Donderdag 28/01/2021

Van alle walletjes proeven

Hoelang blijf je veelbelovend als jonge auteur? En waar houdt zich de nieuwe Grunberg of de nieuwe Claus schuil? Twee verzamel-bundels spieden naar het opkomende talent in Vlaanderen en Nederland. Genoeg materiaal om een generatie te vatten? Toch niet. Zoveel vogels, zo veel liedjes.

Weinig boeken zijn sneller tot de ramsj veroordeeld dan bloemlezingen met verhalen van debutanten en aanstormend talent. Toch mogen uitgevers er graag mee pronken. Kwestie van te tonen dat ze de jonge garde bij de lurven pakken én de vinger deskundig aan de pols houden. Voor het verzamelde recensentendom zijn ze dan weer interessant om de meetlat van de tijd te leggen tegen al dat schrijvend grut, trappelend van ongeduld, hengelend naar een doorbraak. Bovendien kun je je vrijuit overleveren aan het eeuwige spelletje 'detecteren van een nieuwe generatie' of 'de zoektocht naar de nieuwe Grunberg, nieuwe Claus of nieuwe Mulisch'. Denk maar aan de recente Print is dead-selectie met 21 youngsters die Harold Polis en Jeroen Maris maakten.

Vrijwel gelijktijdig zijn er nu twee bundels met een staat van bevinding van schrijvers die de eenentwintigste eeuw in Nederland en Vlaanderen zouden moeten kleuren. Harold Polis (alweer hij) en Eva Berghmans, respectievelijk uitgever en fondsredacteur van De Bezige Bij Antwerpen, speurden voor 20 onder 40 naar 'de nieuwe verhalen van de beste jonge schrijvers', maar beperkten zich tot Vlaanderen en legden de limietleeftijd op 40 jaar. Hassan Bahara en Thomas Blondeau kozen voor 20 onder 35 en gaven hun selectie de naam 'agents-provocateurs' mee, met zowel Vlamingen als Nederlanders. Toch haalden slechts vijf Vlamingen hier de ballotage (Y.M. Dangre, Thomas Blommaert, Jeroen Theunissen, Annette Pas en Joost Vandecasteele). Vandecasteele en Dangre zijn trouwens de enige twee die in beide bundels een plaats kregen, wat meer dan een vingerwijzing zou kunnen zijn.

Tranches de vie

Bahara en Blondeau beginnen hun queeste naar de nieuwe grand cru, met de vaststelling dat er "een oververtegenwoordiging is van proza dat appelleert aan een vergrijzende bevolking". Bovendien stuiten ze op "een stroom aan verstilde boeken" die "op een uitgekauwde manier platgetreden thema's behandelen." Daartegenover plaatsen ze met veel poeha hun keuze van auteurs die "authenticiteit met vernieuwing" vermengen. Begrippen waar je alle kanten mee uit kan. Goed raad weten ze niet met de samengetroepte diversiteit: "Deze generatie beperkt zich niet tot één school, ze hebben niet één samenbindend idee van wat hun teksten zouden moeten beogen, noch maken ze gebruik van één stilistische mal waar hun proza in moet worden gegoten." En "een gezamenlijk plan voor de wereld" en de literatuur hebben ze evenmin. Wel zijn het "agent-provocateurs": ze infiltreren in diverse romangenres om nieuwe horizonten te verkennen. Het is inderdaad vanzelfsprekend geworden om fictie en non-fictie met elkaar te vermengen.

De balans? In 20 onder 35 staan sterke verhalen, middelmatige verhalen en zwakke verhalen. Echt een vuist maken tegen het 'verstilde proza' lukt niet. Meestal zijn het de auteurs die al eerder van zich lieten spreken die met de beklijvendste kortverhalen komen aandraven. Stilistisch wordt er inderdaad van alle walletjes geproefd. Maar wat steeds weer opvalt, is hoeveel auteurs zich bevreesd tonen van een doortimmerde plot. Hun verhalen zijn tranches de vie, momentopnames of uitsnedes.

Dat geldt voor het sobere maar sfeerrijke kortezinnetjesproza van Robbert Welagen, met het nochtans uitstekende 'Het avontuur', knipogend naar regisseur Michelangelo Antonioni, over een man in een leeg appartement die het plan opvat om 'halsoverkop' te vertrekken, om aan de kleinburgerlijkheid te ontkomen. Of 'Wereldontvanger' van David Pefko, herinnerend aan de droge stijl van J.J. Voskuil. Het is een fel contrast met de woordenvloed van Debuutprijswinnaar Y.M. Dangre in zijn van erotiek doordrenkte 'Céleste', waarin een zevenendertigjarige leraar het kortstondig aanlegt met de roodharige moeder van een van zijn leerlingen. Een vignetje, goed geschreven, maar soms al te barok. Toch komt het wel goed met die Dangre. En ook Annette Pas schuwt de grote emoties niet, maar verglijdt in een lichte hysterie, met de klopjacht van een vrouw naar een bevrijdend orgasme.

Arjen Lubach, die onlangs al sterk uit de hoek kwam met zijn roman Magnus, bevestigt met het stationsverhaal 'Termini' en Jeroen van Rooy revancheert zich na zijn al te experimentele roman De hond in de ruimte met het gelaagde kortverhaal 'De slaapzamen', in een bizarre schemerzone tussen slapen en waken. Zwartgalligheid troef is het verder ook bij Thijs de Boer en bij Joost Vandecasteele, what's new. Nogal wat proza integreert elementen uit de non-fictie, zoals Thomas Blommaert en uiteraard Joost de Vries, de auteur van het bejubelde Clausewitz, op zoek naar 'Hitler'-namen in Chili, eerder essay dan verhaal. Licht ontgoochelend is de inbreng van Franca Treur, de succesdebutante van Dorsvloer vol confetti. Haar verhaal 'Het onnodig kwijtraken van Jeanine Sok' steigert alle kanten op.

De wereld als biotoop

Over 20 onder 40 is langer nagedacht. Elke auteur mag zichzelf eerst voorstellen in een kort interview. Aardig idee, omdat je meteen merkt welke auteur koketteert met zijn ijdelheid of wie zelfrelativering en zelfkennis tentoonspreidt. Eva Mouton maakte een portret van de twintig gegadigden, waaronder Ann De Craemer, Bent van looy en Annelies Beck. Omdat de leeftijdsgrens hier een stuk hoger ligt, klinkt het soms wat bezwaarlijk om van 'jong talent' te spreken. Zijn Saskia De Coster, Annelies Verbeke, Tom Naegels en David Nolens niet al enigszins het stadium van de Sturm und Drang voorbij? Tegelijk merk je dat hun verhalen het stevigst op hun poten staan. De Coster excelleert met haar verhaal 'Moordgrieten', over de vreemde therapeutische sessies van ene Heinz.

De bepalende trends van deze kortverhalenschrijvers, volgens de bloemlezers? Ze kijken verder dan hun navel en hun kerktoren. "Niet de zolderkamer, maar de wereld is hun biotoop." Maar "ze hebben er geen behoefte aan om keet te schoppen, te roepen dat ze het beter zullen doen dan al wie hen voorafging. (...) Dit is geen generatie van brallers en snoevers." Volgens Berghmans en Polis gaan de meesten zelfs ongegeneerd "voor de traditie van het klassieke korte verhaal". In dat verband maakt Christophe van Gerrewey veel indruk met het weemoedige en toch tegelijk erg doortimmerde verhaal over een door de vingers glippende liefde. Haast teder beschrijft hij hoe een vernuftige boekenpassie de ex-geliefden toch met touwtjes bij elkaar lijkt te houden. PB Gronda is ook goed op dreef in 'Niemand zal u redden', over de vriendschap met een reddeloze in de liefde. Er is de binnensluipende wereld in nogal wat verhalen, zoals Maarten Inghels met de bejaardenverzorger die tot een moordmachine uitgroeit of de diffuse, wat ongerijmde angsten van Jan Aelberts. Toch zijn er te weinig verhalen die je helemaal omver blazen. En dat gemis treft beide bundels. Je proeft veel metier en kunde, maar slechts zelden de vonk van overweldigend talent. Of is het kortverhaal dan toch niet het geprefereerde genre van deze scribenten en waren deze verhalen te zeer verplichte oefeningen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234