Dinsdag 18/01/2022

Van de Arabische Lente is nauwelijks nog iets over

null Beeld kos
Beeld kos

"Er is weinig reden tot optimisme in het Midden-Oosten", schrijft Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus en columnist voor de Volkskrant. Een overzicht.

OPINIE

Tweeënhalf jaar nadat hij begon, gebruikt vrijwel niemand meer de term die toen hoopvol werd gemunt: de Arabische Lente. Momenteel is het daarmee dan ook niet al te best gesteld. Er zijn maar weinig landen van Marokko tot Afghanistan waar de situatie aanleiding geeft tot optimisme.

Dat begint, afgelopen week weer erg actueel, al eigenlijk met het land dat voor degenen die elders tegen hun eigen dictatuur in opstand kwamen, vaak min of meer als lichtend voorbeeld gold: Turkije - een islamitisch land dat al decennia een democratisch stelsel van vreedzame machtswisselingen kende, met (inmiddels) een partij aan het bewind die een soort islamistische variant van de Europese christen-democratie beloofde.

Een democratisch stelsel blijkt echter opnieuw niet automatisch samen te vallen met een rechtsstaat en een democratische mentaliteit. Premier Erdogan, ooit slachtoffer van de onverdraagzaamheid van zijn seculiere voorgangers, ontpopt zich net als zij steeds meer als een autocraat die geen tegenspraak duldt, met een beroep op zijn electorale meerderheid - in een eigentijdse variant van de ooit aan Lodewijk XIV toegeschreven woorden: de staat, dat ben ik, want het volk heeft mij in meerderheid gekozen, dus hoef ik aan de minderheid geen boodschap te hebben.

Onderdrukking
Het is een redenering die ook Mugabe ophangt, die zijn politieke tegenstanders eveneens het liefst met alle mogelijke machtsmiddelen verplettert. Ook Mugabe was ooit zelf slachtoffer van onderdrukking - maar heeft daaruit niet de les getrokken het zelf anders te doen, maar zijn tegenstanders precies eender te behandelen. Mandela was een witte raaf.

Dat is precies de reden dat er zo weinig democratische voortgang in Turkije en Zimbabwe te bespeuren valt. Zuid-Afrika staat er misschien net ietsje beter voor, mede dankzij de civil society-traditie die het, hoe paradoxaal dat ook klinkt, geërfd heeft van het racistische apartheidsbewind, dat bij alle onderdrukking van de zwarte meerderheid tegelijk nog 'Europese' morele en civiele pretenties had.

Die traditie ontbreekt in Turkije. Niet toevallig is er in vijftien jaar tijd van de drie dozijn 'dossiers' die voorafgaand aan een eventuele toetreding tot de Europese Unie op orde moeten worden gebracht, in de besprekingen met Brussel nog maar eentje afgerond. Als het in dit tempo doorgaat, moet een Turks EU-lidmaatschap bij de aanvang van de zesentwintigste eeuw haalbaar zijn.

Oppositie wordt door Erdogan niet (slechts) in het parlement bestreden: alle denkbare middelen worden ingezet. Nadat hij al eerder blijk had gegeven weinig boodschap te hebben aan die parkdemonstranten, is nu in een uiterst dubieus strafproces een deel van het seculiere militaire en journalistieke establishment hard aangepakt. In geen land zitten naar verhouding zoveel journalisten achter de tralies als in Turkije.

In Egypte hadden de Moslimbroeders van Morsi het Turkije van Erdogan min of meer als hun voorbeeld gepresenteerd. Nu: inderdaad vielen hier inmiddels dezelfde autoritaire tendensen te bespeuren, waarbij als revanche voor de seculiere onderdrukking in het verleden, de regeringsmacht steeds meer gebruikt werd om de eigen politieke agenda er door te drukken.

Gevolg: een door demonstraties voorbereide staatsgreep door het leger - dat daarmee mogelijk een eigen 'Turkse' afgang voorkomt - die luid wordt toegejuicht door een deel van de anti-Mubarak-demonstranten van twee jaar terug. Egypte lijkt nu weer bijna terug bij af.

Kiezen tussen twee kwaden
Kernprobleem voor Turkije én Egypte: de bevolking stemt ongeveer voor de helft seculier, voor de helft islamistisch, maar geen van beide kampen wil de andere helft van de bevolking zien staan.

Extra dilemma voor de liberale demonstranten: zonder hulp van het leger geen seculiere staat, met hulp van het leger geen democratische. Het is kiezen tussen twee kwaden. In Egypte zijn zij zo geschrokken van de recente fundamentalistische agressie jegens vrouwen, dat zij de maagdelijkheidstesten van het leger van twee jaar geleden weer zijn vergeten.

En elders? In Syrië is de opstand tegen Assad in een uitzichtloze sektarische burgeroorlog ontaard - met inmiddels nog meer doden dan de even sektarische burgeroorlog die in buurland Irak woedt sinds Bush, als eigen bijdrage aan een Arabische Lente, het regime van Saddam heeft opgeruimd.

Ook Libië bewijst momenteel eerder het gelijk dan het ongelijk van Kaddafi: zonder mij valt de boel uit elkaar. Er blijkt nog niet echt een Libisch volk te zijn dat zich als zodanig gedraagt en de politieke strijd op één centrale plek - plein of parlement - uitvecht. Het officiële bestuur in Tripoli heeft daarbuiten geen enkel gezag, de vele krijgsheren zijn niet van plan hun wapens en daarmee hun regionale machtspositie op te geven.

Slechts dictatoren vermogen kennelijk, met veel geweld, deze staten bijeen te houden: voor een succesvol democratiseringsproces vormt een zekere mate van religieuze en etnische uniformiteit een basisvoorwaarde.

Vandaar dat er eigenlijk maar twee relatieve succesnummers in de regio zijn. Het ene is Tunesië, daar doen twee politieke moorden (nog) niets aan af. De islamistische regering opereert hier veel gematigder dan zij in Egypte deed. Het is het land met de hoogst opgeleide bevolking (dus een grote middenklasse), relatief welvarend en etnisch en religieus vrij homogeen. Is het toeval dat het bovendien heel dicht bij Europa ligt?

En het andere land is de grote schurkenstaat in westerse ogen van dit moment: Iran. Zeker: een halve theocratie en een halve autocratie. Maar wel een stabiele staat. De kans op een burgeroorlog lijkt nihil, en binnen de beperkende kaders van de ayatollahs hebben de Iraniërs met Rohani voor de meest gematigde en vrijheidslievende presidentskandidaat gekozen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234