Zaterdag 08/05/2021

Valt er nog te dromen... in Bagdad?

Saddam Hoessein is dertien jaar weg en sindsdien is geweld dagelijkse prik in Bagdad, de hoofdstad van Irak. Gisteren nog kwamen zo'n 70 mensen om het leven bij aanslagen. Toch zijn vele dromen intact gebleven, zo blijkt op een wandeling door de stad.

Hoog boven de Iraakse hoofdstad Bagdad zitten een moeder en een dochter op een balkon. Om te overleven in deze stad moet je soms afstand nemen, vertelt de moeder, Jihan Amer (45), met roodgestifte lippen onder een fleurige hoofddoek nippend van haar thee. "Hierboven is kalmte."

Beneden strekt de chaos van Bagdad anno 2016 zich uit. Toeterende auto's, gele taxi's en jongemannen in poloshirts die zich met hun meisje aan de arm een weg banen langs het grijze staketsel van een gigantische moskee, een van de blikvangers in de stad. De moskee, door omwonenden de 'Grote Saddam-moskee' genoemd, is nooit afgebouwd na de val van dictator Saddam Hoessein.

Hoe gaat het nu in Bagdad? Jihan Amer, die lerares is op een middelbare school, maakt een gebaar met haar handen: als een achtbaan. "Alles gebeurt hier onverwacht." Dat Islamitische Staat (IS) zich vlakbij zou ingraven, dat had niemand voorzien. Dat nu ineens de regering van premier Haider Al Abadi dreigt te vallen al evenmin.

Dochter Hajer (16) laat haar schouderlange haar wapperen in de wind. Haar toekomst? Eerst studeren en daarna weg. "Ik vertrek uit Irak."

Bagdad is dertien jaar na het verjagen van Saddam Hoessein een stad als een kruithuis. Elk moment kan hier een nieuwe explosie brengen. De Iraakse hoofdstad werd deze week getroffen door de dodelijkste aanslagen van dit jaar: rond de honderd doden bij drie bommen in een dag, opgeëist door de soennitische terreurbeweging IS.

Nikabs voor Mosoel

Maar bijna niemand schrikt daar nog echt van. Na de jarenlange nachtmerrie die het leven in Bagdad is, koesteren de inwoners hun dromen. Van een bestaan als huismoeder of als werkende vrouw. Van de revolutie van de 'Mandela' uit de sjiitische volkswijk, van een vlucht naar het buitenland of de wederopstanding van Saddam.

Bagdad is dertien jaar na de Amerikaanse inval ook een kruispunt van botsende werelden. Rij er over de snelweg en je ziet verkeersborden die wijzen naar Mosoel, de stad 400 kilometer naar het noorden die al twee jaar in handen is van IS. Het soennitische kalifaat weet stand te houden op slechts een autoritje afstand van de Iraakse hoofdstad. De multireligieuze regering van premier Al Abadi werkt intussen achter betonnen muren in de zwaarbeveiligde Groene Zone. Verscholen voor de gewone man is het bestuur corrupt en heeft het grote schulden.

Op het Bevrijdingsplein van Bagdad klinkt elke vrijdag de roep om het aftreden van de regering, aangevoerd door een sjiitische geestelijke. Voor het Westen is dat een zwart scenario, want premier Abadi geldt als cruciale bondgenoot in de strijd tegen IS. Maar eind vorige maand wisten demonstranten uit het allerarmste deel van de stad de Groene Zone te bezetten. Nieuwe chaos lijkt nabij. Hoe kun je dan dromen over de toekomst?

Schuif even aan op de gepolitoerde bank van Hussein al-Zia, zakenman in het noorden van de stad. Hij heeft zijn stadspaleisje onlangs laten bouwen dankzij de verkoop van hoofddoeken en abaya's - allesbedekkende zwarte gewaden. Dat de zaken zo goed gaan, komt onder meer door de nieuwe afzetmarkt: Mosoel. Sinds het zeer conservatieve IS daar aan de macht is, mogen vrouwen alleen nog geheel verpakt over straat. "Een gewone hoofddoek vinden ze tegenwoordig te gewaagd", lacht Al-Zia schalks. De zedenpolitie laat alleen nog nikabs toe, maskers die slechts de ogen vrijlaten.

Al-Zia zou natuurlijk geen zakenman zijn als hij niet op deze vraag zou inspringen. Dus stuurt hij nu pakketten vol nikabs naar Mosoel. "Ik heb een tussenpersoon die dat voor me regelt. Dat gaat prima. Ik kan alleen niet op de zending schrijven dat het bestemd is voor Mosoel, want dan wordt het tegengehouden."

Het gaat niet eens zo slecht met Bagdad anno 2016, vindt hij. De stad is veiliger dan enkele jaren geleden, toen er in de Iraakse hoofdstad een heuse sektarische oorlog woedde en soennieten en sjiieten elkaar dagelijks uitmoordden. "De sektarische spanningen zijn verminderd. Er is geen avondklok meer. Wij kunnen vrij reizen en zakendoen."

Toch laat Al-Zia, die zelf soenniet is, toe dat zijn medewerkers meedoen aan de grotendeels sjiitische protesten tegen de regering. Die steelt geld van de burgers en eerlijke zakenlui als hij, doceert hij. Of er verandering komt, is natuurlijk niet aan de mensen. "Dat is alleen aan Allah. Maar als God het wil, hoop ik dat het lukt."

"En als God het wil, hoop ik dat mijn man toelaat dat ik straks ga werken", zegt zijn vrouw Semaa, die erbij is komen zitten. Na de geboorte van het derde kind is ze Arabisch gaan studeren aan de universiteit. Nog een jaar, dan studeert ze af. "Voor mijn zoons zou een werkende moeder een goed voorbeeld zijn."

Maar haar man schudt van nee. Zij fluistert: "Hij draait nog wel bij."

Zwarte komedie

De volgende dag blaast dicht bij het huis van de nikabhandelaar een IS-terrorist zich op: zeven doden. Je kunt in een stad als Bagdad maar beter blijven lachen, zegt Ali Abbas, leidinggevende bij de plaatselijke importeur van Nissan-auto's. "Ken je de grap met de kentekenplaten? Dat is een zwarte komedie." Al vijf jaar zit de Iraakse autohandel in zwaar weer omdat de overheid is gestopt met de uitgifte van kentekenplaten. Zo probeerde de overheid de files en luchtvervuiling tegen te gaan. "Maar mensen gingen gewoon een auto kopen in Koerdistan", zegt Abbas. "Die reden ze terug naar Bagdad. De Iraakse overheid liep alleen het belastinggeld mis."

"Ken je Chomsky?", vraagt de autohandelaar prompt. "Wij zijn een failed state. Mensen willen hier weg." Maar zelf wil hij graag blijven. De regering-Al Abadi heeft in een knieval aan het volk namelijk onlangs het verbod op nieuwe kentekenplaten beëindigd. "Zo laten ze de burger zien dat er geluisterd wordt naar hun protesten."

De problemen, zegt hij, overstijgen de regering in Bagdad. "Wij hebben olie, cultuur, etnische verscheidenheid. We zouden welvarend moeten zijn. Maar ergens op een ander niveau wordt een besluit genomen dat Irak niet vooruit mag." Waar? Abbas lacht. Geestige vraag. "In de VS natuurlijk."

In Bagdad komt de middenklasse uitblazen op de eeuwenoude boekenmarkt in de Mutanabbi-straat, vernoemd naar de dichter van Duizend-en-een nacht. Negen jaar geleden, op het hoogtepunt van de sektarische twisten, ontplofte hier een autobom: 26 doden, de soeks verwoest. Nu liggen titels als Bad Dreams, a True Story of Sex, Money and Murder weer pal naast islamitische geschriften, alsof er nooit iets is gebeurd.

In het beroemde theehuis in de straat trekken de zussen Faisal en Mina al Obedi zich terug van de chaos buiten. Dit oude gebouw doet denken aan een Bagdad dat allang niet meer bestaat, verzucht Faisal. "Dit is een plek waar je naartoe gaat als je iets leuks wilt zien."

Ze maakt zich het meest zorgen om de jeugd. Neem haar dochter, 22 jaar, afgestudeerd als twee na beste van haar klas, maar geen werk. Een hele generatie dreigt thuis te belanden. "Deze jonge mensen verdienen geen geld. Je moet tegenwoordig zelfs betalen om voor de overheid te mogen werken."

Over IS maakt ze zich dan weer niet druk. Theeschenker Hassan Fouad Hassan legt uit waarom je de terreurbeweging die om de haverklap aanslagen pleegt in Bagdad niet te groot moet maken. "Het is als een film, bedoeld om de mensen bang en rustig te houden."

Maar in een restaurant elders in Bagdad, in een van de laatste wijken waar soennieten, sjiieten en christenen nog gewoon naast elkaar wonen, ziet Ahmed al Abyiad, een invloedrijk politiek adviseur, het nieuws op zijn telefoon: bomaanslag bij een kazerne, de vierde explosie deze week. "Het is zover, IS staat weer in de stad."

Als jonge ingenieur moest Abyiad in 1992 vluchten voor Saddam Hoessein. Hij was actief in het politieke verzet en stond op de dodenlijst. 24 van zijn familieleden zijn geëxecuteerd. Zelf leefde hij ruim tien jaar in ballingschap. "Maar ik heb me vergist in Saddam", zegt Abyiad. "Hij was juist goed voor Irak. Het zou beter zijn als hij nog leefde."

Want sinds Saddam weg is, gaat het mis in Bagdad. Hij somt de problemen op: de staatsschuld rijst de pan uit, Iran bespeelt de sjiitische politieke partijen, de regering is zwak, het politieke systeem - dat moet voorkomen dat een religieuze sekte de andere overheerst - werkt corruptie in de hand. Oost-Bagdad is feitelijk in handen van milities. "Irak is echt een failing state." Soms droomt hij dat de oude bezetters, de Amerikanen, terugkomen en het land onder controle brengen.

Nu zijn daar de protesten in de armste wijk van Bagdad, de Stad van Sadr. Het fascineert hem. "Daar is geen werk, geen geld. Het is een revolutie van arme mensen."

Nelson Mandela

Diep in de Stad van Sadr straalt Fauzi Radi (55), een man in een traditioneel lang gewaad, als hij vertelt over zijn buurt. Dit is de armste wijk van Bagdad. Ooit heette het de Stad van Saddam, maar na de val van de dictator is er een nieuwe beschermheer gekomen: Moqtada al Sadr, een in de ogen van de rest van de wereld omstreden sjiitische geestelijke. Zijn poster siert de gevels.

In de Stad van Sadr, kortweg 'de stad' voor de bewoners, zijn de huizen klein en grauw. Op straat verraadt de geur dat de riolering het niet overal doet. Niet de Iraakse overheid, maar een militieleger heeft hier de macht. "Alles wat in Irak gebeurt, komt nu hier vandaan, uit onze stad, de Stad van Sadr", zegt Radi.

Hij heeft een winkeltje op de markt waar woensdag een bom ontplofte: de grootste aanslag in Irak van dit jaar. Zijn moeder ligt thuis bij te komen van haar verwondingen. Ze stelt zich voor als 'de moeder van Fauzi', zoals dat hier gebruikelijk is. Vrouwen komen hier alleen hun huis uit gehuld in een zwarte abaya. In sommige families verschuilen ze zich in het achterhuis als er bezoek komt.

Moqtada al Sadr, dat is een vrijheidsstrijder, zeggen Radi en zijn maten, een 'Che Guevara', een 'Mandela' voor Irak. Het verzet tegen de regering heeft hij voorbereid door eerst de meningen te peilen 'als een octopus'. Ze kennen hem trouwens vooral van televisie, want Al Sadr vertoont zich nooit in zijn eigen stad.

Oud land

Sinds hun idool begin dit jaar op televisie opriep tot protest tegen de regering, demonstreert Fauzi Radi elke vrijdag met zijn buurtgenoten in het centrum. Glunderend vertelt hij over de bezetting van de Groene Zone. "Het leger en de politie zijn met ons, dus we knipten gewoon het hek door. Irak is een rijk land en een oud land, maar nu controleert de overheid al het geld."

Dat geld is nodig voor de toekomst van onze kinderen, legt zijn broer Fadr (50) uit. Ook hij werkt op de markt, die nu zwartgeblakerd is. Zijn oudste zoons moeten al meehelpen, terwijl hij liever zou zien dat ze konden doorleren.

Wat niet tot zijn dromen behoort: ook zijn dochter van twaalf jaar naar school laten gaan. Dat is te gevaarlijk. Niet vanwege de kans op aanslagen, maar omdat er op zo'n school ook jongens rondlopen. "De moraal verandert. Hoofddoeken zakken soms af."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234