Vrijdag 30/10/2020

Van Brits sekssymbool tot Thatcher zonder handtas

Als iemand bewijst dat toppolitiek het aftakelingsproces versnelt, dan wel Tony Blair. En niet enkel uiterlijk. Was Blair in 1997 nog een soort van jonge god, de verpersoonlijking van Cool Britannia, dan ging hij mettertijd steeds meer lijken op een Thatcher zonder handtas.

Door Fabian Lefevere

Londen l Tien jaar geleden frequenteerde Blair mensen als de wispelturige Noel Gallagher, nu prefereert hij - godbetert - sir Cliff Richard. Na tien jaar aan de macht is Blair niet de historische figuur die hij wilde worden.

In één ding is Anthony Charles Lynton Blair niet minder dan uitzonderlijk. Als een van de weinige Britse premiers mag hij zelf zijn tijdstip van vertrek kiezen. Het was zelfs Margaret Thatcher niet vergund. Haar tranen verbijtend kondigde zij in 1990 haar ontslag aan, nadat het debacle van de 'poll tax' haar partij onder stoom gezet had. Maar dit had ze tenminste voor op Tony Blair bij haar afscheid: Thatcher bleef populair onder miljoenen Britten. Van Teflon Tony gleed crisis na crisis af, maar hij kan niet ontkomen aan de metaalmoeheid van zijn land én van zijn partij.

Het is haast een politiek dogma: wie lang aan de macht is, wordt door een verveelde kiezer weggehoond. Het overkwam Kok in Nederland, Schröder in Duitsland, Chirac in Frankrijk en straks misschien Guy Verhofstadt. Maar zeker voor Blair, de jongste premier sinds Lord Liverpool in 1812, dreigt een afscheid met pek en veren. Voor hem geldt immers de verzwarende omstandigheid dat hij het Verenigd Koninkrijk tegen zijn zin in de oorlog in Irak stortte.

Een leider moet leiden, meent Blair, desnoods tegen de publieke opinie in. Maar zijn legendarische overtuigingskracht volstond niet om het land achter zich te krijgen. Bij zijn vertrek uit Downing Street dreigt de Irakoorlog zijn palmares als premier te ondergraven. Zes (6) procent van de Britten vindt Blair nog betrouwbaar als leider.

Dat is ooit anders geweest. Toen Blair in 1997 Labour aan de macht bracht, na de frigide jaren van Thatcher en de uit bordkarton opgetrokken John Major, spoelde een golf van zelfvertrouwen over het Verenigd Koninkrijk. Dat waren de hoogdagen van de britpop, en het jaar na het Europees kampioenschap van 1996 - het EK waarop football's coming home. Blair was niet minder dan een politiek sekssymbool, en Blairs spinmeisters lieten geen gelegenheid onbenut om dat imago aan te dikken. Gretig werden de foto's verspreid van Blair als gitarist van de voorts onbeduidende rockgroep The Ugly Rumours. Noel Gallagher en Ralph Fiennes kwamen op de thee en de buitenlandse leiders van hun kant, onder wie ook Guy Verhofstadt, schoven in die eerste jaren gretig aan om op Downing Street ontvangen te worden. De derde weg was een begrip, dat in heel Europa geëxporteerd werd. En Blair zelf, die maakte zich onsterfelijk in de publieke opinie met zijn serene reactie op de dood van prinses Diana.

Vele jaren later, toen er al behoorlijk wat sleet zat op Blairs reputatie, stelde een journalist hem de vraag of hij als jongeman tevreden zou zijn geweest over de oudere premier. Blimey, antwoordde hij in very received pronunciation. Waarop een onthutsend "waarschijnlijk niet" volgde. Dat was toen al de Blair die de ziekenhuizen wilde privatiseren, die het schoolgeld omhoog trok, die een keiharde asielkoers voer, wet en orde predikte, overal in de Britse stadscentra camera's had laten installeren, die de kloof tussen rijk en arm zag groeien en politieke spin tot een kunstvorm verhief. "Naarmate je ouder wordt", zei Blair, "matigt een mens zijn denkbeelden." Van een jonge beeldenstormer veranderde Blair geleidelijk aan in een conservatieve staatsman. Neoconservatief zelfs, volgens sommigen.

Met die neoconservatieven heeft Blair alvast zijn christelijke overtuiging gemeen. Naar Amerikaans voorbeeld wilde de premier ooit zelfs zijn State of the Union beginnen met 'God Bless', tot zijn almachtige media-adviseur Alastair Campbell dat afblokte met de melding dat de Britse regering niet aan God doet. Maar de verhalen bleven komen, zoals dat bij de start van de Amerikaans-Britse invasie in Irak, toen Blair samen met Bush tot de allerhoogste zou hebben gebeden. Dat werd achteraf ontkend door zijn entourage maar hoe dan ook put Blair uit zijn religiositeit het onwrikbare geloof in humanitaire interventies.

En net dat bezoedelt de nagedachtenis aan Tony Blair. Die zal opgehangen worden aan Irak, een van de meer bedenkelijke episodes uit de Britse geschiedenis, aan de zelfmoord van wapeninspecteur David Kelly, aan zijn poedelbaasje-verhouding met George W. Bush of aan de niet gevonden massavernietigingswapens in Irak.

Misschien dat toekomstige historici iets milder zullen oordelen over zijn plaats in de geschiedenis, maar voorlopig stellen die bijzondere flaters elke binnenlandse hervorming van drie regeringen-Blair in de schaduw. Dat gaat ver, zeker in het buitenland waar de figuur van Blair de voorbije jaren herleid werd tot dienaar van een oorlogszuchtige Bush. Toen de Franse presidentskandidate Ségolène Royal het aandurfde Blairs derde weg te roemen, kreeg ze meteen weldenkend links over zich heen.

Maar de binnenlandse werken van Tony Blair zijn niet allemaal kommer en kwel. Daarom: een bloemlezing. De misdaadcijfers zakten met 35 procent tegenover 1997, het jaar van zijn aantreden. Het budget van de (gratis) nationale ziekenzorg steeg van 34 miljard pond (50 miljard euro) in 1997 naar 94 miljard pond (138 miljard euro) nu. Er kwamen 20.000 artsen en 70.000 verpleegsters bij; 384.000 Britten verdwenen van de wachtlijsten. De economische groei schommelde onveranderlijk tussen de 2 en 3 procent en vorige week was één pond exact twee dollar waard.

En dan was er nog de kwestie Noord-Ierland. Toen Blair in Noord-Ierland aankondigde dat hij de hand van de geschiedenis op zijn schouder voelde, klonk dat best wel pathetisch. Maar inmiddels zetelen het Sinn Féin van Gerry Adams en de DUP van Ian Paisley in een en dezelfde regering.

Dat die objectieve vaststellingen door Blairs tegenstanders te vaak en te makkelijk over het hoofd gezien worden, zal ook te maken hebben met de ontgoocheling over niet ingeloste verwachtingen. Blair gold in 1997 als een icoon van een nieuw socialisme, die het linkse denken over sociale herverdeling zou kunnen verzoenen met de vrije markt. Dat was bij aanvang al een vergissing: de derde weg steunde altijd veel meer op activering van de werklozen dan op uitkeringen en geleidelijk aan groeide de kloof tussen rijk en arm in het Groot-Brittannië van Blair en Brown. Dat is extra pijnlijk in een land waar de economische conjunctuur hoge toppen scheert.

Door Blairs carrière heen was er overigens altijd sprake van een geval van mistaken identity. Blair is nimmer of nooit de voortrekker van een neosocialistische revival geweest die hij in de perceptie misschien wel was. Illustratief is de anekdote over het begin van Blairs politieke loopbaan. Toen hij als jong parlementslid wat beduusd zijn weg probeerde te vinden in Westminster kreeg hij een schouderklopje van zijn zeer eerbiedwaardige en zeer conservatieve collega Edward du Cann, tien jaar daarvoor al voorzitter van de Tory's. Die zag in de afgeborstelde verschijning een beginnend partijgenoot.

Toegegeven, Blair had tijdens zijn loopbaan als premier de politieke omstandigheden wat tegen. Elf van de vijftien regeringen in de toenmalige EU kleurden tijdens zijn eerste ambtsperiode op een of andere manier rood. Maar 11 september sloeg die droom al snel aan diggelen. Rechtse thema's als migratie en veiligheid gingen de agenda beheersen. Blair claimde in zijn derde termijn zelfs de term fatsoen, en werd daar ook voor geridiculiseerd. Maar een conservatieve reflex is kennelijk de enige manier om te overleven. Kijk naar Blairs laatste opvolgers op het continent: Ségolène Royal, Wouter Bos en op een lager niveau zelfs Patrick Janssens. Ook zij overleven door traditioneel rechtse thema's te claimen en door zonder al te veel schroom over normen en waarden te praten.

Het probleem van Bos en Royal is ook dat van Blair. Hun politiek leek altijd meer gebaseerd op marktanalyse dan op een doorwrochte ideologie. U vraagt, wij draaien. Blair weigerde een leven lang zichzelf een socialist te noemen en weigerde halsstarrig het publiek van hem te vervreemden. Dan is het op zijn minst ironisch dat die ene keer dat hij dat wel deed, de Irakcrisis, hem de greep over de politieke agenda deed verliezen en zijn overlevingsinstinct hem in de steek liet. Wat hij achterlaat, is een verdeeld land en een verdeelde partij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234