Woensdag 21/08/2019

Mei '68

Van Dolle Mina tot #MeToo: hoe mei '68 de seksuele revolutie opstuwde

Protesterende vrouwen in 1976. Beeld Hollandse Hoogte / Han Singels

"Eén man op de twee is vrouw", luidde het in Parijs. Maar de bevrijding van de vrouw en haar lichaam begon lang vóór mei ’68, en is nog altijd niet voltooid – zie #Me Too en de nieuw-mannelijke kapers op de kust.

Wat de Fransen mei '68 noemen begon al in maart '67. Het vertrekpunt was ook niet Parijs maar de voorstad Nanterre. Daar was kort tevoren een nieuwe universiteit uit de grond gestampt. Uit demografische noodzaak, want door de babyboom hadden in tien jaar tijd vier keer meer jongeren hogere studies aangevat.

Het beton van Nanterre was amper droog of daar begon, 14 maanden voor de bezetting van de Sorbonne, het voorspel voor les événements de mai. Toen de mannelijke studenten vrije toegang eisten tot de slaapzalen voor vrouwen, kregen ze de politie op hun dak.

In januari '68 vervolgens, bij de inauguratie van het universiteitszwembad, sloeg de jonge studentenleider Daniel Cohn-Bendit gensters door minister van Jeugd en Sport François Missoffe over de vele verboden te interpelleren.

“Jongeren willen hun seksualiteit vrij beleven”, had Cohn-Bendit geroepen. “Je kunt beter een duik in het zwembad nemen”, diende Missoffe hem van repliek. Het hek was van de dam.

Braaf België

Wat gauw genoeg mei '68 zou gaan heten, begon met een symbolisch boy-meets-girl-verhaal. De oorlog in Algerije was eindelijk voorbij; wegen, spoor en steden werden gemoderniseerd; maar ethisch en op het vlak van de individuele vrijheden bleef Frankrijk, en bij uitbreiding Europa, hangen in de tijd.

Voorhuwelijkse seks was taboe; wie ongetrouwd zwanger raakte, werd verstopt of verstoten; de pil bestond maar was nauwelijks verkrijgbaar; riskante want illegale abortussen waren courant.

Het moest en zou anders. In mei '68 lag onder de straatstenen het strand, uit de VS kwam de slogan
make love, not war ('faites l'amour, pas la guerre') overgewaaid, in parken waarvan het gazon tot dan toe interdit geweest was, lagen nu studentes in minirok, verstrengeld met sluikharige jongens in ontbloot bovenlijf. De lente wás ook warm, in '68.

Maar dat was maar een deel van het beeld. Een centrale plaats namen de vrouwenrechten in mei niet in. Ook in de VS lagen de eerste strijdpunten elders: in het verzet tegen de oorlog in Vietnam met name, en in de eis voor gelijke burgerrechten voor Afro-Amerikanen.

In het nog brave België waren de besognes vooral communautair van aard, nadat een decennium eerder de tweede schoolstrijd was gestreden.

“Eindelijk was de rust tussen vrijzinnigen en katholieken teruggekeerd”, zegt politicologe Petra Meier van Universiteit Antwerpen. “Binnen de Belgische compromiscultuur hadden politici weinig zin om een nieuw front te openen op vrouwen- en seksuele rechten.”

Toegegeven, de eerste emancipatiegolf was inmiddels achter de rug; sinds 1948 hebben Belgische vrouwen stemrecht; in 1958 golden ze als wettelijk handelingsbekwaam; steeds meer vrouwen studeerden en werkten buitenshuis, dat ook.

Maar als puntje bij paaltje kwam, keerden vele echtgenotes, zelfs als ze hoger onderwijs gevolgd hadden, terug naar de keuken zodra de eerste baby arriveerde. De nieuwe welvaartsstaat maakte een 19de-eeuwse burgerideaal – de vrouw aan de haard – haalbaar voor een groeiende middenklasse. Die was trots dat één kostwinner, mijnheer, volstond.

Alsof het alleen dát was. Zodra de vrouw huwde, werd ze vaak simpelweg ontslagen. Iedereen ging ervan uit dat ze huisvrouw zou worden. In het huwelijk was van gelijkheid tussen man en vrouw geen sprake, en op de hervorming van het huwelijksgoederenrecht bleef het wachten.

“De nieuwe welvaartstaat was erg patriarchaal” zegt genderhistorica Julie Carlier (UGent). “Vrouwen zaten in een gouden kooi, een situatie die in het economische model ingebakken was.”

Geld en boodschappen

Toch liepen door het België van de jaren 60 nieuwe feministische onderstromen. De Turnhoutse gynaecoloog Fernand Peeters had de anticonceptiepil op punt gesteld; door een reeks wettelijke initiatieven waren vrouwen ten minste op papier al beter af; in 1965 werd Marguerite Deriemaecker-Legot (CVP) de eerste vrouwelijke minister van het land, met Gezin en Huisvesting als portefeuille.

Rita Mulier, de latere voorzitster van het nog op te richten Vrouwen Overleg Komité (VOK), herinnert zich die tijd als gisteren. “Ongehuwde vrouwen hingen van hun vader af, gehuwde vrouwen van hun man. Vrouwen mochten geen geld beheren maar moesten er wel boodschappen mee doen.”

Aan de Leuvense faculteit rechten, waar ze haar doctoraal behaalde, was Mulier al sinds de prille jaren 60 bezig met feminisme. Ging dat aanvankelijk over de rol van de vrouw in een zich vernieuwende kerk, dan werd vanzelfsprekend ook Simone de Beauvoir gelezen, die in 1949 al
Le deuxième sexe had geschreven.

Je wordt niet als vrouw geboren, zo stelde de Française, het is de samenleving die je tot vrouw maakt. En je prompt in een onderdanige positie dwingt.

“We zetten studiedagen op, organiseerden foto-expo's en noem maar op,” zegt Mulier. De juriste, die samen met Miet Smet en Wilfried Martens tot het 'Wonderbureau' van de CVP-jongeren behoorde, schreef onder meer de visieteksten voor de Katholieke Arbeidersvrouwen (KAV).

Ze stelde vast dat “diverse stromingen al meegingen in de strijd voor gelijke rechten. We waren bovendien erg geïnteresseerd in wat er over de grenzen omging. Vrouwen uit verschillende landen leerden van elkaar, we wilden ook weten hoe het in de Derde Wereld zat.”

Via Nederland, “onze toegangspoort tot Amerika”, wist Mulier wat er aan de andere kant van de Atlantische Oceaan broeide; in Nederland zelf had Joke Smit Het onbehagen van de vrouw (1967) geschreven, een artikel dat een manifest van de Tweede Feministische Golf zou worden. “Mannen hebben het heerlijk,” luidde Smits openingszin, “vrouwen hebben het rot”.

Dolle Mina-demonstratie in 1970 voor het gebruik en de vergoeding van de pil. Beeld rv

Mei '68 zelf volgde Mulier “van ver”, wegens toen al afgestudeerd. Wel herinnert ze zich dat vrouwelijke activisten, hoe progressief ook, koffie mochten zetten, broodjes smeren en op de kinderen passen. Ook bij het Gentse studentenprotest, een klein jaar later, bleek dát de ongeschreven norm.

“Aan de zoektocht naar nieuw links namen verschillende sociale bewegingen deel die allemaal wel ergens met elkaar verwant waren,” zegt Carlier. “Ook het feminisme maakte daar deel van uit. Dat onderhield een geprivilegieerde maar gespannen relatie met bijvoorbeeld de studenten- en vredesbeweging. Overal waren jonge vrouwen actief, maar meestal werden ze als tweederangs behandeld. Dat triggerde hun feministische bewustwording nog meer. De behoefte ook om zichzelf in vrouwengroepen te organiseren.”

Het ging snel. In 1969 was in Amsterdam Dolle Mina opgericht en werd het Maagdenhuis bezet. Bij het standbeeld van feministe van het eerste uur Wilhelmina 'Mina' Drucker werden korsetten verbrand. Het was een kwestie van tijd voor ook in Vlaanderen een deelgroep tot stand kwam. Meer dan van studie en teksten moest Dolle Mina het hebben van ludiek en mediageniek protest. Effect sorteerden de acties wél.

Voor de intellectuele onderbouw bleven de Belgische en Vlaamse feministen intussen vooral naar Frankrijk kijken. Meier: “Debatten, cinema, media en boeken: als het regende in Parijs, druppelde het bij ons. En dat is ook daarna zo gebleven. Kijk naar de pariteitsbeweging in de jaren 90, die is vanuit Frankrijk België binnengekomen.”

De eisenbundel van het feminisme was onderhand concreet geworden: economische onafhankelijkheid, lichamelijke zelfbeschikking, ontvoogding binnen het huwelijk, loskoppeling van seks en voortplanting, abortus, de bevrijding van het morele keurslijf dat door de kerk was opgelegd – en dat paus Paulus VI kracht bijgezet had in zijn beruchte encycliek Humanae Vitae.

Het pauselijke schrijven werkte als een rode lap op, nou ja, maar hakte ook in op het beeld van seksueel pretpark dat aan de sixties zou blijven kleven.

“Seksuele experimenten met communes en polygamie waren er wel, maar stonden niet centraal,” zegt Meier. “Ook over het vrouwelijk orgasme, over vaginale ejaculatie of seks als oorlogswapen ging het niet, dat zijn thema's van de huidige generatie. We moeten er ons bewust van blijven dat we van heel ver terugkwamen. Neem de opvoedingsrechten, die lagen nog bij de vader.”

“Zonder recht op abortus, zonder anticonceptie en zonder legale bescherming tegen seksueel geweld kwam vrije liefde neer op een vrijgeleide voor mannelijk plezier. De last van een mogelijke zwangerschap ging helemaal naar de vrouw,” stelt Carlier.

Stem vrouw!

In 1972 werd het VOK opgericht. Geleid door de Dendermondse advocate Lily Boeykens trok een delegatie Belgische vrouwen naar de 'Dagen ter Aanklacht van de Misdaden tegen Vrouwen' in Parijs. Daar nam De Beauvoir het voortouw. Van het een kwam het ander. Boeykens nodigde de schrijfster in België uit, waar op 11 november de eerste Nationale Vrouwendag plaatsvond

Meier: “Men koos 11 november omdat het een feestdag moest zijn, een dag waarop de vaders niet uit werken gingen en bij de kinderen konden blijven. Een dag ook die paste voor Simone de Beauvoir.”

Carlier: “Je kunt stellen dat de datum van onze nationale vrouwendag te danken is aan haar agenda, ja. Maar ook de Australische feministe Germaine Greer maakte haar opwachting. Het werd een doorslaand succes.”

Mulier: “Zowel het VOK als de vrouwendag waren pluralistisch. Er kwamen vrouwen van diverse politieke gezindten op af, links, liberaal en christelijk. De partijen en zuilen waren gefrustreerd, ze verweten ons ook dat we een club van gestudeerde vrouwen waren. Maar zo'n speergroep was juist nodig! Het ging over hoe vrouwen aan de macht konden deelnemen. Hoe ze een vuist konden maken binnen samenleving, kerk en universiteit. Daar moest je politieke vorming voor bezitten, en die had ik gekregen.”

Over partijgrenzen en ideologische spanningen heen stonden de kiescampagnes van de jaren 70 in het teken van 'Stem vrouw!' Met vallen en opstaan, twee stappen voor- en eentje achteruit, kreeg het feminisme vaart in de zaak.

“Je kunt, zoals de Amerikaanse historica Karen Offen, beter spreken van een vulkaan dan van golven”, zegt Carlier. “Met de trage lavastromen van kleinere organisaties die koppig aan de weg bleven timmeren na het eerste hoogtepunt, vóór 1914, gevolgd door plotselinge erupties. Dat laatste zagen we na mei '68, een periode van plotselinge massamobilisatie.”

En ja, vaak is er na zo’n uitbarsting ook sprake van een backlash. In de jaren 80, met Thatcher in Groot-Brittannië en Reagan in de VS, werd de politieke context moeilijk.

“Ook in België pakten de opeenvolgende crisismaatregelen negatief uit voor vrouwen. Kijk maar naar de toenmalige 'vrouwen tegen de krisis'-betogingen.”

Black feminism

Soms liep ons land voorop, soms ging het traag. In Frankrijk kreeg minister van Volksgezondheid Simone Veil haar abortuswet er in 1975 al door; bij ons zou dat pas 16 jaar, talloze aanzetten en een koningscrisis later het geval zijn. Verkrachting binnen het huwelijk werd pas in 2000 strafbaar. Gelijk loon voor gelijk werk is nog altijd geen feit.

Ook in de link met racisme en discriminatie zou het parlement maar laat meegaan. Lange tijd bleef het feminisme zelf een zaak van de blanke middenklasse. Ondanks het pluralisme en de internationale aanspraken werden weinig bruggen geslagen naar huidskleur, klasse of geaardheid.

Dat de feministische beweging vandaag stilaan inclusiever wordt, is onder meer aan het Black en Third World Feminism van diezelfde jaren 1970 te danken, zegt Carlier: “Lesbische en gekleurde feministen maakten duidelijk: 'jullie feminisme is niet universeel'. En daar hadden ze overschot van gelijk in. Hun kritiek wordt vandaag meer en meer ter harte genomen, eindelijk!”

Helaas, als het over identiteit gaat, is het altijd ook oppassen geblazen voor een terugslag. Nu conservatief en extreem rechts steeds vaker met de Verlichting schermen om met name de islam te weren, sloven ze zich uit in vrouw- en holebivriendelijkheid – geenszins hun historische strijdpunt.

Dolle Mina's demonstreren voor het recht op geboortebeperking en abortus, door hun buik te laten zien met de strijdleus baas in eigen buik in 1970. Beeld Photonews

“Ze bewijzen lippendienst aan een softere versie ervan,” zegt Meier. “Ook oude patriarchale mannen hebben dochters. Ze hebben heus wel een aantal punten verinwendigd. In de partijprogramma's dienen die echter een ander doel dan de zaak van vrouwen en seksuele minderheden. Ze richten zich veeleer op de bange blanke man.”

Mei '68 was vooral een symbolisch moment, vanwaaruit vrijheid en gelijkheid verbluffend snel oprukten. In hoeverre werkt het elan ook nu nog door, bijvoorbeeld via #MeToo?

“Bepaalde individuen publiek aan de galg praten, zoals bij landverraders en oorlogsmisdadigers, is altijd al gebeurd,” zegt Petra Meier. “Ook seksueel geweld als onderdeel van machtsverhoudingen is allang bekend. De echte revolutie is de digitale impact van #Me Too.”

“We moeten voorbij de individuele gevallen kijken,” zegt Julie Carlier, “want vooral de omvang van #Me Too is nieuw en indrukwekkend. Het toont aan dat het om een structureel probleem gaat, dat de strijd nog lang niet gestreden is.”

“In onze tijd ging het minder over seksueel geweld, maar alle vrouwen die hun ogen opendoen hebben dit soort dingen meegemaakt”, bevestigt Rita Mulier. “Ik stel alleszins vast dat mannen vandaag even hard schrikken van de #Me Too-beweging als in de jaren 70 van het feminisme.”

Morgen in het derde deel: Geert Buelens, Mong Rosseel en de culturele invloed van de sixties. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden