Maandag 22/07/2019

Vampiers

De wetenschap achter Halloween

Spoken bestaan niet. Of toch?

Op de vooravond van Allerheiligen, Halloween, komen alle demonen en vampiers tevoorschijn uit de kieren, kelders en graven waar ze zich volgens de legende het grootste deel van het jaar schuilhouden. Alhoewel, legende? Het magazine Focus van de BBC ging voor zijn lezers op zoek naar het wetenschappelijke, harde bewijsmateriaal voor zogenaamde paranormale verschijnselen. Door Sara De Sloover

Ervan overtuigd spoken gezien te hebben? Je bent niet alleen. De helft van de mensen gelooft in spoken, en een flink deel van hen meldt al ooit griezelige verschijningen, onverklaarbare geluiden en voorwerpen die volledig uit zichzelf bewegen, gezien te hebben. Waarschijnlijk zijn die 'bovenaardse tekenen' akoestische effecten.

Ook al kunnen we 'infrageluid' of geluidsgolven op een extreem lage frequentie (onder 20 Hz) niet horen, toch is bewezen dat ze een effect hebben op het menselijke gemoed. Blootgesteld aan dergelijke lage tonen krijgen mensen last van rillingen, angstgevoelens en onverklaarbare droefheid - exact dezelfde gewaarwordingen die geassocieerd worden met bezoekjes aan spookhuizen. Op 18,98 Hz doen geluidsgolven zelfs je oogballen resoneren, en veroorzaken ze zo optische illusies.

"Het is allemaal nog heel controversieel, maar ultralage geluidsgolven maken allicht ook dat de haartjes op je armen overeind staan, en beïnvloeden je evenwichtsgevoel, waardoor je je vreemd gaat voelen", vertelde de psycholoog Richard Wiseman aan Focus.

De bewuste geluidsgolven zijn tot nog meer in staat: ze kunnen voorwerpen laten bewegen. In 1998 merkte een collega van Wiseman dat een degen in een 'behekst' laboratorium uit zichzelf bewoog. De schuldige bleek geen boosaardige poltergeist, maar een extractieapparaat in het lab dat infrageluidgolven uitzond.

Frankenstein is hét prototype van een verhaal waarin wetenschappelijke experimenten uit de hand lopen, maar bijna tweehonderd jaar na de publicatie van Mary Shelley's roman over de uitvinder die een namaakmens bouwde, zijn reservelichaamsonderdelen een steunpilaar van de moderne geneeskunde geworden.

Nieuwere soorten van transplantaties blijven wel controverse opwekken. In 1998 kreeg de Nieuw-Zeelander Clint Hallam de allereerste hand getransplanteerd. Zijn 'nieuwe' hand moest in 2001 echter weer geamputeerd worden omdat zijn lichaam afstotingsreacties vertoonde. Hallam was gestopt met het innemen van de medicijnen die zijn immuunsysteem onderdrukten, klaagde dat hij de hand als een vreemd ding beschouwde en dat zijn vrienden er een afkeer van hadden.

Nog beruchter zijn de experimenten van de Amerikaanse neurochirurg Robert White, die er in de jaren zeventig in slaagde het hoofd van een aap te transplanteren naar het lichaam van een andere. White gaf toe dat het er grotesk uitzag, maar verweerde zich door te stellen dat het tot menselijke hoofdtransplantaties zou kunnen leiden voor gehandicapte mensen. Het hoofd slaagde er niet in zijn nieuwe lichaam te controleren, waardoor critici Whites werk als irrelevant beschouwden.

De volgende stap zijn allicht gezichtstransplantaties. Chirurgen beweren nu al dat gezichtsweefsel van overleden mensen gebruikt zou kunnen worden bij mensen met brandwonden of misvormingen in het gelaat. In 2002 riep de Britse plastisch chirurg Peter Butler op tot een debat over de ethische consequenties van zulke behandelingen, maar vorig jaar kregen Amerikaanse wetenschappers groen licht om het uit te proberen: de Cleveland Clinic in Ohio is nog op zoek naar zijn eerste patiënt.

Bram Stokers' Dracula mag dan het beroemdste vampierverhaal zijn, bijna alle culturen ter wereld - van de Azteekse mythologie tot de Bulgaarse folklore - zetten hun tanden in dat soort legenden. Sommige onderzoekers denken dat ziekten die pas vrij recentelijk door de wetenschap ontdekt en beschreven zijn, aan de basis liggen van de griezelige vampierverhalen. Anemie of bloedarmoede bijvoorbeeld: de parallel tussen de lijkbleke vampier die op bloedjacht trekt en de anemiepatiënt met zijn tekort aan rode bloedcellen is vrij makkelijk te trekken. Catalepsie is een andere aandoening die de mythe voor een deel kan verklaren. De lichaamsfuncties van een catalepticus vallen dagenlang stil, waardoor het lijkt alsof de persoon dood is. Vroeger werden sommige van die patiënten waarschijnlijk levend begraven, waardoor ze zichzelf uit hun graf moesten bevrijden.

Maar de ziekte die het vaakst met de legende in verband gebracht wordt, heet 'porfyrie'. Patiënten slagen er niet in een bepaalde ijzerhoudende bloedmolecule te produceren, waardoor ze gevoelig worden voor zonlicht en look, en waardoor hun tandvlees terugtrekt, wat hun tanden langer doet lijken. "Raar genoeg kwam porfyrie in Roemeens Transsylvanië, waar Dracula zich afspeelt, vaak voor", zegt Janey Goddard, voorzitster van CMA, een Britse vereniging voor aanvullende geneeskunde. "Je vraagt je af of Bram Stoker dat toen al wist."

Weerwolven

Net zoals vampiers hebben weerwolven allicht meer van doen met mysterieuze ziekten dan met volle manen of griezelige gedaanteverwisselingen. "Hondsdolheid wordt altijd meteen naar voren geschoven", zegt Janey Goddard. "De symptomen komen inderdaad goed overeen, zoals opwinding en adrenaline. Andere mensen proberen te bijten is een heel specifiek symptoom van hondsdolheid, door de spastische reactie van het centrale zenuwstelsel."

Porfyrie steekt ook hier weer de kop op, waarbij de afkeer van zonlicht van de patiënten kan verklaren waarom weerwolven alleen 's nachts opduiken. Andere symptomen, zoals het opgezwollen en behaarde gezicht van de weerwolf, passen eerder bij moderne ideeën van hoe weerwolven eruit moeten zien en zich moeten gedragen. Mensen die zelf geloven dat ze in wolven of andere dieren kunnen veranderen, krijgen de diagnose 'klinische lycantropie' opgeplakt. De 'transformatie' gebeurt dan in het hoofd van de patiënt, omdat dat psychiatrische syndroom hallucinaties en waanvoorstellingen geeft. Maar dat heeft niets te maken met de onschuldige wolfmensen die in het begin van de twintigste eeuw in circussen te zien waren. Die mensen leden waarschijnlijk aan 'hypertrichose', een genetische aandoening die over het hele lichaam haar laat groeien.

Zombies

Tot heel kort geleden werden 'levende doden' beschouwd als een verzinsel van overijverige bedenkers van griezelverhalen, maar de wetenschap heeft de fictie bijgebeend nu Amerikaanse wetenschappers er vorige maand in geslaagd zijn dode honden weer tot leven te wekken.

De honden waren gestopt met ademen, hun hart klopte niet meer en ook van hersenactiviteit was geen spoor meer te bekennen. Toch waren dokters van het Pittsburgh Safar Center for Resuscitation Research in staat om de dieren drie uur na hun klinische dood weer tot leven te wekken. Ze hadden de lijkjes in optimale conditie gehouden door er het bloed uit te draineren en te vervangen door een ijskoude zoutoplossing, waardoor hun lichaamstemperatuur daalde tot 5 à 10 graden Celsius. Op die manier rekten ze de tijdsspanne waarin ze de dieren weer tot leven konden wekken.

Het bloed werd later weer in de lichaampjes gepompt en de harten van de honden kregen elektrische schokken om opnieuw aan het kloppen te slaan. De honden keerden terug in het rijk der levenden.

Specialisten geloven dat dat soort uitgestelde reanimatietechnieken gebruikt zou kunnen worden voor soldaten die op het slagveld gewond zijn geraakt, en naar een veraf gelegen veldhospitaal vervoerd moeten worden, of voor andere mensen die massaal bloedverlies hebben geleden. Tests bij menselijke proefkonijnen staan gepland voor de nabije toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden