Zondag 28/11/2021

Valse bescheidenheid en faalangst zijn mij vreemd

Journalist en presentator van 'Telefacts Crime' Faroek Özgünes

Dit weten slechts weinigen, dat op een blauwe maandag in het midden van de jaren tachtig een iets donkerder gekleurd, hanig kereltje zijn opwachting maakte op de redactie van een armlastige krant. In een aftands herenhuis, meer krot dan redactielokaal, buurt Brusselse Zavel, bemachtigde hij naast onze koffiezet een wankel bureautje, wat op zich een realisatie was - ikzelf nam toen de vroegste trein om een plaats te hebben. Faroek zou voor even zijn medewerking verlenen aan De Morgen, bij stadseditie Brussel Centraal. De jonkies, waaronder ook Douglas De Coninck, hadden het meteen door. 'Onze Turk' had ambitie. Energie en ideeën te koop, flair, praatjes ook. En maar aandringen om iets van betekenis te doen te hebben. Lang hebben we hem niet gezien daar. De Morgen, in faillissementssferen, bood toen niet echt garanties en doorstroommogelijkheden.

Faroek Özgünes: "(gniffelt) Zelfs niet het simpele recht op loon. Nooit 1 cent gezien trouwens. Ik ben nog helemaal naar Gent getrokken, waar de grote redactie zich bevond en waar hoofdredacteur Paul Goossens resideerde. Toen ik hem vroeg wanneer ik betaald zou worden, antwoordde hij met de vraag: en hoeveel centimeter heb je geschreven, Faroek? (lacht luid)"

In die tijd werden artikelen inderdaad langs de lat gelegd. Gangbaar tarief: 6 frank per centimeter.

Faroek Özgünes: "Ik wist niet wat ik hoorde. Hoe dan ook: ik ben als schrijvend journalist begonnen. Daarvoor had ik nog bij het persagentschap Belga gewerkt."

Maar het klopt dat u al grote ambities koesterde?

"Hmm, kan best. Al kreeg ik snel door dat journalistiek een ambacht is en dat het even duurt voor je dat echt kúnt. Lou de Clerck (oud-hoofdredacteur De Standaard en Gazet van Antwerpen, ML) liet ooit noteren: 'Een goede journalist herken je pas na zeven jaar'. Toen ik dat las, dacht ik 'nou nou', maar toen ik zelf voorbij die zeven jaar was, wist ik dat het klopte. Ik ben lange tijd onderweg geweest, aan het leren."

Geen onzekerheid gekend?

"Nee hoor, er was wel constant die drang om meer te weten. Valse bescheidenheid of faalangst ken ik evenmin. Ik ben intussen zeventien jaar bij vtm en ik werk nog altijd alsof het mijn eerste dag is, met dezelfde drive."

Wat voedde u om tot deze job te komen?

"De kranten en tijdschriften. Als student was ik fan van VN, HP De Tijd, de Volkskrant, NRC, voor mij toen de premier league wat journalistiek betrof. Ik las het niet alleen op inhoud, maar ook om de taal. De moule waarin het nieuws lag."

Niet makkelijk voor een jongere die dat andere accent, die andere kleuring had. Hoelang hebt u als kind Turks gesproken?

"Niet lang. Maar mijn manier van denken bleef ergens verbonden aan die moedertaal. Je benadert andere talen vanuit die semantiek. Uiteindelijk ben ik vertaler-tolk gaan studeren, en tijdens mijn thesisjaar heb ik nog even Turks geleerd, gewoon om die taal vanuit een andere hoek te bekijken. Intussen had ik het Nederlands onder de knie. Ik heb ooit in mijn hoofd en in mijn hart een fundamentele keuze moeten maken: voor het Nederlands. Het was dat of aan de kant worden gezet voor het leven. Op die kennis van die taal zou ik worden afgerekend, kansen krijgen of verliezen. Dat wist ik.

"Ik heb ik me ook redelijk fanatiek aan dictie gezet. Ik volgde lessen bij acteur Luk De Koninck. Later heb ik nog voordracht en toneel gedaan. Ik moest die woorden in mijn mond voelen, kauwen, modelleren, eruit gooien, de taal kunnen zéggen. Op een bepaald moment zit je wel naast meisjes die Annie MG Schmidt op zitten te dragen en denk je: 'Knop omdraaien, Faroek, jij bent aan jouw inhaalbeweging bezig, dit moet nu even, hier moet je door'. Ik wou mondig zijn, taalvaardig. Ik heb ook op podia gestaan, stukken gespeeld van Pessoa, maar ook Romeo en Julia en Elektra. Om de taal te beleven. En in de houding te staan voor het verhaal: benen beetje gespreid, rustig, geaard. Hetzelfde gevoel heb ik als ik een live doe voor de camera: ontspannen houding, vanuit de buik ademen, kalm blijven."

Er gaan stemmen op om in Nederlandse en Vlaamse scholen Turks of Marokkaans te onderwij...

"(onderbreekt) Fout, fout, fout. Dat biculturele onderwijs, dat mág je niet doen. Ik ben fundamenteel tegen. Je moet Nederlands leren, punt uit. Binnen en ook buiten de school. Allochtone jongeren zouden het best naar jeugdbewegingen gaan, daar leren ze omgangstaal, nuances, de knepen van de taal als het ware. Taal bepaalt mee je identiteit en is de sleutel tot je latere leven."

En hoe zit het nu met uw Turks?

"Maar zozo. Als ik naar Turkije op vakantie ga, zeggen de mensen ter plaatse zodra ik begin te praten: 'Ah, Avrupali, Euro-Turk'. Mijn uiterlijk is na twee dagen Turkse zon weer zo mediterraan als iets, huid, haar en hele voorkomen, maar dat accent verraadt me. (lacht)

"Op vtm heb ik zelden of nooit reportages gemaakt over Turkije of over allochtonen. Van in het begin heb ik gezegd: 'Ik ben een generalistisch journalist, ik vertegenwoordig niets en voel me evenmin de spreekbuis van iemand. Veli Yüksel van de VRT-nieuwsdienst neemt dat wel op in zijn takenpakket. Hij gaat op reportage naar Mekka, tijdens de hadj, hij maakt stukken over het hoofddoekenverbod. Ook dat is een bewuste en te verdedigen keuze, alleen niet die van mij. Ik wou niet de 'Turk van dienst' zijn."

Uw moeder stierf twee maanden geleden en uw biologische vader was al eerder gestorven. U hebt hier dus geen Turkse referenties meer?

"Ik heb nog een zus, maar die is in België geboren. Pas op, ik ontken mijn wortels niet. Ik behoud ook graag mijn dubbele nationaliteit. Ik heb geen zin om wat dan ook af te leggen."

In het Turks hebben alle namen een betekenis. Waar staat Özgünes voor?

"Günes is zon en Öz is 'de echte, de ware, de essentie'. Öztürk betekent 'de echte Turk', Özdemir 'echt ijzer' en Özgünes..."

De ware zon. En Faroek?

"Komt van het Arabische Fark en betekent 'verschil'. Ik heb eigenlijk een samengestelde voornaam: Ömer Faroek, wat staat voor 'hij die het verschil kent tussen goed en kwaad'. De rechtvaardige. Daar ben ik best trots op."

Schemert de betekenis van uw naam ergens door in uw karakter?

"Ik heb een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ik laat me wel kennen soms en ik ben geneigd de kant van de kleine man te kiezen, van het kneusje. Ik kom daar niet voor uit, loop niet zo rond, maar je zult het wel voelen in mijn buurt."

Zou u de straat willen optrekken, echt engagement tonen?

"Nee. Mijn zus doet dat wel. Zij is enorm sociaal geëngageerd. Zij gaat in hongerstaking, verzamelt handtekeningen, is bij de PVDA en de vakbond, neemt deel aan acties voor gezinnen die worden uitgewezen. Nu is ze wat kalmer geworden, maar vroeger verweet ze mij weleens dat ik niet gebruikmaakte van mijn positie bij de vtm om me in te zetten voor 'de goede zaak'. Ik heb gezegd: als ik echt wil opkomen voor integratie dan is het feit dat ik daar zit, presenteer, goede stukken maak voor de nieuwsredactie een statement op zich. Dat weegt stukken zwaarder dan een beetje de militant uithangen."

Was uw moeder strijdvaardig?

"Strijdvaardig in die zin dat ze zich los heeft gerukt uit een slavenbestaan en haar eigen weg heeft gekozen. Ze was hulpje bij een rijke familie, die haar behoorlijk op de proef stelde. Toen ze 28 was, is ze met een Turkse schoenmaker naar Europa gevlucht. Mijn moeder wou niets meer met Turkije te maken hebben. Vandaar dat ik niet in een strakke Turkse sfeer ben opgegroeid. Mijn vader was wel traditioneler, en wellicht zijn ze mede daardoor uit elkaar gegaan. Mijn moeder was vooruitziend. Ze wist: kennis maakt vrij, wie studeert háált het, niets komt zomaar in je schoot gevallen, je moet het zelf dóén, je manifesteren, een voet tussen de deur houden, je nooit laten afschepen. Ze was later mijn grootste fan, op het idolate af. Zij volgde alle nieuwsuitzendingen. Ze was heel kemalistisch (naar Kemal Atatürk, ML) georiënteerd. Ze droeg geen hoofddoek. Ze wou zo Europees mogelijk leven, zonder evenwel te negeren waar we vandaan kwamen. Maar we hebben niet in een Turkse wijk gewoond, ik had geen Turkse vriendjes, ze kocht ook Vlaamse producten, wou Vlaamse gerechten leren te maken, al kookte ze natuurlijk hemels Turks. Ikzelf wil evenmin iemand zijn met een stempel op, ik hou niet van afgemeten hokjes."

Het enige hokje waar u in zit, is die televisie, het kijkkastje?

"(lacht) Maar nog eens duidelijk: ik ontkén niets, hé. Ik zeg wel: wie ik ben, heeft met meer dan alleen achtergrond, wortels, genese te maken. Dat ik mijn strijdje heb geleverd, speelt ook een rol. Ik wil de mensen hier geen Rocky-verhaal opdringen, ook andere jongeren hebben moeten knokken om er te komen. Anderzijds heb ik wel dingen meegemaakt. Ik kan niet zeggen dat ik een ongelukkige jeugd heb gehad, er zijn kinderen die door veel slechtere periodes moesten, maar toch waren mijn beginjaren niet zo vanzelfsprekend. Gedoe met een pijnlijke echtscheiding, met bezoekrecht, mijn Turkse vader die een redelijk gewelddadige man was..."

Gewelddadig in de zin van losse handjes?

"(twijfelt) Randje toch, voor zover ik me dat goed herinner. Hij was niet alleen luid, hij was ook... tja, nogal fysiek. Hij heeft een paar keer dingen gedaan waarover ik liever niet uitweid.

"(herpakt zich) Ik heb een heel onzekere periode gehad. Zo gingen we toen ik vijf jaar oud was op bezoek bij familie in Turkije. Op een dag heeft mijn vader ons daar gewoon aan ons lot overgelaten. Hij foetsie. Zes maanden hebben we toen in armoede geleefd, in een keldertje. Stel je voor: je gaat op reis, je ouders krijgen vlammende ruzie, vader weg en je staat daar ineens zonder papieren of geld. Mijn moeder met twee kinderen. Een ramp! Die tijd in die kelder herinner ik me nog. Niets hebben en wachten. Ik heb toen mijn eerste schooljaar gemist. Gelukkig kregen we contact met het kinderdagverblijf De Hummeltjes in Hasselt, waar wij in België al eens verbleven als onze ouders werkten. Zuster Stanislas daar was onze enige Belgische referentie. Via die connectie konden we zonder papieren naar Hasselt terug."

Dat zou nu moeilijk zijn.

"Met die strengere regelgeving, inderdaad, dat heb ik ook al veel gedacht. Maar bon, wij waren terug. Het heeft geduurd tot mijn vierde studiejaar voor er zoiets als evenwicht kwam. Mijn moeder is toen een Belg tegengekomen, een crème van een man. Met hem en in dat nieuwe gezin vond ik rust. Nadien had ik een stabiele jeugd. Het heeft wel even geduurd voor ik weer naar Turkije durfde te gaan."

Kon u na al dat gedoe weer kommerloos leven?

"O jawel, hoor. Ik ben heel positief ingesteld, hou van humor. Ik ben nogal up. Ik voel wel hoe ik mijn kinderen bescherm, zonder vervelend te doen. Ik wil mijn gasten dat kommerloze meegeven. (leunt achterover) Ik heb ooit eens gezegd: ik zou graag een kind in mijn eigen gezin zijn en dat meen ik oprecht. Ik denk dat er een enorm positieve flow overheerst bij ons. Huiselijkheid, geborgenheid en veiligheid zijn de ingrediënten."

Zegt iemand die dagelijks ook die zelfkant van de maatschappij in de huiskamers brengt, het wereldleed. Kijken de kinderen?

"We kijken allen naar het nieuws, jawel. Ik zal bij de oudste van tien iets meer duiding geven af en toe. Wij lezen ook samen kranten. Dat heb ik van mijn stiefvader meegekregen. (glimlacht) Het is zo'n mooi verhaal. De manier waarop ik zot van kranten ben geworden dankzij mijn tweede vader, Julien, die... half analfabeet was. Hij kon lezen maar behalve zijn naam niet echt schrijven. Hij was vroeg naar de fabriek gemoeten. Maar hij las elke dag Het Nieuwsblad, 'Sportwereld', het tweede boekje van de krant. Ik kreeg het eerste deel, de nieuwskrant zelf. Ik herinner me dat ik aan zijn voeten, plat op de grond op het tapijt lag te lezen. Dat veel te grote ding, met die enorm onhandige bladen. Ik zag woorden, titels, snapte er bijna niets van, maar het boeide me danig. Er passeerden feiten waarvan ik niet meteen de draagwijdte snapte. Toch werd een en ander erin gemasseerd. Dat is heel belangrijk geweest. Nu zie ik mij zitten met mijn oudste, bladerend in die kranten. Dingen door te geven. Ik laat naar beelden kijken, geef uitleg."

Is er nieuws waar u zelf moeilijker tegen kunt?

"Alles wat met kinderen te maken heeft, is lastig. Toen ik het verslag moest maken over die vrouw in Nijvel die haar vijf kinderen had gedood bijvoorbeeld en aan de overkant van de straat ineens die noodkreet 'appelle la police' op de deur zag staan, toen daverde het even in mij."

Vorige week bent u begonnen met de presentatie van Telefacts Crime, een nieuw justitieprogramma. Bent u gefascineerd door dat thema, criminaliteit, gerecht, politie?

"Als kind heb ik onrechtstreeks ervaringen gehad waardoor ik op zijn minst nogal ambigu tegenover politie sta. (twijfelt weer) Bij ons thuis is er een keer sprake geweest van huishoudelijk geweld en toen zijn er agenten langsgekomen. We woonden toen nog niet zo lang in België. Ik was te klein om dat actief te hebben meegemaakt, maar ik ken de verhalen zodanig goed dat het lijkt alsof ik erbij was toen het gebeurde. De politie stond binnen bij ons en heeft toen duidelijk gemaakt: 'Kijk, dit is België, dit gebeurt hier niet'. Mijn biologische vader was daar naar het schijnt zwaar van onder de indruk, van die uniformen en zo. Hij was ook bang om eventueel terug te worden gestuurd.

"Nu ben ik me sinds mijn jeugd heel bewust van dat gezag van politie en van het gerechtelijke apparaat. Door er informatie over te geven, vond ik mee een manier om een soort angst ervoor weg te zuiveren. Nieuwsgierigheid had ik sowieso voor dit thema, voor alles eigenlijk wat ik op mijn weg tegenkwam. Bij vtm voelde ik me ook vrij snel aangetrokken tot gerechtelijke verslaggeving. Mijn eerste rechtszaak was de moord op twee politieagenten in Aalst bij een overval op de Colruyt. Het is ook een spannend, avontuurlijk thema. Het feit op zich, dat iets opgelost geraakt of niet, hoe en wat erbij komt kijken."

U bent aan een boek over Annick Van Uytsel bezig

"Omdat die zaak me enorm heeft aangegrepen. Ik heb contact gehad met de ouders en met de vzw Ouders van een vermoord kind, ik heb vergaderingen bijgewoond met die mensen, heb hun verhalen gehoord. Ik heb daar vastgesteld hoeveel aandacht er naar de daders gaat en hoe weinig naar de slachtoffers."

Dus toch een betrokkenheid?

"Jawel, en als journalist kan dat ook tot een bepaalde hoogte. Al moet je te allen tijde professioneel blijven. Je zoekt mee naar de waarheid, via correcte verslaggeving en bronnenonderzoek. Maar een onderzoeker ben ik niet. Telefacts Crime is ook geen opsporingsprogramma met journalisten die een speurtocht inzetten. Het blijft een reportagemagazine, een spin-off van Telefacts. Maar dan specifiek over justitie en politie. Via dit programma worden politionele diensten die opsporingen doen ook al eens in het voetlicht geplaatst."

Dat Koppen justitie bij de vrt is weggevallen, niet meteen wegens tegenvallende kijkcijfers maar omdat het niet meer in het zendschema paste, is wel een meevaller voor jullie, toch?

"Ik hoop dat de makers van Koppen justitie hun gram niet op ons richten maar op hun eigen directie. Maar het klopt dat daar een gat is gevallen. Nu, we zijn echt wél van plan het programma op onze manier vorm te geven. Wij zullen geen doorslagje van Koppen justitie worden, wees gerust. Ik vond ook dat zij nogal met opsporingen bezig waren. Wij zullen dat ook doen, naar het einde van het programma, maar niet prominent. Wij kiezen de onderwerpen, de reportage primeert, de journalistiek gaat voor."

Hebt u na al die jaren in de journalistiek bepaalde zaken afgezworen, wat u niet meer wilt doen?

"Ik heb van alles gedaan, voor en achter de schermen, voor en achter de camera's. Ik was anker, gewoon journalist, werkte voor Royalty. Ik heb in elke opdracht een uitdaging gezien. Zelfs in zoiets als financiële berichtgeving. Ik weet niet wat ik wel en niet zou willen afleggen. Ik wil het allemaal gedaan, geweten en begrepen en ook gezien. Ook hoe de mensen in elkaar zitten, wil ik weten. Al is dat niet het eenvoudigste."

En wat vindt u het mooiste aan journalistiek?

"Dat je iets van nabij meemaakt. Zoals de zaak- en het proces-Dutroux. Je voelt dat er iets in de maatschappij aan het veranderen is, iets historisch. Je bent ooggetuige, iets gebeurt in jouw aanwezigheid. Dat gevoel had ik bij de dood van Boudewijn in 1993. Indrukwekkend. Als kind had ik nog postzegels verzameld van hem, de jonge koning met dat ronde brilletje op. En dan gaat hij dood en sta jij op de eerste rij als verslaggever.

"Op school leerde je ooit hoe die jonge Boudewijn de eed aflegde en dat er 'vive la république' werd geroepen. Zovele jaren later kijk je toe hoe koning Albert zich inzweert en hoor je ineens datzelfde geroep. Van Rossem nu. Verdorie. Dat dóét iets.

"Ik kan daar dankbaar om zijn, ook omdat ik wat ik meemaak mag doorvertellen, in mijn woorden, aan een pak mensen. Nee, het is een prachtig beroep, verslag leveren van je tijd. Ook van de zwarte bladzijden uit je vaderlandse geschiedenis. Rwanda, de genocide. Ben ik ook naartoe geweest, op reportage in de regio, Burundi meer bepaald. Op tocht met Els De Temmerman. Mijn eerste lijk gezien, stroomafwaarts drijvend in de rivier. Naar een vluchtelingenkamp getrokken waar zwaar gehavende mensen binnenstrompelden. Ik herinner me hoe ik een interview deed met een Vlaamse verpleegster. Ze had een zwaargewond kind op haar schoot. Ik stelde mijn vragen en terwijl wij praatten, waren ze dat rugje van dat kind aan het dichtnaaien. Je ziet dat kind ineenkrimpen van de pijn. Dat komt bij je binnen, de mooie én de lelijke dingen, alles even onvergetelijk en onuitwisbaar."

Ik ben fundamenteel tegen dat biculturele onderwijs, dat mág je niet doen. Je moet Nederlands leren, punt uit. Binnen en ook buiten de schoolVan in het begin bij vtm heb ik gezegd: ik ben een generalistisch journalist, ik vertegenwoordig niets en voel me evenmin de spreekbuis van iemand. Ik wou niet de 'Turk van dienst' zijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234