Zaterdag 20/07/2019

Van Brussels ketje tot multimiljonair

Steven Spielberg wil het leven van miljardair uit de Marollen verfilmen

severin wunderman

Londen

Eigen berichtgeving

Nica Broucke

Hij is geboren in hartje Marollen en ging maar tot zijn veertiende naar school. Nu is Severin Wunderman (64), het creatieve en zakelijke brein achter de exclusieve Corum-horloges, multimiljonair en een verwoed kunstverzamelaar. In zijn residenties hangen werken van Rubens, Degas, David, Magritte, Cézanne, Toulouse Lautrec en andere groten. Met 3.700 stukken heeft hij de grootste Cocteau-collectie ter wereld. Maar het wonderlijkste aan deze excentrieke Wunderman is niet zijn indrukwekkende kunstcollectie, noch zijn obsessieve verzamelwoede voor negentiende-eeuwse trapbollen, wandelstokken en Victoriaanse tabaksdozen. Het is zijn opvallend levensverhaal dat leest als een spannend en glamoureus filmscenario.

Dat vindt ook Stephen Spielberg, die het leven van deze kleine joodse man met Belgische roots wil verfilmen. "Ik heb een figurantenrolletje gespeeld in Minority Report", zegt Wunderman, die De Morgen ontvangt in het pompeuze salon van zijn met antiquiteiten volgestouwde huis in Londen, "Spielberg is een goede vriend van me, we werken samen in de Shoah Foundation. Of ik ook meespeel in Kuifje? Neen, dat denk ik niet, hoewel ik mezelf wel als professor Zonnebloem zie. Ik ben niet echt geschikt om Haddock te vertolken", lacht hij. Wunderman is kaal en graatmager. "Ik ben vijftig kilo vermagerd", verklaart hij. "Het gevolg van longkanker. De dokters gaven me nog drie weken. Niemand wou me behandelen. Behalve dan die ene arts in Californië, die na een cheque van 5 miljoen dollar van gedacht veranderde. Men heeft een experimentele vorm van chemotherapie op me toegepast en ik heb het gehaald. 'Dokter', zei ik, 'per jaar dat ik blijf leven krijgt u 5 miljoen dollar extra.' Dat zijn er inmiddels bijna acht geworden... Geld is belangrijk, niemand kan neen zeggen tegen mij."

Hoe schopte een Brussels ketje het tot multimiljardair? "Ik heb heel veel geluk gehad en elke kans die zich voordeed met beide handen gegrepen", zegt Wunderman routineus, want eigenlijk wil hij het vooral over Corum hebben. "Ik heb mijn leven te danken aan père Bruno, die honderden joodse kinderen uit de handen van de nazi's heeft gered. Als jongetje van vier zat ik ondergedoken in een blindentehuis van de jezuïeten in Leuven. Ik was de enige die kon zien! Na de oorlog ben ik naar de Verenigde Staten getrokken, waar mijn zus, die twaalf jaar ouder was dan ik, woonde. Ik deed er allerlei klusjes, van krantenjongen tot parkeerwachter aan een bordeel. Het was een luxetent, de fooien waren dan ook navenant. Ik had allang door dat ik niet voor de schoolbanken gemaakt was...

"Ik ben toen naar België teruggekeerd om er te gaan boksen. Wist je dat ik nog Belgisch kampioen ben geweest? (In de archieven van de Belgische boksbond ontbreekt evenwel elk teken van Wunderman, NB) Toen mijn ouders stierven, ook zij hadden het geluk de holocaust te overleven, ben ik definitief naar Californië verhuisd. Ik heb nog even geprobeerd om mijn bokscarrière verder te zetten, maar na een verpletterende nederlaag wist ik dat ik andere dingen moest gaan doen in het leven."

Die 'andere' dingen werden - ook hier hielp het geluk een handje mee - horloges. Wunderman werd chauffeur van een horlogemaker. Toen de baas plots overleed, nam de ondernemende jongeman de zaak over. "Ik had een afspraak vast gekregen met de commercieel directeur van Gucci in New York om er te praten over de mogelijkheid om een deel van hun horloges te produceren."

De mare gaat (want bij Wunderman lopen feiten en fictie nogal eens door elkaar) dat de telefoon ging in het kantoor waar hij wachtte. Omdat er niemand anders aanwezig was, nam hij de hoorn op. Hij kreeg Aldo Gucci himself aan de lijn, die terstond in een Florentijnse colère uitbarstte. "Omdat ik net een vriendinnetje had uit de streek van Firenze, kon ik hem van repliek dienen", legt hij uit. Het Gucci-opperhoofd raakte gecharmeerd door het brio van de jonge Wunderman. "Aldo werd mijn leermeester, mijn vriend, mijn mentor", zegt hij. Om een lang verhaal kort te maken: Wunderman kreeg de exclusieve franchise van Gucci Timepieces en maakte er een fenomenaal succes van.

De miljoenen stroomden binnen, geld waarmee Wunderman onder meer een kasteel in Frankrijk, "Het voormalige jachthuis van François I", zegt hij trots, en optrekjes in New York, Londen, Los Angeles en Parijs kocht. "Niet in Brussel, een foeilelijke stad", vindt hij. Alsook een privé-jet om comfortabel van de ene naar de andere plek en van de ene naar de andere vrouw (Wunderman trouwde vijf keer) te vliegen.

In 1997, zeven jaar na het overlijden van Aldo Gucci, kocht Gucci de franchise terug voor het astronomische bedrag van 150 miljoen dollar. Een normale mens zou rustig gaan rentenieren, maar Wunderman niet. Hij nam het Zwitserse Corum over en maakte van het merk een must-have voor de rich and the famous, inclusief de presidenten van Amerika, die bij hun aantreden een gouden dollar horloge krijgen. "Clinton is de enige die hem nooit droeg", zegt Wunderman spijtig. "Het is anders prima en gratis reclame."

"Ik bezit de rechten op het levensverhaal van Aldo", antwoordt hij op de vraag hoe hij Spielberg leerde kennen. "Ik vroeg Steven of hij geïnteresseerd was om het te verfilmen. Maar toen hij beetje bij beetje over mijn verleden hoorde, zei hij dat hij een film over mijn leven wilde maken." Concrete filmplannen zijn er nog niet, maar Wunderman weet wel al wie zijn personage moet vertolken. "Mijn goede vriend Ben Kingsley, natuurlijk. We lijken heel erg op elkaar."

Wanneer we later de andere kamers van zijn residentie The Vale bezoeken, wijst Wunderman naar een schilderijtje van Magritte: "Geërfd van mijn vader", zegt hij, "Speelschuld. Hij ging vaak met Magritte schaken in het Café de la Bourse in Brussel, maar hij was een veel betere speler."

Hoe is hij bij Jean Cocteau terechtgekomen? "Ik heb Edouard Dermit, zijn partner en geadopteerde zoon, goed gekend. Via hem heb ik een en ander gekocht." In de catalogus van de recente, grote Cocteau-retrospectieve in het Centre Pompidou in Parijs is nochtans geen spoor van Wunderman te bekennen. "Niet één werk hebben ze van mij gekregen", repliceert hij bits. "Ik wil niets te maken hebben met Pierre Bergé van het Comité Jean Cocteau. Meer wil ik daarover niet zeggen. Ik wou mijn collectie aan het museum in Menton te schenken, maar na een ontmoeting met Jack Lang, ook zo'n vreselijke man, heb ik mijn mening herzien." En zo komt het dat een omvangrijk deel van de grootste verzameling van Cocteaus ter wereld zich in het universiteitsmuseum van Austin in Texas bevindt. Een cadeau van de Wunderman Foundation.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden