Woensdag 20/01/2021

Van barricade naar bosspel en terug

De leden van de Katholieke Studentenactie ergerden zich de voorbije weken blauw aan het etiket van 'brave borsten' dat ze naar aanleiding van hun open brief aan kerk en maatschappij opgekleefd kregen. De KSA (nu KSJ-KSA-VKSJ) heeft immers een roerige evolutie achter de rug: van leger voor Christus Koning via contestatiegroep naar een jeugdbeweging met een blijvende drang naar engagement.

Marijke Libert

foto's filip claus

'Elke jeugdbeweging is een afspiegeling van de generatie die haar schraagt. Dat zien we ook bij de KSA: in de jaren dertig Vlaamsgezind, in de jaren zestig maatschappijkritisch en in de jaren zeventig zwenkend naar ideologisch links. Sinds de jaren tachtig is dat recalcitrante gesmoord en komt de KSA tot een synthese van wat ik de vruchtbare spanningen uit het verleden noem." Professor Louis Vos, historicus aan de K.U. Leuven, heeft zich de voorbij dertig jaar gespecialiseerd in de geschiedenis van de jeugdbeweging. Hijzelf stak ook verscheidene jaren in korte broek en das. "Het was toen nog een periode van keuzes maken tussen bosspel doen en op de barricades staan voor de goede zaak."

Dat KSA'ers dat brave imago blijven tornen, heeft met hun oorsprong te maken. De beweging was gepusht door de Vlaamse bisschoppen, die de KSA als een soort vijfde kolonne zagen ter verkondiging van de Blijde Boodschap. Maar uitgerekend die kerk heeft aan de KSA niet altijd de beste herinneringen overgehouden. Of was het omgekeerd?

September 1931. Het was in de tijd dat niet op kamp maar op bedevaart werd gegaan. Naar Rome. Zeshonderd KSA'ers schraapten de moed en de centen bijeen en voeren naar Italië. In hun rugzak een kelk, een cadeautje voor Pius XI, en de West-Vlaamse gouwvlag die wachtte op besprenkeling met het pauselijke wijwater. Wat het hoogtepunt van het jaar moest worden, eindigde in een ontgoocheling. Na het 'Evviva Pio' mochten ze de vlag strijken, de kelk weer opbergen en de hoofden buigen. "U bent hier zonder vos frères wallons", galmde het door de audiëntieruimte, "en waar zaten jullie op het congres van de Jeunesse Catholique Belge?" Na de apostolische zegen mochten ze vertrekken. 'Met betraande ogen en neerslachtige gezichten', zo staat in de verslagen van toen te lezen. Sommigen werden zelfs opstandig, maar 's avonds troostte een proost zijn heir met de woorden: "Wij gaven aan de Heilige Vader deze kelk, die ledig was. Thans is ze vol. Wij danken de Heilige Vader dat hij ze volschonk." Door de afwijzing als offer voor te stellen, kon hij de sfeer ombuigen. Het antwoord klonk als uit één mond: "Evviva Pio".

Louis Vos: "Dat illustreert wat er met de KSA van toen aan de hand was. Zes jaar eerder was de voorloper van de KSA, het AKVS (Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond) door de kerk veroordeeld wegens zijn uitgesproken Vlaams-nationalisme. Met wat pijn in het hart had de KSA zich tot de Katholieke Actie bekeerd die door Pius XI was gelanceerd om van de jeugd 'kleine soldaten van Jezus en van de paus' te maken. Christus moest weer heersen over straten en pleinen, op school en in het gezin, zo luidde het.

In België hadden de Waalse broeders meteen gereageerd, de Vlamingen volgden later. Nationaal ontstond er, onder druk van de bisschoppen, een koepel Katholieke Actie en van daaruit werden op termijn subtroepen uitgebouwd. Kardinaal Cardijn bijvoorbeeld kreeg de arbeidende jeugd (de KAJ), en de studenten (universitairen, oudere collegestudenten) vonden elkaar in die KSA, waarvoor mensen moesten worden losgeweekt uit het AKVS. Het AKVS was van Vlaamsgezind naar anti-Belgisch geëvolueerd, en dat werd verworpen door de kerkelijke hiërarchie.

Louis Vos: "Die Katholieke Actie werd echter in de diverse provincies anders geconcipieerd. In West-Vlaanderen wou men meteen zuiver kerkelijk strijdend zijn, in Gent en Luik koos men voor én kerkelijk én Vlaams strijdend."

Die Rome-bedevaart van 1931 lag op het snijpunt van die spanningsvelden, waar dat Vlaamse door sommigen nog meegenomen was en bij anderen al verlaten. Maar het was natuurlijk wel een grote vernedering wat in Rome gebeurde. Het was ook een typisch Vlaams gegeven, dat tot de orde roepen. In andere landen verliep de oprichting van de Katholieke Actie-beweging rimpelloos.

Het bleef lange tijd rumoerig binnen de KSA, en dat tot groot ongenoegen van de bisschoppen in bepaalde gouwen. Vos: "Zij wilden dat de jeugdbewegingen voor de massa jongeren een beschermend klimaat creëerden waarbinnen ze niet werden blootgesteld aan ongecontroleerde invloeden, bijvoorbeeld van politici of ideologieën. Het enige wat telde, was de weg bereiden voor Christus Koning. Katholieke actievoerders, en dus ook studenten, moesten de nieuwe evangelisten worden. Laten we stellen dat de huidige mormonen die op de fiets rondrijden en aan bekeringswerk doen misschien wel het ideale voorbeeld hadden kunnen zijn. Uit die beginperiode van de Katholieke Actie stammen de massamanifestaties met banieren en tromgeroffel. Dat was een product van de tijd, je zag dat ook bij de bewegingen van de Nieuwe Orde, de fascistische groepen, én bijvoorbeeld bij de Rode Valken. Het was de periode dat de grote idealen op straat werden uitgebazuind. Letterlijk."

Aan die periode kwam een einde tijdens het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog. Vos: "Als we naar de pastorale theologie van de kerk kijken, is er in die periode een belangrijke verschuiving waar te nemen. Het idee van een Katholieke Actie, zoals die vanaf 1922 theoretisch en in de jaren dertig ook daadwerkelijk in alle Europese landen werd opgericht na een oproep van de paus, paste in een reactionair en traditioneel hiërarchisch kerkmodel waarbij de kerk gezien werd als de vijand van de wereld. In de Tweede Wereldoorlog veranderde dat geleidelijk, want er waren toen op het lagere echelon allerlei contacten (dat begon in Frankrijk, met les prêtres des ouvriers die gingen werken in de fabrieken) met groepen die een nieuw ideaal uitdroegen: de kerk moest een dienende kerk zijn. 'Si elle ne sert pas elle ne sert à rien', zou de Franse dissidente bisschop Gaillot nu zeggen."

De drang om te bekeren bleef, maar niet meer met grote vlaggen en getrompetter. Nee, bekeren betekende nu: het voorbeeld geven en overal aanwezig zijn. Vos: "Bij de KSA zag je dat naar boven komen. Je zag dat ook al bij het scoutisme, dat geen banden had met die Katholieke Actie maar wel waarden huldigde zoals be prepared. Het scoutisme had van bij de aanvang echter meer oog voor de individuen die een kern, een groep vormden. Bij hen was het belangrijkste om samen jong te zijn."

De KSA was dus geen jeugdbeweging zoals de scouting, maar zou dat later toch worden. In de jaren veertig werd de KSA het beu om enkel soldaatje van de paus te zijn. De jongeren wilden spelen. En er was ook een andere evolutie bezig. Die 'studerenden' waren geen groep meer zoals in de jaren dertig, niet meer de leiders van morgen, de elite. Na de Tweede Wereldoorlog ging steeds meer jeugd aan de studie. Samen zochten de studenten naar een extra bindmiddel en ze vonden dat naar analogie met de scouts in het openluchtleven. Vos: "De Katholieke Actie in Oost-Vlaanderen begon als eerste die omschakeling te maken. Bon, zeiden ze, die acties zijn allemaal goed en wel, maar wat wij vroeger deden in de studentenbonden was toch leuker: we speelden toneel, deden tochten met opdrachten, we maakten plezier. Natuurlijk zijn we voor Vlaanderen en Christus, maar we willen ons ook amuseren. In Oost-Vlaanderen begon men daar al aan het einde van de jaren dertig aan te denken.

"Hoe moest men dat uitwerken? Er waren twee mogelijkheden: ofwel nam je die Vlaamse beweging mee in die nieuwe doelstellingen, ofwel niet. West-Vlaanderen heeft uitdrukkelijk gekozen om die niet mee te nemen. Daar had men iets van: laat die studentenbonden maar vegeteren. Het bisdom daar stond een zuivere Katholieke Actie voor naar Franstalig model. Zuiver, dus zonder Vlaams. In Oost-Vlaanderen zei de KSA van het bisdom Gent: wij stammen nog uit de Rodenbachse beweging, niet meer anti-Belgisch en niet tegen de bisschoppen, maar wel geëngageerd. Zo bleven ze daar ijveren voor de vernederlandsing van het openbare leven. Ze waren soldaten voor Christus, paus én Vlaanderen, en in de jaren veertig kwam daar nog iets bij: ze wilden ook gewoon in de bossen spelen en kampen bouwen."

Als voorbeeld voor zo'n jeugdbeweging gold de scouting, die zich in de jaren dertig volop ontwikkelde. De KSA-groepen gingen dus ook op tocht, zetten tenten op, kokkerelden in gamellen, en al snel bleek het leven sterker dan de leer.

Vos: "Tja, dat was plezant, hé: dat kamperen, dat koken zoals de scouts, kamptechnieken ontwikkelen, sjorren, seinen, vlaggen strijken. De Oost-Vlamingen gingen zelfs een das dragen zoals de scouts, en een korte broek, zodat ze gemakkelijker in de bossen konden rondstruinen. In West-Vlaanderen niet, daar hadden ze nog een lange broek en een wit soort plastron."

Limburg nam dat idee ook over, Antwerpen en Brabant later ook: de jeugdbeweging werd de oplossing. Het was ook een welkome oplossing tijdens de Tweede Wereldoorlog waar actief Vlaamsgezind en collaboratie zich vermengden. Het was gepast zich aan het spel te wijden, en in groep kon je bepaalde symbolen of een soort romantiek ontwikkelen zonder te voelen dat je met iets gevaarlijks bezig was. West-Vlaanderen zou na de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk ook ja zeggen, en zo was de KSA plots een soort scoutsbeweging geworden.

Louis Vos: "Het grote verschil was dat de 'milieuwerking', zoals dat werd genoemd, het zich verdienstelijk maken, belangrijk bleef bij de KSA. KSA-jongeren dolden tijdens het weekend dus in uniform in de bossen, maar tijdens de week waren zij het voorbeeld op school."

In de jaren vijftig en zestig ontstond er een sterke concurrentie tussen de jeugdbewegingen, die alle een sterke aantrekking uitoefenden op de jeugd.

Vos: "De KSA deed zijn best om als jeugdbeweging fors uit de hoek te komen. Bij de KSA moesten ze minstens zo goed kunnen sjorren, seinen en tenten opzetten als bij de scouts, maar intern worstelden de KSA'ers met die schizofrene toestand. Terwijl de leiders hun plaatselijke groepen zo goed mogelijk lieten draaien, waren ze ook lid van de Hernieuwer-ban, waar gespreksronden gingen over: wat kunnen we doen in onze colleges, hoe getuigen wij in de humaniora's? Sommige groepen gingen nadenken over meer openheid op de scholen, over het oprichten van klassenraden, en dat lang voor de democratisering van het onderwijs aan het eind van de jaren zestig."

De KSA-hoofdleiding bleef ook laboreren aan die Katholieke Actie en in 1957 werd in Leuven een basiskeure opgesteld die met geen woord repte over de jeugdbeweging. Dat gaf spanningen tussen de mensen van de Dol (Dienst Open Luchtleven), de mannen die met hun hoofd bij de bosspelen zaten, en de heren denkers, die zich cerebraal bogen over hoe ze levensproblemen moesten oplossen.

Ook oud-rector Dillemans van de universiteit van Leuven gooide zich in die strijd. Hij was nationaal verantwoordelijke voor de Jonghernieuwers (van 14 tot 16 jaar) in de jaren vijftig en schreef een boek met de titel: Dit is een avontuur. Hij oefende er kritiek uit op wat hij het 'supernaturalistische karakter van de KSA' noemde, met 'supernaturalistisch' als synoniem van 'bovennatuurlijk'. Zijn stelling was: je kunt niet meer gezellig spelen, want plots moet je denken van: oei, ik moet Gods plan nog uitvoeren. Hij betoogde: laat onze kinderen spelen; ze mogen katholiek zijn en al wat je maar wil, maar laat dat engeltje dat op hun schouder hun verdiensten zit op te schrijven even rusten. Zijn boekje werd door de cerebralen niet in dank aanvaard.

"Augustus 1969. Ik weet niet meer hoe dat lago heette waar we toen met een tachtigtal jongeren bijeenzaten tijdens de Summerweek", steekt Maddie Geerts, huidig nationaal secretaris van het ACV, van wal. "Ik herinner me wel dat we uitkeken op het pauselijke buitenverblijf, Castel Gondolfo. We waren er bijeen voor ons derde Europese kamp. Er waren Fransen, Engelsen, zestien Vlamingen en uiteraard ook veel Italianen die allen verenigd waren in de IKSJ, de internationale vereniging die de katholieke actiegroep voor studenten groepeerde. Er was een audiëntie gepland bij paus Paulus VI, op zijn domein. De samenhorigheid was groot, we bulkten van het idealisme en we hadden een paar ideetjes die we wel eens wilden laten horen. We besloten een pamflet te maken. Het hele kamp stond uiteindelijk in het teken van dat pamflet." De taal was krachtig en duidelijk. Er stond onder meer in "dat het meer hoop dan onrust gaf, te kunnen vaststellen dat er een overgang was van goedwillend en oppervlakkig reformisme naar radicale contestatie". De ondertekenaars van het pamflet zeiden ook verheugd te zijn dat veel jongeren weigerden zich in een absurde en onrechtvaardige maatschappij te laten integreren. Maddie Geerts: "Tja, dat was dus kennelijk zeer ongepast wat wij hadden gedaan, want nog voor de vier KSJ'ers die het zouden afgeven goed en wel op het podium stonden, werd het pamflet al uit hun handen gerukt. Het kwam niet bij de paus terecht. We stonden er beduusd bij. Nadien hebben we officieel ons beklag gedaan bij het Vaticaan en iets later werden we daar toch door een medewerker ontvangen. Ik was een van de vijf die naar de afspraak gingen. We spraken er vrij stoere taal, maar de reactie was flauw. Na tien minuten onderhoud werd ons vriendelijk maar kordaat de deur gewezen. Er bestaat nog een foto van kort na het bezoek, waarop staat hoe we kwaad, met de vuisten gebald, buiten staan. Ach, we waren zo teleurgesteld, we liepen over van de idealen en nu waren we in één klap een illusie armer."

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de kerk met een nieuwe evolutie te maken. In de ontwikkelingslanden, toen nog deels kolonies, ontstonden ook katholieke jeugdbewegingen. Mannen die hier nog bij de Chiro of de KSA geweest waren en missionaris of zo werden, verenigden er jongeren in plaatselijke groepen. Die namen nergens de vorm aan van een jeugdbeweging met uniform en vergaderingen, maar wel van een actiegroep. Bij het ontstaan van de internationale katholieke studerende jeugd, de IKSJ, kwamen afgevaardigden van de KSA hier in contact met die groepen uit de landen die dekoloniseerden.

Vos: "De IKSJ stelde in 1958, twee jaar voor de grote emancipatiebewegingen, een keure op over de vraag: 'Hoe kunnen we het christelijke geloof overbrengen in de maatschappij?' De kolonies waren intussen ontwikkelingslanden geworden, er kwamen reacties los op de vroegere uitbuiting en nog een paar jaar later geraakte die IKSJ in de ban van de Latijns-Amerikanen met hun bevrijdingstheologie."

Maar die nieuwe kerk opbouwen betekende ook de oude een beetje slopen, en daar zaten de KSA en aanverwanten weer voor het blok. Bovendien stonden ze in Vlaanderen klaar voor een geheel nieuwe uitdaging: de Vlaamse kwestie in Leuven, die later op pure maatschappijkritiek uitdraaide.

Louis Vos: "De KSA'ers in Leuven begonnen hun rol te spelen. In die jaren zestig zien we hoe de hoofden zich weer op de pure actie richten. Op een bepaald moment werd zelfs voorgesteld om alleen nog strijd te voeren en de jeugdbeweging gewoon af te schaffen. Een paar verantwoordelijken van de groep +16 stelden dat in de verschillende provincies voor. Tot groot ongenoegen van de bosspelleiders natuurlijk, die vielen achterover."

Maar het stoomde in de hoofden van de studenten, hun leiders en ook de KSA-leiders. Ze waren actief op straat of bij studiegroepen rond de derde wereld, sommigen eindigden zelfs in marxistische milieus. En als hen de vraag gesteld werd: "Jongens, jullie zijn toch van de Katholieke Actie?", dan was het antwoord: "Dat zijn we nog, maar wij hebben nu ingezien dat de eigenlijke tegenstelling die is tussen het kapitaal en de arbeid. Bovendien, Christus was ook een revolutionair."

Louis Vos: "Niet alleen de bosspelleiders hielden de afschaffing tegen. De KSA was zich gaan ontwikkelen rond werken met kinderen en jongeren, creativiteit, antiautoritair leiderschap, professionalisering van het groepsproces. Dat kon men toch niet zomaar laten vallen. In de gouwen werd het voorstel tot afschaffing teruggefloten, maar men stemde er wel schoorvoetend mee in om meer actie te integreren in de globale KSA-werking. Weer spanningen dus, en weer moest men zich zuchtend naar een mogelijke synthese slepen. Het bleef wroeten.

"Als ik mijn eigen evolutie bekijk, heb ik die situatie in de praktijk meegemaakt. In 1965 heb ik nog een perfect technisch kamp gehad, waar we een reuzehoge toren sjorden. We staken perfect in uniform, het was met klaroen en het hijsen van de vlag, alles erop en eraan. Maar tussen 1966 en 1972 werd dat ineens een probleem door dat studentenprotest, dat ons anders leerde denken over traditionele zaken. Op dat moment ben ik naar de actiekant opgeschoven. De kerk en de bisschoppen waren afgeschreven, al verschilde ook die contestatie weer van gouw tot gouw. In Oost-Vlaanderen zag je dat men zich niet liet ringeloren, noch door de ideologie van links noch door die van rechts. Een en ander resulteerde daardoor in twee evoluties: sommigen scheurden zich af van de jeugdbeweging en gingen naar de radicale actie, anderen gingen de richting uit van een nog grotere ongebondenheid tegenover de kerk, zonder zich af te scheuren. De KSA van nu is die van de tweede lijn."

Januari 2001. Bij de Belgische bisschoppenconferentie komt de 'open brief' binnenvallen van de KSJ-KSA-VKSJ. Een soort Urbi et orbi. Aan de stad en de wereld, of in deze vrij vertaald als: aan de kerk en de maatschappij. In een lichtjes idyllische sfeer luidt de aanhef: "Het begin van een nieuwe eeuw zet mensen aan tot fantaseren." Iets verder volgt de vaststelling "dat de context waarin de jongeren van vandaag opgroeien niet meer uitgesproken christelijk is. Die jongeren hebben bedenkingen bij de officiële kerk." En dan komt de in de media veel geciteerde zin: "De standpunten van onze paus in verband met homoseksualiteit, voorbehoedsmiddelen, de rol van de vrouw in de kerk, het verplichte priestercelibaat: het staat los van onze realiteit en maakt sommigen van ons onverschillig naar de kerk toe. Wij menen dat de kerk hier kan bijsturen of zelfs veranderen van standpunt". De brief opstellen is niet evident geweest, getuigt een KSA'er. Meer dan een jaar is eraan gewerkt. Sneuvelteksten, nieuwe sneuvelteksten, besprekingen in de provincies en nationaal, tegenwerpingen, aanpassingen ... Maar nu stond het er zwart op wit, en de KSJ schrok van de reacties die de tekst in de media uitlokte. 'De brave KSA had haar tanden getoond'. Van de paus vooralsnog geen antwoord.

Louis Vos: "Het samen jong zijn is de voorbije twintig jaar boven gaan drijven. De KSA, na de fusie van het einde van de jaren zeventig KSJ-KSA-VKSJ genoemd, is eigenlijk afgestapt van dat pure actie voeren. Toch is de christelijke waarde blijven bestaan, maar als de KSA die waarden nog aan bod wil laten komen, wordt men geconfronteerd met problemen. Telkens als de paus zijn mond opendoet, zijn er weer tien jongeren die het geloof opgeven. Intussen is de KSA professioneler van structuur geworden. De diverse provincies hebben hun eigen- of eigenaardigheden, maar de federale consensus groeit. Wel is de KSJ-KSA-VKSJ geen koepelorganisatie. Het is een samenloop van componenten. VKSJ kwam er bijvoorbeeld bij, de meisjesgroep die vroeger uit de pure Katholieke Actie kwam en geen contestatiegeschiedenis heeft. Dat heeft ook veel spanningen veroorzaakt. Maar nu lijkt er een soort rust te komen, een synthese. Ook die open brief getuigt daarvan."

"Een zeer goede zaak, die open brief", zegt Hugo Van Dienderen. De Agalev-mandataris uit Antwerpen is eveneens gestaald in de jeugdbeweging, al is zijn evolutie wat dat betreft nogal eigenaardig. Hij is in oorsprong een scout, maar in 1970 vroeg de leiding van de KSA of hij daar gedetacheerd wilde worden om vanuit de federale structuur de actie te helpen begeleiden. Harde actie, zo bleek alras.

Van Dienderen: "Vreemde overgang? Bah, nee. De scouts en de KSA zaten al in de jeugdraad bijeen. Ik liet me verleiden door de teksten die men toen onder mijn neus schoof. Het ging over vernieuwing van de beweging. Mij werd gevraagd met de +16-jarigen te werken, de aandacht aan te scherpen voor een actieve werking waarbij maatschappijkritische standpunten niet geschuwd mochten worden. In die periode leefde zo'n kritische evaluatie ook wel bij de scouts. Dat werd toen staatsburgerlijke opvoeding genoemd. De KSA sloot als studentenbeweging wel veel nauwer aan bij de contestaties van mei '68 dan de scouts. Kortom, ik begon eraan. Ik zou er tot 1975 werken. Er werd op grote schaal naar spelen gezocht waarin het samenspel belangrijker was dan de competitie. Attitudevorming stond centraal. En wat dat religieuze betrof... we waren inderdaad nogal geïnspireerd door de bevrijdingstheologie."

In die periode van Van Dienderen werden bijna radicaal-linkse standpunten ingenomen: tegen de Vietnamoorlog, tegen maatschappelijke ongelijkheid hier en in de derde wereld. Er ontstonden nauwe banden met Latijns-Amerika, Afrika, Azië. De KSA wapende zich mee tegen elke vorm van uitsluiting.

"We hadden ook dat apartheidsregime waartegen we moesten fulmineren. Daarvoor heb ik persoonlijk nog een ganzenbord ontwikkeld om maatschappelijke informatie op een speelse wijze aan te brengen, met opdrachten à la 'Ga terug naar de gevangenis'. (lacht) We leefden ons uit voor de goede zaak.

"Onze zogenaamde ruk naar links was niet partijpolitiek links, want het bleef uitdrukkelijk evangelisch gesitueerd: opkomen voor de arme en verdrukte. En we gingen nog verder: we voerden acties tegen het wetsvoorstel-Vanden Boeynants over het leger, tegen de aankoop van gevechtsvliegtuigen, maar zonder ons te laten annexeren door partijen."

De reactie van de bisdommen was koel, maar hun greep verslapte. De autonomie van het jeugdwerk werd door de bisdommen erkend, behalve in West-Vlaanderen, waar men via vicaris Laridon een sterkere greep hield op de KSA. Maar de ergste strijd tussen de basis en de top leek gestreden.

Van Dienderen: "De ervaring in de jeugdbeweging heeft me uiteindelijk ook tot partijpolitiek engagement gebracht en dat wortelt in dat sociale engagement. Eerst en vooral de scouts, met hun patrouillewerking én hun grote respect voor de natuur, en dan de KSA met haar maatschappijkritische elan. Je ziet dat een pak politici in hun jeugd leidinggevende posities hadden in jeugdbewegingen. Neem Luc Van den Brande, Marc Van Peel en Jean-Luc Dehaene, die uit de scoutsbeweging komen. Met Jean-Luc heb ik nog hogere leiderscursus gevolgd en met Van Peel ben ik ooit met een delegatie naar Polen geweest om een dialoog voor te bereiden over het einde van de koude oorlog. De jeugdbeweging is een goede voedingsbodem voor een politiek van democratie. Een echt bindende kracht over de politieke partijen heen is het niet meteen, al herinner ik me wel dat ik ooit met Van Peel en Herman Lauwers (VU en ook scout) samen een voorstel heb gestuwd voor handboeken in het geschiedenisonderwijs waarin volgens ons het multiculturele meer aan bod moest komen."

Na Van Dienderens tijd van de 'harde lijn' is het stiller geworden rond de KSA. "Ik heb de indruk dat men toch wel in dezelfde richting verder gaat, al is de scherpte er wat af. De jeugd staat er zelfstandig, de waarden zijn bekend. Misschien is die maatschappelijke betrokkenheid na die jaren zeventig wat weggedeemsterd. We zitten in de jaren tachtig met meer conservatieve strekkingen, de Reagan-jaren zeg maar. Toch toont die open brief aan dat de KSA het kind niet met het badwater heeft weggegooid. De jeugdbeweging staat nog voor iets en verdedigt dat ook. Ik vind dit getuigen van alertheid."

Pieter Haesbroeck, samen met Lidia Schrijvers de huidige voorzitter van KSJ-KSA-VKSJ, zegt dat de actie nooit is weggedeemsterd. KSJ-KSA-VKSJ zou alleen een stuk interner en professioneler trachten te werken.

"We zijn blij dat de samenwerking tussen de provincies beter loopt en dat de historische verschillen overbrugd kunnen worden in een globaler engagement. De synthese komt er ook door de maatschappelijke veranderingen. Als wij in dit klimaat actie voeren, is dat niet voor of tegen de kerk maar voor de maatschappij. Toch is dat een smalle lijn, want daardoor is in de media die brief verkeerd begrepen. Op een bepaald moment kwam men zelfs tot het besluit: zo zo, de KSJ stapt dus uit de kerk. Daarover gaat het natuurlijk niet. Wij blijven staan voor een maatschappijkritische visie én voor een christelijk engagement."

Wat is het grote verschil tussen vroeger en nu?

"We zijn autonomer, niet langer een instrument van de bisschoppen. We hebben een eigen visie en dat wordt ook geapprecieerd. Wij laten ons in met die kerk, vanuit de waarden die we ergens nog meedragen. Maar ja, we drukken ons uit over celibaat en homoseksualiteit. Toch is het meer een diagnose dan kritiek. Kritiek leveren leidt nergens toe, vaststellen en aanpakken is veel belangrijker. Dat wij die oude standpunten graag veranderd zouden zien, is vanzelfsprekend. Het strookt niet met de verdraagzaamheid die wij zelf uitdragen."

Ontmoedigt het jullie niet dat een paar weken na die brief Opus Dei via een benoemingsprocedure nog vastere voet aan de grond krijgt in het Vaticaan?

Haesbroeck: "Ach, de kerk is een grote organisatie, er is plaats voor vele meningen: progressieve en conservatieve. Het zou zinloos zijn om op de barricades te staan tot het verandert, we zijn ook niet naïef natuurlijk. Onze brief was een signaal naar onze leden en de omgeving dat wij een alternatief hebben."

Toch blijven jullie onderwerpen braaf. In het begin van de jaren zeventig fulmineerde de KSA nog tegen gevechtsvliegtuigen en apartheid, nu lijken jullie het oude discours op te warmen over die dogmatische paus. Waar zijn jullie standpunten over de legalisering van softdrugs, euthanasie, migrantenstemrecht? Is dat niet meer van deze tijd voor een jongerenbeweging met 35.000 leden?

"Die zaken worden bij ons uiteraard ook behandeld, maar niet op het publieke forum. In verband met drugs voeren we bij de KSJ een nationaal beleid dat overgedragen wordt naar de groepen. We hebben drugscoaches, we werken preventief en curatief." Maar niet pro legalisering? "Persoonlijk denk ik dat de complexiteit van de zaken groter is dan vroeger. Tja, die Vietnam-kwestie, daarover waren de standpunten vrij snel duidelijk. Bij softdrugs zijn er zoveel deelaspecten en zoveel meningen om rekening mee te houden, dat je niet snel één welbepaald overkoepelend en gefundeerd standpunt kunt bepalen. Ik zou ons nu een stuk gefundeerder en democratischer willen noemen dan in de jaren zeventig. Ik hou er niet van om achter een idee aan te hollen waarbij je, als je maar hard genoeg roept, ook de kanttekeningen die worden gemaakt overstemt. Tot slot is onze omgeving ook anders. Wij leven in een tijd waar de contestatie passé is; wij voelen die druk en die versmachting niet meer die jongeren voelden aan het einde van de jaren zestig. Wij hoeven niet altijd tégen iets te reageren. We hebben autonomie en respect verworven. We moeten dus ook durven mee te denken."

Hugo Van Dienderen:

'Zeer goede zaak, die open brief'

Louis Vos:

'Elke keer dat de paus zijn mond opendoet, zijn er weer tien jongeren die het geloof opgeven'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234