Zaterdag 31/10/2020
Frank Heinen.Beeld rv

Opinie

Van alle eendagskoersen is Parijs-Roubaix de mooiste, de grootste, de meest krankzinnige

De Nederlandse columnist Frank Heinen schrijft over sport en cultuur voor de Volkskrant, HP/De Tijd en andere media. Hij schreef deze bijdrage op uitnodiging van De Morgen.

Nietsvermoedend zat ik vrijdagochtend aan de keukentafel boven de krant mijn cruesli te vermalen toen ik plots de hel werd binnengezogen. Dat kwam zo: ik was aanbeland bij de pagina’s 16 en 17 van de Volkskrant. Daar lagen ze, ingeklemd tussen een artikel over fraude bij bioscoopketen Pathé en een stuk over de vervroegde eindexamens, naast en onder elkaar uitgeserveerd als kindvriendelijke bungalowparken in een vakantiefolder: Tilloy-Sars-et-Rosières. Templeuve. Mons-en-Pévèle. Verchain Maugré-Quérenaing. Warlaing-Brillon.

Het Bos.

Van alle eendagskoersen is Parijs-Roubaix de mooiste, de grootste, de meest krankzinnige. Het is méér dan een wedstrijd, het is een wonderlijke mix van topsport, kermis, Live Action Role Play, Oktoberfest en marteling. Het enige bezwaar is dat de voorpret te kort duurt, evenals de napret. En de wedstrijd zelf: meestal zijn de renners binnen een uur of zeven in Roubaix. Razendsnel, voor een epische uitputtingsslag. Doe daar nog twee uur bij.

Kijk, ik ben opgegroeid in het Gooi, een stukje Nederland dat vooral bekend is van de televisiestudio’s en het feit dat je er doorheen komt als je van Utrecht naar Amsterdam rijdt. In het Gooi wonen van oudsher veel rijke mensen (zie: tv-studio’s) die zweren bij asfalt zo glad dat je erop kunt schaatsen zonder dat het vriest. Er hoefde bij ons vroeger maar een kastanje op straat te liggen of de gemeente rukte uit met groot materieel. Kasseien bezaten we niet. Of nou: in het oude centrumpje van het vestingstadje waar ik woonde bevonden zich twee straten keurig aangeharkte kinderkopjes, waar ik, uit arren moede, dan maar urenlang met mijn Gazelle-stadsfiets overheen dokkerde, handjes losjes op het stuur, het Ware Lijden van Ballerini en Knaven imiterend. In Parijs-Roubaix-jargon: een halvesterstrook. Die van gemeentewege gelegde keitjes met exact twee millimeter tussenruimte aan alle kanten waren de eerste twintig jaar van mijn leven het dichtste dat ik bij een kassei kon komen. Misschien dat ik daarom zo hevig reageerde, vrijdagochtend.

Repen vel en geronnen bloed

Het had de Volkskrant-redactie wel een aardig idee geleken om, bij wijze van voorpret, 24 van de 29 kasseistroken af te drukken. Verderop, in het sportkatern dat in een cul-de-sac van de krant zijn vaste klanten bedient, stond ook nog een voorbeschouwing-in-woord. Het was een interessant stuk, maar het had bondiger gekund.

'Terpstra gaat winnen' had volstaan.

Maar goed, die stroken dus. De foto’s van fotograaf Servaas van Belle lagen voor me uitgespreid, als portretjes van schuldeloze kinderen. Zo, ontdaan van ieder teken van de koers, leken het gewoon 24 godsgruwelijk slordig onderhouden landwegen. Keien, nieuw en oud door elkaar, berm, geen berm, grind, gootjes. Naakt, zonder supporters en dranghekken, zonder mecaniciens aan de kant met reservewielen en pleisters, zonder fans en coureurs had ik ze nooit eerder gezien.

Ik bestudeerde de foto’s, op zoek naar repen oud vel en geronnen bloed van valpartijen van vorige jaren, misschien een vergeten knie of losgetrilde elleboog langs de kant, maar het enige wat ik zag waren stenen stillevens van keien die volgens Tim Krabbé ooit door de Romeinen uit een helikopter moeten zijn gesmeten. Een enkele strook kende een vreemdsoortige verdikking in het midden, een bochel van ellende. Van Belle had de keienstraatjes getroffen op een onbewaakt moment. Hij had geen historische plekken gefotografeerd, geen vier- en vijfsterrenstroken, maar door de tijd en tractoren mishandelde stukjes vroeger.

Op de website Nu.nl las ik dat Ramon Sinkeldam, een Nederlander in dienst van de Franse kampioen Arnaud Démare, de gesteldheid van sommige stroken van Parijs-Roubaix onverantwoord vindt. Hij acht valpartijen ‘onvermijdelijk’. Natuurlijk heeft Sinkeldam gelijk: die stroken zíjn onverantwoord, en ja, er gaat gevallen worden. Dat is beredeneerd vanuit de renner. Niet onlogisch, want Sinkeldam is een renner. Maar waar hij niet aan denkt, zijn de stroken zelf, wier bestaan eens per jaar gerechtvaardigd wordt, op de tweede zondag van april, wanneer 180 volwassen mannen er bij hun volle verstand zo spectaculair en onverantwoord mogelijk overheen rammen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234