Zondag 16/06/2019

reportage

Valt er met duivenmelken écht zoveel geld te verdienen?

Voor het hok Jos Vercammen was 2018 een topjaar. Beeld Stefaan Temmerman

Van gedateerde sport voor gepensioneerde mannen tot gouden business. Prijsduif Armando werd deze week voor een recordbedrag van 1,2 miljoen euro verkocht. Valt er met duivenmelken echt zo veel geld te verdienen en hoe doe je dat dan?

Negen seconden. Eventjes treuzelen op het plankje voor de ingang van het duivenhok. Meer was het niet. Maar met dat zegerondje boorde de duif die met de weinig prozaïsche naam PEC467 door het leven moet zijn eigenaar wel 150.000 dollar (132.000 euro) door de neus. “Ach, dat maakt deel uit van het spel”, zegt die eigenaar, Nikolaas Gyselbrecht. Al was het op het moment zelf wel behoorlijk vloeken. Zijn duif vond begin februari samen met drie soortgenoten als eerste de weg terug naar het Zuid-Afrikaanse Sasolburg waar elk jaar de Million Dollar Race wordt gevlogen.

PEC467 zette als eerste de landing in, leek met de hoofdprijs aan de haal te gaan, tot het beest besloot om nog even voor de aanwezige toeschouwers te gaan pronken. Acht uur, zeventien minuten en 45 seconden deed de duif uiteindelijk over de 521 kilometer die tijdens de finale moest worden afgelegd. Exact negen seconden meer dus dan Premier My Price, de duif die met de hoofdprijs van 200.000 dollar aan de haal ging. PEC467 werd vierde. Nog steeds goed voor een respectabele 50.000 dollar aan prijzengeld.

Voor wie er nog mocht aan twijfelen, er gaat aan de top van het duivenwereldje behoorlijk wat geld rond. Niet alleen in wedstrijden, ook met de verkoop. Al blijft dat meestal onder de radar van het grote publiek. Alleen uitschieters halen de krantenkoppen. Zoals eind september 2017 toen Nadine, de topduif van ene Willy Daniëls, voor 400.000 euro van eigenaar verwisselde. Of toen Gaby Vandenabeele eind vorig jaar 6,6 miljoen euro op zijn rekening mocht bijschrijven na de verkoop van zijn volledige duivencollectie. Deze week was het weer raak. Prijsbeest Armando was goed voor een prijskaartje van 1.252.000 euro.

In al die recordverkoopverhalen is er één constante: China. Tijdens de Culturele Revolutie waren sportduiven er taboe, maar sinds het kapitalisme zijn intrede deed bekeren Chinezen zich steeds massaler en fanatieker tot de duivensport. Eén miljoen Chinese duivenmelkers zijn er ondertussen. Daarnaast zijn er nog eens miljoenen Chinezen die zelf geen duiven houden, maar wel de wedstrijden op de voet volgen. “In China is gokken een heel populair tijdverdrijf”, vertelt Lars Vercammen. Hij maakte van duivenmelken zijn beroep, verhandelt al jaren duiven met zijn Chinese collega’s en leerde er zo de lokale duivengewoontes kennen. “Maar casino’s zoals wij die hebben zijn er verboden. Daardoor komen gokkers bij alternatieven zoals de duivensport terecht.” Wie kan voorspellen welke duif het snelst de weg naar huis terug vindt, verdient daar grof geld mee. De prijzenpot loopt dan ook aardig op, ook voor de deelnemende duivenmelkers.

Lars Vercammen, duivenmelker van beroep: “Voor mij primeert nog altijd het sportieve aspect boven het financiële plaatje.” Beeld Stefaan Temmerman

Schril contrast

De Pioneer Club is de grootste en meest prestigieuze wedstrijd van het land. Vier weken na elkaar nemen de duiven het tegen elkaar op in wedstrijden van telkens ongeveer 500 kilometer. De vogel die daarin het regelmatigst presteert mag zich de ‘Ace Pigeon’ noemen. Vorig jaar ging die titel naar James’s Legend, een duif uit het hok van de Taiwanese zakenman James Huang. Een overwinning die Huang niet alleen eeuwige roem opleverde in de duivenwereld, maar ook zeven auto’s waaronder een Mercedes G63 ter waarde van 150.000 euro.

Bedragen die in schril contrast staan met wat een winnaar van een Belgische wedstrijd op zak steekt. “Bij ons kan alleen wie meespeelt geld inzetten”, legt Vercammen uit. “En dan nog alleen op je eigen duiven.” Dat zorgt ervoor dat de prijzenpot een stuk lager uitvalt. “Veel meer dan 200 euro neemt de winnaar over het algemeen niet mee naar huis.” Er zijn in het verleden wel pogingen gedaan om daar een mouw aan te passen. Gokkantoor Bingoal bijvoorbeeld lanceerde vier jaar geleden een systeem dat naar analogie van de paardenwedstrijden ook onlinegokken op duivenwedstrijden mogelijk maakte. Maar het initiatief raakte nooit echt van de grond. Verder dan een handvol liefhebbers, samen goed voor een inzet van een paar duizend euro, kwam het niet.

“De Belgische duivenliefhebber zit blijkbaar liever in zijn hok dan aan zijn computer”, vertelt Michael Cornelis, marketingdirecteur bij Bingoal. Daarom ook lonkten ze bij Bingoal naar de Chinese markt, waar er veel guller op prijsduiven ingezet wordt. “Bovendien volgen die Chinezen wat hier gebeurt op de voet. Ze kennen de Belgische topduiven veel beter dan de gemiddelde Belgische duivenmelker. Alleen botsten we daar dan weer op allerhande wetgeving”, zegt Cornelis. “Onlinegokken is in China bijvoorbeeld nog steeds illegaal. Na twee jaar tevergeefse pogingen om het systeem op poten te zetten, hebben we het gokken op duivenwedstrijden uit ons aanbod geschrapt.”

Voor de Belgische duivenliefhebber valt er met dat gokken dus amper wat te verdienen. Toch hebben we in ons land zo’n vijftig fulltime duivenmelkers. Mensen die hun boterham verdienen in hun flink uitgebouwde duivenhok. Met dank aan de Chinezen. Want in de hoop op nog meer gokgeld komen zij hier hun prijzengeld spenderen aan duiven als Nadine en Armando, die in Belgische wedstrijden hun waarde al hebben bewezen. Niet om die beesten daarna in China wedstrijden te laten vliegen. Dat kan niet meer. Een duif heeft immers de lastige gewoonte om altijd terug te keren naar zijn of haar eerste hok. Zelfs al moet ze daarvoor van Peking naar Oostmalle vliegen. Neen, Nadine en Armando moeten in Chinese loondienst voor nageslacht zorgen, in de hoop dat die dan even snel kunnen vliegen als mama of papa.

Al zal het nog even duren voor we te weten komen of dat ook effectief het geval is. Een jong van een peperdure duif is louter door zijn genetisch materiaal al een fortuin waard, ook al heeft het beest nog nooit een prijs bij elkaar gevlogen. Dus wordt het veiligheidshalve in een gouden kooitje gehouden voor kweekdoeleinden en zal het nooit in wedstrijden te zien zijn. Pas als Armando opa wordt en zijn kleinkinderen hun talenten mogen demonstreren, zal zijn nieuwe eigenaar weten of zijn prijsduif zijn snelle genen heeft doorgegeven. Laat je je beste duiven wedstrijden vliegen of niet? Het is een dilemma waarmee wel meer duivenmelkers vroeg of laat te maken krijgen. Wint een duif een belangrijke wedstrijd, dan is dat beest al snel behoorlijk wat geld waard. Laat je de vogel daarna nog eens starten, met het risico dat je vliegend kapitaal de weg naar huis niet meer terugvindt? Of hou je je gevederde euro’s liever achter slot en grendel?

Beeld Stefaan Temmerman

“Voor mij primeert nog steeds het sportieve”, zegt Vercammen. “Ik mag dan wel professioneel met duivenmelken bezig zijn, ik zit niet constant met het financiële plaatje in mijn hoofd. Je moet echt niet met duiven beginnen om er rijk van te worden. De recente recordverhalen geven een vertekend beeld; voor 99,9 procent van de duivenliefhebbers is hun hobby een verliespost.” De meesten steken er ook veel geld in: honderden duiven die je moet voederen, dierenartskosten, allerhande voedingssupplementen en inbraakbeveiliging, van prikkeldraad tot camera’s en alarminstallaties.

Vercammen heeft het er graag voor over. Buitenstaanders mogen duivensport dan eerder slaapverwekkend vinden, louter weggelegd voor geduldige zielen, voor hem draait het om winnen. En dus brengt hij zijn beste duiven aan de start. “Ook al weet je dat er altijd een kans bestaat dat ze onderweg tegen een elektriciteitskabel vliegen of in de klauwen van een roofvogel terechtkomen. Als dat gebeurt vloek je wel eens, maar je mag en kan daar niet te lang bij stilstaan.”

Maar waarom komen die kapitaalkrachtige Chinese duivenmelkers nu juist in België shoppen? Wat maakt de Belgische duiven beter dan hun soortgenoten die in andere landen rondvliegen? Een vraag waar ook Lars Vercammen zich tijdens zijn studies handelsingenieur aan de Universiteit Antwerpen over boog. Dat resulteerde in een scriptie met de titel ‘Een analyse van het ecosysteem in de Belgische duivensport,’ waarin Vercammen de troeven van de Belgische sportduiven uit de doeken doet. Zo heeft hij het onder andere over de specifieke manier waarop de wedstrijden hier worden georganiseerd. “In de grote wedstrijden nemen duiven van over het hele land het tegen elkaar op. In andere landen heb je veel meer regionale wedstrijden waarin enkel duiven uit dezelfde provincie of regio aantreden.”

Dat maakt wel degelijk een verschil. “Bij zulke regionale wedstrijden hebben ook duiven met een minder goed ontwikkeld oriëntatievermogen een kans”, legt Vercammen uit. “Wanneer ze losgelaten worden, moeten ze enkel de grote groep volgen om terug in de buurt van hun hok te belanden. Belgische duiven hebben die luxe niet. Een duif die terug naar Oostende moet, wordt op dezelfde plaats en hetzelfde moment gelost als een duif uit Luik. Ze kunnen dus niet of amper op elkaar rekenen. Alleen de dieren die op eigen houtje en via de snelste weg terug naar huis raken, boeken resultaten. Omdat er vooral met die duiven verder wordt gekweekt, heeft de Belgische variant van de sportduif in de loop der jaren een superieur oriëntatievermogen ontwikkeld.”

Ook de lange traditie van het duivenmelken in ons land speelt een rol. Google leert dat de eerste duivenclub werd opgericht in 1817 in Luik, in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koningschap van Willem I. Andere landen, zoals Groot-Brittannië, volgden pas later en telkens met duiven die vanuit België werden geïmporteerd. Vercammen: “België is de bakermat van de duivensport. Het is een hobby die vaak van generatie op generatie is doorgegeven. Op die manier is enorm veel kennis vergaard. Kennis die in geen enkel ander land in die mate aanwezig is.”

Thomas (l), Nikolaas en vader Carlo Gyselbrecht. Nikolaas is wereldwijd marktleider in de onlineverkoop van sportduiven. Beeld Tim Dirven

Drie maanden in China

Ook Nikolaas Gyselbrecht wijst op het belang van die vakkennis. Met zijn veilinghuis PIPA, kort voor Pigeon Paradise, is hij wereldwijd marktleider in de onlineverkoop van sportduiven.

Zijn bedrijf zal dit jaar een omzet van 25 miljoen euro draaien. Zestig procent daarvan komt uit China en Taiwan. Maar hoewel ze daar dus en masse Belgische topduiven kopen, zullen de Chinese duivenmelkers hun Belgische collega’s nog niet meteen het nakijken geven. Juist omwille van die zorgvuldig opgebouwde vakkennis. “Duiven kweken is meer dan dure duiven verzamelen”, zegt Gyselbrecht. “Het koppelen van de snelste doffer (mannelijke duif, red.) en de snelste duivin levert niet noodzakelijk de snelste jongen op. Het samenzetten van de juiste koppels, het trainen van die jongen, het net op tijd zorgen voor een conditiepiek. Allemaal dingen die je als duivenmelker in de vingers moet hebben. En allemaal dingen die je alleen onder de knie krijgt door jaren aan een stuk intensief met duiven bezig te zijn. Op dat vlak hinken ze in China nog een stuk achterop. We verkopen wel vaker een heel goede duif waarvan we op voorhand al weten dat we er nooit meer iets van zullen horen. Gewoon omdat het de eigenaar aan kennis ontbreekt om er goede jongen uit te halen.”

Al valt ook daar een mouw aan te passen, zo blijkt uit het verhaal van Eddy Noël, duivenmelker met naam uit Baasrode. Een paar jaar geleden begeleidde hij een delegatie Chinese en Taiwanese duivenliefhebbers op hun zoektocht naar koopwaar in de Vlaamse duivenhokken. Eén van hen, Zhan Zhi Lin, was zo onder de indruk van de manier waarop Eddy er in elk hok de beste duiven wist uit te halen dat hij hem vroeg naar China te komen, waar Eddy dan de kweek en de training van Lins duiven voor zijn rekening zou moeten nemen. “Ik heb ondertussen al een aantal keer de oversteek gemaakt”, vertelt hij aan de telefoon. “De laatste keer ben ik er drie maanden gebleven, als manager van een hok met tweehonderd duiven. Van de vijf wedstrijden die mijn duiven in die periode hebben gevlogen, heb ik er twee gewonnen. Tot grote tevredenheid van Mr. Lin, die sindsdien aan mijn mouw blijft trekken om nog eens terug te gaan.”

Daar heeft Noël voorlopig geen zin in. “Ik heb nochtans in avondschool wat Chinees geleerd om me daar uit de slag te kunnen trekken, maar het is toch een gigantisch cultuurverschil.” Niet alleen in het dagelijks leven, ook in het duivenhok. Noël: “Er zijn enorme belangen met die wedstrijden gemoeid. En dat voel je. Er is weinig tijd om iets op te bouwen. Ze willen snel resultaat, maar zo werkt de duivensport niet. Ook al heb je al het geld van de wereld. Vergelijk het met autoracen. Het is ook niet omdat je morgen een Formule 1-wagen kunt kopen dat je plots een Grand Prix gaat winnen.” Noël vertelt dat hij al sinds zijn twaalfde met duiven bezig is. Goed voor vijfenveertig jaar ervaring. “Na al die tijd leer je die duiven lezen.” Maar hoe dat precies in zijn werk gaat, valt moeilijk uit te leggen. “Als jij thuiskomt na je werk, zul je waarschijnlijk ook meteen zien in welke bui je vrouw is. Maar je zult mij ook niet precies kunnen zeggen hoe je dat merkt. Bij duiven is dat net hetzelfde.”

Ondertussen proberen buitenlandse duivenmelkers ook op andere manieren de kloof met hun Belgische collega’s te dichten. Door hun duiven naar hier te verkassen, bijvoorbeeld. De Chinese bouwondernemer Xing Wei, eigenaar van de peperdure Nadine, nam recent een Belgisch hok in Schaffen over om zijn duiven te kunnen inschrijven voor de Belgische klassiekers. En de halfbroer van de sjeik van Qatar kocht een pand in Elsenborn, met een duivenhok in de tuin. Ook de Pioneer Club uit Peking, China’s meest exclusieve duivenvereniging, komt naar België. Zij kochten een groot duivencomplex in Nevele om vandaar uit een zogenoemde one-loftwedstrijd te organiseren waar een paar duizend duiven vanuit alle hoeken van de wereld aan zullen deelnemen. Die vogels worden als jong dier naar het gigantische complex gestuurd, vliegen daar hun trainingsrondjes om daarna onder elkaar uit te maken wie het snelst zijn weg terug naar Nevele vindt. De finalevlucht van zo’n wedstrijd is een groot evenement dat je als duivenliefhebber ter plaatse of via een livestream kunt volgen. “Dat soort wedstrijden wordt in het buitenland al vaker georganiseerd”, vertelt Gyselbrecht die volgende week richting Tenerife trekt om daar de finale van de Derby Arona te volgen. Een gelijkaardige wedstrijd waar acht van zijn duiven aan de start staan.

Beeld Stefaan Temmerman

Real Madrid

De interesse in België en zijn duiven groeit ook in landen als Irak, India en Sri Lanka. Dat is eerder een zegen dan een vloek, vindt Gyselbrecht. Want wie op gespecialiseerde sites naar nieuws uit de duivenwereld op zoek gaat, komt naast wedstrijdresultaten vooral overlijdensberichten tegen. Dat van Roger Verhaeghe bijvoorbeeld. Gewaardeerd lid van duivenvereniging Willen Is Kunnen uit Sint-Andries en op 86-jarige leeftijd overleden. Of dat van Julien De Potter. Fondliefhebber in hart en nieren, lezen we. En sportief lid van de Koninklijke Denderbond Ninove. Tot hij vorige week op 84-jarige leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. De gemiddelde leeftijd van de duivenliefhebbers komt nu al een stuk boven de zestig uit en de vergrijzing zet zich meedogenloos door. Waar België tien jaar geleden nog zo’n 100.000 duivenmelkers telde, blijven er daar nu nog amper 20.000 van over. Een flinke dosis vers bloed is dus welkom.

Enige minpunt: de toestroom van meestal kapitaalkrachtige nieuwkomers maakt het voor de hobbyist in de stofjas stilaan onmogelijk om nog in de prijzen te vliegen. “De professionele spelers hebben meer geld en tijd om aan hun duiven te spenderen”, vertelt Gyselbrecht. “En anders dan bij andere sporten wordt in de duivensport niet in klassen gewerkt. Wie morgen zijn eerste wedstrijd vliegt, moet het meteen opnemen tegen profs die al jaren aan de top staan. Dat is niet altijd even fijn.”

Duivenmelkers zoals Lars Vercammen vinden dat dan weer net de charme van de sport. “In het Europese voetbal zie je steeds dezelfde rijke clubs tegen elkaar spelen. Belgische clubs hebben geen schijn van kans meer. Maar in de duivensport is alles mogelijk.” Vercammen vertelt over hoe hij een paar jaar geleden een duif cadeau deed aan een duivenmelker uit de buurt. Zomaar, gratis en voor niets. En hoe die man daar vervolgens een jong mee kweekte dat het jaar nadien op het nationaal kampioenschap alle duiven van Vercammen het nakijken gaf. “Dat is precies wat het zo mooi maakt: dat bij ons Real Madrid wél nog af en toe geklopt wordt door FC Wiekevorst.”

DUURSTE DUIVEN

2.788.000 euro - James’s Legend: verkocht aan de Taiwanees James Huang (officiële verkoopprijs op een veiling in China, dankzij een speciale clausule kon de kweker James Huang de duif voor 30 procent van dat bedrag (836.400 euro) terug mee naar huis nemen)

1.252.000 euro - Armando: verkocht door Joël en Daniël Verschoot (Ingelmunster) aan een onbekende Chinese koper

400.000 euro Nadine: verkocht door Willy Daniëls (Kessel) aan Mr. Xing Wei (China)

376.000 euro - New Bliksem: verkocht door Gaby Vandenabeele (Dentergem) aan Mr. Xing Wei (China)

360.000 euro: Golden Prince: verkocht door Gino Clique (Wevelgem) aan Samuel Mbiza (Zuid-Afrika)

310.000 euro: Bolt: verkocht door Leo Heremans (Vorselaar) aan Mr. Gao (China)   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden