Maandag 20/09/2021

Van Avermaet: 'In mij brandt altijd het vuur. Ik wil het waarmaken'

"Mijn ene grootvader had de Ronde van Lombardije bij de onafhankelijken gereden en was tiende geworden. Fausto Coppi had dat gezien, had hem aangesproken en het jaar nadien reed peet bij Coppi. Wat weet ik over Coppi? Dat het een goeie coureur was. Dat het een schone man was blijkbaar. Voor onze generatie is dat allemaal geschiedenis. Maar dat is Eddy Merckx ook. Alleen weten wij in België veel meer over Merckx dan over Coppi, omdat je veel meer reportages over hem ziet en zijn erelijst regelmatig herhaald wordt. Daar kun je je een beter beeld van vormen. Van Coppi is dat moeilijker. Maar kijk eens naar die erelijst. De oorlog zat er ook nog tussen. Dan weet je genoeg."

Verwende nestjes

2013. Dit gesprek verhuist van Stoumont naar Lochristi, een dorp dat zo bekend is dat zelfs de Franse schrijver Philippe Claudel er een deel van Meuse l'oubli liet afspelen. Vertaald als Rivier van Vergetelheid, schrijft Claudel over een geliefde die Paule heet: "Met haar lachen en haar kussen en haar stem, de grote zon, die me onder de bloeiende acacia's naar het hoofd steeg, die eerste woorden, in de tuinen van Lochristi waar naar men zegt de mooiste bloemen van de wereld staan en waar ik in gepeins verzonken naar armenvol gele sterren stond te kijken die uit Toscaanse bloempotten staken..." Hier staat het huis waar de ouders van Ellen, Gregs geliefde, wonen. En hier is hij dicht bij de Gentse piste. Voor soepele rondjes, op zoek naar ritme, op zoek naar de conditie die dit jaar nodig zal zijn voor de grote overwinning.

De winter is mooi geweest, de stage van BMC in het Spaanse Dénia aan de Costa Blanca goed, de reis met Ellen naar Martinique en La Réunion al een herinnering. "Martinique viel wat tegen", weet hij nog. "La Réunion had meer te bieden, zeker qua natuur. Gebergten en een vulkaan. Ellen houdt zich met zulke reizen bezig. Daar heb ik weinig aan te zeggen." Hij lacht. "Maar ik moet eerlijk zijn. Tijdens het seizoen, wanneer je moet boeken, heb ik daar weinig zin in. Ik moet focussen op de wedstrijden. Ellen kiest en maakt een reisplan. Vorige winter waren we in Zanzibar. Natuurlijk viel het contrast tussen de armoede en ons hotel me op. Kinderen zijn er nog content met een stylo of met afgedankte zeesletsen, terwijl jij daar met je mooiste kleren aankomt. Achteraf hebben we mekaar vaak gezegd dat we een valies vol kleren hadden moeten meenemen, spullen die we zelf niet meer aantrekken. Als je een kind daar iets geeft, maak je het gelukkig. Hier kijken ze twee seconden later of er nog iets komt."

Zijn wielrenners soms ook kinderen? Verwende nestjes? Alles geregeld, van de wekker in het hotel tot iemand die 's avonds het lichtje uitknipt. En elk moment van die lange dag ertussen alles tot in de puntjes verzorgd? "Dat zijn we", zegt hij. "We zijn zoveel luxe gewoon en toch klagen we constant. Ik zit nu bij BMC, een van de beste ploegen van de wereld. Op trainingskamp hadden we twee koks mee. De ploeg heeft meer personeel in dienst dan coureurs. Toch zitten we nog te zagen. Iedere renner kreeg deze winter een iPhone van de ploeg. Een iPhone 4. Dan zijn er die vragen: 'Waarom geen iPhone 5?' Ik hoorde zelfs iemand zeggen: 'Ze hadden toch beter zo'n mini-iPad gegeven.' Sommige mannen beseffen de luxe niet.

"Misschien is het niet goed om je profcarrière te beginnen bij een ploeg als BMC. Het is als een voetballer die meteen bij Barcelona of Real Madrid terechtkomt. Meteen aan de top. Ik denk dat het voor jezelf, als mens, beter is om op een lagere trap te debuteren, in een ploeg met bescheidener middelen, waar niet alles meteen zo evident is. Een voorbeeld: dit jaar heb ik drie wegfietsen, waarvan één voor thuis en twee voor op de koers. Die kosten al snel 8.500 euro. Per stuk. Daar komen nog twee tijdritfietsen bij, een mountainbike en een pistefiets. Allemaal afgemonteerd met het allerbeste materiaal."

Hij zegt het en Zanzibar is heel ver weg. Maar daarmee begon het wel: een reisje als een les. Nooit meer zagen.

Hij begon niet bij BMC, hij begon in 2007 bij Predictor-Lotto. Een ploeg die kans maakte op een prijs voor de lelijkste truitjes. Hij was 20 en maakte een droomstart. "Het overkomt je en je denkt niet na over de dingen. Je doet wat de rest doet. Je volgt geen trainingsplan. Ik had toen zelfs geen trainer. Ik deed waar ik zin in had en reed met renners uit de streek. Mannen van de ploeg. Af en toe een sprintje. Nu is dat veel meer afgelijnd. We hebben een trainer en werken met het SRM-systeem (een techniek die het vermogen van de renner meet, RVP). Ik weet perfect welke blokken ik moet afleggen en elke avond stuur ik alle gegevens door via de computer."

Daarover straks meer, maar eerst toch dat debuut, die eerste dagen als profrenner. Hij mocht tijdens de ploegvoorstelling mee op de foto met mannen als Tom Steels, Leif Hoste, Robbie McEwen en een Australiër: Cadel Evans. Greg was een nobody die net twee stages met het team had afgewerkt. "Daar was ik heel erg gemotiveerd (lacht). Logisch. Je zou jezelf voorbijlopen om daar te tonen dat je je profcontract waard was. En ik voelde ook dat ik sterk reed. Maar zo gaat dat: ze probeerden me te testen. In Belgische ploegen is dat de gewoonte. Ze moeten die eerstejaarsprofjes eens testen.

"In 2005 was ik als belofte op het WK in Madrid. De dagen voor de koers gingen we op het parcours trainen met de profs. Met mannen als Boonen, Gilbert en Van Petegem. Ik durfde hen niet aan te kijken en had de hele tijd schrik om iets verkeerd te doen als we in groep fietsten. Ze zouden maar eens door mijn schuld moeten vallen. Contact leggen vond ik niet vanzelfsprekend. Ook niet tijdens die eerste ploegstages bij Lotto. Met Steels ging het nog wel. Maar tegen sommigen durfde ik niks te zeggen."

Cadel Evans is vandaag zijn ploegmaat bij BMC. "Ik heb nooit veel koersen met Cadel gereden, maar ik heb ook nooit problemen met hem gehad. Ik begrijp niet dat ze bij Lotto zoveel druk op hem zetten. Cadel is een van de gemakkelijkste gasten om mee samen te werken. Maar hij voelde zich niet zo gewaardeerd, was zelfs een beetje geïsoleerd. Hij is een schuchtere jongen, die soms eigenaardige, typische Cadel-uitspraken doet. Zeker niet de grappigste van de hoop, maar wel iemand die ik altijd waardeerde. Hij bracht me bij dat ik geduld moest hebben. 'Ik heb ook lang moeten wachten op mijn eerste grote overwinning', zei hij."

Het woord 'grote' heeft belang. Het was er voor Van Avermaet zelf immers meteen op. Hij reisde als broekje naar Qatar en won een rit. "In mij brandt altijd het vuur. Ik wil het waarmaken. Toen ik tijdens een van de eerste ritten in een waaier terechtkwam en op 25 seconden finishte, dacht ik: 'Morgen niet! Morgen gaat dat niet waar zijn!' En de volgende dag ben ik blijven aanvallen. Tot het lukte om met een klein groepje vooraan te blijven."

Greg Van Avermaet won. 'Een overweldigend gevoel', is een cliché, maar hoe kun je dat anders beschrijven? "Ik geloofde het eerst zelf niet. Op het trainingskamp hielden de ploegmaats mij er nog onder. Maar dan pak je die overwinning en dan weten zij dat ze rekening met je moeten houden. Ze weten ook dat het iets oplevert als ze voor je werken. Ze gaan ook sneller naar je luisteren. In één koers zette ik drie stappen vooruit. Bij de volgende rittenkoers zei de ploegleiding in de bus: 'Vandaag rijden we allemaal voor Greg.' Als ik in Qatar anoniem had meegereden, was dat nooit gebeurd. Al is het ook niet simpel om iets te zeggen tegen meer ervaren coureurs als Steels of Zanini. Maar met mijn voeten op de grond blijven was niet moeilijk. Ik ben redelijk nuchter."

Stefano Zanini: ritten in Giro en Tour, Amstel Gold Race en Parijs-Brussel op zijn palmares.

Tom Steels: vier keer Belgisch kampioen en negen ritten in de Tour.

En die twee werkten voor de neoprof Greg Van Avermaet. "Ze hebben mij in Qatar onder meer geleerd wat positie kiezen is. In de laatste rit wilde ik eigenlijk niet meer meespurten, maar Zanini zei simpel: 'Zet u in mijn wiel.' Hoe die gast een spurt voorbereidde, dat was ongelooflijk (lacht). Hoe snel de anderen plaats maakten toen Zanini eraan kwam... Zo'n palmares werkt."

Hij won die spurt uiteindelijk niet, maar hoe gaat zo'n laatste kilometer? Ook vandaag: je weet dat er een massaspurt aankomt, je weet dat de ploeg op je rekent. Wat voel je, wat zie je, waar denk je aan?

"Weinig", is het antwoord. "Je bent zo geconcentreerd op het nemen van de juiste beslissingen. De hele tijd zit je links en rechts in je ooghoeken te kijken. Misschien wel tien keer denk je: nu val ik. Je ziet iedereen iets doen. En dan kunnen er twee zaken gebeuren: of je blokkeert, of je wint."

Zijn beste spurt ooit was in de Vuelta; geen massaspurt, wel in een groepje waarin hij mannen als Rebellin, Flecha en Cunego klopte. "Eigenlijk doe ik helemaal niet graag mee aan een massaspurt", zegt hij. "Ik zie er altijd tegenop. Ik ben geen goede wringer. Als je een goede trein hebt, is het makkelijk. Maar ik doe het niet graag."

Les van het voetbal

Greg Van Avermaet was helemaal niet van plan om wielrenner te worden. Hij begon op zijn zesde te voetballen bij VK Hamme, als keeper. Zes jaar later stapte hij over naar SK Beveren, haalde de Oost-Vlaamse selectie ook. Voetbalde tot hij 18 was. Een lang verhaal wordt kort: hij stopte vanwege de concurrentie met Davino Verhulst, die later bij onder meer Racing Genk onder de lat stond, nu bij Sint-Truiden. Andere generatiegenoten van Van Avermaet waren Björn Vleminckx, Jonas Ivens en, bij de provinciale selectie, Mohamed Messoudi.

"Ik was net zo geobsedeerd door voetbal zoals nu door de koers", zegt hij. "Na school was dat het eerste wat ik deed: voetballen. Vandaag denk ik niet dat ik de top zou gehaald hebben. Niet dat ik te weinig talent had, maar ik ben een typische duursporter. Mijn uithouding is groot. Keeper is dan nog de meest ambetante positie. Je kunt de wedstrijd niet beslissen, maar je kunt hem wel heel vaak verliezen. In mijn laatste match kreeg ik er zeven binnen."

De les van het voetbal: "Ik ben blij dat ik het gedaan heb. Veel jonge renners zijn bij de jeugd al te professioneel met koersen bezig. Ik leerde onder de lat met druk omgaan en ik heb mij vooral lichamelijk en mentaal kunnen ontwikkelen. En het kon, op 18 jaar een vergunning voor de vakantie aanvragen, een witte trui aantrekken en op een oude fiets van mijn schoonbroer Glenn D'Hollander een koers gaan rijden. Met een sport als tennis had ik die switch niet kunnen maken. Ik mis wel de keeperstraining, oefenen op kracht en explosiviteit, over hekjes springen en tussen kegels lopen, reeksjes van tien. Dat waren plezante trainingen waar ik naar uitkeek. Maar zoals ik nu bij BMC fiets, toch in de Champions League van het wielrennen, had ik nooit bij Barcelona kunnen voetballen. Al weet ik vandaag: als ik dat voetbaltalent wel had gehad, zou het makkelijker geweest zijn. Fijner. Als voetballer op hoog niveau spelen, is fysiek toch een stuk minder lastig dan als wielrenner op dit niveau rijden."

2007 en 2008 waren boerenjaren voor Van Avermaet. 2009 en 2010 waren maten voor niets. Op het einde van dat seizoen verliet hij Omega Pharma-Lotto voor BMC. "Het was moeilijk. Ik had zelf ook steile verwachtingen. Je denkt dat je gaat doorgroeien en dat je een grote klassieker gaat winnen. En als het wat minder gaat, komt de kritiek. Maar uiteindelijk werd ik in 2010 nog vijfde op het WK in Geelong. Zo slecht was ik niet."

"Getwijfeld heb ik nooit. Ik wist dat ik het kon. En ik deed, in de koers, dingen die niemand zag, maar waaraan ík zag dat ik nog altijd goed was. Dat waren de momenten waar ik me aan optrok. En ik wist wat ik ervoor deed. Ik gooide er nooit met mijn klak naar."

Zo'n moment is dat WK. Thor Hushovd won, maar in de loop van de koers reed Van Avermaet lek terwijl hij mee in een ontsnapping zat. "Ik reed lang tussen de eerste en de tweede groep. Later hebben de Spanjaarden ons teruggepakt, maar op de voorlaatste helling ben ik met Gilbert in het wiel gedemarreerd om hem voorop te krijgen. Dat is niet gelukt. Uiteindelijk spurtte ik gewoon mee en werd vijfde. Als je een kleine moteur hebt, kun je dat niet. Dat was zo'n moment waaraan ik me optrok. Het gevoel: er waren er weinig beter dan ik."

Een koers winnen moet een andere voldoening geven dan een voetbalmatch winnen. Omdat het veel persoonlijker is. "Als wielrenner ben je gefocust op jezelf. Ik moet ook op veel meer letten, zien dat ik voldoende rust, dat ik niet te lang op mijn benen sta, dat ik op mijn voeding let en rekening houd met het weer, dat het materiaal perfect in orde is. Soms gaat het om details. Procentjes. Maar ze tellen allemaal. En dan winnen: dat is voldoening."

Is het een boeiender leven? "Misschien wel. Je bent veel met jezelf bezig, dus is het vaak ook wel eenzaam. Maar je komt op veel plekken, terwijl het bij voetbal toch altijd dezelfde club is en om de week maar een ander stadion. Een voetballer die op 70 procent speelt, kan zich verstoppen in een team. Een coureur die aan 70 procent rijdt, wordt gelost. Je hebt veel meer zelfdiscipline nodig.

"Het is altijd streven naar de best mogelijke conditie, maar het is zo moeilijk om je eigen lichaam goed te leren kennen. En alles is elk jaar anders. Je kunt wel dezelfde opbouw proberen en je via Tirreno-Adriatico voorbereiden op Milaan-Sanremo, maar daar kun je vallen. En dan?"

Een mooie koers wel, Milaan-Sanremo. Een beetje nostalgicus gaat glimmen bij de helikopterbeelden van het slingerend peloton langs de capi, de bomen op de Cipressa, de serres op de Poggio. Recht naar de bloemenstad, Sanremo, in Italië absoluut bekend om haar liedjesfestival (de voor ons onbekende Valerio Scanu, Roberto Vecchioni en Emma Marrone waren de laatste drie winnaars). La Primavera, het woord alleen. "Die koers lag vanaf de eerste keer in mijn armen", glimlacht hij. "En de Italianen leven naar Milaan-Sanremo toe. Vorige week op trainingskamp vroeg ik onze verzorger, een Italiaan, of ik de avond voor Milaan-Sanremo vis kon krijgen. Hij wist niet waar hij het had. Vis? Voor Milaan-Sanremo heb je een steak nodig!"

Mooi gezegd: een koers die in mijn armen ligt. Twee jaar geleden was hij weg op de Poggio. Heel even leek Greg Van Avermaet Milaan-Sanremo te winnen. "Had ik twee man meegekregen, dan was het misschien gelukt."

In de anekdote zit het detail. Wie legt op een trainingskamp al de maaltijd voor een klassieker in maart vast? "Ik heb geleerd dat dat belangrijk is. Er zitten in het peloton nog soigneurs die je bij wijze van spreken een biefstuk zouden meegeven tijdens de koers. Maar ik breng liever verandering in het eetpatroon. Ik streef naar afwisseling. Ik ben niet zot van bananen, toch typisch koerseten, maar ook niet van energiedranken en gellekes. Maar onze ploeg heeft voedingsspecialisten en eigen koks. Er is veel mogelijk."

Nog iets waar zijn ploeg op hamert: yoga.

Greg: "Ik ben er niet zot van."

Meteen nadien: "Normaal moesten we dat op stage 's morgens om halfacht doen. Het is behoorlijk intensief, gelukkig was het alleen 's avonds echt verplicht. En dan heeft het ook wat meer van stretching. Dat is wel goed."

En dan: "Bedoeling is om lichaam en geest één te maken. Met een goeie leraar kun je relaxeren door bijvoorbeeld aan één bepaalde spier te denken of in één bepaalde houding te blijven. Wat telt is dat je een rustpunt vindt in stresssituaties en het uiteindelijke doel is dat je ook in wedstrijden kunt teruggrijpen naar die rust."

Toen hij zeven jaar geleden prof werd, was het trainen anders. De mens ook? "Ik ben rustiger geworden. En hopelijk wat verstandiger. Dat zou moeten. Het is normaal dat je een beter mens wordt door veel mee te maken. Ik ben wielrenner en ik wil iets bijbrengen aan mijn familie en aan de wereld. Maar in mijn binnenste ben ik nog altijd dezelfde gedreven mens als toen ik voetballer was. De obsessie wordt alleen maar groter. Ik streef er voortdurend naar om beter te worden. Pakken ze me nu de koers af, dan word ik echt ongelukkig."

In de meest letterlijke vertaling van het woord gaat rijkdom over geld. "Ik heb Geen Genade gelezen, het boek van de Nederlandse voetballer Andy van der Meijde. Een straf verhaal. Zo moet het dus niét, maar ik las het wel graag, omdat het verhaal je als jongeman aan het denken zet. Als je op zo'n jonge leeftijd zoveel luxe in de schoot geworpen krijgt, moet je heel sterk zijn om daaraan te weerstaan. Want het publiek gaat erin mee. 50.000 mensen in een voetbalstadion maken je kop zot. Probeer dan eens met je voeten op de grond te blijven. Zelf probeer ik me voor te houden dat dit allemaal tijdelijk is. Geen geld overboord gooien dus."

Bestaat dankbaarheid? Is vriendschap mogelijk in het peloton. "Preben Van Hecke is een goeie vriend", zegt hij. "Verder is het een harde wereld. We zijn altijd collega's. Goeie collega's. Maar je weet nooit hoe iemand over je denkt. Natuurlijk was ik ontgoocheld toen ik op het Belgisch kampioenschap vierde werd en mijn ploegmaat Jürgen Roelandts won. Ik was blij voor hem, maar ik wilde zelf winnen. Die ambitie moet je toch hebben? Maar je moet niet naast je schoenen lopen. En je moet zelf niet te veel schreeuwen. Het is beter dat iemand anders zegt dat je talent hebt dan dat je het zelf zegt."

Het seizoen is begonnen, dit gesprek bijna afgelopen. Van Avermaet droomt natuurlijk van wat nog komt: de Vlaamse Ardennen, de echte Ardennen, de Amstel Gold Race. Eindelijk dat hoofdgerecht waarvan Parijs-Tours 2011 toch een mooie hors-d'oeuvre was.

Een vraag als uitsmijter: is 2013 voor hem ook een jaar waarin het wielrennen op miraculeuze wijze overleeft na de ontluisterende Lance Armstrong-onthullingen?

Hij zet zich nog één keer recht: "Als je de koers een beetje volgt, waren die bekentenissen niet nieuw. Als je in die jaren de Tour wilde winnen, wist je dat je dat niet op een biefstuk kon. Verder wil ik daar niet veel over nadenken. Ik ben vooral blij dat ik nú coureur ben en niet toen. Het beste voorbeeld is dat ik meteen kon winnen bij de profs toen ik uit de jeugd kwam. Ik deed direct mee. En dan heb je geen zin om met doping te beginnen, omdat je weet dat je je boterham kunt verdienen én wedstrijden winnen zonder. Je kunt op een cleane manier iets bereiken. Bijvoorbeeld: Milaan-Sanremo of de Ronde van Vlaanderen winnen."

Dat laatste zegt hij met een glimlach.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234