Zondag 25/08/2019

Zeno

Van Bart De Wever tot Herman Brusselmans: waarom de linkse consensus zo zwaar onder vuur ligt

Beeld belga/jesse williams

Van Bart De Wever tot Herman Brusselmans: aan alle kanten van het politieke spectrum wordt genadeloos ingehakt op klassieke linkse dogma's. Die opinie-oorlog tussen links en rechts sluit een tijdperk af dat begon in mei '68.

Er loopt een knalrode draad tussen drie recente gebeurtenissen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben: een column van Herman Brusselmans in Humo, een uithaal van Vlaams minister-president Geert Bourgeois naar de VRT-nieuwsdienst en een column van N-VA-woordvoerder Joachim Pohlmann in deze krant.

Laten we met die laatste beginnen. Pohlmann is niet alleen de rechterhand van Bart De Wever, maar in zekere zin ook diens rechterhersenhelft. Hij beheert de debatfiches van de partij, schrijft de speeches van de voorzitter en hield de voorbije jaren mee de pen vast toen De Wever zélf nog een column schreef. Een dikke week geleden liet Pohlmann in zijn eigen column weten dat hij een ideeënstrijd wil ontketenen, onder meer met zijn tweede roman, Een unie van het eigen, die pas verscheen - overdag doet Pohlmann aan politiek, 's nachts schrijft hij romans.

"Ideeën bepalen hoe wij de werkelijkheid zien", luidde het in die column. "En ideeën kunnen veranderen, waardoor ook de interpretaties van die werkelijkheid kunnen veranderen." Hij gaf meteen een voorbeeld: "De manier waarop wij nu naar de islam kijken, verschilt grondig van hoe we er twintig jaar geleden tegenover stonden. Toch zal de aard van de islam in die tijd niet fundamenteel gewijzigd zijn. Wat wijzigde, zijn onze ideeën over de islam."

De uithaal van de Vlaamse minister-president naar de VRT-nieuwsdienst was een kleine veldslag in die ideeënstrijd waar Pohlmann het over heeft. Geert Bourgeois vond dat Het journaal had moeten laten zien wat er in Molenbeek gebeurde na de arrestatie van Salah Abdeslam. "Er troepten spontaan tweehonderd jongeren van allochtone origine samen om onze politie met stenen en flessen te bekogelen", zei hij diezelfde avond tijdens een speech voor een internationaal publiek in Brussel. "Ik vind dat een schrikwekkend beeld en ik betreur het dat de VRT dat niet heeft getoond."

Los van de vraag of zijn uitspraak gepast was (moet een openbare nieuwsdienst de minister niet kapittelen in plaats van omgekeerd?), gaf Bourgeois wel een perfect voorbeeld van de stelling van Pohlmann, dat ideeën bepalen hoe wij de werkelijkheid zien. Tot vandaag bestaat er felle discussie over wat er die dag werkelijk is gebeurd in Molenbeek: om hoeveel jongeren het precies ging en hoeveel onder hen al dan niet met stenen gooiden. Wat de ene "een gespannen sfeer" noemt, waren voor de andere regelrechte "rellen".

Beeld belga

Weg met oogkleppen

En dan was er nog die column van Herman Brusselmans in Humo, die - zoals dat heet - viraal ging en vooral door de rechterflank op Twitter gretig werd gedeeld. Onder de titel 'Wij van links' veegde de Gentse schrijver zwierig de vloer aan met alle politiek correcte clichés die over moslims de ronde doen: "Wij van links vinden dat de moslims hier niet goed behandeld worden, dat ze gediscrimineerd worden, dat ze te weinig rechten hebben en te veel plichten, en dat ze beschouwd worden als derderangsburgers. En alles wat fout gaat met de moslims in dit vermaledijde Westen is onze eigen schuld. (...) Ja, alle onheil dat ons wordt aangedaan, moeten we op ons eigen conto schrijven, zo verzekeren wij van links de hele wereld. Je moet degenen die we nooit genoeg hebben gepamperd en geknuffeld en bewonderd, toch zeker de kans geven om ons naar de kloten te helpen? Dat is godverdomme het recht van die arme dompelaars!"

Ook Brusselmans heeft vandaag blijkbaar andere ideeën dan gisteren, en kijkt daardoor op een iets andere manier naar de werkelijkheid.
Een beetje zoals Einstein dat ooit deed - en nee, die vergelijking is niet eens zo verschrikkelijk ironisch bedoeld.

Die vergelijking van Brusselmans met Albert Einstein vloeit voort uit een opmerking die N-VA-kopstuk Siegfried Bracke vorige zaterdag maakte bij de voorstelling van de roman van Joachim Pohlmann. "Dit is een paradigmashift", sprak de Kamervoorzitter plechtig - waarmee hij een nodeloos moeilijke, maar erg geschikte term gebruikte om aan te geven dat mensen zoals Pohlmann onze visie op de wereld fundamenteel veranderen. Zoals Einstein het wereldbeeld van Newton verving door een totaal andere kijk op de kosmos, zo doen schrijvers als Pohlmann en Brusselmans ons idee van de samenleving helemaal kantelen. Het is alsof ze ons een andere bril opzetten.

Zo'n paradigmashift voltrekt zich niet van vandaag op morgen. In de exacte wetenschap heb je daar harde bewijzen voor nodig: experimenten of waarnemingen die het nieuwe paradigma bevestigen, zoals dat met de relativiteitstheorie van Einstein gebeurde. In het maatschappelijk debat verloopt dat anders, meer bepaald langs de weg van de culturele hegemonie - een andere nodeloos moeilijke term die in de jaren 20 van de vorige eeuw werd bedacht door de Italiaanse communist Antonio Gramsci. In zijn column over die culturele ideeënstrijd verwees Pohlmann dan ook naar hem. "Het is tijd voor een gramsciaanse guerrilla", schreef hij. "Morgen begin ik eraan."

Gramsci werkte zijn politieke theorie uit terwijl hij, als tegenstander van het fascistische regime van Benito Mussolini, tien jaar in de gevangenis zat. Hij was een communist, maar geen marxist: de sociaal-economische verhoudingen in de samenleving bepaalden volgens Gramsci niet alles. Hij zag de kracht en impact die ideeën op een samenleving kunnen hebben. Sterker nog: vóór een groep de macht kan grijpen, schreef Gramsci in zijn gevangenisschriftjes, moet ze eerst het maatschappelijk debat naar haar hand zetten - vandaar de term "culturele hegemonie", oftewel: cultureel overwicht. Wie de macht wil, moet het debat domineren, moet de toon zetten van de politieke discussies.

Dat is wat vandaag gebeurt. Pohlmann, Bourgeois en Brusselmans, en vele anderen met hen, hakken in op wat zij beschouwen als een foute vorm van politieke correctheid. Ze willen dat iedereen eens op een andere manier naar de wereld kijkt. Ze willen dat we moslims niet langer zien als onderdrukte slachtoffers, en die jongeren in Molenbeek niet langer als onschuldige deugnieten. Ze willen dat iedereen de wereld ziet zoals hij is, of toch: zoals zij hem zien. Ze willen een nieuwe elitaire consensus, zoals zij dat noemen. Zonder linkse oogkleppen.

Die vermeende oogkleppen dateren van bijna vijftig jaar geleden. Dat schrijft Pohlmann ook, dat de culturele consensus waartegen hij ten strijde wil trekken, zijn voltooiing bereikte bij de opstand van mei '68. Sindsdien is de wereld omzeggens om zeep. "We geloven in niets meer", vindt Pohlmann. "Het enige ideaal dat we nog schijnen te delen, is de rancune tegenover onze eigen traditie. Al het onheil in de wereld lijkt wel uit Europa voort te komen. We laten ons een schuldgevoel aanpraten, en capituleren."

Beeld Jesse Williams

Verover de geesten

In mei '68 vloeide iets minder bloed dan in 1789, maar toch vergelijken conservatieve denkers de revolte in de sixties graag met de Franse Revolutie. In beide gevallen werd de gevestigde orde grondig gesloopt en vervangen door een utopische droom van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. De soixante-huitards wilden komaf maken met autoriteit en onderdrukking, met het militair-industrieel complex, met kerk en kapitaal. De seksuele bevrijding greep gulzig om zich heen, minderheden moesten zich kunnen emanciperen en met de verbeelding aan de macht lag wereldvrede binnen handbereik. Zowel de milieubeweging als de tweede feministische golf ontsproot uit de naweeën van mei '68.

Zelfs de rechterzijde raakte in de ban van de ideeën die het debat toen domineerden: het was de Republikeinse president Richard Nixon die in de Verenigde Staten als eerste de positieve discriminatie van minderheden op de agenda zette. Aan de Amerikaanse universiteiten doemde ook het fenomeen op dat we kennen als politieke correctheid. Aanvankelijk ging het om een vorm van etiquette, een stroomlijning van de omgangsvormen: zwarten werden voortaan Afro-Amerikanen genoemd en een jongen die een meisje wilde kussen, moest haar expliciete toestemming vragen, anders was hij een halve verkrachter. Gaandeweg werd die politieke correctheid een paradigma, een verzameling klassiek linkse ideeën over de manier waarop de werkelijkheid in elkaar zit. Die waren gesteund op een geloof in de mens en een harmonieuze samenleving.

In die tijdgeest, vijftig jaar geleden, arriveerden de eerste gastarbeiders in Europa. De multiculturele samenleving die zo ontstond, stelde die utopie van harmonie danig op de proef. De soixante-huitards bleven geloven dat die veelheid aan culturen een verrijking betekende, maar rechts begon daar stelselmatig op in te beuken. Vooral extreemrechts, natuurlijk. Filip Dewinter en zijn troepen van het Vlaams Blok begonnen al in de jaren 80 met een culturele guerrilla tegen de consensus op links.

Ze deden dat volgens de recepten van, jawel, Antonio Gramsci. "Ik ben een koele minnaar van Gramsci, net omdát hij een communist was", zei Dewinter in 2009 in Knack. "Maar de methodiek die hij aanprees, is de juiste. Je moet eerst de geesten veroveren vooraleer je politiek kunt scoren. In dat opzicht hebben wij het cordon sanitaire al honderdduizend keer doorbroken. Wij hebben de geesten zodanig beïnvloed dat onze ideeën ongemerkt zijn doorgesijpeld in de samenleving. Veel mensen hangen ons ideeëngoed aan en kopiëren onze taal, vaak zelfs zonder het te beseffen. Dat zijn onze beste propagandisten."

Dewinter heeft volkomen gelijk. Toen zijn partij begon te roepen dat de multiculturele samenleving een drama is, keek iedereen gegeneerd weg. Vandaag hoor je er niet meer bij als je de multiculturele samenleving géén drama vindt - van de Nederlandse socialist Paul Scheffer tot de Duitse christendemocraat Angela Merkel: ook in onze buurlanden is pessimisme over de leefbaarheid van diversiteit de norm geworden. In harmonie gelooft haast niemand nog.

Toch slaagde het Vlaams Blok er niet in de politiek correcte consensus te vervangen. De andere partijen liepen extreemrechts stiekem wel een beetje achterna, maar officieel bleven ze hun hooggestemde idealen verdedigen. Het Vlaams Blok zat opgesloten in het cordon, dus dat culturele overwicht van Gramsci lag nét buiten hun bereik.

De eenzame conservatief

En toen was daar ineens Bart De Wever, een Vlaams-nationalistische intellectueel die zich had aangesloten bij de N-VA van Geert Bourgeois. In 2003 deed hij voor het eerst van zich horen met een essay in De Standaard, over zijn filosofische voorbeeld Edmund Burke, in 1789 dé grote criticus van de Franse Revolutie. "Geen politicus in Vlaanderen die zich conservatief noemt", schreef De Wever. "Een hardnekkige karakterstoornis, die me in de ogen van velen allicht tot een arrogant en irritant kereltje maakt, geeft me alleen daarom al zin om het predikaat 'conservatief' enthousiast te aanvaarden als geuzennaam. Al was het maar als loutere provocatie van het politiek correct denkende establishment waaraan ik een gloeiende hekel heb."

De Wever kende Gramsci uiteraard ook. Hij schreef toen al wat zijn woordvoerder Pohlmann in die column acht dagen geleden verkondigde. "Wie zijn ideeën wil verkopen, moet proberen zijn politiek taalgebruik op te leggen aan de tegenstander", luidde het in zijn essay. "Dat doe je niet door termen te hanteren die je onmiddellijk in het defensief duwen. De uitnodiging van De Standaard om een stuk te plegen over de betekenis van een filosoof voor je eigen denken en doen, geeft echter de welkome gelegenheid om het onbegonnen werk toch te beginnen. Edmund Burke wordt immers algemeen beschouwd als de aartsvader van het moderne conservatisme."

De Wever heeft ondertussen twee rekeningen vereffend: die met extreemrechts, dat volgens hem het Vlaams-nationalisme had bezoedeld; en die met het socialisme, dat volgens hem vooral andermans geld langs ramen en deuren naar buiten gooit. Van die stelling heeft hij de inzet van het debat gemaakt, en zo heeft hij de macht kunnen grijpen. Dat is goed nieuws voor zijn woordvoerder: Pohlmann hoeft zich de komende jaren niet echt moe te maken met die gramsciaanse guerrilla. De strijd om het culturele overwicht is grotendeels gestreden. De klus is geklaard.

Was het tien jaar geleden voor De Wever nog gedurfd om zich conservatief te noemen, dan is het vandaag veeleer riskant om je nog als links-progressief te profileren. Zeker na de aanslagen en de doorbraak van het islamitisch radicalisme staat klassiek links vandaag te boek als een beetje naïef en gevaarlijk. Was het onder druk van extreemrechts vroeger al zo moeilijk om over racisme en discriminatie te beginnen, dan is dat vandaag onmogelijk geworden. Ziedaar de paradigmashift die zich heeft voltrokken: radicalisering heeft niets met achterstelling te maken, het is een cultureel en religieus probleem.

Ook op andere gebieden domineert de liberaal-conservatieve agenda, van fiscaliteit tot integratie. De overheid moet afslanken. Nieuwkomers moeten inburgeren. Geen rechten zonder plichten. Weg met het slachtofferschap. Orde, tucht en gezag boven alles. Wat steeds meer burgers vandaag vanzelfsprekend vinden, was voor de soixante-huitards ronduit verwerpelijk. Een beetje kort door de bocht: het is dáártegen dat zij destijds al die barricades opwierpen. Ze hebben geen halve eeuw standgehouden.

Beeld belga
Beeld rv
Beeld photo_news

De overval op links

Wat voor religies geldt, gaat ook op voor politieke ideologie: het zijn de bekeerlingen die dikwijls het felst tekeergaan. Neem nu Wim van Rooy, auteur van Waarover men niet spreekt, een lijvig schotschrift tegen de islam. "Ik ben een soixante-huitard en een oude hippie", vertelde hij onlangs in Knack. "Ik werkte mee aan het weekblad Links, de spreekbuis van de linkervleugel van de toenmalige SP. De omslag is er gekomen via mijn kinderen. Ze gingen naar school in het stedelijk lyceum en kwamen met verhalen thuis over het vervelende gedrag van de Marokkaanse kinderen op hun school. Ik ging daar als ouder tegenin: ze moesten dat begrijpen, want die kinderen hadden een andere achtergrond en cultuur enzovoort.

"Alleen bleven ze maar nieuwe verhalen vertellen, en ik hoorde hetzelfde van hun leerkrachten. Toen ben ik me in de islamcultuur gaan verdiepen. Ik heb Arabisch gestudeerd, begon Arabische kranten te lezen en sprak met veel moslims hier. Dat heeft mijn ogen geopend voor het gevaar van de islam."

De bekering van Van Rooy doet denken aan die van Luckas Vander Taelen en Herman Brusselmans - ook linkse denkers die ergens onderweg van hun paard gevallen zijn en daaraan een nieuwe kijk op de wereld, een nieuw paradigma, hebben overgehouden. Bekeerlingen worden ook altijd met open armen ontvangen. Zo toonde oud-journalist Mia Doornaert zich vorige week in De Standaard zeer verheugd over wat zij "een even hilarisch als pertinent" citaat uit de column van Brusselmans noemde: "Je moet degenen die we nooit genoeg hebben gepamperd en geknuffeld en bewonderd toch zeker de kans geven om ons naar de kloten te helpen?"

Nadat ze de Franse filosoof Albert Camus nog had geciteerd ("De zaken fout benoemen draagt bij tot het verdriet van de wereld"), schreef Doornaert: "Een van de manieren om zaken fout te benoemen, is ze doodzwijgen. Dat is een oude traditie van de linkerzijde. Je moest zwijgen over de misdaden van het communisme om 'rechts' niet in de kaart te spelen, over het tirannieke karakter van sommige onafhankelijkheidsbewegingen om het 'kolonialisme' niet in de kaart te spelen enzovoort. Nu is het de beurt aan de islam. (...) Als je je verstand op nul moet zetten voor de 'goede zaak', dan schort er iets aan die zaak, en dat merken de mensen wel."

Linkse denkers die overlopen naar rechts doen dat naar eigen zeggen doorgaans omdat de feiten hen daartoe dwongen. De ideeën die ze er jarenlang op na hielden, begonnen ineens te botsen met de weerbarstige werkelijkheid. Bekeringen van rechts naar links komen veel minder vaak voor: hoe ouder men wordt, hoe rechtser en conservatiever - sociaal psychologen zullen zeggen dat die evolutie begrijpelijk is, omdat pessimisme, angst en onzekerheid toenemen met de leeftijd. De rechts-conservatief heeft een iets minder rooskleurig mensbeeld dan wie links-progressief is. Niet onterecht, vaak.

Er bestaat een schitterende boutade om bekeerlingen zoals Van Rooy, Brusselmans en Vander Taelen te beschrijven. Ze werd bedacht door wijlen Irving Kristol, de vader van het Amerikaanse neoconservatisme. Een neoconservatief, zei hij ooit, is een progressief iemand die werd overvallen door de werkelijkheid: "A neoconservative is a liberal who has been mugged by reality."

Democratie in Irak

Het is jammer en eigenaardig dat Kristol in Vlaanderen niet meer bekendheid geniet. Hij helpt ons bij een beter begrip van de ideeënstrijd die vandaag bij ons woedt. Kristol was de intellectuele speerpunt van een beweging van oud-soixante-huitards die de erfenis van mei '68 in de vuilnisbak hadden gekieperd en een nieuw project voor de Verenigde Staten uittekende. Hij was verbonden aan de denktank American Enterprise Institute, en had een grote invloed op verschillende figuren in de entourage van voormalig president George W. Bush. Zijn politieke ideeën en strategie sluiten nauw aan bij de ideologische guerrilla die mensen zoals Pohlmann en De Wever bij ons voeren en hebben gevoerd.

Tussen haakjes: in zijn zoektocht naar wat intellectuele geloofwaardigheid heeft Vlaams Belanger Gerolf Annemans ooit weleens toenadering gezocht tot neoconservatieve denktanks zoals het American Enterprise Institute. Hij deed dat via Paul Belien, schrijver en echtgenoot van Alexandra Colen, die uitstekende contacten heeft in die kringen. Een van de Europese denkers die het Amerikaanse neoconservatisme de voorbije jaren aantrok, is overigens de Nederlandse Ayaan Hirsi Ali, bekend om haar islamkritiek.

Het wedervaren van de Amerikaanse neocons is leerzaam omdat het zo tragisch is. Kristol en de zijnen wilden afrekenen met de grote, wereldverbeterende utopieën uit de jaren 60. Utopieën zijn gevaarlijk, omdat de mens nu eenmaal een gebrekkig wezen is, in staat om met grote ideeën veel onheil te veroorzaken - kijk maar naar het fascisme en het communisme. De conservatieve houding is die van de voorzichtigheid. En toch wil de ironie van de geschiedenis dat het net die neoconservatieven waren die in maart 2003 dachten dat ze met bommen en tanks in Irak en daarna in de rest van het Midden-Oosten wel eventjes de democratie zouden installeren. Van een utopie gesproken.

Vandaag weten we ook dat die inval in Irak, en de chaotische nasleep ervan, de wereld pas echt in brand heeft gestoken. En dat de IS-terreur mede daardoor een vruchtbare voedingsbodem heeft gevonden - al zal Pohlmann zich tegen die analyse wellicht verzetten, want daarmee geven "we" "onszelf" de schuld. Het is dan ook wachten op de vólgende paradigmashift voor iedereen ook die werkelijkheid helder onder ogen wil zien. Over een jaar of vijftig, of zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden