Zondag 20/09/2020

InterviewGreg Van Avermaet

Van Avermaet wil tonen dat hij nog niet versleten is: ‘Maar mijn beste tijd is misschien al achter de rug’

Beeld Getty Images

Het is weer koers en Greg Van Avermaet (34) kan niet wachten. Hij is een jaartje ouder, maar ambitieus als vanouds. Zelfs al komt er een nieuwe generatie die misschien wel zijn grote droom aan diggelen slaat om ooit de Ronde van Vlaanderen te winnen. ‘Natuurlijk wil ik die jonge gasten kloppen. ­Waarom zou ik hier anders zitten?’

Greg Van Avermaet was gewoon thuis toen de Spaanse storm Gloria de kusten van zijn favoriete trainingsparcoursen in Spanje teisterde. Anders had hij, met de rest van zijn collega’s die zich aan de Costa Blanca op het nieuwe wieler­seizoen voorbereidden, wel een paar dagen zitten vloeken om de gemiste trainingen. “Dan was ik wel een beetje nerveus geworden.”

Neen, Van Avermaet pakte het dit keer anders aan. Hij was in januari zestien dagen op het zonnige Tenerife, hij sliep in het befaamde Parador-hotel op de al even befaamde Pico del Teide, het hooggelegen bedevaartsoord van elke zich respecterende profwielrenner.

Voor Van Avermaet was het een ­primeur. Hij is niet zo’n man van hoogte­stages. Maar: “Het viel mee. Het is niet zo’n berghotel waar je geen ­levende wezens ziet. Ik vond er alles wat ik moest hebben. In het begin was het lastig trainen, ik deed toch elke dag 3.000 tot 4.000 hoogtemeters. Maar op den duur lukte dat ook goed.”

Voel je je nu al veel beter?

“(lacht) We zullen wel zien in de koers of het iets heeft opgebracht. Op andere plekken heb ik het allemaal al gezien. Een nieuwe omgeving heeft me deugd gedaan.”

Heb je dat effect van de hoogte­training onderhouden door thuis in een hoogtekamer te slapen?

“Neen, ik doe dat niet graag. Zo’n tent maakt lawaai, het maakt me nerveus. Ik heb ze afgebroken en op zolder ­gezet. Ik heb dat ooit een keer gekocht toen ik nog jong was. Ik geloof niet dat ik er ooit in geslapen heb. Als ik thuis ben, wil ik me ontspannen, van mijn kinderen genieten. Ik krijg er stress van als ik mijn vrouw moet meesleuren in mijn hoogtetent.”

Beeld Photo News

Maar levert zo’n hoogtestage dan wel iets op?

“Dat effect zou er nu wel moeten zijn. Naarmate het seizoen vordert, zal het effect verdwijnen. Het zou misschien goed zijn om tien dagen terug te keren naar Tenerife. Dat staat nog niet ­gepland. Eerst zien hoe ik me hier in de Ronde van Valencia voel. Als dat ­extreem goed is, kan ik nog altijd iets ondernemen.”

De doelen blijven wellicht dezelfde?

“Ja. Ik wil goede koersen rijden van de Omloop tot de Amstel, en top zijn in de Ronde en Parijs-Roubaix. Dat is vorig jaar niet gelukt. Ik was goed in de E3 Harelbeke, in de Ronde kwam ik met de beste drie boven op de Paterberg. De grote overwinning is er niet gekomen. Ik vind er geen reden voor. Zoals ik ook niet kan zeggen waarom in 2017 alles wel perfect liep. Ik dacht, ik heb er zo lang over gedaan om wedstrijden als de E3 en Gent-Wevelgem te winnen, en nu gaat dat allemaal vanzelf. Als ik zou weten waarom, zou het makkelijk zijn. Dan deed ik elk jaar hetzelfde.”

Je lijkt erg relaxed bij de start van het nieuwe seizoen.

“Ik maak me nergens zorgen om. Ik heb weer goed getraind. Ik doe de voor­bereidingen elk jaar liever. Het is nog geen sleur. Nu ga ik me weer bewijzen, zien hoe ver ik kan komen. Ik vind het nog altijd heel plezant.”

“Het doet ook wel deugd om een beetje een palmares te hebben. Ik ben ambitieus, ik wil meer doen dan koersen ­uitrijden. Ik zit in een fase waarin niets meer moet. Maar er mag wel nog heel veel bij komen.”

Er komt veel jong geweld af. Bettiol won de Ronde van Vlaanderen, Van der Poel de Amstel, Wout van Aert won in de Dauphiné en de Tour…

“Ik vind het leuk om die jonge renners bezig te zien. Ze koersen hard, ze ­breken de wedstrijd open.”

Dat het altijd deugd doet om die ­mannen eens op hun plaats te kunnen zetten, zei je enkele weken geleden bij Sporza.

“Ik geloof niet dat ik het zo sterk heb gezegd. Daarmee zou ik bedoelen dat ze boven mij staan en dat ik ze naar onder wil duwen. Alsof ze daar niet horen. Zo kijk ik niet naar hen. Natuurlijk wil ik ze kloppen. Waarom zou ik hier ­anders zitten?”

Beeld BELGA

Herken je iets van jezelf in de jonge generatie?

“Ambitie. Die mannen hebben al laten zien wat ze kunnen. Nu moeten ze ­bevestigen. Het is leuk om tegen ze te koersen, zoals ik het als jonge renner leuk vond om tegen Boonen en Cancellara te koersen.”

Volgens Van der Poel wordt Wout van Aert misschien wel zijn grootste ­Belgische tegenstander, meer dan Greg Van Avermaet.

“Zolang mijn naam wordt genoemd, is het goed. Misschien heeft Mathieu wel gelijk. Van Aert heeft de toekomst voor zich, mijn beste tijd is misschien al een beetje achter de rug.”

Ben je niet een beetje jaloers hoe snel het voor hen gaat? Jij hebt veel langer moeten vechten voor je eerste grote overwinning.

“Als ik in het begin van mijn carrière de keuze had gekregen tussen hard werken en iets bereiken op het einde van mijn carrière, dan wel zoals Tom Boonen op mijn vierentwintigste wereldkampioen worden, dan koos ik wel het laatste. Die keuze had ik niet. Dat ik hard moest werken, heeft me altijd met beide voeten op de grond gehouden. Misschien was dat een voordeel. Ik weet ook niet of ik op mijn vierentwintigste mentaal klaar was om wereldkampioen te worden.”

“Mijn palmares is niet zo mooi geworden als dat van Boonen of Gilbert. Ik heb er lang moeten voor werken, maar mijn carrière is nog niet gedaan. Ik blijf ook in de laatste jaren van mijn carrière koersen om te winnen. En liefst een grote klassieker. Maar ik zal snel stoppen als ik voel dat ik opvulling word in het peloton.”

Hoe zal dat voelen wanneer je straks als de uittredende olympische kampioen naar de Spelen van Tokio gaat, en alle aandacht naar de jonge Remco Evenepoel dreigt te gaan, die zelf goud wil halen in Tokio?

“Remco heeft alle kwaliteiten om goud te ambiëren. Het is allemaal erg vroeg, maar hij heeft zo veel talent dat het ­allemaal heel snel kan gaan.”

“Ik denk wel dat we compatibel zijn. Ik moet nog geselecteerd worden, ­natuurlijk. Als ik mag gaan en Remco gaat, wil ik hem helpen. Ik heb twee keer de Spelen gedaan, ik kan wel tips geven. Ik zal het parcours moeten zien. En zien waar Remco staat. Als ik voel dat ik niet goed genoeg ben, zal ik hem helpen.”

Wat heb jij er zelf dan aan?

“Dan kan ik zeggen dat ik olympisch kampioen ben geworden in Rio. En dat ik vier jaar later in Tokio Remco Eve­nepoel aan de olympische titel heb ­geholpen. Zoals mijn kamergenoot Serge Pauwels er ook bij was in Rio. Die brengt die herinnering nog dikwijls naar boven. Dan weet je wat dat ­betekent.”

Beeld Photo News
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234