Vrijdag 18/09/2020

Van compositie naar improvisatie en terug

Als je drie muzikanten uit de hedendaagse jazz en klassieke muziek rond de tafel brengt, dan spreekt elk van de drie natuurlijk vanuit zijn eigen invalshoek - jazz, klassiek, hedendaags, niet-westerse muziek. Toch raken die werelden elkaar steeds meer. Een ontmoeting tussen Fabrizio Cassol, Daan Vandewalle en Kris Defoort naar aanleiding van het Vooruit Geluid Festival.

Didier Wijnants

Het is geen toeval dat Cassol, Vandewalle en Defoort alle drie te gast zijn op het vierde Vooruit Geluid Festival in Gent. Dat festival heeft zich al sinds het begin van de jaren negentig geprofileerd door zijn openheid voor verschillende genres, stijlen en muziekculturen. Niet de goedkope crossover die vandaag steeds meer bon ton wordt, maar een eerlijke interesse in de diversiteit van het muzikale landschap en in de mogelijkheden van kruisbestuivingen.

Fabrizio Cassol groeide muzikaal op aan het Luikse conservatorium, gestuwd door mentor Henri Pousseur. In de jaren tachtig richtte hij met Michel Massot en Michel Debrulle het vernieuwende ensemble Trio Bravo op. Begin jaren negentig formeerde hij met bassist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland het befaamde trio Aka Moon. Ze haalden inspiratie bij de Aka-pygmeeën in Centraal-Afrika en speelden samen met Indiase en Afrikaanse muzikanten. Vandaag wordt Aka Moon terecht beschouwd als de top van de Belgische jazz.

Daan Vandewalle studeerde aan het conservatorium van Gent. Kortstondig kwam hij daar in contact met het plaatselijke jazzmilieu (met onder anderen Bart Defoort en Jeroen Van Herzeele), maar hij koos resoluut voor de andere benadering: hedendaagse klassieke muziek. Hij werd assistent bij Claude Coppens, verwierf faam als vertolker van de muziek van Charles Ives en is een veelgevraagd pianist in binnen- en buitenland. Hij speelt ook geïmproviseerde muziek (onder anderen met Fred Frith) en hij merkt - een beetje tot zijn eigen verbazing - dat hij via die weg opnieuw in contact komt met het jazzmilieu.

Kris Defoort studeerde ook aan het Luikse conservatorium en begon zijn jazzcarrière met de bedachtzame plaat Diva Smiles. Na een langdurig verblijf in New York richtte hij KD's Basement Party op en begon zich steeds meer te profileren als een van onze beste componisten en arrangeurs. Met Fabrizio Cassol bedacht hij Variations on A Love Supreme. Hij schrijft de meeste muziek voor het ensemble Octurn. Op Vooruit Geluid stelt hij een nieuwe eigen groep voor: het tentet Dreamtime met muzikanten uit de jazzwereld én uit klassieke hoek.

Cassol en Defoort kennen elkaar dus al jaren, maar Vandewalle huist in een wat andere wereld: niet het Brusselse jazzmilieu, maar de Gentse nieuwe-muziekscène. Die scène heeft tentakels tot in de kamers van de Knitting Factory in New York. Vandewalle: "De jazz zoals ik ze vroeger gekend heb bevredigde mij niet. Ritmisch was het wel boeiend, maar vooral harmonisch kwam ik niet aan mijn trekken. Ik heb nadien een heel harmonisch universum ontdekt dat duidelijk van elders komt. Maar de improvisaties die ik vandaag speel kun je best ook als jazz beschouwen. Ik kan daarbij van om het even wat vertrekken, een flard of een klank. Ik probeer dan combinaties uit, tracht het misschien te verrijken met een akkoord dat ik bijvoorbeeld van Monk geleend heb - ik zeg maar wat. Vooral ritmisch heb ik van de jazz veel opgestoken. Klassieke muzikanten hebben doorgaans niet de flexibiliteit om soepel met het metrum om te springen, ze kunnen niet net voor of net achter de tijd te spelen. Jazz is een perfecte leerschool om dat soort dingen onder de knie te krijgen."

Cassol: "De echt goede klassieke muzikanten kunnen dat natuurlijk wel en flexibiliteit is zeker geen privilege van de jazz. Denk aan de manier waarop de nieuwe uitvoeringspraktijken voor de barokmuziek ontstonden. De gebroeders Kuijken en Gustav Leonhardt, die gingen heel intuïtief te werk, bijna zoals jazzmuzikanten: zonder veel voorafgaand overleg kwamen zij al spelend tot een coherente visie. Partituren werden pas twee dagen voor de opname voor het eerst bestudeerd. Ikzelf heb me vroeger intensief met de hedendaagse gecomponeerde muziek beziggehouden: creaties gedaan, muziek van Berio. Dat is qua uitvoeringspraktijk heel veeleisend en vereist ook een enorme flexibiliteit. Maar op den duur ging het voor mij niet ver genoeg. Gecomponeerde muziek heeft een enorme traagheid: het duurt maanden om een compositie te schrijven, daarna maanden om ze te kopiëren en uit te geven, dan weer maanden om ze te laten instuderen. Ik ben dan ook meer in improvisatie én in jazz geïnteresseerd, daar kan een grotere dynamiek ontstaan. De grote kracht van de jazz is dat de componist én de muzikant scheppers van de muziek zijn. Zelfs het publiek neemt daaraan deel, want er is altijd een sterk bewustzijn van het heden: als iemand een solo speelt, dan neemt iedereen daar een positie tegenover in. Het is een kunstvorm die tegelijk heel collectief is en die toch onbeperkt ruimte laat voor individuele expressie. Dat is heel wat anders dan het improviseren van een cadens in een klassiek concerto bijvoorbeeld. Daar ging het om individuen die zich profileerden tegenover een heel sociaal blok, het klassieke orkest met zijn rigide hiërarchie. Improvisatie in de hedendaagse jazz is een collectief gebeuren dat toch de individuele expressie voluit ondersteunt. Die praktijk is volgens mij geschikt om het volgende millennium te doorstaan."

Binnen die praktijk speelt de compositie intussen wel een cruciale rol, ook in de jazz zoals Cassol die ziet. Cassol: "Ik ben vooral geïnteresseerd in componisten die schrijven met de bedoeling de dynamiek van de improvisatie te vergroten. Improviserende muzikanten moeten kunnen 'opstijgen' wanneer ze spelen. Het kan niet de bedoeling zijn een stukje te spelen en dan maar wat in het wilde weg te toeteren. Daarom zie ik compositie liever als iets dat slechts geleidelijk concreet wordt, want het zijn de muzikanten die het uiteindelijk materialiseren. De compositie is in eerste instantie een onderling akkoord, een gegeven om vanuit te vertrekken. Maar de improvisatie moet op een boeiende manier in het verlengde van de compositie liggen, moet minstens zo coherent klinken alsof het geschreven muziek was."

Op Vooruit Geluid staan ze op dezelfde affiche naast een Cubaans dansorkest, een Syrisch ensemble met draaiende derwisjen en een klezmergroep uit New York. Hoe staan zij tegenover dit soort culturele openheid? Vandewalle: "Echte openheid zoals hier is heel interessant. Maar dat idee wordt ook vaak gerecupereerd. In Nederland heb ik zulke festivals meegemaakt: de avond werd geopend door een rapgroep, dan kwam er iemand Morton Feldman spelen, enzovoort. Geen samenhang, geen lucide gedachte. Maar dat soort dingen is vandaag wel helemaal in." Defoort: "Ik heb persoonlijk niet de behoefte om mij in te laten met muziek van de derde wereld. Ik heb nog meer dan genoeg om handen met het verwerken van wat ik ken uit de westerse muziek. Ik ben ook veel met het metier bezig, in de zin van: hoe kan ik origineel zijn met een beperkte set van gegevens? Gil Evans is een prachtig voorbeeld. Als arrangeur gebruikte hij dezelfde noten en standards als altijd, maar zo origineel, zo vindingrijk. Ik kom natuurlijk met uitheemse muziekvormen in contact, maar dan veeleer via mensen die er al iets van gemaakt hebben, bijvoorbeeld Fabrizio."

Cassol: "Tegenwoordig breken alle genres open: jazz, hedendaagse muziek... Overal onderzoekt men wat er elders gebeurt. Maar er is één man die in die evolutie ontzettend belangrijk geweest is en dat is Henri Pousseur. In de Luikse school van de jaren zeventig en tachtig vond men het normaal om dingen te combineren: elektro-akoestische muziek, improviseren, Bach, hedendaagse muziek, jazz met Jacques Pelzer, Steve Lacy of Anthony Braxton. Pousseur was een drijvende kracht daarin. Binnen een bepaald milieu van de hedendaagse muziek werd dat jammer genoeg niet ernstig genomen, omdat Pousseur de pure vorm van de hedendaagse muziek verwierp. Maar in werkelijkheid was hij een pionier, een van de eersten die de weg heeft durven bewandelen die we nu zo vanzelfsprekend vinden. Het hele werk van Aka Moon is erg schatplichtig aan hem."

Vooruit Geluid begint morgen met de première van Walcott Songs van Dirk Roofthooft en Henry Threadgill. Fabrizio Cassol concerteert diezelfde avond met Aka Moon en Doudou Ndiaye Rose. Daan Vandewalle speelt eerst solo en nadien met Fred Friths Tense Serenity op 4 mei. Kris Defoort stelt zijn Dreamtime voor op 6 mei (daags nadien in De Werf, Brugge). Vooruit, Gent (09/267.28.28).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234