Donderdag 22/10/2020

Van dronken grap tot wereldmerk

De Britse ontwerpster Luella Bartley begon haar modelabel 'Luella' op een dronken avond in de pub. De uit de hand gelopen grap is ondertussen uitgegroeid tot een label dat jaarlijks acht miljoen pond opbrengt. Maar Bartley wil vooral plezier maken. 'Kleren ontwerpen is niet bepaald de biënnale van Venetië. Maar ik kan er wel mensen mee gelukkig maken.'

Door Kim De Craene

Ik ben al een hele dag aan het praten, niet schrikken als ik crap vertel, hoor", waarschuwt Luella Bartley me als ik de tot interviewruimte omgetoverde hotelkamer binnenkom. "I need a beer!", roept ze. De ontwerpster neemt een pintje en installeert zich voor het interview, het laatste van een drukke dag. Bartley mag dan de lievelingsontwerpster van het Britse continent zijn, kapsones heeft ze niet. Een paar jaar geleden werd ze in het Amerikaanse Harper's Bazaar omschreven als 'de leider van de jonge Londense stijlmaffia', maar geïntimideerd zijn door haar verschijning is niet nodig: Bartley blijkt charmant, lief en rock-'n-roll te zijn, net als haar kleren.

De prinses van de poppunk, zoals de vierendertigjarige ontwerpster wordt genoemd, heeft het allemaal: een kast vol fashion awards, een kledingmerk dat op volle toeren draait, drie kinderen, een huis in Cornwall en een kantoor in Londen. Niet slecht voor een schoolverlater die in 2000 nog maandelijks haar laatste centen bij elkaar moest krabben om de huishuur te betalen. Voor de zomer werkte de Britse ontwerpster samen met het Amerikaanse surfmerk O'Neill een surfcollectie uit. "Een logische samenwerking", vertelt Bartley. "Er zijn veel surfmerken op de markt maar O'Neill heeft een geschiedenis. Jack O'Neill vond de wetsuit voor surfen in koud water uit, ik heb veel aan hem te danken. Ik surf namelijk zelf en Cornwall is niet bepaald de warmste plek om in het water te ploeteren. Ik wou geen collectie maken voor meisjes die op het strand rondhangen maar voor echte surfsters, de spullen moesten technisch in orde zijn. Ik heb de bikini's zelf getest en ik kan je verzekeren: de topjes vallen niet af. Het ergste dat kan gebeuren als je in het water zit, is dat je topje afvalt. Of nog erger, je broekje. Ik heb ook bikini's in mijn eigen lijn maar die zijn niet eens waterproof. Bij deze stuks moest dat wel. Zelf droeg ik altijd een Speedo in het water maar echt hip voelde ik me er niet in. Mijn collectie moest zowel cool als degelijk zijn."

De lijn is geïnspireerd op de tomboystijl van Venice Beach-surfers en skaters uit de jaren zeventig, een combinatie van rave, urban graffiti en hippie. Geen hawaïprints dus maar een salopette die makkelijk uit te krijgen is, stoere hoodies en boardshorts in felle kleuren en haar lievelingsstuk, een badpak met één schouder. "Totale vrijheid heb ik niet gekregen, maar de restricties die ik opgelegd kreeg, waren net een uitdaging", verklaart de ontwerpster. "Het kan ook niet dat twee verschillende merken hetzelfde denken, we hebben onze eigen waarden. Bij mij draait het om karakter. Ik ontwerp voor vrouwen - van meisjes van zestien tot vrouwen van zeventig - die attitude hebben. Voor vrouwen die speels door het leven gaan en die humor hebben."

Plots gaat de telefoon, Bartley rept zich om op te nemen. "Dat zal de nanny zijn. Ik geef nog borstvoeding aan de jongste, hij zal honger hebben. Sorry hoor." Lukt dat, drie kinderen opvoeden en een succesvol label runnen? "Het is moeilijk", geeft Bartley toe. "Maar ik hou van beide dingen, ze voeden elkaar. Als ik ontwerp, ben ik niet bezig met trends maar met wat er om me heen gebeurt, ik gebruik mijn dagelijkse leven als inspiratiebron. Als ik geen kinderen had, zou ik gek worden. Maar zonder mijn job in de mode, zou ik ook gek worden. Ik heb beide nodig."

Het is voor de drie kinderen Kip, Stevie en Ned dat Luella en echtgenoot, topfotograaf David Sims, naar een boerderij in Cornwall aan de Engelse westkust verhuisden. "Ik heb vijftien jaar in Londen gewoond, ik had de stad wel gezien", zegt Bartley. "In Cornwall is het rustig en hebben de kinderen ruimte om te spelen. Als ik daar ben, kan ik me honderd procent bezighouden met mijn gezin. We surfen iedere dag, en ik rij met mijn paarden. Heerlijk! Als ik nu naar Londen kom, bekijk ik de stad als een buitenstaander: alles is fris en leuk. Ik heb het beste van twee werelden."

Bartley omschrijft haar kleren als het soort kledij waarin je dronken kan worden en gewoon kan omvallen. Haar stijl is eclectisch met Britse invloeden: ze haalt inspiratie uit punk, paardrijden en prinses Diana. Ze mixt skinny jeans, klassieke blazers en lieflijke baljurkjes door elkaar. Humor is belangrijk, haar label is zelfs een uit de hand gelopen grap. Tijdens een dronken avond in de pub besloot Bartley om haar eigen collectie te tekenen. Zonder opleiding en zonder voorbereiding - maar met veel contacten in de modewereld - tekende ze in 1999 haar eerste collectie. De eerste poging was een mislukking, zes maanden later was ze het epicentrum van het modewereldje: in haar eerste defilé liep de actrice-ontwerpster Sadie Frost mee, keek Kate Moss toe vanop de eerste rij en werden celebrity's als Texas-zangeres Sharleen Spiteri fan van het eerste uur. En dat voor iemand die de modeacademie al na een paar maanden voor bekeken hield. "Ik ben met modedesign begonnen, dan ben ik overgestapt naar journalistiek om na een paar maanden toch weer over te schakelen op design. Na een tijdje ben ik maar helemaal met mijn studies gestopt en ging ik als modejournaliste aan de slag bij de krant Evening Standard, nadien belandde ik bij Vogue. Op Saint Martins (de prestigieuze modeacademie in Londen, KDC) had ik het moeilijk. Alles moest conceptueel zijn, je moet er je gedragen als een artiest. Iemand als Nicolas Ghesquière (de ontwerper van Balenciaga, KDC) is een artiest, hij is een genie. Ik niet. Ik hou van mode maar ik kan er de onnozele kant van inzien. Fun with fashion, dat is het belangrijkste, me amuseren. Kleren ontwerpen is niet bepaald de biënnale van Venetië. Maar ik kan er wel mensen mee gelukkig maken."

Plezier maken met mode dus. Haar collecties krijgen namen als 'Daddy, I want a pony' en 'Daddy, who were The Clash?', haar huidige zomercollectie is geïnspireerd op de film Ghost World, een lijn vol flirterige bloemenjurkjes die gedragen worden met stoere laarzen en Batmanmaskers. "Ik wil geen grote statements maken", zegt Bartley. "Ik hou van wat ik doe en hopelijk inspireren mijn kleren mensen. Ik verwacht helemaal niet dat mensen de volledige Luella-look kopen. Ik doe dat wel want ik heb geen tijd om te gaan shoppen. Ik mix vintage met Gap met mijn eigen kleren. Mijn inspiratie is heel Brits, maar dan Brits uit de jaren zestig zoals Mary Quant en Biba. Toen was Londen nog zichzelf, de ontwerpers dachten toen nog niet aan de wereld veroveren. Iedereen volgde zijn individuele weg en liep niet slaafs de internationale trends achterna. Maar het gaat goed met de stad tegenwoordig, het is er weer plezierig, er gebeurt veel en de ontwerpers krijgen veel steun." Nog een laatste vraag: waarom is ze eigenlijk begonnen met surfen? "Om in de natuur te zijn", antwoordt Bartley. "Nee, om eerlijk te zijn ben ik ermee begonnen om mijn vriendje te imponeren, die surfte al. Ik mag dan wel voor stoere meisjes ontwerpen maar eigenlijk ben ik zelf een softie." n

Ik ben geen genie. Ik hou van mode maar ik kan er de onnozele kant van inzien

In Harper's Bazaar werd Luella omschreven als 'de leider van de jonge Londense stijlmaffia'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234