Maandag 29/11/2021

Van de makers van 'De As van het Kwaad'

Het was het gouden kalf van de marketing, en niet doordacht beleid, dat het jongste offensief in Irak aandreef

Frank Rich

ziet in het buitenlands beleid van Bush niets anders dan slogans, marketing en een gebrek aan visie

Nu het Amerikaanse buitenlandbeleid van Pyongyang over Bagdad tot Beiroet aan gruzelementen ligt, wordt in Washington het grafschrift al gebeiteld. Een recente cover van Time Magazine vat het algemeen aanvaarde beeld samen: "Het einde van de cowboydiplomatie." De doctrine van Bush van de 'pre-emptieve' oorlog, die zichzelf heeft vastgereden in het zand van Irak en de nucleaire onverzettelijkheid van Noord-Korea en Iran, is nu officieel kaputt. In plaats daarvan wijdt een somberder maar geduldiger Witte Huis met Condi Rice aan het roer, zich aan de schone kunst van de multilaterale diplomatiek, en dumpt men het wapengekletter dat de wereld met stoere bring 'em on-slogans in deze miserie verzeild deed raken.

Er is maar één probleem met dit verhaal, al is het wel een groot. Het onderschat de complete mislukking van deze regering omdat het ervan uitgaat dat president George W. Bush ooit een weliswaar foute, maar niettemin grootse, visie zou hebben gehad. In feite heeft deze regering nooit enig idee gehad waar het met deze wereld naartoe moest. Het had één idee-fixe over één land, Irak, en die obsessie duwde de Amerikaanse macht in een keurslijf van buikgevoelimprovisaties en pr-strategieën. Geen spoor van een doctrine. En vandaag is dat nog altijd geen zier veranderd.

Om de fouten in het verleden en, belangrijker, het eindspel dat nog op komst is, te kunnen begrijpen, moeten we voor ogen houden dat de kernwaarden van dit Witte Huis niets te maken hebben met principes en inhoud maar alles met marketing en politiek opportunisme. In het Bushtijdperk gaat het niet over klein of groot staatsmanschap, maar over virtueel staatsmanschap. Het schrijn dat de tand des tijds zal doorstaan is de lege doos van het departement van Binnenlandse Veiligheid, dat in Indiana meer potentiële terroristendoelen vindt dan in New York.

Net als zijn vader had George W. Bush alleen maar minachting voor visie. Hij walste zijn presidentschap binnen met minimale ambitie. Bush was het ferventst wanneer het ging over lastenverlagingen, wanneer er voor de schone schijn een patiëntenwet gestemd moest worden of wanneer hij een onderwijsprogramma aan de man bracht met de slogan 'Geen kind blijft achter'. Toen hij in augustus 2001 met vakantie ging, waren zijn ideeën grotendeels opgebruikt, dus begon hij vaagweg te babbelen over hervormingen van de immigratie en kondigde hij een "compromis" aan over stamcelonderzoek. Maar zijn gebrek aan leiderschap werd duidelijk op beide punten, die ook vandaag nog hete hangijzers blijven.

Om de indruk te wekken dat hij druk bezig was toen hij na Labor Day (de eerste maandag van september, red.) naar Washington terugkeerde, bedacht hij een typisch allitererend programmaatje genaamd 'Communities of Character', een allegaartje van 'waardeninitiatieven' gebaseerd op opiniepeilingen. Na de Al-Qaida-aanvallen was iedereen dat vergeten. Maar de dag die alles veranderde, veranderde niets fundamenteel aan het beleid van Bush. De zogenaamde pre-emption-doctrine - het oude Cheney-Rumsfeldmantra van unilateralisme na de Koude Oorlog in een nieuw kleedje - was niets anders dan nog maar eens een flashy praalwagen in de propagandaparade die Amerika naar een oorlog moest leiden tegen een land dat de Verenigde Staten op 9/11 niet had aangevallen.

De woorden van de toenmalige stafchef van de president over de oorlog tegen Irak, kort na Labor Day 2002, zijn beroemd geworden: "Uit marketingoogpunt is het onzin om in augustus een nieuw product te lanceren." De Bushdoctrine werd twee weken later uit de doeken gedaan, een paar dagen nadat de hoge legerpiefen naar overal waren uitgewaaierd om op de zondagochtendprogramma's de bevolking te waarschuwen: Saddams smoking gun zou snel veranderen in een paddenstoelwolk.

De Bushdoctrine was alleen maar in naam een doctrine, een verkoopsstrategie om de omverwerping van het Iraakse regime in te pakken in een grandioos filosofisch geschenkpapiertje. Er was nooit een echte intentie om Iran of Noord-Korea militair monddood te maken, ook al waren de nucleaire ambities toen even duidelijk als nu. En evengoed is er nooit een plan geweest om de landen aan te vallen die, anders dan Irak, wél het moslimterrorisme hebben gevoed. 'As van het Kwaad' was gewoon een slimme naam voor een product, afkomstig van hetzelfde sloganvolk dat ons 'compassionate conservatism' en 'a uniter, not a divider' brachten.

Sindsdien is de regering aan het knoeien met Irak, terwijl het moslimfundamentalisme steeds vuriger werd aangewakkerd en de rest van de As van het Kwaad - om nog maar te zwijgen van Afghanistan en het Midden-Oosten - uitgegroeid zijn tot de bedreiging die Saddam nooit was. En nog altijd is er geen visie. Zoals Ivo Daalder van het Brookings Institute op zijn blog schrijft, is Bush in zijn post-cowboyperiode niet op zoek naar diplomatie, maar veeleer naar een "buitenlandbeleid van lege gebaren", op basis van een paar "harde woorden hier, een sussend telefoontje ginder en haastvergaderingen tussendoor". Er is geen plan dat ons naar de overwinning in Irak moet leiden, enkel een wensdroom en een schietgebed: dat de apocalyps niet losbreekt voor Bush zich op zijn ranch heeft teruggetrokken.

Hoeveel tegenslagen deze regering ook heeft gekend, ze blijven heilig geloven in pr. Of toch in het binnenland. (Ze hebben nooit ene moer gegeven om de vernietiging van het beeld van Amerika in het buitenland, ook niet als we martelingen toestaan.) Het was het gouden kalf van de marketing - en niet doordacht beleid - dat het jongste offensief in Irak aandreef: de koppelverkoop van de uitschakeling van Al-Zarqawi, de vorming van de nieuwe regering-Maliki, de verrassingstrip naar de Groene Zone en de lancering van operatie Together Forward. Dat laatste om Bagdad, drie jaar na de bevrijding uit de handen van Saddam, veilig te maken.

Ook na die operatie ging het alleen maar steil bergafwaarts. Na twee weken bloedvergieten had kolonel Snow het over een succesoperatie, ook al was de patiënt, Irak, volop aan het sterven, omdat "we een stijging in het aantal aanvallen hadden verwacht".

En wat is het recentste afleidingsmanoeuvre van het Witte Huis? Nog maar eens een pr-truc bovenhalen, in dit geval eentje die werd opgevist uit het draaiboek van herfst 2003, wanneer de president het nieuws over het Iraakse verzet counterde door zachtgekookte interviews te arrangeren in regionale media.

En zo hebben we de president de laatste twee weken grappen zien maken in Graceland, gastarbeiders stroop aan de baard zien smeren in Dunkin' Donuts, een limonadeverkoop van kinderen zien subsidiëren in Raleigh, North Carolina, en de pers ontmoeten in Larry King Live. De mensen voelen zich ondertussen al stukken beter over dat vervelende gedoe in het buitenland.

Of misschien niet. De opleving die na dit soort stunts gewoontegetrouw volgde in de opiniepeilingen blijft uit. Terwijl de Amerikanen nadenken over de tragedie in Irak, de triomf van jihadisten in de "democratieën" die Bush heeft gepromoot in het Midden-Oosten en de ongeremde machtsspelletjes van Kim Jong II en Mahmoud Ahmadinejad, zien ze de realiteit onder ogen. Tenzij er een mirakel gebeurt, zullen de opvolgers van Bush de puinhoop van zijn 'Irakocentrische' beleid moeten opruimen.

© The New York Times

Frank Rich is columnist

bij The New York Times.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234