italië van zijn leermeerster Geerten Meijsing. Via Cappello 23 speelt zich onder meer af tijdens een gondeliersstaking en is naar verluidt "een modern drama over theater, media, privacy, schilderkunst, wetenschap en erotiek" (De Arbeiderspers).

De Vlaamse schrijfster en staatsprijswinnares Monika van Paemel geldt als een van de hardnekkigste oeuvrebouwers van de Vlaamse letteren. Na Marguerite, De vermaledijde vaders en Celestien graaft van Paemel in haar nieuwe roman De koningin van Sheba (Querido) weerom in haar rijke familiegeschiedenis. "Hoofdpersoon is de negenjarige Ciska Van Puynbroeckx, die door haar ooms, tussen wie ze opgroeit, zelden serieus wordt genomen."

De onnavolgbare 63-jarige woordenwoekeraar Pjeroo Roobjee beleeft een tweede jeugd nadat hij een tijdlang zonder uitgever zat. Hij komt nu bij Querido meteen door de grote poort via de verhalenbundel Naar betere oorden en andere verhalen uit de buitenste duisternis, "een bundel parabels, wrede sprookjes en goddeloze preken die waarschuwen voor de onbetrouwbaarheid van de mens en de hang naar materialisme".

Vijftien jaar geleden ging Nederland helemaal overstag voor het proza van Tessa de Loo (remember De tweeling) maar de laatste tijd werden haar boeken nog zelden tot de literaire eredivisie toegelaten. Misschien brengt Harlekino daar weer verandering in, een boek waarin immers "de botsing der beschavingen en religies, ontheemding en migratie" centraal staat (De Arbeiderspers).

Herman Brusselmans hoeft voor inspiratie echter amper de deur uit. Op de cover van "het autobiografische" Een dag in Gent prijkt de vijftigjarige (met meer dan veertig boeken op zijn naam) tussen de fiere torens van zijn geliefde Gent, terwijl hij een wolkje veroorzaakt. Het boek geeft inzicht in zomaar een dag van Brusselmans met onder meer "wakker worden, opstaan, tandenpoetsen, spek eten en de vrouw uitwuiven en de hond wegbrengen" (Prometheus).

Twee vooraanstaande Nederlandse auteurs laten ondertussen ook in hun werkkamer en zielenroerselen kijken. Zij krijgen een plaats in de Privédomeinreeks: Arthur Japin (met Zoals dat gaat met wonderen) en encyclopedist Atte Jongstra (met Klinkende ikken).

Gerrit Komrij houdt het autobiografisch bedaard en verzamelt de observaties uit zijn Portugese nederzetting in Vila Pouca. Portugese verhalen (De Bezige Bij), terwijl Remco Campert zijn oeuvre zopas verrijkte met de novelle Het avontuur van Iks en Ei (De Bezige Bij), "een vrolijk verhaal voor filosofische avonturiers".

@kaderkop:Vaste waarden & outsiders

Nogal wat door de wol geverfde Vlaamse auteurs hebben dit najaar uitgekozen voor hun wederoptreden. Zo onder meer Stefan Hertmans, die na het ten onrechte hard aangepakte Harder dan sneeuw én een rist essays, opnieuw met een roman uitpakt. In Het verborgen weefsel (De Bezige Bij) roept Hertmans "in dagboekachtige fragmenten de innerlijke strijd op van een veertigjarige vrouw", die overhoop ligt met haar schrijverschap en haar gedachtenwereld.

Paul Koeck, die vijf jaar geleden een hersenbloeding kreeg, krabbelde overeind. Mondjesmaat nam hij de draad van zijn schrijverschap weer op. Dat resulteerde na veel doorzettingsvermogen in de bundel Voorbijgangers, "een geheimzinnige vertelling in de traditie van Edgar Allan Poe" (De Bezige Bij).

Ook Manteaubiografe Greta Seghers steekt opnieuw de neus aan het venster met Memoriaal van een weduwe (De Arbeiderspers), waarin ze "de eenzaamheid bestrijdt door met haar (overleden) man te praten en alles te vertellen".

De Gentse 'volksschrijfster' Geertrui Daem, die enig naturalisme niet schuwt, keert met Ik bemin u bovenal (Vrijdag /Podium) terug naar haar eerste liefde, het kortverhaal. In de vijf verzamelde verhalen kan "een kleine onvolkomendheid of schijnbare futiliteit escaleren in een onafwendbaar, soms hilarisch drama".

Erik Vlaminck duikt in Suikerspin in de wereld van het circus, maar is zijn volkse idioom trouw (Wereldbibliotheek).

Leen Huet, kunsthistorica met een fijn oog voor het literaire verleden, waagt zich na het amper opgemerkte Almanak aan een nieuwe roman Eenoog, "een persoonlijke zoektocht van een vrouw naar vriendschap en liefde in Florence" (Atlas).

Bij Meulenhoff/Manteau mogen Willem van Zadelhoff en Jeroen Theunissen gestaag verder bouwen aan een oeuvre. De ingeweken Nederlander Van Zadelhoff publiceert zijn derde roman Vuur stelen, over de bekende televisiepersoonlijkheid Hugo Maris, waarin we ook worden meegevoerd naar "een gedemocratiseerde toneelschool eind jaren zeventig" en "meisjes uit de provincie" ontmoeten "die in soldatenjasjes door Amsterdam fietsen". Jeroen Theunissen zoekt het na het teleurstellende Het einde opnieuw in de zingevingsliteratuur met de roman Een vorm van vermoeidheid, waarin hij "de fundamentele twijfel van de moderne mens" schijnt te vatten.

Jef Aerts, schrijver met een klein maar trouw publiek én gewaardeerd theaterauteur, publiceert zijn vierde roman Fontaine d'amour, "een krachtige stadsroman" (De Bezige Bij).

De grootstad schemert ook door in de "gewone verhalen over ongewone mensen" die Rachida Lamrabet bijeenbracht in Een kind van God, snelle opvolger van haar warm onthaalde Vrouwland (Meulenhoff/Manteau).

Ook een aantal Nederlandse auteurs staan op ons leeslijstje vastgespijkerd: Herman Franke is met Zoek op liefde (Podium) toe aan het tweede deel van zijn tomeloos ambitieus romanproject Voorbij ik en waargebeurd.

En Peter Drehmanns, die zichzelf op zijn website zowel een "woordpooier", "prozabeul" als "metaforenmachinist" noemt, prepareert dezer dagen Soms sloot ik mijn ogen (Contact), de opvolger van het opmerkelijk sterke maar naargeestige Altijd maar begraven.

@kaderkop:Bal der debutanten

Twee Vlaamse debutanten kunnen in de literaire wandelgangen al rekenen op flink wat geroezemoes. Met Nemen wij dan samen afscheid van de liefde kondigt De Bezige Bij de 22-jarige Leuvenaar Paul Baeten Gronda (met een optrekje in Italië) aan als "een nieuwe literaire sensatie". De De Morgen-columnist ('De heerser van de week') liet zich al kennen als een Grunbergdiscipel en ook de aankondigingstekst van deze roman verraadt enige invloed: "Max Eugene Venkenray werkt als aircomonteur in een winkelcentrum. Zijn vrije uren verdeelt hij tussen zijn vriend Jimbo, zijn oudere broer Gertjan, die kunstzinnige experimenten met cavia's uitvoert en de bar van Hotel Splendid, waar Max een kamer bewoont." Het geheel is oversaust met bijtende humor.

Journaliste Nadia Dala publiceerde eerder Als sluiers vallen. Vrouwenportretten, waarin tien moslima's aan het woord kwamen over de hoofddoek. In haar romandebuut Waarom ik mijn moeder de hals doorsneed (Prometheus) doet ze kond van een "heftige, passionele liefdesrelatie tussen moeder en dochter Maria (!), het kind van de uitgetreden kloosterzuster Euphenia en haar minnaar Apo". Maria verzette zich dusdanig tegen haar geboorte dat ze zich poogde te verhangen aan haar eigen navelstreng. Commotie gegarandeerd over deze kennelijk nogal gargantueske fabel.

Ook te noteren: het prozadebuut van het dichtersvolk Ramsey Nasr (Het mazensysteem, De Bezige Bij) en Vrouwkje Tuinman (Buurvrouw, "een poëtische roman over het samenleven in een woonflat", Nijgh & Van Ditmar) en het al ettelijke malen aangekondigde en uitgestelde Voyeur van Naima Albdiouni (Meulenhoff/Manteau). In Nederland wordt veel verwacht van het debuut van acteur/regisseur Rik Launspach: 1953, over de watersnoodramp in Zeeland (Bezige Bij).@kaderkop:Oerknal

Voor het eerste boek dat Dimitri Verhulst als niet-roker schreef, koos hij een hoogst ongewone, maar alleszins beklijvende titel: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. De opvolger van De helaasheid der dingen krijgt een spectaculaire lancering. Op 23 september wordt de roman in 320.000 exemplaren gratis bij het weekblad Humo gewikkeld. Pas een week later ligt hij in een gebonden editie in de boekhandel. De boekhandelaren zijn intussen niet erg verguld met de stunt, maar de schrijver hoopt zijn lezerspubliek exponentieel te kunnen vergroten én ook de amper lezende mens over de streep te trekken. Godverdomse dagen op een godverdomse bol (Contact) is door Verhulst aangekondigd als "een vuil boek" en met een vraagstelling: "Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we er zo'n zootje van maken op deze planeet?" Daarom rijgt Verhulst "de geschiedenis van de mensheid tot gisteren" aan elkaar in "een oerknal van taal". De "met het mes geschreven vertelling" maakt de balans op van een "ondersoort, het curriculum van een smeerlapperij". @kaderkop:Oorlog

Ook de uiterst productieve Arnon Grunberg levert, conform zijn reputatie, geen vrolijk boek af. Eind september wordt in Eupen Onze oom (Lebowski) boven de doopvont gehouden. Grunberg wijkt voor de presentatie uit naar de Belgische Oostkantons, "indachtig zijn cordon sanitaire rond de Nederlandse literatuur" na de bitsige twist met A.F.Th. Van der Heijden bij de AKO Literatuurprijs vorig jaar. Onze oom dist de lotgevallen op van de tot majoor opgeklommen verkenner Anthony en het meisje Lina, "die haar leven te danken heeft aan het feit dat de anders zo plichtsgetrouwe majoor na het laten vermoorden van haar ouders heeft besloten het meisje te sparen. Majoor Anthony wil zijn wellustige vrouw Paloma verrassen met de kant-en-klare dochter van iemand anders, maar tot verbazing van de majoor blijkt Paloma not amused." De baseline van het boek luidt: "Een militair moet eerst de oorlog thuis winnen; dan pas kan hij hem op straat, in de stegen, in de steden, in de bergen winnen." Amper een paar maanden later verschijnen bij Nijgh & Van Ditmar ook de gebundelde stukken uit Grunbergs reportagereeks 'Onder de mensen' uit NRC. Kamermeisjes en soldaten vertelt onder meer over zijn wedervaren als undercover kamerjongen in Beieren, als bezoeker van Guantánamo Bay en als 'embedded' journalist in Afghanistan. Tussendoor publiceert Grunberg bij Van Oorschot het essay Karel heeft echt bestaan, als introductie op de daar te verschijnen eerste twee delen van het Verzameld werk van Karel van het Reve. @kaderkop:Vaderland

Erwin Mortier toonde zich de voorbije jaren ongemeen actief als necroloog, criticus van het cultuurbeleid, recensent, dichter én memorialist, onder meer van een ontluisterende Gerard Reveherinnering. Vorige week nog lichtte hij polemisch het deksel van "het vieze luchtje van de Gouden Uil". Als romancier hield hij zich gedeisder, maar intussen legde hij de laatste hand aan Godenslaap, zijn vijfde roman na de novelle Alle dagen samen uit 2004. In de bij De Bezige Bij te verschijnen roman blikt "een stokoude vrouw die de dood voelt naderen terug op haar kinderjaren, de liefdes die ze heeft gekend, haar huwelijk en de jaren van de Eerste Wereldoorlog die ze met haar moeder en haar broer in Frankrijk doorbracht". Zo ontstaat "een intiem panorama van België, haar onduidelijke vaderland" in een roman die zich "afspeelt op het raakvlak tussen de grote geschiedenis en kleine mensenlevens".

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234